Aanvragen ontheffingen faunabeheer Zeeland vanaf nu via nieuw loket

Damherten haringvreterHet aanvragen van omgevingsvergunningen faunabeheer zou vanaf 1 januari 2024 makkelijker moeten gaan. Dat komt omdat vanaf nu alle vragen en aanvragen over die ontheffingen via het nieuwe 1-loket van de Faunabeheereenheid (FBE) lopen.
De bedoeling is dat het nu overzichtelijker is door de centrale registratie in het faunaregistratiesysteem.

Gegevens op 1 plek

Met deze verandering is een langgekoesterde wens van Provinciale Staten in vervulling gegaan. Er wordt al enkele jaren gesproken over de aanvraagprocedure van ontheffingen. Tot nu toe moest dat rechtstreeks bij de Provincie Zeeland. Dat leidde ertoe dat er geen goed overzicht was, en de cijfers van het afschot op verschillende plaatsen werden geregistreerd.

Kortom: bundelen op één plek. Dat gebeurt vanaf 1 januari dus bij de FBE. Via de 1-loket button op de website van de organisatie kom je bij alle informatie over het aanvragen van een ontheffing. Vervolgens kun je daar ook de aanvraag indienen. Ben je bijvoorbeeld agrariër en heb je faunaschade, waarvoor het mogelijk is om een vergunning aan te vragen, dan moet je bij de FBE zijn.

Toetsing provincie

Met de overstap naar het 1-Loket is de aanvraag (het formulier) ook gelijk wat simpeler en concreter gemaakt. Overigens is het niet zo dat de Provincie nu niets meer doet. De aanvragen worden gedaan via de FBE. Daarmee wordt de FBE vergunninghouder en dus eindverantwoordelijk. De FBE dient vervolgens als eindverantwoordelijke de aanvragen in bij de Provincie. Die toetst vervolgens of ze aan de wet voldoen en of de ontheffing verleend kan worden.

Het overzicht heeft uiteindelijk de FBE. Als eindverantwoordelijke weten zij vanaf volgend jaar precies wie er allemaal een ontheffing hebben, en hoeveel afschot er is aan het einde van het seizoen. Die cijfers worden doorgegeven aan de Provincie en aan Provinciale Staten. Op die manier is er goede controle en duidelijkheid voor iedereen.

Meer weten?

Als het gaat om vragen over de aanvraag of het doen van de aanvraag kunt u hier terecht. Ook kunt u rechtstreeks contact opnemen met de FBE Zeeland via: 0113-784030 of zeeland@fbezeeland.nl

Bron: Provincie Zeeland




Aantallen ganzen in de winter is stabiel

Ganzen in morgenzon

Onlangs verscheen de Vogelbalans 2023, het jaarlijkse overzicht van belangrijke ontwikkelingen bij de vogelpopulaties in Nederland. Uit deze uitgave van Sovon blijkt dat het aantal in de winter in Nederland verblijvende ganzen de laatste tien jaar stabiel is. Wat broedvogels betreft, bevindt ongeveer de helft van de populaties zich in een ongunstige staat. Vooral in agrarisch gebied nemen veel soorten af. 

Op basis van verschillende vogeltellingen is Sovon Vogelonderzoek Nederland in staat om populatietrends te laten zien van 199 soorten broedvogels en van 209 vogelsoorten die Nederland alleen tijdens de seizoentrek aandoen of hier overwinteren. De meeste tellingen lopen al sinds de jaren zeventig of tachtig van de vorige eeuw. Daardoor is het mogelijk om naar de ontwikkelingen over een periode van 40 tot 50 jaar te kijken.

Een opvallende ontwikkeling is de stabilisatie van de aantallen ganzen die in Nederland overwinteren. Ganzen uit noordelijke streken arriveren bovendien later in het najaar en verblijven daardoor wat korter in Nederland dan voorheen. Vermoedelijk ligt de verklaring in een gunstige voedselsituatie en zachter herfstweer in gebieden ten noorden van Nederland. In totaal verblijven midden in de winter circa 2,4 miljoen ganzen in Nederland. Van de meeste ganzensoorten overwintert nog steeds een groot deel van de internationale populatie in Nederland. 

In het agrarisch gebied is het aantal broedvogels sinds 1990 bijna gehalveerd. Alleen in andere open natuurgebieden zijn de afnames nog groter. Daar zijn soorten als de wulp, velduil en blauwe kiekendief bijna verdwenen. In bos en moeras is het beeld overwegend positief. Veel broedvogels profiteren van moerasherstel en van ouder wordende, gevarieerdere bossen. 

De Vogelbalans 2023 geeft tevens een overzicht van de impact van hoog-pathogene vogelgriep. In Nederland is bij zeker 65 vogelsoorten vogelgriep vastgesteld. Er wordt geschat dat de grote stern en slechtvalk het zwaarste werden getroffen. Waarschijnlijk stierf in 2022 ongeveer 30% van grote sterns die in Nederland broeden. Bij slechtvalken werd de winterpopulatie hard getroffen. Mogelijk stierf tot ruim de helft van de valken doordat ze besmette vogels aten. Ook grote mantelmeeuwen, buizerds en knobbelzwanen werden zwaar getroffen, net als enkele eendensoorten. 

De Vogelbalans 2023 is te vinden op de website van Sovon Vogelonderzoek Nederland.