Het is interessant om te zien dat de Natuurherstelwet uiteindelijk is aangenomen in de Europese raad van ministers, ondanks enige verdeeldheid onder de lidstaten.
Er is nu een meerderheid van de milieuministers van de 27 EU-lidstaten die heeft gestemd voor de Natuurherstelwet. Oostenrijk had aanvankelijk de intentie om zich te onthouden van stemming, maar heeft uiteindelijk toch voorgestemd.
Nederland heeft, zoals eerder aangekondigd, tegen gestemd en heeft daarbij een Kamermotie gevolgd. Er lijkt echter nog onenigheid te zijn, aangezien de Oostenrijkse bondskanselier Karl Nehammer de ja-stem van de Oostenrijkse milieuminister wil aanvechten, vanwege zijn bezorgdheid dat deze niet namens Oostenrijk en ongrondwettelijk was.
De Europese verordening vereist dat tegen 2030 herstelmaatregelen worden ingevoerd voor minstens 20% van alle land- en zeegebieden in de EU, met prioriteit voor Natura 2000-gebieden. Tegen 2050 moeten de lidstaten 90% van alle aangetaste ecosystemen hebben hersteld, waarbij voorkomen moet worden dat gebieden opnieuw achteruitgaan. Lidstaten dienen nationale herstelplannen op te stellen waarin zij beschrijven hoe zij deze doelstellingen willen bereiken.
De Natuurherstelwet is afgezwakt ten opzichte van het oorspronkelijke voorstel van voormalig Eurocommissaris Frans Timmermans, waarbij het verbod op verslechtering is veranderd in een inspanningsverplichting. Het Europees Parlement heeft vervolgens in februari een noodrem ingebouwd, waardoor doelen kunnen worden opgeschort als de voedselzekerheid in gevaar komt. Het lijkt erop dat er nog discussie en debat zullen zijn over de implementatie en uitvoering van deze wet.
Hoewel er zorgen zijn geuit over de impact van de wet op de landbouw en andere maatschappelijke activiteiten, wordt er ook gesproken over de positieve effecten die het kan hebben voor een robuustere natuur en wat weer meer mogelijkheden voor nieuwe ontwikkelingen voor boeren daardoor kan meebrengen.
Het is een complex onderwerp met verschillende perspectieven, maar het is goed om te zien dat er aandacht wordt besteed aan het herstel van de natuur.
Afrikaanse varkenspest bij wild zwijn vlakbij Frankfurt
In de Duitse deelstaat Hessen nabij Frankfurt am Main is een wild zwijn gevonden dat besmet is met Afrikaanse varkenspest. De vindplaats is drie uur rijden vanaf Nederland. Menselijk handelen lijkt de meest voor de hand liggende oorrzaak, de afstand tot het dichtsbijzijnde besmette gebied in Duitsland is circa 500 kilometer.
De vondst is op 15 juni bevestigd door het Friedrich Loeffler Institut. Het gaat om een zeug die is gevonden in de gemeente Gross-Gerau, ten westen van Frankfurt am Main in de deelstaat Hessen. Deze deelstaat grenst aan Nordrhein-Westfalen, de deelstaat met de meeste varkens (circa 5,7 miljoen) en varkensbedrijven (ruim 5.000) van Duitsland.
Rondom de vindplaats van het besmette zwijn is een bewakingszone gemaakt met een straal van 15 kilometer. Die reikt daarbij deels in Nordrhein-Westfalen. In deze zone is het nu verboden te jagen en is direct gestart met het zoeken naar meer kadavers. Er worden nog regels opgesteld voor onder andere het vervoer van varkens en het vervoer van dierlijke producten.
Deze vondst van een besmet wild zwijn op grote afstand van de overige besmette gebieden is een tegenslag voor de aanpak van de Afrikaanse varkenspest in Duitsland. Net als de besmetting van een vleesvarkensbedrijf op 6 juni in de deelstaat Mecklenburg-Voorpommern vlabkbij de Poolse grens.
Sommige ruimtelijke activiteiten kunnen schadelijk zijn voor beschermde diersoorten. Denk aan het rooien van bomen, baggeren, slopen of bouwen. Er moeten dan maatregelen genomen worden om schade te voorkomen of te beperken en er kan een vergunning nodig zijn. Vanaf 1 september 2024 geldt dit in de provincie Utrecht ook voor hazen, konijnen en kleine marterachtigen.
Een initiatiefnemer is al verplicht te kijken naar negatieve effecten voor beschermde diersoorten, zoals vleermuizen, maar vanaf dan ook voor hazen, konijnen en de kleine marterachtigen bunzing, hermelijn en wezel. Tot nu toe staan zij nog op de provinciale ‘Lijst vrijgestelde soorten’ wat betekent dat bij ruimtelijke activiteiten in leefgebieden van deze soorten geen vergunningen nodig zijn.
Hier komt vanaf 1 september 2024 in de provincie verandering in. De ‘staat van instandhouding’ van hazen, konijnen en kleine marterachtigen is ongunstig. Dat wil zeggen dat het niet goed gaat met deze diersoorten. Het opnemen van deze soorten op de vrijstellingslijst is daardoor niet langer mogelijk. Provinciale Staten hebben op 7 februari 2024 besloten deze soorten van de vrijstellingslijst af te halen. Enkele andere provincies hebben deze beslissing ook al genomen.
Onderzoek is verplicht
De provincie heeft besloten dat activiteiten in leefgebieden van de haas, het konijn en kleine marterachtigen vanaf 1 september 2024 niet langer zijn vrijgesteld van de verbodsbepalingen zoals genoemd in de Omgevingswet. Concreet betekent dit dat wie bijvoorbeeld wil bouwen in een omgeving waar hazen, konijnen of kleine marters kunnen voorkomen, eerst moet onderzoeken of de diersoorten hier aanwezig zijn, en of de werkzaamheden invloed hebben op deze dieren. Zijn er negatieve effecten op de soorten te verwachten, dan moet een Omgevingsvergunning flora- en fauna-activiteit aangevraagd worden. De provincie toetst deze vergunningaanvragen.
Informatie over maatregelen
De provincie Utrecht heeft voor hazen en konijnen een speciaal toetsingskader opgesteld. Daarin staat hoe u kunt onderzoeken of in een gebied hazen en konijnen aanwezig zijn en welke maatregelen u kunt nemen om schade te voorkomen of te beperken. Voor de kleine marterachtigen staat deze informatie in een landelijk kennisdocument dat door BIJ12 is opgesteld.
Beter weidevogels tellen in Stichting Weidevogels Hof van Twente
Dronepiloot Roger Borre legt uit hoe het zoeken naar weidevogels en reekalfjes werkt.
De stichting Weidevogels Hof van Twente gaat nog beter de aantallen nesten en vliegvlugge kuikens in akkers en weilanden tellen dan nu al gebeurt. Op de vergadering bij melkgeitenbedrijf Veelers in Hengevelde zijn hierover zaterdag 8 juni 2024 voorstellen gedaan aan de vrijwillige veldwerkers en dronepiloten.
De komst van de drone en mogelijke compensatieregelingen voor agrariërs, dwingen het bestuur de puntjes op de i te zetten. Met exacter cijfermateriaal kan het bestuur beter beleid uitstippelen. “We weten daardoor straks beter wat werkt en wat minder goed werkt”, aldus Tjeerd Ploeg van Weidevogels Hof van Twente.
Beschermen De kersverse voorzitter Tjeerd Ploeg, die de overleden Herman Kraak sinds kort op volgt, liet zich onlangs uitgebreid voorlichting in Zeist bij Vogelbescherming Nederland en bij de Sovon Vogelonderzoek, om de beste telmethode op tafel te krijgen.
Schouw Agrariërs krijgen vanaf komend jaar een ‘eigen’ veldwerker met wie ze goede afspraken maken om het land te mogen betreden, aldus het voorstel van het bestuur. Wekelijks of om de 14 dagen volgt een schouw: De veldwerker telt hoeveel legsels op het land liggen en hoeveel kuikens er eventueel al rond lopen. Drie coördinatoren verzamelen de gegevens in de gemeente Hof van Twente voor de boerenlandvogelmonitor van Landschap Overijssel. De gemeente en andere overheden kunnen op die gegevens terug vallen bij het regelen van schadevergoedingen aan agrariërs, bijvoorbeeld als de boer later is gaan maaien of stukken gras, bedoeld als voer voor zijn koeien, toch heeft laten staan voor broedende weidevogels.
Gered Voorzitter Tjeerd Ploeg wil vooral daar weidevogels intensief gaan monitoren, waar ze nog redelijk veel voorkomen. Dronepiloten kunnen het zoekwerk van de veldwerker enorm verlichten. Met de faunadrone van de firma Borre in Bentelo zijn dit jaar voor het eerst nesten in kaart gebracht en beschermd en zijn reekalfjes gered van de maaimachine in Hof van Twente. De samenwerking tussen dronepiloten en veldwerkers verliep uitstekend, aldus het bestuur.
Plasdras De stichting zoekt samen met de Agrarische Natuurvereniging Hooltwark een plek in Hof van Twente voor de aanleg van een plasdras voor de bedreigde weidevogels. De aantallen grutto’s, tureluurs en wulpen zijn zover achteruit gehold dat er nog maar zo’n 20 paartjes grutto’s broeden in de hele gemeente Hof van Twente. Deze soort en ook de tureluur en de wulp dreigen de komende jaren uit te sterven als er niets gebeurt.
Observeren Het belang van betrouwbare data is essentieel, zei Peter van den Akker van Sovon Vogelonderzoek als genodigde voor de vergadering. Veel vrijwilligers gebruiken al de zogeheten Boerenlandvogel Monitor. Deze app, afgekort BLVM, is in gebruik bij veel vogelwerkgroepen. Dit betekent voor de veldwerker onder meer om de 14 dagen ‘een rondje’ lopen om te observeren in de natuur. De stichting zit ten slotte nog verlegen om nieuwe vrijwilligers met hart voor de weidevogels.
AVP-uitbraak in varkensmesterij Vorpommern-Duitsland
6 juni 2024 (DJV/LJVMV) Berlijn/Parchim
Het virus werd gedetecteerd bij een bedrijf in het district Vorpommern-Greifswald. DJV en LJV vragen jagers om bioveiligheid serieus te nemen. Minister van Landbouw Backhaus spreekt van een puntinvoer, wilde zwijnen worden niet getroffen.
In het district Vorpommern-Greifswald is Afrikaanse varkenspest (AVP) uitgebroken: het is niet bekend hoeveel van de ongeveer 3.500 dieren in een mesterij in de buurt van Pasewalk getroffen zijn. Minister van Landbouw Till Backhaus spreekt van een puntinvoer, vergelijkbaar met die uit 2021 in de mesterij bij Lalendorf. De Duitse Jachtvereniging (DJV) en de Staatsjachtvereniging Mecklenburg-Voor-Pommeren (LJV) doen een beroep op jagers in het hele land om zich strikt aan de bioveiligheidsmaatregelen te houden. Dit geldt vooral voor jagers die tevens varkenshouders zijn.
DJV en LJV vragen de lokale jagers zich strikt te blijven houden aan de algemene orde van het district Vorpommern-Greifswald. Dit omvat onder meer een grotere jacht op wilde zwijnen en een consistente bemonstering van gejaagde dieren.
Zelfs vóór de huidige uitbraak van AVP wees de officiële dierenarts uit het district Vorpommern-Greifswald op de nauwe en uitgebreide AVP-monitoring in het getroffen gebied en prees hij het voorbeeldige werk van de jagers. Vanaf september 2023 tot het huidige incident werd de deelstaat Mecklenburg-Voor-Pommeren als AVP-vrij beschouwd. Er zijn momenteel geen tekenen van een epidemie onder de wilde zwijnenpopulaties.
Tegemoetkomingen in faunaschade gestegen naar € 55 miljoen
Infographic over de landelijke faunaschadecijfers over 2023. Download hier alle infographics in PDF.
Gepubliceerd op: 04 juni 2024
Provincies keerden in 2023 voor ruim € 55 miljoen uit aan tegemoetkomingen in faunaschade. Dat is 23% meer dan in 2022, toen bijna € 45 miljoen aan tegemoetkomingen werd uitbetaald. Het aantal aanvragen voor tegemoetkomingen steeg van bijna 7700 naar circa 8500.
BIJ12 keert de tegemoetkomingen in faunaschade uit namens de provincies en publiceert nu de cijfers over 2023 op basis van de beschikbare gegevens op 13 maart 2024. Het schadejaar loopt van 1 november 2022 tot en met 31 oktober 2023. In die periode hebben alle provincies samen voor € 55.170.586 aan tegemoetkomingen uitbetaald. De meeste schade werd veroorzaakt door ganzen aan grasland. De uitgekeerde schade was het grootst in de provincies Fryslân (€ 15.373.901) en Noord-Holland (€ 15.115.645).
De stijging van faunaschade is onder andere te verklaren doordat een aantal provincies geen gebruik meer kan maken van de landelijke vrijstelling op bepaalde diersoorten. Daarnaast zijn de grasprijzen gestegen en zijn er meer aanvragen ingediend.
Landelijke vrijstelling
Sinds 2023 kunnen grondgebruikers in de provincies Fryslân, Noord-Holland en Zuid-Holland voor meer diersoorten tegemoetkomingen in faunaschade aanvragen. In deze provincies is het niet meer mogelijk om onder andere de kauw, zwarte kraai en houtduif te bestrijden. Daarom worden in deze provincies tegemoetkomingen uitbetaald voor schade veroorzaakt door deze diersoorten. Voornamelijk de houtduif heeft in 2023 flinke schade veroorzaakt bij groentes. Daarom staat de houtduif op 6 in de landelijke top 10 van schadeveroorzakende dieren, en staan bloemkool, sla en broccoli in de landelijke top 10 van schade aan gewassen/diersoorten.
Prijs voorjaarsgras
De stijging in faunaschade wordt ook deels veroorzaakt door de hogere prijs van voorjaarsgras. De drogestofprijs van voorjaarsgras per kilo steeg met 10% van € 0,31 in 2022 naar € 0,34 in 2023. Als ganzen graslanden kaal grazen, moet een boer vervangend voer voor zijn koeien kopen. De prijs van het gras dat door faunaschade verloren is gegaan, wordt berekend aan de hand van de marktwaarde van vervangend voer.
Meer aanvragen
Het aantal aanvragen voor tegemoetkomingen steeg met circa 10%. Grondgebruikers dienen steeds vaker meerdere aanvragen per jaar in voor tegemoetkomingen in faunaschade. BIJ12 vermoedt dat dit komt doordat grondgebruikers, al dan niet met professionele hulp, steeds beter de weg vinden voor het aanvragen van een tegemoetkoming.
Ook zijn er het afgelopen jaar meer wolvenaanvallen geweest op landbouwhuisdieren, zoals schapen. In 2023 bedroeg de totale tegemoetkoming in wolvenschade € 353.292. In 2022 was dat € 296.932. De wolf bracht afgelopen jaar de meeste schade toe in de provincies Drenthe, Fryslân en Gelderland. De schade door wolven is in een infographic in beeld gebracht.
Monitor Faunaschade
Via de Monitor Faunaschade zijn de faunaschadecijfers te vinden per provincie, diersoort, gewas en jaartal. Via het bronbestand van de Ruimtelijke Monitor Faunaschade zijn deze gegevens te vinden per wildbeheereenheid.
Toelichting
Alle schadecijfers zijn gebaseerd op de gegevens die bekend waren op 13 maart 2024. De cijfers zijn aan verandering onderhevig omdat er nog tegemoetkomingsaanvragen over de betreffende periode worden afgehandeld. De meest actuele cijfers van wolvenschade staan in de tabel met wolvenschade.
De cijfers gaan over de tegemoetkomingen in faunaschade die zijn uitgekeerd aan grondgebruikers. Dit is echter niet de totale faunaschade omdat de eventuele behandelingskosten en het eigen risico hierin niet zijn meegenomen, en niet alle faunaschade wordt gemeld. Daarnaast keert BIJ12 alleen tegemoetkomingen uit voor schade die is veroorzaakt door beschermde, inheemse diersoorten.
De infographic van faunaschade in de provincie Flevoland geeft een vertekend beeld omdat er op 13 maart 2024 nog twee grote tegemoetkomingsaanvragen in behandeling waren. Die zijn niet meegenomen in de infographics.
Zoals destijds vermeld, waren de cijfers van wolvenschade in 2022 niet compleet. Dat kwam doordat nog niet alle aanvragen waren afgehandeld toen de cijfers gepubliceerd werden. De uiteindelijke wolvenschade in schadejaar 2022 bedroeg € 296.932. Bij publicatie van de schadecijfers was dat nog € 235.387.
De infographic over wolvenschade bevat een categorie diersoort ‘schaap en geit’. Er zijn in 2023 drie aanvragen geweest waarbij schade was aan zowel schapen als geiten.
BIJ12 publiceert rapport over vermindering verkeersslachtoffers onder reeën
Wageningen University & Research (WENR) deed in opdracht van BIJ12 onderzoek naar het verminderen van verkeersslachtoffers onder reeën. Daarbij werden twee maatregelen getoetst in de praktijk: maatwerkbeheer en een virtueel hekwerk. In dit onderzoek is van beide maatregelen de effectiviteit niet aangetoond. Toch biedt het rapport waardevolle inzichten in onze omgang met wilde dieren.
De populatie reeën in Nederland neemt al jaren toe. In 1900 waren er nog ongeveer 5.000 reeën, in 2023 naar schatting 135.000. De groei van het aantal reeën en de toename van verkeer leidden tot meer verkeersslachtoffers onder reeën: naar schatting 10.000 per jaar.
De afgelopen decennia zijn er diverse maatregelen genomen om aanrijdingen met reeën te verminderen. De effecten van de meeste maatregelen zijn niet of onvoldoende onderzocht. Daarom liet BIJ12 twee methodes in de praktijk onderzoeken: maatwerkbeheer en een virtueel hekwerk. Beide methodes zijn van tevoren verkend op haalbaarheid en daarbij als kansrijk beoordeeld.
Bij maatwerkbeheer wordt de reeënpopulatie verkleind door afschot in smalle stroken langs de weg. Een virtueel hekwerk bestaat uit sensoren in wegbermen, die geactiveerd worden door de koplampen van naderende voertuigen. Vervolgens wordt een licht- en geluidsignaal afgegeven richting de berm en het achterland, dat dieren moet afschrikken om de weg over te steken.
Conclusie van het onderzoek
De conclusie van WENR is dat voor zowel maatwerkbeheer als een virtueel hekwerk geen significante daling van het aantal aanrijdingen met reeën is aangetoond. Beide methodes zorgen niet voor een afname van het aantal reeën rond de weg en in de berm, of het aantal keer dat reeën de weg oversteken.
Het onderzoek heeft niet het verwachte resultaat opgeleverd. Toch levert dit onderzoek een waardevolle bijdrage aan de kennis die we hebben over onze omgang met wilde dieren, in dit geval het ree. Daarnaast kunnen met de uitkomsten van dit onderzoek beter onderbouwde beslissingen worden genomen over de inzet van maatregelen.
Landelijke aanpak wolven vraagstuk vereist en dus stemt ook Nederland voor afzwakken beschermde status wolf
De terugkeer van wolven in Nederland brengt veel reacties en nieuwe dilemma’s met zich mee. De Raad voor Dierenaangelegenheden (RDA) heeft op 24 mei een zienswijze aangeboden aan minister Van der Wal voor Natuur en Stikstof waarin ze pleiten voor een landelijke uitvoeringsagenda met concrete maatregelen. De RDA benadrukt de noodzaak van aandacht voor zowel de sociale als emotionele kant van dit vraagstuk.
Minister Adema van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en Van der Wal voor Natuur en Stikstof hebben de RDA gevraagd om een maatschappelijke dialoog te organiseren en te adviseren over hoe samen te leven met wolven in Nederland. Uit deze dialoog blijkt dat er zorgen bestaan over de veiligheid van mensen en dieren, en over de positie van de wolf en de bescherming van de natuur. Tijdens de bijeenkomsten werd duidelijk dat wolven in de leefomgeving van mensen angst, frustraties en conflicten kunnen veroorzaken, waarvoor nog te weinig aandacht is.
De RDA stelt dat er samenhangende maatregelen en acties nodig zijn voor zowel de korte als de lange termijn. Preventieve of beschermende maatregelen tegen aanvallen op gehouden dieren zijn noodzakelijk voor hun welzijn en om conflicten te voorkomen. Het volledig weren van wolven is echter niet mogelijk en in strijd met hun wettelijke beschermingsstatus.
De RDA adviseert de overheid om een overkoepelende visie te ontwikkelen die het provinciale kader van de huidige wolvenaanpak overstijgt. Deze visie moet antwoord geven op de vraag welke ruimte primair bestemd is voor wilde dieren en de natuur, en moet ook keuzes benoemen in situaties waarin dierhouderij en wolven met elkaar botsen. Praktische kennis en betrouwbare informatie zijn essentieel om angstgevoelens voor wolven te kunnen aanpakken. De RDA suggereert daarom de oprichting van een kenniscentrum, meldpunt en informatiepunt.
Daarnaast zal Nederland bij een stemming in de Europese Raad het voorstel van de Europese Commissie om de beschermde status van de wolf af te zwakken, steunen. Minister Van der Wal heeft dit op 24 mei aangegeven. De Europese Commissie stelt voor om de status van de wolf van ‘strikt beschermde soort’ naar ‘beschermde soort’ te veranderen. Dit biedt meer mogelijkheden voor beheer en maatregelen bij probleemgedrag van wolven, terwijl de wolf toch een beschermde status behoudt. Van der Wal acht deze flexibiliteit wenselijk en zal daarom voor het voorstel stemmen.
Voor meer informatie kunt u de volledige zienswijze ‘Samen leven met wolven in Nederland’ downloaden via de website van de RDA.
Den Haag, 29 mei 2024 – Door het natte voorjaarsweer van de afgelopen weken waarschuwt Stichting Tekenbeetziekten voor een verhoogd aantal tekenbeten dit seizoen. De vochtige omstandigheden hebben geleid tot een explosieve groei van de tekenpopulatie, waardoor wandelaars, natuurliefhebbers en buitenwerkers extra alert moeten zijn. Teken zijn kleine spinachtige beestjes die zich voeden met het bloed van mensen en dieren. Ze komen vooral voor in bosrijke gebieden, graslanden, duinen en tuinen. Een tekenbeet kan ernstige gevolgen hebben, zoals de ziekte van Lyme, TBE en andere tekenbeetziekten. Daarom is het belangrijk om voorzorgsmaatregelen te nemen en snel te handelen bij een beet.
“De teek heeft het leven van tienduizenden mensen verwoest”
In eerste instantie zal men denken dat er een horrorfilm aankomt genaamd: Teken. Die is er ook, maar duurt slechts 10″ en is te zien op YouTube.
Voorzorgsmaatregelen om tekenbeten te voorkomen:
Draag bedekkende kleding: Lange mouwen, lange broeken en dichte schoenen helpen om tekenbeten te voorkomen. Stop de broekspijpen in de sokken voor extra bescherming.
Gebruik insectenwerende middelen: Smeer onbedekte huid in met een insectenwerend middel. Onze Sentz Insect Schild is natuur- en milieuvriendelijk en bevat geen DEET, maar werkt net zo goed!
Blijf op paden: Vermijd hoog gras en dichte begroeiing waar teken zich schuilhouden.
Controleer op teken: Inspecteer het lichaam na een buitenactiviteit grondig, vooral op warme en vochtige plekken zoals oksels, liezen en knieholtes.
En vergeet vooral niet na een dagje buiten ’s avonds een tekencheck te doen! Zie ook www.tekencheck.nl. Wat te doen bij een tekenbeet:
Verwijder de teek zo snel mogelijk: Gebruik een tekenkaart, onze TickEase of een andere (verantwoorde) tekenverwijderaar om de teek zo dicht mogelijk bij de huid vast te pakken en trek deze voorzichtig maar stevig recht omhoog. Vermijd draaien of knijpen.
Desinfecteer de beetplek: Reinig de beetplek na het verwijderen van de teek met alcohol of zeep en water.
Houd de beetplek in de gaten: Let op de plek van de beet en noteer de datum. Als er binnen enkele weken een rode ring (EM) of andere symptomen optreden, zoals koorts of gewrichtspijn, neem dan direct contact op met een arts.
Stichting Tekenbeetziekten benadrukt het belang van bewustwording en voorzorgsmaatregelen om de risico’s op tekenbeten en de daaruit voortvloeiende ziektes te minimaliseren. Voor meer informatie en preventietips kunt u terecht op onze website: tekenbeetziekten.nl. Samen kunnen we de risico’s van tekenbeten verkleinen en genieten van een veilige tijd buiten.
Diana Uitdenbogerd, vice-voorzitter Stichting Tekenbeetziekten, laat weten: “Om iedereen in Nederland goed voor te lichten over en gedegen onderzoek te doen naar tekenbeetziekten is veel geld en mankracht nodig! JIJ kunt helpen door te doneren of je aan te melden als vrijwilliger!”