Faunabeheerplan Zuid-Holland biedt onvoldoende zekerheid voor alternatieven voor afschot konijnen

Den Haag, 16 september 2025

Het faunabeheerplan van de provincie Zuid-Holland voor de periode 2023-2029 biedt te weinig zekerheid dat andere manieren voor het beheer van de populatie konijnen worden afgewogen, voordat toestemming wordt gegeven voor het doden door afschot. Dat volgt uit een bestuurszaak bij de rechtbank Den Haag die is aangespannen door de stichtingen Fauna4Life en Animal Rights. Het college van Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland moet binnen 12 weken nieuwe besluiten nemen.

Het faunabeheerplan

In het faunabeheerplan 2023-2029 dat het college in juli 2023 heeft goedgekeurd, wordt ervan uitgegaan dat in Zuid-Holland ongeveer 200.000 konijnen leven. De dieren leven bij voorkeur op droge, halfopen terreinen met zanderige grond. De burchten die ze maken kunnen zeer uitgebreid worden. Gemiddeld krijgt een konijn twee of drie keer per jaar vijf jongen per worp. Door hun graafactiviteiten kunnen ze grote schade en risico’s veroorzaken op locaties als industrieterreinen, spoordijken, begraafplaatsen, trottoirs en sportvelden. Volgens het faunabeheerplan is het doden van konijnen op deze locaties noodzakelijk om schade te voorkomen.

In het faunabeheerplan zijn alternatieve maatregelen voor afschot van konijnen beschreven en wordt ingegaan op de effectiviteit daarvan. Eén van de alternatieve maatregelen is het plaatsen van rasters. Daarover wordt opgemerkt dat die kunnen worden ondergraven en dat jonge konijnen door mazen in een raster kunnen kruipen. Elektrische rasters zijn wel effectief, maar lang niet overal toepasbaar of gewenst. Over een maatregel als het vangen en herplaatsen van konijnen wordt toegelicht dat dit moeilijk is. De habitat moet geschikt worden gemaakt en gevangen konijnen overleven een verplaatsing vaak niet. Verder is duidelijk dat konijnen altijd zullen terugkeren, zolang het terrein geschikt leefgebied is.

Voor het uitvoeren van het faunabeheerplan heeft het college een ontheffing verleend aan de faunabeheereenheid. Dat is een eenheid die de uitvoering van het faunabeheer in de provincie coördineert en in een concreet geval toestemming voor afschot van konijnen verleent aan de beheerder van een terrein.

Beroepen

De stichtingen Fauna4life en Animal Rights zijn in beroep gegaan tegen de goedkeuring van het faunabeheerplan en de verlening van de ontheffing. Volgens de stichtingen worden al jarenlang duizenden konijnen doodgeschoten zonder dat dit het probleem heeft opgelost. Diervriendelijke oplossingen – zoals werende en verjagende maatregelen en het wegvangen en elders vrijlaten van konijnen – worden ten onrechte verworpen als niet bevredigende oplossingen, stellen ze.

In deze zaak beoordeelt de rechtbank of het college het faunabeheerplan mocht goedkeuren en of de ontheffing mocht worden verleend.
Oordeel rechtbank

De rechtbank oordeelt dat het college toereikend heeft onderbouwd dat op de locaties waar het faunabeheerplan op ziet in zijn algemeenheid schade niet voldoende kan worden voorkomen door het nemen van proportionele alternatieve maatregelen. Er wordt dus niet ontkomen aan het beheren van konijnen door afschot. Maar dit betekent niet dat direct tot afschot kan worden overgegaan. Zoals in het faunabeheerplan staat, moet in concrete gevallen eerst naar alternatieve maatregelen worden gekeken. Afschot kan alleen worden uitgevoerd als de beheerder een plan van aanpak maakt dat vervolgens wordt goedgekeurd door de faunabeheereenheid. Onderdeel daarvan is de verplichte inzet van werende en verjagende middelen, als dit mogelijk is.

De rechtbank oordeelt dat het faunabeheerplan geen kaders of instructies voor de faunabeheereenheid bevat om het plan van aanpak van een beheerder te kunnen beoordelen. Hierdoor is onvoldoende verzekerd dat andere oplossingen goed worden afgewogen, voordat er toestemming komt voor het door afschot doden van konijnen. Daar komt bij dat het college het bevoegd gezag is, maar geen toezicht houdt op de manier waarop de faunabeheereenheid het plan van aanpak beoordeelt. De rechtbank oordeelt dat het besluit tot goedkeuring van het faunabeheerplan onvoldoende is gemotiveerd. Daaruit volgt dat ook het ontheffingsbesluit onvoldoende is gemotiveerd. De beroepen van de stichtingen zijn daarom gegrond.

Het college moet binnen 12 weken opnieuw beslissen op de bezwaren van de stichtingen tegen de goedkeuring van het faunabeheerplan en opnieuw beslissen op de aanvraag van de faunabeheereenheid voor een ontheffing. Dit alles met inachtneming van deze uitspraak.

UITSPRAAK: ECLI:NL:RBDHA:2025:16921




Tweede Kamer blokkeert behandeling jacht en Faunabeheer dossier door dit controversieel te verklaren

De vaste commissie voor Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (LVVN) heeft op 11 september in meerderheid besloten een verdere behandeling van een reeks landbouwdossiers door demissionair minister Femke Wiersma en demissionair staatssecretaris Jean Rummenie van het ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur controversieel te verklaren. Het gaat hierbij om de navolgende onderwerpen:

  • Het Convenant dierwaardige veehouderij,
  • Het vervangen van de kritische depositiewaarde in de stikstofwet, een grondgebonden melkveehouderij,
  • Een nieuwe derogatie, voorstellen over kraamkooien,
  • Oneerlijke handelspraktijken en genetische veredelingstechnieken en
  • De verdere uitwerking van het agrarisch natuurbeheer,
  • Het verlagen van de beschermde status van de wolf,
  • de jacht en het faunabeheer.

    • De stelselwijziging van jacht en faunabeheer,
    • De beschermingsstatus van de wolf en goudhalsjakhal




Wild Zwijnen advies FBE Noord-Brabant

Zie ook : Wilde zwijnen in Noord-Brabant – een scenarioanalyse




Wilde zwijnen in Noord-Brabant – een scenarioanalyse”

In Noord-Brabant vormt het beheer van wilde zwijnen een toenemende uitdaging. Het huidige nulstandbeleid, waarbij er geen instandhoudingsverplichting voor de soort bestaat, is niet langer effectief gebleken in het beperken van schade aan landbouw, volksgezondheid, verkeersveiligheid en flora en fauna. Ondanks inspanningen om de aanwezigheid van wilde zwijnen te beperken, nemen de populaties toe en breiden zij hun leefgebieden uit. Daarom is de Zwijnencommissie, bestaande uit diverse vertegenwoordigers van betrokken belangenorganisaties, gevraagd om het beheer te evalueren en een advies te formuleren voor een toekomstbestendig beleid.

Het huidige nulstandbeleid wordt als niet haalbaar beschouwd en stuit op ecologische en maatschappelijke bezwaren. Het beleid heeft geleid tot conflicten tussen landbouw- en natuurbelangen en wordt door stakeholders als onvoldoende effectief ervaren, mede door de vrijblijvendheid in de uitvoering, uiteenlopende belangen en een gebrek aan eenduidige sturing en visie.

Daarnaast is er een toenemende erkenning van de ecologische voordelen van de aanwezigheid van wilde zwijnen, zoals hun bijdrage aan biodiversiteit en natuurlijke processen in bos- en natuurgebieden. De Zwijnencommissie onderzocht, op basis van het rapport ‘Wilde zwijnen in Noord-Brabant – een scenarioanalyse’, vier scenario’s, variërend van volledige uitroeiing tot vrijlevende populaties.
Scenario B (wilde zwijnen vrijlevend met beheer en afschot) geniet de voorkeur vanwege het brede draagvlak en de balans tussen ecologische voordelen en beheersing van schade. Het erkent de intrinsieke waarde van het wilde zwijn en doet meer recht aan zijn wettelijke status als inheemse diersoort. Dit scenario beoogt het toestaan van wilde zwijnen in bos- en natuurgebieden, waarbij strikte randvoorwaarden gelden om de populatie te beheersen middels afschot. Het legt nadruk op een planmatige aanpak en stuurt op een natuurlijke dichtheid, gebaseerd op de ecologische draagkracht: de dichtheid waarbij het ecosysteem in balans is. De richtlijn hiervoor is 1 wild zwijn per 100 hectare bos- en natuurgebied.

Dit dient echter als richtlijn ter indicatie om inzicht te krijgen in de dichtheid waarbij een natuurlijke balans ontstaat, aangezien een hogere dichtheid negatieve effecten op de natuur veroorzaakt. Er blijft ruimte voor natuurlijke fluctuaties, als gevolg van variërende mastjaren. Door continu te sturen op de gewenste balans wordt biodiversiteit bevorderd en worden schade en overlast geminimaliseerd. De focus ligt op schadepreventie door middel van effectgericht populatiebeheer. De praktische invulling hiervan dient geborgd te worden in een uitvoeringsplan, zodat de populatiebeheersing en schadepreventie binnen de gestelde randvoorwaarden effectief kunnen worden uitgevoerd.
De Zwijnencommissie adviseert om het huidige nulstandbeleid op te heffen en over te gaan naar een beleid volgens scenario B. Dit scenario erkent de belangrijke ecologische waarde van wilde zwijnen en hanteert een beheerstrategie die de populatie op een laag niveau houdt om schade aan maatschappelijke en ecologische belangen te minimaliseren en beheersbaar te houden. Cruciaal hierbij is de integrale toepassing van vastgestelde randvoorwaarden, omdat een selectieve implementatie het risico vergroot dat het beheer tekortschiet en schade toeneemt. Hoewel schade nooit volledig te voorkomen is, moet deze binnen maatschappelijk aanvaardbare grenzen blijven om het draagvlak voor de soortbescherming op lange termijn te waarborgen. Dit vereist een gecoördineerde aanpak, met betrokkenheid van alle stakeholders, ondersteuning van jagers en terreinbeheerders, en een solide juridische basis die snelle interventie mogelijk maakt bij overpopulatie of uitbraken van dierziekten zoals Afrikaanse Varkenspest (AVP).

De scenario-analyse in de Zwijnencommissie-rapportage voor Noord-Brabant vergelijkt vier beleidsopties omtrent wilde zwijnenpopulaties: (A) vrijlevend zonder afschot, (B) vrijlevend met beheer én afschot, (C) niet-vrijlevend met leefgebieden begrensd door rasters, en (D) géén wilde zwijnen. Scenario B – vrijlevend met beheer en afschot – wordt als meest gedragen oplossing voorgesteld, omdat het ecologische voordelen met maatschappelijk draagvlak en effectieve schadebeperking combineert.

De belangrijkste adviezen zijn:

  • Beleidswijziging: Hef het huidige nulstandbeleid op en herzie het beleid volgens scenario B (vrijlevend met beheer en afschot), met bijbehorende randvoorwaarden als onderdeel. Stuur op een natuurlijke (lage) dichtheid van wilde zwijnen in bos- en natuurgebieden, met een richtlijn van één wild zwijn per 100 hectare in bos- en natuurgebied.
  • Permanent populatiebeheer: Implementeer permanent populatiebeheer en voer beheer uit op basis van geobserveerde effecten, in plaats van reactief te handelen op basis van populatieomvang.
  • Juridische borging en escalatieladder: Leg een juridisch houdbare en praktisch uitvoerbare escalatieladder vast, waarmee snel kan worden ingegrepen bij verhoogde risico’s/schades of onvoldoende naleving van afspraken.
  • Hef de zwijnentafels op: Stuur in de regio centraal aan door middel van gezamenlijke uitvoeringsoverleggen met uitsluitend uitvoerende partijen om een doelgerichte en efficiënte aanpak in de uitvoering van het beheer en het maken van praktische afspraken te borgen, zonder discussie over beleidsuitgangspunten.
  • Risico’s Afrikaanse Varkenspest (AVP): Ontwikkel een crisisplan voor Noord-Brabant voor AVP met duidelijke verantwoordelijkheden en dekking van kosten. Daarnaast worden preventieve maatregelen aanbevolen om insleep en verspreiding van ziekten te beperken, waaronder compartimentering van risicogebieden bij een uitbraak.

Dit advies biedt een toekomstgericht kader dat de balans bewaart tussen ecologische en maatschappelijke belangen en recht doet aan de intrinsieke waarde van het wilde zwijn. Het erkent de wettelijke status van het wilde zwijn als inheemse diersoort en streeft naar een duurzame aanwezigheid van de populatie en het leefgebied binnen de provincie, waarbij een gunstige staat van instandhouding wordt nagestreefd met een beheersbare impact op landbouw, bebouwde omgeving, infrastructuur en flora en fauna. Dit betekent dat het wilde zwijn niet langer als uitzonderingsgeval wordt beschouwd, maar als een volwaardige inheemse en beschermde soort met een essentiële rol in het Brabantse landschap en de ecologische processen die dit landschap vormen.

Regionale coördinatie en centrale aansturing via gezamenlijke overleggen van uitsluitend uitvoerende partijen waarbinnen afstemming en evaluatie van effectiviteit plaatsvinden zonder beleidsdiscussies.
Juridische borging en schadecompensatie: Borgen via zorgvuldig getoetste regelgeving en een juridische en praktisch toepasbare escalatieladder (interventieteam bij overschrijding schade- of populatienorm). Financiële prikkels: schadevergoeding alleen bij preventieve maatregelen; subsidiëring van rasters en faciliteren van monitoring om meldingsbereidheid te vergroten.
Monitoring & adaptief beheer: Sturing op effecten in plaats van absolute aantallen (o.a. via Faunaschade, getaxeerde schades, afschotanalyse, monitoring verkeersincidenten en mapping van verspreiding). Jaarlijkse evaluaties met mogelijkheid tot bijsturing op basis van nieuwe inzichten, inclusief gebiedsgerichte scenario’s en maatwerkafspraken.

Om recht te doen aan deze ecologische en maatschappelijke waarde is het van belang dat de aanwezigheid van wilde zwijnen wordt geaccepteerd binnen zorgvuldig gestelde randvoorwaarden, waarbij beheersbare populaties en situaties centraal staan. Dit is bovendien niet alleen nodig om schade aan maatschappelijke belangen te beperken, maar ook om op lange termijn de bescherming en instandhouding van de soort te borgen. Een effectieve uitvoering van dit beleid vereist heldere randvoorwaarden en breed gedragen consensus over deze visie, zodat ecologie en maatschappij in samenhang kunnen profiteren van een duurzaam beheer.
Voor de toelichting en wetenschappelijke onderbouwing van de uitgangspunten van dit advies wordt verwezen naar de rapportage “Wilde zwijnen in Noord-Brabant – een scenarioanalyse”, die is opgenomen als Bijlage IV bij dit advies. Op basis van deze gegevens is dit advies tot stand gekomen. De inhoud, uitgangspunten en begrippen worden hier niet opnieuw uitgewerkt; in plaats daarvan wordt verwezen naar de betreffende bijlage.

Overzicht scenario’s en hun effecten:

  • Scenario A: Vrijlevend zonder afschot. Zwijnenpopulaties mogen zich onbeperkt ontwikkelen; dit leidt tot hoge dichtheden, conflicten met landbouw, veel schade en risico’s voor verkeersveiligheid en ziekteverspreiding. Niet haalbaar en niet wenselijk bevonden door stakeholders.
  • Scenario B: Vrijlevend met beheer en afschot. Zwijnen zijn toegestaan in bos- en natuurgebieden binnen strikte randvoorwaarden waaronder permanente populatieregulatie door afschot. Streefniveau is 1 zwijn per 100 hectare, met aanpassingen op basis van ecologische draagkracht en schade-effecten. Dit scenario geniet de breedste steun vanwege het gebalanceerde compromis tussen soortenbescherming, biodiversiteit en beperking van overlast en schade.
  • Scenario C: Niet vrijlevend, wel binnen rasters. Zwijnen worden beperkt tot omrasterde gebieden, waarbij genetische isolatie, hoge lokale dichtheden en onnatuurlijke beperkingen voor ecologisch functioneren optreden. Ook heeft dit scenario weinig draagvlak vanwege de kosten, praktische nadelen en ethische vragen.
  • Scenario D: Geen wilde zwijnen. Volledige uitbanning; ecologische waarde van het zwijn vervalt, maar volledige nulstand is in de praktijk onhaalbaar, onder andere door instroom van migranten uit buurlanden. Maatschappelijk wordt dit ook als ongewenst gezien.

Scenario-vergelijkingstabel:

Scenario B scoort het best in de scenario-analyse, want:

– Het erkent de intrinsieke en ecologische waarde van het wilde zwijn als inheemse soort in Brabant en zijn rol in biodiversiteit en natuurlijke processen.
– Het houdt door afschot de populatie op een ecologisch en maatschappelijk acceptabel laag niveau, en voorkomt excessen zoals schade aan landbouw, verkeersincidenten en epidemieën zoals Afrikaanse varkenspest.
– Populatiebeheer focust zich niet op exacte aantallen maar op zichtbare effecten op natuur, landbouw en veiligheid. Monitoring en adaptief beheer zorgen ervoor dat bij toenemende negatieve effecten direct kan worden bijgestuurd.
– Strikte randvoorwaarden garanderen dat populaties niet buiten bos- en natuurgebieden vestigen en dat schade niet op één stakeholdergroep afgewenteld wordt.

Randvoorwaarden en effecten:

Natuurlijke/‘lage’ dichtheid: Richtlijn is 1 wild zwijn per 100 hectare bos- en natuurgebied (afhankelijk van draagkracht en fluctuaties door mastjaren). Fluctuaties zijn acceptabel zolang het ecosysteem in balans blijft, met extra inspanning in jaren met hoge natuurlijke aanwas of risico op ziekteverspreiding.
Populatiebeheer en samenwerking: Beheer door structureel afschot, inclusief inzet van alle wettelijk toegestane middelen; vangkooien blijven slechts in uitzonderingsgevallen beschikbaar.

Conclusie:

Scenario B uit de scenario-analyse, waarin zwijnen vrij kunnen leven met strak gecontroleerd beheer en afschot, is in de rapportage als best onderbouwde en breedst gedragen toekomstoptie voor Noord-Brabant naar voren gekomen. Het biedt een compromis waarin ecologische, maatschappelijke en economische belangen samenkomen, mits alle randvoorwaarden integraal en gebiedsgericht worden toegepast.

Bronnen:

Advies-Zwijnencommissie_Def_aanbiedingsbrief-GS.pdf

Trouw: Het wild zwijn krijgt meer ruimte in Noord-Brabant maar zijn ook grenzen vastgesteld




Probleemwolf die 60 schapen dode in Voorthuizen Gelderland mag afgeschoten worden

Uit DNA-onderzoek is gebleken dat meerdere aanvallen onomstotelijk door dezelfde wolf zijn uitgevoerd, waardoor deze officieel als probleemwolf wordt aangemerkt. Dit is de eerste keer dat een vergunning wordt verleend voor het afschieten van een wolf die vee heeft aangevallen.

Eerder zijn al twee keer afschotvergunningen verleend voor wolven, maar dit betrof een wolf die een hardloopster beet in Nationaal Park De Hoge Veluwe en een wolf in de provincie Utrecht die betrokken was bij meerdere bijtincidenten. Dierenrechtenorganisaties hebben zonder succes geprobeerd deze vergunningen tegen te houden. Beide wolven zijn tot op heden niet afgeschoten.

Een wolf die in Voorthuizen (GD) in korte tijd meer dan zestig schapen heeft gedood, mag worden afgeschoten. Dit heeft de provincie Gelderland donderdag besloten. Het roofdier heeft bijna twintig keer een correct aangebracht wolfwerend raster oversprongen om bij de schapen te komen.

Volgens het Landelijk Wolvenplan, het provinciale Wolvenbeheerplan en het Wolvenplan van de gezamenlijke provincies wordt een wolf die meer dan twee keer in twee weken tijd schapen aanvalt achter goedgekeurde wolfwerende rasters, als probleemwolf beschouwd.
Omdat andere maatregelen volgens deskundigen onvoldoende effect hebben om het gedrag af te leren, heeft Gelderland besloten de wolf die rondloopt in de gemeente Barneveld, af te laten schieten.

Voor het beheer van de wolf is een maatwerkvoorschrift afgegeven aan de Faunabeheereenheid Gelderland. Tegen dit besluit kan bezwaar en beroep worden aangetekend. De Faunabeheereenheid moet na publicatie vijf dagen wachten voordat het besluit mag worden uitgevoerd, zodat bezwaarmakers eventueel een voorlopige voorziening kunnen aanvragen bij de rechte

De Faunabescherming en Animal Rights hebben via sociale media laten weten dat ze naar de rechter stappen om te voorkomen dat de probleemwolf wordt afgeschoten. Ze hopen dat de rechter de afschotvergunning, die op korte termijn ingaat, zal schorsen Animal Rights beschouwt de vergunningaanvraag als een politieke, populistische actie van het Gelderse provinciebestuur. Het heeft niets te maken met de bescherming van vee, want dan zou men bijvoorbeeld schade-uitkeringen afhankelijk maken van genomen beschermende maatregelen en handhaven bij het niet bieden van afdoende bescherming’, aldus de dierenrechtenorganisatie..




Hubertusvieringen Wildbeheereenheid Gendringen-Bergh.

Op zondag 26 oktober zal wederom een St. Hubertusviering worden georganiseerd. Deze viering zal plaatsvinden in de R.K. Kerk St. Martinus te Megchelen. Aanvang 10.00 uur.

Pastor Mia Tankink zal voorgaan in deze viering.

Gekleurde beuken en prachtige geweien zullen de kerk weer een mooie uitstraling geven. Na afloop zullen jagers en de (jacht)honden, ook deze zijn weer van harte welkom tijdens de viering, de Hubertus zegen ontvangen.

Na afloop is er gelegenheid om onder het genot van een kop koffie en een stevige maaltijdsoep nog even na te praten bij zalencentrum Jan ter Voert.

Het wordt erg op prijs gesteld dat de jagers en drijvers in het “groen” komen.

__________________

Tevens wordt er dit jaar op zaterdag 25 oktober een speciale kinderviering georganiseerd. Het thema is “er samen op uit”.
Aanvang 18.00 uur, inloop vanaf 17.45 uur. Het is voor kinderen in de leeftijdsgroep 6 t/m 12 jaar.

We gaan er met de kinderen “samen op uit” en kunnen zij kennis maken met verschillende dieren, maar ook met bomen en heesters.
Ook zijn er sporen van dieren te vinden en met kan proberen te spelen op een jachthoorn. Ook vertellen we het verhaal van de jager.
Tevens zijn er roofvogels in de kerk aanwezig. Het beloofd een actieve viering te worden.

_________________________________

Op zondag 16 november blazen wij ook , nu voor het tweede jaar, een Sint Hubertusviering in de Sint Pancratiuskerk- Hofstraat 4 – in ‘s-Heerenberg.




Damherten Amsterdamse Waterleidingduinen bijna op streefgetal ecologische balans

Het rapport over het damhertenbeheer in Noord- en Zuid-Holland voor het seizoen 2023-2024 toont aan dat de populatie damherten door intensief beheer aanzienlijk is teruggedrongen, maar dat verdere inspanning nodig is om streefstanden en ecologische balans te bereiken.Het aantal dieren, dat jarenlang te groot was waardoor flora en fauna in gevaar raakten, is gedaald van ruim 5500 in 2016 naar een kleine 1000 dit jaar.

Doel en gebied

Het beheer richt zich op het terugbrengen van de populatie damherten tot 800-1000 dieren, waarvan 600-800 in het leefgebied AWD-BN (Amsterdamse Waterleidingduinen en Boswachterij Noordwijk) en circa 200 in NPZK (Nationaal Park Zuid-Kennemerland). Buiten de leefgebieden wordt gestreefd naar een nulstand ter voorkoming van schade en overlast[1].

Uitvoering en resultaten 2023-2024

– In het seizoen 2023-2024 zijn in totaal **2948 damherten** gedood: 2900 door beheer en 48 als valwild (overleden door andere oorzaken dan beheer
– Het grootste deel van het afschot vond plaats in de aangewezen leefgebieden, met focus op vrouwelijke dieren en kalveren om de reproductie en aanwas te beperken
– Na beheer zijn nog **338 damherten geteld in NPZK en 1083 in AWD-BN, met een dalende trend richting de streefstand, maar beide nog boven het gewenste niveau[.
– In de bufferzones en nulstandgebieden werd jaarrond beheer uitgevoerd om schade en overlast mee te bestrijden; buiten het leefgebied zijn vooral mannelijke dieren geschoten door hun exploratief gedrag.

Populatieontwikkeling en monitoring

– De damhertenpopulatie wordt jaarlijks in drie telronden gemonitord, waarbij weersomstandigheden de waarnemingen beïnvloeden en tellingen een minimale trend aangeven.
– Fluctuaties in getelde aantallen zijn mede het gevolg van terrein en telmethodiek, waardoor de daadwerkelijke populatie hoger ligt dan de tellingen suggereren.
– Strikte focus op het afschot van hinden en kalveren in AWD-BN zorgt voor een gestage daling van zowel populatieomvang als groeisnelheid.

Effecten op flora, fauna en wettelijke belangen

– Er is nog altijd sprake van schade aan natuur door overbegrazing en vertrapping door damherten, hoewel er in bepaalde zones eerste tekenen van herstel zichtbaar zijn (vooral vegetatie).
– Herstel in insectenpopulaties is nog niet duidelijk zichtbaar, mogelijk door de kleine schaal van beschermde zones en het ontbreken van kernpopulaties.
– Het aantal aanrijdingen met damherten vertoont een dalende trend, maar monitoring in komende jaren blijft essentieel.

Aanbevelingen en conclusies

– Voor komend beheerseizoen moet de nadruk blijven liggen op reductie van het aantal hinden en kalveren, met inzet van alle ter beschikking staande capaciteit.
– In AWD-BN is de streefstand voor hinden grotendeels bereikt, nu kan focus verschuiven naar reductie van mannelijke damherten en nieuwe aanwas[.
– In NPZK moet zowel het aantal hinden als herten verder teruggebracht worden; het waarnemingspercentage ligt daar lager door het open karakter van het gebied.
– Beheerinzet is voorlopig voldoende om, volgens het huidige Faunabeheerplan, de streefstanden te bereiken, mits de trend zich voortzet en de beheerinspanning gehandhaafd blijft.

Deze samenvatting presenteert de hoofdlijnen en resultaten van het beheer, en schetst de uitgangspunten en benodigde acties voor het komende jaar, gericht op ecologisch herstel en beperking van maatschappelijke schade.

Bron:
Rapportage-beheer-en-telling-damherten-Beheerseizoen-2023-2024.pdf




Myxomatose bij veldhazen verspreidt zich verder in Duitsland

Bron: DJV

22. Augustus 2025 (DJV) Berlijn

Het aantal geïnfecteerde dieren in Nedersaksen, Noordrijn-Westfalen en Sleeswijk-Holstein neemt snel toe. DJV vraagt om zieke dieren te verwijderen, meer aandacht te besteden aan wild en vondsten te melden via de dierenvind-kadaster-app.

Let op: myxomatose. Meld dode veldhazen via de kadaster-app voor dieren. (Bron: Grell/DJV)

Myxomatose bij veldhazen komt sinds half augustus 2024 steeds vaker voor in Noordrijn-Westfalen en Nedersaksen, sinds juli van dit jaar is ook Sleeswijk-Holstein getroffen. De ziekte wordt veroorzaakt door het myxomavirus uit de familie van de pokkenvirussen. Het wordt overgedragen door steken en lichaamsvloeistoffen. Tot nu toe werd de ziekte als konijnenspecifiek beschouwd en werd slechts sporadisch bij veldhazen aangetroffen.

De incubatietijd is slechts een paar dagen en resulteert in een zeer hoog sterftecijfer van ongeveer 80 procent. Typische symptomen zijn sterk beperkt vluchtgedrag, apathie, bloeddoorlopen, etterend ontstoken ogen en zwelling van het genitale gebied.

Om de verspreiding van myxomatose zoveel mogelijk te beperken, vraagt de Duitse jachtvereniging (DJV) om zieke konijnen te verwijderen. Jagers moeten vooral opvallend wild, zieke of gedragsmatige veldhazen letten, vooral in gebieden die nog niet zijn getroffen. Zichtbaar ernstig zieke dieren mogen ook buiten de reguliere jachtperiode worden verwijderd in het kader van het neerschieten van het om onnodig lijden te voorkomen. Overlode dieren moeten voor onderzoek worden gebracht naar de bevoegde veterinaire dienst of op de juiste manier worden verwijderd. De kadavers mogen in geen geval open in het territorium blijven of naar Luder-plaatsen worden gebracht. Het is vooral belangrijk om kleding, schoenen en jachtuitrusting na een verblijf in getroffen gebieden grondig te reinigen en te desinfecteren om verspreiding van het virus te voorkomen.

De DJV raadt aan om geen konijnenjacht te houden in gebieden waar steeds meer wild voorkomt. In gebieden met fazanten moeten drijfjachten tot vier weken na het laatste optreden van myxomatose rusten om de onrust tijdens de epidemiefase te minimaliseren. Hondenwerk aan de haas en het doorgeven van sleepwild uit de getroffen gebieden moeten worden vermeden. Gebiedseigenaren met een stabiele konijnen en een laag aantal gevallen wild kunnen de jacht voortzetten.

Het registreren van indicatoren is erg belangrijk voor het detecteren van inbraken bij konijnen. De DJV vraagt daarom alle jagers om vooral op dode veldhazen te letten en zieke en gedode dieren in te schrijven in het dierenkadaster – met foto en het vermoeden van myxomatose in het commentaarveld. Gebruik hiervoor de Dierfund-Kadaster-App. Elk afzonderlijk bericht helpt om de omvang en het verloop van de epidemie op een wetenschappelijk onderbouwde manier te kunnen begrijpen. Een zo volledig mogelijke registratie is essentieel om de verspreiding van myxomatose op regionaal en nationaal niveau beter te kunnen beoordelen en passende maatregelen te kunnen nemen.




DWHC – Opkomende ziekte hazenmyxomatose blijven volgen in 2025

Vanaf augustus vorig jaar nam het aantal meldingen van zieke hazen met verdikte ogen die vaak blind leken en omvielen toe (zie https://dwhc.nl/2024/11/stand-van-zaken-hazenonderzoek/). Na onderzoek bleek het te gaan om een nieuwe variant van het myxomatose-virus die eerder alleen in konijnen en de Iberische haas in Spanje en Portugal was vastgesteld. In Nederland gingen vorig jaar voornamelijk in Gelderland en Overijssel, maar ook in Limburg en Groningen, veel hazen dood aan deze opkomende ziekte.

Ook dit jaar willen we graag nauw in de gaten houden waar het virus voorkomt en zo een eventuele verdere verspreiding ervan volgen. Hiervoor vragen we weer jullie samenwerking met de monitoring. Dit door het melden van zieke en dode hazen inclusief foto, en indien mogelijk het insturen van verse exemplaren voor het onderzoek. Ook als het dier niet ingestuurd kan worden, geeft een melding ons belangrijke informatie en inzicht.

Wat te doen bij een zieke of dode haas?

Let op: voeg indien mogelijk een duidelijke foto toe bij de melding. Dit helpt om de ziekteverschijnselen beter in te schatten.

Omgaan met kadavers of zieke hazen

Raak de dode dieren nooit met blote handen aan. Myxomatose is weliswaar geen zoönose, en dus in principe niet gevaarlijk voor mensen, maar dode hazen kunnen wel andere ziektekiemen hebben die wel gevaarlijk zijn voor mensen, zoals tularemie (hazenpest: https://dwhc.nl/?s=tularemie).

– Zieke haas: graag melden bij de dierenambulance(telefoon:144) als via het formulier van DWHC:.

– Haas, vers dood korter dan 24 uur : de haas dubbel inpakken in plastic en koel wegleggen. Graag melden voor onderzoek (https://dwhc.nl/meldingsformulier/meldingen-voor-insturen/) Per dag wordt gekeken welke dieren kunnen worden opgehaald voor onderzoek. U hoort zo snel mogelijk van ons.

– Haas, langer dan 24 uur dood: de haas dubbel ingepakt in plastic bij het restafval doen. Graag melden voor inzicht (https://dwhc.nl/meldingsformulier/meldingen-voor-inzicht-in-sterfte/).




Wolvenschade breekt record: nu al meer slachtoffers dan in heel 2024

Bron: BIJ12

Explosieve stijging dodelijke aanvallen op landbouwhuisdieren

De schade door wolven in Nederland stijgt sneller dan ooit. In de eerste zeven maanden van het huidige schadejaar zijn al meer landbouwhuisdieren door wolven omgekomen dan in het volledige schadejaar 2024.

Volgens recente cijfers van BIJ12, het meldpunt voor provinciale wolvenschade, zijn tussen 1 november 2024 en 11 juni 2025 al 2.353 dode dieren geregistreerd. Ter vergelijking: in het hele schadejaar 2024 (van 1 november 2023 tot 31 oktober 2024) kwamen 2.293 dieren om door wolven, waarmee het nieuwe record al binnen zeven maanden is verbroken.

De meeste slachtoffers vallen onder schapen, maar ook geiten, koeien, pony’s, alpaca’s en zelfs een ezel zijn gedood of moesten na een aanval worden geëuthanaseerd. Naast de dodelijke slachtoffers raakten in het lopende schadejaar nog eens 391 dieren gewond en zijn er 176 dieren vermist geraakt na een wolvenaanval.

Nieuw recordaantal slachtoffers

De groei van het aantal slachtoffers door wolven is opvallend: tien jaar geleden, in schadejaar 2015, telde Nederland slechts 8 dode landbouwhuisdieren door wolven. In 2020 lag dit aantal op 315. Daarna volgden meerdere jaren waarin telkens records werden gebroken: 1.043 slachtoffers in 2022, 1.123 in 2023, en in 2024 een verdubbeling naar 2.293. Na de eerste zeven maanden van schadejaar 2025 staat de teller nu al op 2.353 slachtoffers.

Regionale spreiding van de schademeldingen

Dit schadejaar zijn bij BIJ12 in totaal 633 meldingen van bevestigde wolvenschade gedaan, wat neerkomt op gemiddeld 90 meldingen per maand.

• Gelderland voert de lijst aan met 278 meldingen.

• Drenthe (125),

• Friesland (107),

• Overijssel (53),

• Utrecht (39) en

• Groningen (20).

• In Flevoland werd de wolf opnieuw actief; in Tollebeek en Nagele in de Noordoostpolder werden vijf keer schapen aangevallen.

• In Limburg en Brabant blijft de schade tot nu toe beperkt tot elk 3 meldingen.

De verwachting is dat het aantal slachtoffers dit schadejaar verder zal oplopen, waarmee de zorgen over wolvenschade in Nederland onverminderd actueel blijven.