Rechter wijst verzoek om schorsing afschotvergunning reeën in Friesland af

Geplaatst: 30/10/2025

De rechtbank Noord-Nederland heeft op 29 oktober het verzoek van de stichtingen Fauna4Life en Animal Rights tot schorsing van de omgevingsvergunning voor gereguleerd afschot van reeën in Friesland afgewezen. Volgens de rechter kan afschot, mits doelgericht en structureel uitgevoerd, bijdragen aan het verminderen van aanrijdingen.

Het college van Gedeputeerde Staten van Fryslân verleende op 1 juli een vergunning aan de Faunabeheereenheid Fryslân voor het afschieten van reeën rondom risicovolle wegtrajecten tot 1 juli 2030, ter bevordering van de verkeersveiligheid. Ook het doden van ernstig gebrekkige of zieke dieren is toegestaan.

De dierenorganisaties betoogden dat alternatieve, preventieve maatregelen onvoldoende zijn onderzocht of toegepast en vroegen om schorsing van de vergunning in afwachting van bezwaar. De rechter constateerde dat de motivering van het college op enkele punten tekortschiet, met name ten aanzien van de noodzaak van afschot en de beoordeling van alternatieven. Desondanks acht de rechter schorsing niet nodig, mede omdat het college en de Faunabeheereenheid hun standpunt tijdens de zitting nader hebben toegelicht.

Het belang van verkeersveiligheid weegt volgens de rechter zwaarder dan het belang van onmiddellijke schorsing. Het verzoek om een voorlopige voorziening is daarom afgewezen. De bezwaarprocedure loopt nog; een besluit wordt eind december 2025 verwacht.


Zie de uitspraak van de rechtbank Noord-Nederland.

bron: Rechtbank Noord-Nederland, 29/10/2025




De wintertijd is begonnen en de kans op aanrijdingen met wild neemt toe

De overgang naar wintertijd veroorzaakt jaarlijks een piek in het aantal wildaanrijdingen in Nederland, met name onder automobilisten die in schemering en donker door natuurgebieden rijden. Dit verhoogde risico is het gevolg van verschuivingen in daglichturen en het biologisch ritme van dieren, die zich niet aanpassen aan onze verzetting van de klok.

Vandaag is het weer zover: de wintertijd is ingegaan. Waar menigeen uitkijkt naar een extra uur slaap, waarschuwen faunabeheerders voor een flinke keerzijde. Met de overgang naar de wintertijd wordt het ’s ochtends later licht en ’s avonds eerder donker. Dit vergroot de kans op aanrijdingen met wild, “Jaarlijks worden duizenden reeën, zwijnen en herten slachtoffer van verkeersongelukken direct na de tijdswissel,” zegt Piet Croughs van de wildbeheereenheid Susteren/Graetheide.

De reden? Met het ingaan van wintertijd vallen de ochtend- en avondspits weer samen met de actieve uren van het wild. Bestuurders gaan moe en minder alert in het donker op pad, terwijl dassen en reeën juist op deze momenten de wegen oversteken. “Dieren kennen geen zomer- of wintertijd. Hun routes en gewoontes blijven identiek; alleen wij veranderen abrupt ons ritme,” aldus Piet Croughs

Hij roept automobilisten op tot meer oplettendheid: matig uw snelheid, groot licht bij donkere wegen zonder tegenliggers, wees alert bij wildwaarschuwingsborden en gebruik groot licht waar mogelijk. Files en drukke wegen door natuurgebieden vormen daarbij het grootste risico. “Met die kleine aanpassingen kunnen veel levens, zowel mens als dier, worden gespaard,” klinkt het. Ik heb dit zelf persoonlijk meegemaakt ,wat het betekend als je moet uitwijken voor een aanrijding met wilde zwijnen en wat de gevolgen ervan voor mij zijn geweest.

  • Rij extra voorzichtig in schemering en donker, vooral op buitenwegen langs natuurgebieden
  • Pas de snelheid aan en wees alert bij waarschuwingsborden.
  • Gebruik waar mogelijk groot licht zonder tegenliggers
  • Beter is om recht te blijven rijden, stevig te remmen als dat veilig kan en de controle over het voertuig te behouden. In veel gevallen overleeft het dier de klap niet, maar voorkom je dat er meerdere slachtoffers vallen.
  • Een tweede reden om niet uit te wijken, is de verzekering. Wie uitwijkt en schade veroorzaakt zonder dat het dier wordt geraakt, krijgt die schade meestal niet vergoed. Een verzekeraar kan immers niet bewijzen dat er een dier op de weg was. Alleen als er sporen van de aanrijding zichtbaar zijn, zoals bloed, haren of foto’s van het dier en de schade, keert een beperkte of allriskverzekering uit.
  • Iemand die van de weg raakt en zegt dat hij moest uitwijken voor een hert, kan dat zelden bewijzen, daarom is het cruciaal om foto’s te maken van het dier en de schade.

Mocht u onverhoopt toch een wild dier aanrijden, bel direct de politie via 112. Zelf verplaatsen of verzorgen van het dier is wettelijk verboden; de autoriteiten sturen een bevoegd persoon om het dier te helpen of te verwijderen.

De wintertijd vraagt om extra waakzaamheid op de weg – voor uw eigen veiligheid en voor die van het Nederlandse wild.




Nieuwsbrief 4e kwartaal 2025 FBE Limburg




Rechter beslist huiskatten mogen buiten vrij rondlopen – geen sprake van voorwaardelijke opzet

De rechtbank in Haarlem heeft beslist dat huiskatten vrij naar buiten mogen, ondanks een rechtszaak van de Stichting Huiskat Thuiskat tegen de provincie Noord-Holland. De stichting eiste een verbod op vrij rondlopende katten om beschermde vogels en kleine zoogdieren te beschermen, maar de rechter wees dat verzoek af.

Kern van de uitspraak

De rechtbank stelde dat er onvoldoende bewijs is dat katteneigenaren bewust het risico aanvaarden dat hun dier beschermde soorten doodt. Daarom is er geen sprake van ‘voorwaardelijke opzet’, wat juridisch vereist zou zijn voor strafbaarheid. De meldingen die de stichting gebruikte – verzameld via de site watvangtdekat.waarneming.nl – werden door de rechter als onvoldoende overtuigend beschouwd.

Reacties op de uitspraak

De Stichting Huiskat Thuiskat, opgericht in 2021, is het niet eens met deze beslissing en kondigde aan in beroep te gaan. Voorzitter Roel van Dijk vergeleek katten met honden: volgens hem zouden losse katten net als honden onder toezicht moeten blijven omdat ze jaarlijks miljoenen dieren doden. De rechtbank zag die redenering echter niet terug in de wetgeving of het bewijs [4].

Kritiek vanuit deskundigen

Maggie Ruitenberg van het Kattenkenniscentrum Nederland noemde de aanpak van de stichting “te ongenuanceerd” in een reactie bij RTL Nieuws. Zij wees erop dat veel van de door Huiskat Thuiskat gebruikte cijfers afkomstig zijn uit buitenlands onderzoek, vooral uit Australië, waar de ecologische omstandigheden en het aantal zwerfkatten sterk verschillen van Nederland. Volgens haar vangt lang niet elke buitenkat vogels of beschermde soorten, waardoor een algemeen binnenhoudverbod onrealistisch en disproportioneel zou zijn.

De uitspraak betekent concreet dat provincies geen algemene plicht hebben om kattenbezitters te beperken: huiskatten mogen dus nog steeds vrij rondlopen.


Rechtszaken over jagende huiskatten gebruiken verschillende bewijsmethoden, maar centrale problemen zijn de betrouwbaarheid en juridische relevantie van het bewijs. Meestal worden gegevens aangeleverd door:

– Meldingen op online platforms zoals watvangtdekat.waarneming.nl, waar katteneigenaren rapporteren welke prooidieren hun kat naar huis brengt. Dit is een vorm van burgerwetenschap, waarbij de eigenaar zelf actief meldt wat hun kat vangt.
– Statistische rapporten en technische studies over het aantal door katten gedode dieren, vaak gebaseerd op schattingen, literatuuronderzoek en internationale datasets. De cijfers zijn meestal niet direct herleidbaar tot individuele, gecontroleerde Nederlandse gevallen. Veel studies zijn afkomstig uit het buitenland (Australië, Canada, VK, VS) en worden soms toegepast op Nederlandse verhoudingen voor vergelijkende context
– Getuigenverklaringen van deskundigen, zoals ecologen of dierenwelzijnsorganisaties, soms aangevuld met eigen veldwaarnemingen of casestudies over het effect van loslopende katten op lokale populaties van vogels en zoogdieren].
– Foto’s, video’s of DNA-bewijs wanneer echt relevante incidenten of soortspecifieke gevallen moeten worden bewezen (bv. beschermde diersoort daadwerkelijk door specifieke kat gedood).

In recente uitspraken accepteerden rechters gegevens uit meldsites en rapporten als ondersteunend, maar niet als overtuigend bewijs van strafbaar handelen door de eigenaar. Het bewijs schiet vaak tekort wegens:
– Zelfrapportage met selectieve of incomplete data.
– Gebrek aan directe causaliteit tussen katteneigenaar en het doden van beschermde soorten.
– Buitenlands onderzoek dat niet overeenkomt met de Nederlandse situatie en kattengedrag.

Juridische bewijsvoering over jagende katten blijft daardoor complex. Effectieve bewijsmethoden vereisen steeds direct, lokaal en objectief bewijs van schade door specifieke katten—iets wat in rechtspraktijk zelden lukt.


Bronnen:

[1] Rechter oordeelt: kat mag door de tuin van de buren lopen https://www.animalstoday.nl/kat-mag-tuin-buren-lopen/
[2] Op de rol: ‘Ik heb dat katje niet verwaarloosd’ https://www.rechtspraak.nl/Organisatie-en-contact/Organisatie/Rechtbanken/Rechtbank-Den-Haag/Nieuws/Paginas/Op-de-rol-Ik-heb-dat-katje-niet-verwaarloosd.aspx
[3] Moeten katten buiten verplicht aan de lijn? – Nieuwsuur https://www.jagersvereniging.nl/nieuws/moeten-katten-buiten-verplicht-aan-de-lijn-nieuwsuur/
[4] ECLI:NL:RBNHO:2025:10320, Rechtbank Noord-Holland … https://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI%3ANL%3ARBNHO%3A2025%3A10320




Rechter verbiedt proef bestrijden steenmarters in belangrijke weidevogelgebied in Fryslân

Hier volgt een samenvatting van de uitspraak over de “Steenmarterproef” uit oktober 2025 en geeft in hoofdlijnen de motivering, uitkomst en gevolgen van het vonnis weer

Uitspraak Rechtbank

Kern van de zaak

– De Faunabeheereenheid Fryslân kreeg in 2022 een ontheffing van de provincie Fryslân om jaarlijks maximaal 429 steenmarters te vangen en doden ter bescherming van weidevogels.
– Verschillende dierenbelangenorganisaties (waaronder Fauna4life en Animal Rights) maakten bezwaar en stelden dat er betere alternatieven zijn, dat het beheer van de gebieden onvoldoende is en dat niet is voldaan aan de wettelijke eisen.
– De rechtbank moest oordelen of de ontheffing voldeed aan de voorwaarden van de Wet natuurbescherming.

Beoordeling door de rechtbank

– De rechtbank vindt dat de provincie onvoldoende heeft onderbouwd dat de betrokken gebieden voldoen aan de eisen voor “optimaal weidevogelbeheer”.
– De rechter concludeert dat niet voldoende is aangetoond dat predatiebeheer (door het doden van steenmarters) de enige of beste oplossing is, mede omdat in de meeste gebieden de kwaliteit van de habitat voor weidevogels onvoldoende is.
– De rechtbank vindt dat alternatieven zoals betere inrichting en beheer van gebieden als “bevredigende oplossingen” onvoldoende zijn onderzocht of toegepast.
– Voor het elektrisch afrasteren en watergangen rond gebieden is aannemelijk gemaakt dat deze als enige maatregel geen geschikte alternatieven zijn, maar het habitatbeheer volstaat niet.

Staat van instandhouding steenmarter

– Uit onderliggende rapporten blijkt dat de steenmarter in Fryslân in een gunstige staat van instandhouding verkeert, dus het vangen en doden van het toegewezen aantal bedreigt die staat niet.
– Cijfermatige verschillen tussen rapporten over de populatiegrootte zijn volgens de rechtbank wel voldoende verklaard.

Evenredigheid

– Het aantal te vangen/doden steenmarters (429 per jaar) is volgens de rechtbank niet goed gemotiveerd; er is niet bezien of een lager aantal ook zou volstaan.

Beroep gegrond; gevolgen

– Het besluit tot ontheffing wordt vernietigd omdat het onvoldoende is gemotiveerd.
– Tot zes weken na een nieuw besluit op bezwaar mag geen gebruik worden gemaakt van de verleende ontheffing.
– De rechtbank wijst schadevergoeding toe vanwege overschrijding van de redelijke termijn.
– Provincie en Staat worden veroordeeld tot het betalen van proces- en schadevergoedingen aan de eisers en aan de Faunabescherming.

Belangrijkste overwegingen

– De nadruk ligt op het aantonen van afwezigheid van alternatieven, goed habitatbeheer als randvoorwaarde, en strikte toetsing van het aantal te doden dieren.
– De faunabeheermaatregel mag enkel als laatste redmiddel worden ingezet na zorgvuldig afwegen en als aan alle wettelijke eisen is voldaan.




Overijssel mag van de rechter ganzen beheren in en rond zes Natura 2000-gebieden

Hier is een samenvatting van de uitspraak van de Rechtbank Overijssel (zaaknummer ZWO 24/3863) tussen Stichting De Faunabescherming en het college van Gedeputeerde Staten van Overijssel:

🦢 Kern van de zaak
De rechtbank oordeelt over de rechtmatigheid van een opdracht van het college aan de Faunabeheereenheid Overijssel (FBE) om de populatie koppelvormende grauwe ganzen in zes Natura 2000-gebieden in Overijssel te beperken door afschot met het geweer in de periode 1 januari t/m 15 maart, jaarlijks van 2024 t/m 2029.

📌 Standpunt van De Faunabescherming
De Faunabescherming is tegen deze opdracht en voert meerdere bezwaren aan, waaronder:

Er zou een natuurvergunning nodig zijn.
Er is onvoldoende aangetoond dat de schade aan gewassen door grauwe ganzen wordt veroorzaakt.
Er zijn andere, minder ingrijpende alternatieven mogelijk.
De opdracht zou kunnen leiden tot het verstoren of vernietigen van nesten, waarvoor geen ontheffing is verleend.

⚖️ Oordeel van de rechtbank
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Belangrijkste overwegingen:

Het college mocht aannemen dat geen natuurvergunning nodig is, omdat de uitvoering van het afschot zorgvuldig en verstoringsarm is ingericht.
Er is voldoende oorzakelijk verband tussen de schade aan gewassen en de aanwezigheid van grauwe ganzen.
De schade is belangrijk en structureel, met jaarlijkse schadebedragen van meer dan 1,5 miljoen euro.
Er zijn geen andere geschikte en bevredigende oplossingen dan populatiebeperking via afschot.
De uitvoering is beperkt, gecontroleerd en gericht op koppelvormende ganzen, niet op winterganzen of andere soorten.

📅 Gevolg
De opdracht blijft in stand. De Faunabescherming krijgt geen gelijk en ontvangt geen vergoeding van proceskosten of griffierecht.

Zie de uitspraak:https://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI:NL:RBOVE:2025:5836




Vergunning voor schadepreventie en -bestrijding bij vier ganzensoorten in Zeeland

De Faunabeheereenheid Zeeland heeft van Gedeputeerde Staten toestemming gekregen om beheermaatregelen uit te voeren gericht op vier ganzensoorten, met als doel het beperken van schade aan onder andere landbouwgewassen. Op dinsdag is hiervoor de benodigde omgevingsvergunning verleend.

Deze vergunning maakt het mogelijk om populatiebeheer en verjaging, ondersteund door afschot, toe te passen op de volgende soorten in de provincie Zeeland:

  • Grauwe gans
  • Brandgans
  • Kolgans
  • Grote Canadese gans

De vergunning is geldig van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031 en is verleend ter voorkoming van schade aan gewassen, vee, bossen, visserij en wateren.

Daarnaast zijn Gedeputeerde Staten voornemens het Faunabeheerplan Ganzen 2026-2031 goed te keuren. Beide ontwerpbesluiten liggen van 8 oktober tot en met 18 november 2025 ter inzage.




Rechter verleend geen toestemming afschieten wolf in Voorthuizen-Gelderland

De rechtbank Gelderland heeft geoordeeld dat de bezwaren van dierenorganisaties tegen het door de provincie Gelderland verleende afschotvergunning voor een specifieke wolf gegrond zijn. De provincie heeft onvoldoende aangetoond dat het doden van deze wolf noodzakelijk is en dat er geen geschikte alternatieven beschikbaar zijn. Daarnaast is niet onderbouwd wat de impact van het doden van deze wolf zou zijn op de instandhouding van de wolvenpopulatie. Ook is onvoldoende gewaarborgd dat daadwerkelijk alleen de betreffende wolf wordt gedood.

De zaak betreft een vergunning voor het afschieten van één specifieke wolf in de omgeving van Barneveld, nadat daar in korte tijd twintig aanvallen op schapen plaatsvonden. DNA-onderzoek wees uit dat deze wolf verantwoordelijk was voor ten minste acht van deze aanvallen, ondanks de aanwezigheid van hoge hekken met stroomdraad. Twee dierenorganisaties dienden bezwaar in tegen de vergunning en vroegen de rechtbank om een voorlopige maatregel, zodat de wolf niet gedood zou worden voordat op hun bezwaar is beslist.

De wolf is een beschermde diersoort. De provincie dient bij het nemen van een besluit tot afschot te voldoen aan wettelijke eisen, waaronder het onderzoeken van alternatieven. De provincie heeft alternatieven slechts op papier beoordeeld en niet in de praktijk getest. De rechtbank acht dit onvoldoende. In landen als Zweden en de Verenigde Staten worden bijvoorbeeld flapperlinten succesvol ingezet om wolven te weren, ook na eerdere aanvallen over wolfwerende hekken.

Verder heeft de provincie niet onderbouwd wat de gevolgen van het doden van deze wolf zijn voor de staat van instandhouding van de populatie, die momenteel als ongunstig wordt beschouwd. Het enkele feit dat de populatie groeit, is volgens de rechtbank onvoldoende. Ook is het risico dat een verkeerde wolf wordt gedood niet voldoende weggenomen. Het zenderen van wolven zou hier mogelijk een oplossing kunnen bieden.

De rechtbank verwacht dat de verleende toestemming in bezwaar niet in stand zal blijven. Daarom is het besluit van de provincie geschorst totdat op de bezwaarschriften is beslist. Dit betekent dat de betreffende wolf voorlopig niet mag worden afgeschoten.

Bron: Rechtbank Gelderland, 02-10-2025.




Gelderland wil meer mogelijkheden voor burgemeesters bij wolvenincidenten

Provincie Gelderland wil dat burgemeesters meer mogelijkheden krijgen om in te grijpen bij incidenten met wolven. Het provinciebestuur stuurt hierover een brief naar de minister van Justitie en Veiligheid, de heer Van Oosten.

Gelderland ondersteunt met de brief de oproep van burgemeesters van 22 gemeenten in Noordoost Gelderland, die vorige week vroegen om extra bevoegdheden om in te kunnen grijpen bij gevaar.

Handelingsperspectief

Burgemeesters kunnen in het kader van orde en veiligheid gebruikmaken van een noodbevoegdheid om in te grijpen als acuut gevaar dreigt. Hier wordt terughoudend mee omgegaan. Toen een burgemeester in het Drentse Waspe van deze bevoegdheid gebruik maakte om een wolf die een schapenhouder had aangevallen te laten doden, ontstond er veel commotie. Onduidelijkheid over bevoegdheden en kaders beperkt de slagkracht van burgemeesters in de toepassing van de noodbevoegdheid.

Ook provincies kunnen niet snel ingrijpen in gevaarlijke situaties. Via de omgevingswet kunnen vergunningen worden verleend om wolven te verstoren, te conditioneren of desnoods te doden, maar dit zijn langdurige trajecten.
Brief burgemeesters

Vorige week riepen de burgemeesters van 22 gemeenten van het Districtelijk Veiligheidsoverleg Noordoost Gelderland op om hun bevoegdheden uit te breiden, of om te verduidelijken hoe en wanneer deze mogen worden ingezet.




Door toenamen ganzenschade in heel Drenthe bestrijding mogelijk zonder bufferzones

In de provincie Drenthe zal binnenkort op ganzen gejaagd mogen worden, met uitzondering van Natura2000-gebieden en ganzenfoerageergebieden.

brandganzen

De bufferzones van 250 meter rondom Natura2000-gebieden, waar jacht verboden was, zullen verdwijnen. De provincie onderzoekt momenteel de effecten van de ganzenjacht binnen 250 meter van Natura2000-gebieden, maar het tijdstip van dit onderzoek is nog onbekend.

De jacht is bedoeld om schade aan landbouwgewassen te beperken en richt zich op drie soorten:

  • brandganzen,
  • grauwe ganzen en
  • grote Canadese ganzen. (landelijk vrijgestelde soort)

Volgens de provincie en de Faunabeheereenheid (FBE) neemt het aantal ganzen toe, wat leidt tot meer schade aan landbouwgewassen. De grauwe gans is de grootste veroorzaker van schade, aangezien deze zowel het hele jaar door in Drenthe verblijft als de provincie aandoet als trekvogel. Daarom staat de provincie naast schadebestrijding ook populatiebeheer toe, door middel van jacht en eierbehandeling.

Aantoonbare Schade

De provincie stelt dat er alleen op ganzen wordt gejaagd op locaties waar eerder schade is geconstateerd. Voor aanzienlijke schade aan kwetsbare gewassen mag het hele jaar door gejaagd worden in het Drentsche Aa-gebied, de noordelijke Veenkoloniën, Midden-Drenthe en grote delen van Zuidoost-Drenthe. Voor schade aan blijvend grasland is het jachtgebied in Zuidoost-Drenthe nog groter en omvat het gebieden rond Meppel en Ruinerwold, het Dwingelderveld en de gemeente Noordenveld. Hier mag alleen van 1 april tot 31 mei gejaagd worden.

Uitgebreid onderzoek heeft aangetoond dat minder ingrijpende middelen, zoals knalapparaten, vogelverschrikkers en lasers, onvoldoende effect hebben, omdat ganzen eraan wennen.

Exit Bufferzones

Animal Rights en Fauna4Life hadden bezwaar gemaakt tegen de eerste versie van de vergunning en zijn van plan dit bezwaar door te zetten of opnieuw bezwaar aan te tekenen. Volgens Erwin Vermeulen van Animal Rights mag je volgens de vogel- en habitatrichtlijn Natura2000-gebieden niet verstoren, wat wel gebeurt als je vlak ernaast gaat jagen. Hij vindt dat de provincie eerst onderzoek had moeten doen voordat de vergunning werd afgegeven.

Eerder Bezwaar

Volgens Vermeulen heeft de provincie niets gedaan met het eerdere bezwaar van de dierenorganisaties. De vergunning spreekt van ‘ondersteunend afschot’, maar het is onduidelijk wat, waar en hoeveel. Ook is de noodzaak voor het doden van ganzen en het vernietigen van nesten en eieren niet aangetoond. Ganzen zijn beschermde vogels en alleen in uitzonderlijke situaties mogen ingrijpende maatregelen worden genomen, beperkt in plaats en tijd. Deze ruime vergunning voldoet daar volgens de organisaties niet aan.