Provincie Limburg gaat door met begrenzen leefgebied wilde zwijnen rond De Meinweg

Wilde zwijnen zijn prachtige dieren, maar zorgen in Limburg ook regelmatig voor overlast. De Provincie Limburg stelt nu samen met Staatsbosbeheer, LLTB, Waterschap Limburg en de gemeenten Roermond en Roerdalen geld beschikbaar voor de instandhouding van het wildwerend raster rond het leefgebied van wilde zwijnen in het Natura 2000-gebied De Meinweg.

Al tien jaar lang beschermt het raster landbouwgebieden tegen schade door wilde zwijnen. Het leefgebied van deze dieren – circa 2.000 hectare op Limburgs grondgebied – grenst direct aan een veel groter gebied net over de Duitse grens. Het raster werkt goed. Sinds de aanleg van het raster is er sprake van een sterke daling van landbouwschade door zwijnen

Voorkomen van Afrikaanse Varkenspest

Naast het beperken van landbouwschade vervult het raster een belangrijke rol in het tegengaan van de verspreiding van Afrikaanse Varkenspest, een besmettelijke dierziekte die onder wilde zwijnen voorkomt. In Duitsland zijn deze besmettingen onlangs dichter bij de Nederlandse grens vastgesteld, waardoor extra waakzaamheid geboden is. Een uitbraak van de Afrikaanse Varkenspest kan grote economische schade en dierenleed veroorzaken.

Nieuwe subsidieperiode 2026-2030

Om het onderhoud en beheer van het raster ook de komende jaren te waarborgen, investeert de Provincie 235.000 euro. Ook Staatsbosbeheer, LLTB, Waterschap Limburg en de gemeenten Roermond en Roerdalen dragen bij. Gedeputeerde Léon Faassen: “Eén van de kenmerken van een succesvol project is betrouwbaar onderhoud. Iets wat goed werkt heeft aandacht en verzorging nodig. Daar staat lang niet iedereen dagelijks bij stil. Maar de professionals én vrijwilligers die betrokken zijn bij dit wildraster gelukkig wel. De Wildbeheereenheid Roerstreek is hierin erg belangrijk voor het gebied. Nu kunnen rondom De Meinweg mens, natuur en landbouw naast elkaar bestaan. Dat willen we graag zo houden.”

Staatsbosbeheer, gemeente Roerdalen en gemeente Roermond zullen bij hun wegen, voetpaden en ruiterpaden het onderhoud aan wildroosters, de poorten en de looppoortjes verzorgen.




Gelderland stelt 49.000 euro beschikbaar voor het transport van geschoten ganzen naar de poelier en beheer edelherten d.m.v. afschot mogelijk in Oostvaardersplassen na uitspraak Raad van State

Ganzentaxi

De schade door ganzen vormt een grote kostenpost voor zowel boeren als de natuur – een schade van enkele miljoenen per jaar. Dit komt mede doordat de populatie grauwe ganzen al jaren ruim boven de afgesproken doelstand zit: 60.000 in plaats van de gewenste 30.000. Provinciale Staten van Gelderland besloten daarom vorig jaar de populatie voor 2028 terug te brengen naar het gewenste niveau.

De dode dieren worden met een speciale taxi direct naar de vleesverwerker gebracht.
De inzet van de ganzentaxi is een pilotproject. Jagers melden hun jacht vooraf via WhatsApp. Een koelbus haalt vervolgens de dode ganzen op verschillende adressen op en brengt ze naar de poelier. Dit initiatief van jagers en poeliers zorgt ervoor dat het wild niet verloren gaat, maar op het bord terechtkomt van mensen die bewust willen eten. Tot nu toe bleven jagers vaak met geschoten ganzen zitten.

Provinciale subsidie

Gelderland stelt voor het ganzentaxi-project dit seizoen een subsidie van 49.000 euro beschikbaar. Met het stimuleren van wildconsumptie hoopt de provincie niet alleen verspilling tegen te gaan, maar ook draagvlak te creëren voor populatiebeheer.

Edelherten Oostvaardersplassen

De provincie Flevoland heeft na de uitspraak van de Raad van State toestemming om edelherten in de Oostvaardersplassen voorlopig af te schieten .
Dit na een recente uitspraak van de Raad van State in een kort geding, aangespannen door de Stichting Aanpak Misstanden Natuurbeheer .
Op dit moment zijn er ruim 750 edelherten in de Oostvaardersplassen. Flevoland wil de populatie terugbrengen tot maximaal vijfhonderd dieren. Omdat het afschieten op 1 augustus zou worden hervat, had de stichting een spoedzaak aangespannen om dit te laten verbieden.
De provincie Flevoland mag de dieren voorlopig laten afschieten, mits Staatsbosbeheer de genetische diversiteit van de roedel in de gaten houdt en indien nodig mannelijke herten bijplaatst om inteelt en afwijkingen te voorkomen.




Rechter: Veluwe moet beschermd leefgebied voor wolf worden

Het Nederlandse natuurbeleid is opnieuw onderwerp van juridische herziening. De rechtbank in Den Haag heeft geoordeeld dat de staat onterecht nalaat de Veluwe aan te wijzen als Natura 2000-gebied specifiek voor de wolf. Deze uitspraak dwingt het ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur tot een heroverweging van zijn voorzichtige benadering ten aanzien van terugkerende diersoorten.

De zaak was aangespannen door Stichting De Faunabescherming tegen staatssecretaris Jean Rummenie (BBB), die pas tien jaar na de vestiging van een soort bereid is tot Natura 2000-aanwijzing over te gaan. In het geval van de wolf, die zich sinds 2018 aantoonbaar voortplant op de Veluwe, zou dat pas in 2029 zijn. De rechter oordeelde echter dat dit uitstel ecologisch noch juridisch te onderbouwen is. De aanwezigheid van meerdere stabiele roedels rechtvaardigt een directe aanwijzing.

Veluwe wordt juridisch prioriteitsgebied

De Veluwe is al langer aangemerkt als Natura 2000-gebied voor diverse habitats en soorten. Met de toevoeging van de wolf verandert de juridische status van het gebied wezenlijk. Nieuwe of aangepaste beheerdoelen zijn noodzakelijk, waarin het voortplantingssucces en welzijn van de wolf centraal moeten staan. Daaruit volgen concrete maatregelen, waaronder:

  • Bescherming van voortplantingsplaatsen tegen verstoring, bijvoorbeeld door het afsluiten van wandelroutes;
  • Zorg voor voldoende prooidieren zoals reeën en wilde zwijnen;
  • Verkeersmaatregelen zoals wildrasters en ecoducten om verkeersslachtoffers te voorkomen.

Ruimtelijke ontwikkelingen zoals woningbouw, infrastructuur of toerisme moeten voortaan worden getoetst op hun mogelijke impact op het leefgebied van de wolf. Projecten die ‘significant negatieve gevolgen’ kunnen hebben, mogen enkel doorgaan na een gedegen ecologische beoordeling en onder zeer strikte voorwaarden. Deze juridische eisen doen denken aan het stikstofdossier, dat in de afgelopen jaren al heeft geleid tot langdurige procedures en vertragingen.

Nieuwe bron van conflict

De wolf vormt zowel juridisch als maatschappelijk een nieuw spanningsveld tussen overheid, natuurbeschermers en burgers. Bestuurders, projectontwikkelaars en terreinbeheerders staan aan de vooravond van jarenlange juridische discussies en maatschappelijke onrust.

Gevolgen voor andere regio’s

Volgens Arie Trouwborst, hoogleraar natuurbeschermingsrecht aan Tilburg University, heeft de uitspraak bredere implicaties. Ook andere regio’s waar de wolf zich inmiddels heeft gevestigd – zoals het Drents-Friese Wold en de Utrechtse Heuvelrug – kunnen in de nabije toekomst te maken krijgen met vergelijkbare verplichtingen en juridische procedures.




Koelingen door de provincie Noord-Holland ter beschikking gesteld moeten consumptie ganzenvlees aanjagen

Jagers die ganzen hebben doodgeschoten in Noord-Holland kunnen hun prooi vanaf komende week naar een koeling brengen. Het vlees hoeft dan niet te worden vernietigd, maar kan worden bewaard voor poeliers of restaurants.

Vanaf maandag zijn op vier plaatsen in de provincie koelingen beschikbaar en binnenkort volgt een vijfde, meldt de Faunabeheereenheid Noord-Holland. In de loop van volgend jaar wordt het aantal locaties uitgebreid.

In Noord-Holland worden jaarlijks ongeveer 55.000 ganzen vergast of afgeschoten, maar dat heeft vooralsnog niet geleid tot een lagere populatie. Ganzen zorgen voor veel schade aan gewassen en natuur, wat de provincie elk jaar weer meer miljoenen aan schadevergoeding kost. Het plaatsen van koelingen voor ganzenafschot is onderdeel van het faunabeheerplan Ganzen 2025-2031.
Eerder dan gepland

De koelingen zouden eigenlijk pas vanaf 2026 worden geplaatst, maar dat is vervroegd door ‘intensieve samenwerking’ tussen de provincie, LTO Noord, jagers en faunabeheerders. De Faunabeheereenheid organiseert na de zomer een ‘feestelijk moment’ om de start van het provinciedekkende project te markeren.

Gedeputeerde Jelle Beemsterboer (BBB) zei in maart het erg te vinden dat zo veel ganzen moeten worden gedood. ‘Maar als we ze vervolgens niet opeten, dan is dat pure voedselverspilling.’

Een voorstel van VVD-Statenlid Laura Ouderkerken om consumptie van het ‘lokale en duurzame’ ganzenvlees te bevorderen en aan te bieden bij provinciale gelegenheden, haalde in juni een meerderheid. Onder meer de coalitiepartijen PvdA en GroenLinks stemden tegen. Wat hen betreft moet de nadruk liggen op het terugdringen van de populatie en het afschot. Ouderkerken presenteerde bij de provinciale zomerbarbecue kroketjes met ganzenvlees.




Zorgvuldige afweging nodig bij stelselwijziging jacht en faunabeheer

Begin juli heeft staatssecretaris Rummenie de Tweede Kamer geïnformeerd over de herziening van het stelsel voor jacht en faunabeheer. LTO heeft samen met de Nederlandse Organisatie Jacht Grondgebruik (NOJG), de Federatie Particulier Grondbezit (FPG), de Nederlandse Melkveehouders Vakbond (NMV), de Nederlandse Akkerbouw Vakbond (NAV), Agractie en Stichting Nationaal Kenniscentrum Faunabeheer (SNKF) gereageerd op de plannen van de staatssecretaris. De partijen willen dat er in Nederland beheersbare populaties van wilde dieren worden gerealiseerd, zodat schade aan landbouwgewassen en natuur kan worden voorkomen of beperkt. Op dit uitgangspunt zou het nieuwe stelsel gebaseerd moeten worden.

De partijen vinden dat zolang er geen balans is tussen dierpopulaties en te behalen doelen, schadebestrijding maximaal verantwoord ingezet moet kunnen worden om schade te voorkomen dan wel te beperken. Dat betekent dat het onderscheid tussen enerzijds jacht en anderzijds schadebestrijding en populatiebeheer, ook de basis moeten vormen voor het nieuw te vormen stelsel.

De plannen van de staatssecretaris leggen volgens te partijen te veel nadruk op uitbreiding van de wildlijst als mogelijkheid om faunaschade tegen te gaan. Hoewel dit ruimte kan bieden, zijn jachtmogelijkheden beperkt tot specifieke periodes – terwijl voor veel soorten jaarrond beheer noodzakelijk is om schade te voorkomen. Bovendien zou een uitbreiding van de wildlijst kunnen leiden tot het afbouwen of afbouwen van schadetegemoetkomingen. Daarmee komt het risico en de financiële last bij de grondeigenaar of -gebruiker te liggen, wat volgens de partijen zeer ongewenst is.

Verder geven de organisaties aan dat effectief faunabeleid alleen mogelijk is onder de voorwaarden: beheersbaarheid van populaties, jaarronde inzetbaarheid van beheermaatregelen, en betrouwbare databorging. De organisaties roepen de staatssecretaris op om grondig te onderzoeken of aan deze voorwaarden uitvoering gegeven kan worden binnen de stelselherziening, voordat er definitieve keuzes worden gemaakt. De partijen blijven constructief meedenken over een stelsel dat werkt in de praktijk én bijdraagt aan maatschappelijke doelen.




DWHC Nieuwsbrief Zomer 2025




Faunabeheer rond Biesbosch weer mogelijk

Geplaatst op: 22 juli 2025

De omgevingsvergunning voor het gebied Biesbosch is definitief verleend. Dit betekent dat beheermaatregelen weer mogelijk zijn, en dat afschot opnieuw is toegestaan. Daarmee is het weer mogelijk om te voldoen aan de eis van ‘adequaat gebruik’ bij faunaschade.

De vergunning is opgesplitst in twee delen: één voor binnen het Natura 2000-gebied en één voor daarbuiten. Binnen Natura 2000 gelden strengere regels vanwege de natuurdoelen. Maar buiten dit gebied is er nu weer meer ruimte voor beheer. Boeren in de Noordwaard kunnen hun jager dus weer inschakelen. Let op: er gelden nog wel enkele regels om verstoring van beschermde dieren te voorkomen. Dit kan zorgen voor beperkingen in faunabeheer. Deze regels zijn bekend bij de WBE en jouw jager.

Belangrijk: Adequaat gebruik weer verplicht

Met de nieuwe vergunning vervalt de uitzonderingspositie rondom het aanvragen van een schadetegemoetkoming. Vanaf nu moet er weer aantoonbaar adequaat gebruik gemaakt worden van de omgevingsvergunning. Dit betekent dat de jager minimaal twee keer per week moet jagen én dit moet registreren in SRS.

Ook blijven preventieve maatregelen verplicht. Alleen dan kun je een vergoeding aanvragen voor faunaschade. In de faunapreventiekits (FPK’s) van BIJ12 staat welke maatregelen nodig zijn. Op http://www.zlto.nl/faunaschade vind je een handig stappenplan.

ZLTO helpt je verder

ZLTO is blij met deze stap vooruit. Het geeft boeren weer meer grip op schade door dieren. Heb je toch last van beperkingen of vragen over de regels? Neem dan contact op met de FBE Noord-Brabant of bel het ZLTO Ledencentrum.




Nieuw Brabants Wilde Zwijnenbeleid nodig: moet realistischer en werkbaarder zijn

Om een realistischer en werkbaarder beleid te realiseren, is een grondige herziening van het bestaande beleid noodzakelijk. Diverse belanghebbenden, zoals agrarische organisaties en natuurbeheerders, pleiten voor een aanpak die zowel de ecologische waarde van wilde zwijnen als de belangen van landbouw en volksgezondheid in overweging neemt.

Door te kiezen voor een flexibeler beheer en duidelijke afspraken over monitoring en schadeafhandeling, ontstaat er ruimte voor een evenwichtige omgang met de zwijnenpopulatie.

Het huidige Brabantse beleid, dat streeft naar nul wilde zwijnen, blijkt in de praktijk niet effectief en is juridisch moeilijk vol te houden. Daarom heeft de provincie Noord-Brabant een nieuw advies ontvangen over het beheer van wilde zwijnen, opgesteld door een commissie waarin onder andere ZLTO is vertegenwoordigd. Een goede voorbereiding op en bestrijding van Afrikaanse varkenspest blijft daarbij van groot belang.

In het nieuwe plan mogen wilde zwijnen in lage aantallen aanwezig zijn in bos- en natuurgebieden, maar niet daarbuiten. De focus ligt niet langer op het tellen van zwijnen, maar op het meten van de effecten, zoals schade aan landbouwgewassen. Dit nieuwe beleid is realistischer en werkbaarder, mits er duidelijke regels zijn om schade en overlast te beheersen en te beperken.

Schadevergoeding en Meldingsdrempel

ZLTO heeft ervoor gezorgd dat enkele van deze regels in het advies zijn opgenomen. Een eerlijke schadevergoeding blijft belangrijk. Daarnaast is een lagere meldingsdrempel essentieel, bijvoorbeeld door legeskosten tijdelijk te schrappen of terug te betalen. Volgens ZLTO zorgt dit ervoor dat schade sneller wordt gemeld en beter gecontroleerd.

Escalatieladder en Varkenspest

Het advies stelt ook dat er een duidelijke escalatieladder moet komen, met vastgelegde momenten waarop hulp of een interventieteam wordt ingezet. Verder luidt het advies dat preventieve maatregelen ondersteund moeten worden, bijvoorbeeld via een subsidieregeling.
De commissie pleit ook voor een sterkere lokale organisatie met meer ondersteuning voor regionale uitvoeringstafels. Daarnaast moet er een duidelijk plan komen dat aansluit bij het landelijke plan van aanpak ter voorbereiding op en bestrijding van Afrikaanse varkenspest (AVP). Dit blijft een belangrijke randvoorwaarde.

Overgangsperiode

ZLTO heeft verzocht om een overgangsperiode van minimaal zes maanden. In die periode moeten alle betrokken partijen, waaronder de provincie, werken aan de invulling van de nieuwe regels, voordat het huidige beleid wordt beëindigd. Een eerste reactie van de provincie op het advies wordt na de zomer verwacht.

Bron: www.pigbusiness.nl



Reewildbeheerplan Fryslân goedgekeurd

Op 1 juli heeft het college van Gedeputeerde Staten het Faunabeheerplan Ree Fryslân vastgesteld en de bijbehorende vergunning verleend. Vanwege de wettelijke afkoelperiode van vier weken betekent dit dat vanaf 1 augustus het beheer op reeën weer hervat mag worden. Dat ze in zo’n korte tijd een goedgekeurd faunabeheerplan inclusief vergunning hebben kunnen realiseren is grotendeels te danken aan de inzet van alle partijen waaronder in het bijzonder de afdeling vergunningverlening en beleid van de provincie, die zich hadden gecommitteerd aan het plan van aanpak en het bijbehorende tijdschema.

De FBE Fryslân wil daarom alle WBE’n bijzonder bedanken die ondanks een zeer korte feedbackperiode bereid waren ons van inhoudelijke reacties te voorzien. Deze input is van onschatbare waarde gebleken en heeft direct bijgedragen aan een robuust en goed onderbouwd plan. Alle ontvangen feedback is opgenomen in Bijlage 1 van het FBP Ree, inclusief een toelichting op de wijze van verwerking. Ook danken zij Vereniging Het Ree en de leden van de klankbordgroep voor hun intensieve betrokkenheid en de bijzonder prettige samenwerking bij het analyseren van jurisprudentie en het bespreken van de haalbaarheid van verschillende beheerscenario’s.

Om beter aan te sluiten bij de ecologie van het ree is besloten voortaan te werken met beheerjaren die lopen van 1 april tot 1 april. Het moment van starten met het beheer valt dit jaar echter midden in het reeds lopende beheerjaar. Voor dit lopende beheerjaar zal de FBE per WBE een werkplan opstellen om tijd te besparen. De WBE’n hoeven dan enkel nog de toegewezen wildmerken over de jachtvelden te verdelen. Begin volgende week ontvangen de WBE’n deze concept werkplannen samen met verdere toelichting. Correspondentie hierover verloopt voortaan via het nieuwe e-mailadres hoefdieren@fbefryslan.nl.

Op maandag 21 juli organiseert de FBE Fryslân een centrale instructieavond. Elke WBE mag maximaal drie deelnemers afvaardigen. Tijdens deze bijeenkomst worden de wildmerken uitgereikt, de werkwijze van de mortaliteitsmethode toegelicht en worden de richtlijnen besproken voor het toewijzen van wildmerken op jachtveldniveau. Deelname aan de instructieavond is vereist om de wildmerken te kunnen ontvangen. Indien dit voor jullie WBE onverwachte knelpunten oplevert, laat het ons tijdig weten zodat we samen naar een oplossing kunnen zoeken. De WBE secretarissen ontvangen hiervoor een specifieke uitnodiging begin volgende week met tijd en locatie.

De definitieve documenten (vergunning en FBP Ree) zullen vanaf volgende week beschikbaar zijn via onze website. Vooruitlopend hierop is via onderstaande link alvast een download beschikbaar:

https://we.tl/t-6d8iKjLnqV

Met vriendelijke groet,

namens de Faunabeheereenheid Fryslân




Uitspraak Flora- en fauna-activiteit onder Omgevingswet over het afschieten van ganzen (Bal/Bkl)

Uitspraak Flora- en fauna-activiteit onder Omgevingswet over het afschieten van ganzen (Bal/Bkl)
De uitspraak van de rechtbank Zeeland West-Brabant van 17 juli 2025, ECLI:NL:RBZWB:2025:4562 gaat over het verlenen van een omgevingsvergunning voor een flora- en fauna-activiteit voor afschot van grauwe- en brandganzen in de provincie Zeeland.

Dit betekend voor de Faunabeheereenheid Zeeland een vergunning voor het binnen bepaalde tijden en onder bepaalde voorwaarden jagen op grauwe ganzen en brandganzen. De vergunning heeft een looptijd tot en met 31 december 2026.

Verzoekster is het niet eens met het verlenen van de aanvraag. Zij heeft daarom beroep ingesteld en verzocht om een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter zal het verzoek afwijzen. Zij is van oordeel dat het belang van de agrariërs bij het kunnen beschermen van hun gewassen door op ruimere tijden en met andere middelen dan alleen geweren ganzen te mogen bejagen zwaarder weegt dan het belang van verzoekster om de ganzenjacht zo beperkt mogelijk te houden.

Daarbij speelt een rol dat aannemelijk is gemaakt dat de staat van instandhouding van de ganzenpopulatie voorlopig zeker niet in gevaar komt. Dat betekent dat de vergunning van 8 oktober 2024, zoals in stand gelaten bij de beslissing op bezwaar van 23 mei 2025 naar voorlopig oordeel in stand blijft.


Uitleg uitspraak

De uitspraak draait om de verlening van een omgevingsvergunning voor een flora- en fauna-activiteit in Zeeland, specifiek voor het doden van grauwe ganzen en brandganzen onder verruimde voorwaarden. Hieronder worden de juridische kaders, praktijktoepassing, toetsingsgronden en de beoordeling van alternatieven en noodzaak toegelicht:

Juridisch kader en vergunningplicht

– Volgens de Omgevingswet is het verboden om zonder vergunning bepaalde flora- en fauna-activiteiten te verrichten, tenzij in een algemene maatregel van bestuur of omgevingsverordening een vrijstelling is voorzien.

– De Omgevingsverordening Zeeland regelt onder meer voor welke soorten en onder welke voorwaarden vrijstellingen of aanvullende regels gelden. Specifiek worden in artikel 2.149 (grauwe gans) en 2.151 (brandgans) regels gesteld voor het doden van deze soorten.

– Artikel 11.42 van het Bal biedt de mogelijkheid om in de omgevingsverordening uitzonderingen aan te wijzen op het verbod uit artikel 5.1, tweede lid onder g van de Omgevingswet.

Gevraagde vergunning en toetsingskader

– De Faunabeheereenheid Zeeland vroeg in 2024 een vergunning aan om ganzen onder ruimere voorwaarden te mogen doden, met gebruik van onder andere lokmiddelen en buiten reguliere jachttijden.

– Toetsingsgronden volgens artikel 8.74j van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl):

– Er moet worden beoordeeld of er geen andere bevredigende oplossing voor het probleem bestaat.

– De activiteit dient noodzakelijk te zijn voor een geoorloofd doel.

– De activiteit mag niet leiden tot verslechtering van de staat van instandhouding van de soort.

Beoordeling alternatief en noodzaak

– De rechter constateert, onder verwijzing naar jurisprudentie, dat niet alle mogelijke preventieve alternatieven uitgeput hoeven zijn voordat tot het doden van dieren mag worden overgegaan, mits een belangenafweging plaatsvindt.

– Het college motiveert dat verjagen in Zeeland geen effectief alternatief is, voornamelijk vanwege de omvang van het gebied en het uitwijken van ganzen naar andere percelen. Alternatieven gericht op aanpassing van landbouwpraktijken zijn op korte termijn niet haalbaar en niet proportioneel.

– Aannemelijk wordt geacht dat geen andere bevredigende oplossingen voorliggen, en dat ruimere bejaging noodzakelijk is vanwege toegenomen populaties en schade.

Staat van instandhouding

– Het aantal ganzen zal naar verwachting niet onder de gestelde instandhoudingsdoelen zakken, gezien de huidige omvang van de populaties en het beheer via het Faunabeheerplan.

– Er is rekening gehouden met internationale afspraken (AEWA) en het provinciale beleid.

Voorzorgsbeginsel en handhaving

– In de vergunning is opgenomen dat de zorgplicht uit het Bal nageleefd moet worden door jagers, waarmee het voorzorgsbeginsel voldoende is geborgd volgens de rechter.

Conclusie in deze procedure

– De rechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af, omdat het belang van agrariërs bij ruimere jachtmogelijkheden zwaarder weegt en er voldoende is aangetoond dat geen afbreuk wordt gedaan aan de staat van instandhouding van zowel grauwe als brandganzen. De beslissing op bezwaar en de onderliggende vergunning blijven daarmee voorlopig in stand.

Deze procedure illustreert hoe omgevingsvergunningen voor fauna-activiteiten worden getoetst aan de Omgevingswet, het Bal, de Omgevingsverordening Zeeland en internationale natuurbeschermingsdoelen. De juridische basis voor deze vergunningverlening is te vinden in de genoemde wet- en regelgeving, die specifiek ruimte biedt voor uitzonderingen mits aan strikte voorwaarden wordt voldaan.