Zo groeit de ganzenpopulatie in Zuid-Holland gewoon door

Het onderstaand artikel van LTO-Noord bespreekt de voortdurende groei van de ganzenpopulatie in Zuid-Holland en de uitdagingen die dit met zich meebrengt voor de landbouwsector. Een recente rechterlijke uitspraak heeft het beheer van ganzen in de winter verboden, wat voor veel boeren een grote tegenvaller is. De grauwe gans, die sinds de jaren ’80 steeds vaker voorkomt, veroorzaakt aanzienlijke schade aan gewassen, vooral graslanden. Ondanks de toename van schadevergoedingen van de provincie, blijft de situatie problematisch omdat het verbod op winterbeheer de populatie verder kan laten groeien.

Boerenorganisaties, zoals LTO Noord, benadrukken dat een kleinere populatie essentieel is, maar zien dat het huidige juridische kader niet voldoende is om de schade effectief te beheersen. De provincie Zuid-Holland werkt aan een betere onderbouwing om toekomstige beheermaatregelen te rechtvaardigen, en er wordt gekeken naar interprovinciale samenwerking voor een langere termijn oplossing.

 

LTO-Noord Zuid-Holland

De uitspraak van de rechter dat de ganzenpopulatie in Zuid-Holland in de winter niet meer beheerd mag worden, is een fikse tegenvaller voor de landbouwsector. ‘Als straks niks mag, groeit de ganzenpopulatie onverminderd door’, schets Ad van Rees namens LTO Noord in Zuid-Holland themahouder flora & fauna.

Ook hijzelf heeft regelmatig last van ganzen, zegt Van Rees. De melkveehouder boert in Brandwijk, in de Alblasserwaard.
‘Hier vlakbij zit ganzenopvang. Vooral van winterganzen ondervinden we veel schade. Maar ik ken boeren bij wie het nog veel erger is. Waarbij de eerste drie sneden gras gewoon helemaal kaal worden gevreten door ganzen. Die zijn er echt helemaal klaar mee.’

Flinke domper

De recente uitspraak van de rechter die het ganzenbeheer in Zuid-Holland grotendeels stillegt, is dan ook een flinke domper voor de landbouwsector. Zestiger Van Rees heeft de aantallen ganzen, vooral de grauwe, de afgelopen decennia zien toenemen. ‘Ergens in de jaren 80 is de grauwe gans een standvogel geworden. Dat werd toen toegejuicht, net zoals de komst van de das, bever en wolf.’

Maar zonder veel natuurlijke vijanden gaat het hard met de populatie, en dat is gebleken bij de grauwe gans. In 2005 werd een aanvaardbare populatie afgesproken met toenmalig landbouwminister Cees Veerman. ‘Met die aantallen zouden we uit de voeten kunnen, daarbij is de schade nog aanvaardbaar’, zegt Van Rees.

De ontheffingen voor populatiebeheer worden regelmatig juridisch aangevochten door organisaties als de Vogelbescherming en Animal Rights. Dat is nu in Zuid-Holland ook gebeurd. De provincie kon volgens de rechtbank in Den Haag niet goed onderbouwen waarom populatiebeheer een noodzaak is.

‘In een juridische strijd gaat het erom hoe je je woorden kiest’, zegt Van Rees. ‘Zo is de invloed van ganzen op de waterkwaliteit niet eens meegenomen in de onderbouwing. Terwijl die invloed heel groot is.’ Ook de invloed van ganzen op het behalen van weidevogeldoelstellingen werd niet meegewogen in het besluit van de rechter.

Meer vergoedingen schade

Eerder dit jaar liet provincie Zuid-Holland nog weten miljoenen euro’s extra vrij te maken voor het vergoeden van faunaschade. In 2023 keerde de provincie bijna 7,2 miljoen euro uit voor faunaschade, 2 miljoen meer dan een jaar eerder. Het aandeel van schade door grauwe ganzen betrof 4,4 miljoen euro. Het aantal schademeldingen in de provincie neemt al jaren toe, van 203 in 2015 naar 1.231 in 2023.

Volgens de rechtbank valt de schade onder het bedrijfsrisico van een boer. Een ander argument, aanvaringen met vliegtuigen, hield ook geen stand. Die kans is volgens de rechtbank erg klein. Bij Rotterdam The Hague Airport zijn sinds 2012 twee aanvaringen van een gans en een vliegtuig gemeld.

Roepende in de woestijn

De LTO-bestuurder ziet dat de landbouwsector rondom ganzenschade een roepende in de woestijn is. Maar ook dat terrein beherende organisaties als Natuurmonumenten en Staatsbosbeheer met ganzenpopulaties in de maag zitten. ‘Dat zullen ze nooit heel hard roepen. De gans vreet ook in natuurgebieden alles op, voor bepaalde planten is het daardoor in natuurgebieden moeilijk om ze in stand te houden.’

Kleine meevaller voor boeren is dat het Faunabeheerplan Ganzen niet onder de rechterlijke uitspraak valt. Dat betekent dat het in de wintermaanden weliswaar verboden is om grauwe ganzen te beheren en ook ruivangsten verleden tijd zijn, maar dat zomerbeheer tot eind oktober wel doorgaat.

Toch worden het lastige tijden wat ganzenschade betreft, vreest Van Rees. ‘Als er voorafgaand aan het nieuwe seizoen niks mag, ook geen nestbehandeling, dan gaat de groei van de ganzenpopulatie onverminderd door.’

Verjagen werkt niet goed

In maatregelen als verjagen heeft de LTO-bestuurder weinig vertrouwen. ‘Als je in een groot gebied voortdurend ganzen moet verjagen, ben je daar druk mee en het resultaat is matig. Bovendien verplaats je het probleem naar je buurman of naar natuurgebieden. Een kleinere populatie is gewoon noodzaak.’

Een ander aspect is het interprovinciale ganzenplan dat Zuid-Holland, Noord-Holland, Zeeland, Utrecht en Flevoland zijn overeengekomen. Er wordt gewerkt aan het maatregelenpakket binnen dit plan. De verwachting is dat de vijf provincies rond februari 2025 de benodigde vergunningen voor beheeractiviteiten aanvragen. De uitspraak van de rechter bevat diverse overwegingen waar de schrijvers van het interprovinciale ganzenplan rekening mee moeten houden.

Betere onderbouwing

Een woordvoerder van provincie Zuid-Holland laat weten dat de punten die bij de onderbouwing tekortschieten nu worden aangepast. Over een hoger beroep vindt beraad plaats.

Volgens de provincie is het nu van groot belang dat tot eind oktober aan beheer kan worden gedaan. ‘Hiermee voorkomen we in ieder geval een verdere exponentiële groei van de populatie. Maar beheer in de winterperiode is ook nodig om de populatie van vooral grauwe gans te reduceren. Ganzenbeheer is en blijft een zaak van de lange adem. Een meerjarige aanpak is noodzakelijk’, benadrukt de woordvoerder.

 

Bron:

Nieuwe Oogst




Uitnodiging kleiduivenwedstrijd NOJG regio Fryslan-NOP zaterdag 5 oktober 2024 te Kruine




BIJ12 publiceert rapport over wolvenaanvallen op runderen en paarden


BIJ12 heeft een rapport en een factsheet gepubliceerd over wolvenaanvallen op runderen en paarden in Nederland. Het onderzoek, uitgevoerd door Van Bommel Faunawerk, geeft inzicht in de omvang van deze aanvallen en identificeert welke dieren het grootste risico lopen om slachtoffer te worden. Voor het onderzoek combineerde het bureau een literatuurstudie met een data-analyse van schadegevallen uit Nederlandse, Duitse en Belgische databases. Dit werd aangevuld met informatie uit gesprekken met deskundigen en stakeholders in Nederland en buurlanden.

Het dieet van wolven bestaat voornamelijk uit wilde hoefdieren, maar wolven vallen ook landbouwhuisdieren aan. Van de wolvenaanvallen op landbouwhuisdieren in de periode 2015-2023, waren schapen in 97% van de gevallen slachtoffer, in 2% ging het om runderen en bij 1% om paarden en pony’s die werden gedood of verwond. In Duitsland en België zijn de verhoudingen vergelijkbaar.

Deskundigen beschouwen aanvallen op runderen en paarden als normaal wolvengedrag. Naar verwachting stijgt met de groei van de wolvenpopulatie in Nederland ook het aantal aanvallen op onbeschermde runderen en paarden. De laatste jaren blijkt dat het aantal aanvallen op runderen en paarden relatief sterker toeneemt dan op schapen. Een wolf zal eerder een klein dier aanvallen om het risico op verwonding te verkleinen. Maar als een wolf eenmaal heeft geleerd dat een rund of paard een geschikte prooi is, zal hij deze dieren vaker aanvallen.

Het grootste risico op een wolvenaanval lopen jonge, zeer oude, zwakke, hoogdrachtige en solitair of in kleine groepen gehouden dieren. Bepaalde runderrassen die het meest op de oervorm lijken, zoals de Schotse Hooglander, Galloway en Limousin, kunnen zich beter weren tegen wolven. Pony’s lopen meer risico op een wolvenaanval dan een paard, met name rassen als Shetlander, Haflinger en Fjord. Daarnaast speelt de wilddichtheid een rol; hoe meer wilde hoefdieren er in een gebied beschikbaar zijn, hoe kleiner het risico dat wolven landbouwhuisdieren aanvallen.

Wolvenaanvallen op landbouwhuisdieren kunnen worden voorkomen door preventieve maatregelen, zoals wolfwerende rasters, ’s nachts ophokken en kuddebeschermingshonden. Specifiek voor runderen en paarden kan ook de samenstelling van de kudde bescherming bieden. Het combineren van verschillende leeftijdsklassen, een gelijke geslachtsverhouding en het bij elkaar houden van zowel runderen als paarden kan de weerbaarheid tegen wolvenaanvallen verhogen. Ook wordt geadviseerd om nageboorten uit de wei te verwijderen, om te voorkomen dat wolven wennen aan het eten van runderen.

Meer informatie is te vinden in het rapport ‘Literatuurstudie Wolvenpredatie op rund en paard‘ de ‘Factsheet Wolvenpredatie op rund en paard‘ en de ‘Faunaschade Preventiekit Wolven‘.

 

bron: BIJ12, 27/08/2024



Faunabeheerplan Overijssel goedgekeurd door GS

Huidige stand van zaken is dat het nieuwe faunabeheerplan 2024-2029 is ingediend en gisteren 28 augustus 2024 is behandeld in de Gedeputeerde Staten vergadering van de Provincie Overijssel.
Deze heeft het faunabeheerplan goedgekeurd! Goed nieuws dus.

Hiermee is de jacht en de landelijk vrijgestelde soorten veilig gesteld en gewoon nog mogelijk.

De ontheffingen (ree, wild zwijn en overzomerende ganzen) daarentegen zijn allen beëindigd per 1 september en zijn opnieuw aangevraagd. Deze zullen later dit jaar weer worden verleend onder de nieuwe omgevingswet.

Met vriendelijke groet,

FBE Overijssel




Analyse van schade aan vee door wolf over een langere periode (2000-2019) in Saksen (Duitsland)

Oostenrijkse wetenschappers verbonden aan de universiteit van Innsbruck hebben onderzoek gedaan naar de factoren die de kans op wolvenaanvallen op vee beïnvloeden. Met behulp van gegevens uit de periode 2000-2019 analyseerde de onderzoekers verschillende omgevings- en managementfactoren. Ze publiceerden over hun bevindingen in het wetenschappelijk tijdschrift Global Ecology and Conservation.

Algemeen.

 Het toenemende aantal wolven ( Canis lupus ) in Midden-Europa heeft de conflicten tussen wolven en vee doen toenemen. Verschillende onderzoeken hebben de impact van kuddestijlen en de mogelijke beïnvloedende factoren geanalyseerd.

Korte analyseperioden en het focussen op specifieke beïnvloedende factoren kunnen echter tot dubbelzinnige of tegenstrijdige resultaten leiden.

Deze studie maakte gebruik van lange termijn gegevens van 2000 tot 2019 in de deelstaat Saksen (Duitsland) om een ​​breed scala aan potentiële beïnvloedende factoren te evalueren, waardoor kritische factoren werden geïdentificeerd die een aanzienlijke invloed hebben op de waarschijnlijkheid van aanvallen op vee of op de omvang van de schade aan vee als gevolg van wolven.

Belangrijkste conclusies

  • Langetermijngegevens over een periode van twintig jaar werden gebruikt om het conflict tussen wolven en vee te analyseren.
  • Het aantal jongen en het totale aantal hoefdieren correleert positief met wolvenaanvallen.
  • Landbouwgrond, de overvloed aan edelherten en zwijnen zijn negatief gecorreleerd.
  • Preventieve en goed onderhouden beschermingsmaatregelen verminderen de schade.
  • De resultaten bieden suggesties voor de veehouderij met stijgende wolvenpopulaties.

Uit de studie blijkt dat vee, met name schapen en geiten, meer risico loopt op aanvallen door wolven wanneer er relatief weinig bos is in verhouding tot landbouwgrond, en er weinig edelherten als alternatief prooidier in een gebied aanwezig zijn. Het risico neemt toe bij een wolventerritorium dicht in de omgeving van het vee en wanneer er in een roedel jonge wolven aanwezig zijn.

Voor het modelleren werden gegeneraliseerde lineaire modellen gebruikt.

Uit de analyses bleek dat kleinvee meer risico liep op aanvallen van wolven als;

(1) het percentage bos in vergelijking met landbouwgrond laag was,

(2) wolvengebieden in de buurt waren en

(3) de overvloed aan edelherten laag was.

Bovendien gingen wolvenaanvallen gepaard met meer schade aan het vee wanneer;

(1) Sika- en edelherten in overvloed aanwezig waren,

(2) het vee in kleine kuddes werd gehouden en het aantal boerderijen laag was,

(3) beschermende maatregelen ontbraken, en

(4) in de roedels jonge wolven langer verbleven.

De informatie over de schermstijl, onafhankelijk van het optreden van wolvenaanvallen, zou toekomstig onderzoek aanzienlijk verbeteren en kan conflicten tussen wolven, vee en mensen helpen minimaliseren.

Grafische samenvatting

 

 

Naast omgevingsfactoren werd ook de impact van veehouderijpraktijken onderzocht. De onderzoekers zien dat wolvenaanvallen een grotere schade aanrichten wanneer het vee in kleinere kuddes wordt gehouden en wanneer beschermingsmaatregelen zoals elektrische afrasteringen ontbreken.

Meer informatie is te vinden in de publicatie ‘Wolf-related damage in livestock management: Long-term data analyses in Saxony, Germany‘.

bron: Global Ecology and Conservation, 24/06/2024




Praktijk Centrum Jacht & Fauna – augustus 2024


Lader Aan het laden...
EAD logo Duurt het te lang?

Opnieuw laden Laad het document opnieuw
| Open Openen in nieuwe tab

Download [230.62 KB]





Kuikenoverleving van de wilde eend te laag

 

Datum: 07 augustus 2024
Bron: Populairwetenschappelijk tijdschrift Limosa

Inleiding

De wilde eend (Anas platyrhynchos) is een veelvoorkomende broedvogel in Nederland, maar haar populatie vertoont al jaren een zorgwekkende afname. Onderzocht is of de lage overlevingskansen van kuikens daarbij een belangrijke rol spelen. Dit werd gedaan in het Jaar van de Wilde Eend, met ondersteuning van ruim 1.400 vrijwilligers via een speciale app.

Huidige status van de populatie

Sinds de piek in de jaren ’80 is de broedpopulatie van de wilde eend met ongeveer 25% gedaald. Het merendeel van de kuikens bereikt geen volwassenheid, met overlevingskansen van slechts 13-24%, wat laag is vergeleken met buitenlandse cijfers van 35-50%.

Onderzoeksmethoden

De kuikenteller-app, die sinds 2016 bestaat, heeft meer dan 25.000 waarnemingen opgeleverd. Hierdoor kon een populatiemodel worden opgesteld, dat inzicht biedt in de demografische processen en de factoren die invloed hebben op kuikenoverleving.

Factoren die de kuiken-overleving beïnvloeden

  1. Leefomgeving: Kuikens op land overleven beter dan op water. Troebel water biedt betere overlevingskansen dan helder water, vermoedelijk door lagere predatiedruk van roofvissen.
  2. Vegetatie: Hoge oevervegetatie vergroot de overlevingskans van kuikens. Dit biedt schuilmogelijkheden en een beter voedselaanbod.
  3. Leefgebieden: Kuikens doen het slechter in agrarische gebieden en dichtbebouwde stedelijke gebieden, mogelijk door voedselgebrek en hoge predatiedruk.
  4. Predatie: De meeste kuikensterfte vindt buiten zicht plaats. Predatie is een belangrijke oorzaak, maar indirecte factoren zoals voeding en dekking spelen ook een rol.

Aanbevelingen voor verbetering

  1. Oevervegetatie: Stimuleren van de groei van hoge oevervegetatie langs wateren.
  2. Schuilplaatsen: Creatie van schuilmogelijkheden in tuinen en bij vijvers.
  3. Broedkorven/kunstnesten: plaatsen door gemeenten en jagers en natuurorganisaties.
  4. Beheer door Gemeenten: Aansporen van overheden om oevertjes geschikt te maken voor eendenkuikens, door het vermijden van kale oevers.

Conclusie

De lage kuikenoverleving blijkt een significante factor in de afname van de wilde eendpopulatie. Verdere onderzoeken zijn nodig om de oorzaken van deze lage overleving te doorgronden en effectieve bescherming maatregelen te implementeren.

bron: Sovon Vogelonderzoek Nederland, 06/08/2024

 




Bijtincident tussen wolf en hond in Zeist

Op woensdagochtend 7 augustus heeft er rond 11.00 uur nabij de Krakelingweg in Zeist een confrontatie plaatsgevonden tussen een wolf en een hond. Daarbij is er tot tweemaal toe contact geweest vanuit de wolf richting de hond. De hond is onderzocht door een dierenarts, waarbij gelukkig geen bijtverwondingen lijken te zijn aangetroffen.

Naar nu blijkt heeft de dierenarts woensdag 7 augustus wel een ‘bijtpunctie’ (bijtverwonding) geconstateerd bij de hond die betrokken was bij de confrontatie met de wolf op de Krakelingweg in Zeist. De hond is hiervoor behandeld door de dierenarts.

Rondom het incident is door een op de plek aanwezige een video gemaakt van de betrokken wolf. De provincie heeft wolvendeskundigen gevraagd deze beelden te bestuderen. Zij zien sterke uiterlijke overeenkomsten met de alleenstaande wolf waarvan bekend is dat deze zijn leefgebied heeft op de Utrechtse Heuvelrug en volgens deskundigen ook een bovengemiddelde interesse lijkt te hebben voor honden.
Aanvraag voor weer schuw maken van de wolf

De provincie heeft reeds een vergunningsaanvraag lopen voor het vangen, zenderen en weer schuw maken van de wolf. Het incident van 7 augustus in Zeist zal betrokken worden in de onderbouwing van deze vergunningaanvraag, omdat het lijkt te wijzen op een wolf die niet schuw is voor honden en daarmee ook dicht in de buurt komt van mensen.
Dringend advies

De provincie herhaalt het dringende advies afgegeven na het incident van 31 juli in Austerlitz om niet met kleine kinderen het bosgebied van de Utrechtse Heuvelrug in te gaan en honden aan te lijnen en heel dichtbij te houden. Lees hier tips over wat het best te doen wanneer je een wolf tegenkomt.

Bron :provincie Utrecht




Ontheffing vangkooi kraai en kauw provincie Utrecht vernietigd

Op 27 juni 2024 deed de rechtbank Midden-Nederland uitspraak over het gebruik van een vangkooi inclusief levende en niet levende lokvogels in de provincie Utrecht.

Deze (aanvullende) ontheffing kraaienvangkooi is vernietigd. De rechters achtten de schadehistorie niet overtuigend. Ook vonden zij dat onvoldoende was gemotiveerd dat er sprake is van concrete dreiging van belangrijke schade.
Deze ontheffing beperkte zich tot het gebruik van vangkooien van 1 juli tot en met 31 augustus, voor het voorkomen van schade op percelen met rijpend fruit (peer) en direct daaraan grenzende percelen door kauw en kraai.

De ontheffing gold enkel voor de wildbeheereenheden Kromme Rijn, Tussen Vecht en Oude Rijn, Lopikerwaard en Vijfheerenlanden.

Het gebruik van de landelijke vrijstellingen voor de zwarte kraai en kauw zijn normaal uit te voeren bij schade of te verwachten schade, dit geldt echter niet voor het gebruik van de vangkooi

Zie hier de gehele uitspraak rechtbank Midden-Nederland




Beheer zomerganzen niet meer mogelijk in Zuid-Holland

Op 6 augustus 2024 heeft de Rechtbank Den Haag uitspraken gedaan over de ontheffingen die toezien op populatiebeheer van de standganzen. De rechter heeft deze ontheffingen vernietigd. Op dinsdag 6 augustus heeft de Rechtbank Den Haag uitspraken gedaan over de ontheffingen die toezien op populatiebeheer van de standganzen in de provincie Zuid-Holland. De rechter heeft deze ontheffingen vernietigd. De rechter oordeelt dat het provinciebestuur de noodzaak voor de ontheffingen onvoldoende heeft onderbouwd.

In Zuid-Holland mag met onmiddellijke ingang geen gebruik meer worden gemaakt van de ontheffingen voor ganzenbeheer in de zomerperiode, ruivangsten en voor populatiebeheer van grauwe gans in de winterperiode. Dat betekent dat het vooralsnog niet mogelijk om in de provincie populatiebeheer en schadebestrijding op grauwe ganzen, kolganzen en brandganzen uit te voeren.