“Rechtszaak RvS over afschieten wild zwijn Utrecht

Kern van de zaak
De Raad van State buigt zich over de vraag of de provincie Utrecht een wild zwijn mag laten afschieten. Dierenrechtenorganisaties Animal Rights en Fauna4Life zijn het daar niet mee eens en vinden dat de provincie onvoldoende onderbouwt waarom afschot nodig is.

Achtergrond
• Het gaat om een wild zwijn dat al weken rondloopt in Driebergen en Werkhoven, ook in woonwijken.
• Er zijn meldingen van agressief gedrag, zoals het achtervolgen van een scooter en het opjagen van wandelaars.
• Volgens boer Aleid Blitterswijk is het zwijn “gevaarlijker dan een wolf”.

Standpunt provincie Utrecht om het wild zwijn af te schieten:

  • Schade aan gewassen te voorkomen,
  • Verkeersveiligheid te waarborgen,
  • Ziekteverspreiding zoals Afrikaanse varkenspest te vermijden.
  • Verwijst naar het landelijke nulstandbeleid, waarbij wilde zwijnen buiten enkele aangewezen natuurgebieden niet zijn toegestaan.
  • Provincie beschikt echter over geen schadehistorie, omdat er officieel geen zwijnen in Utrecht zijn.

Bezwaarpunten dierenrechtenorganisaties

  • Stellen dat afschot alleen mag als er geen andere oplossingen zijn.
  • Voorgestelde alternatieven:
    o Plaatsen van een hek,
    o Verplaatsen van het dier naar geschikt leefgebied zoals de Utrechtse Heuvelrug.
  • Wijzen op juridische bescherming van het dier.

Juridische context

  • In 2022 oordeelde de rechtbank dat de provincie beter moest onderbouwen waarom afschot nodig is.
  • De provincie is nu in hoger beroep.

Verwachte uitspraak
Binnen 6 tot 8 weken.

Opmerkelijke opmerkingen

  • Advocaat Van Duijn (Dierenorganisatie) stelt dat zwijnen een geliefd prooidier zijn van wolven, en afschot dus onlogisch is als we wolven uit de buurt van schapen willen houden.
  • Boer Blitterswijk vindt vangen en herplaatsen diervriendelijker dan doden.



Voorlopige resultaten eerste seizoen vossenlintwormonderzoek RIVM in Limburg

Inmiddels is de eerste helft van het RIVM-onderzoek naar vossenlintworm achter de rug. Via deze mail wil ik de voorlopige resultaten van dit eerste seizoen met u delen.

Eerst een aantal statistieken:
We hebben in totaal 128 vossen ontvangen – dat is meer dan ons minimum doel voor dit eerste seizoen, dus hier zijn we ontzettend tevreden mee! Hartelijk bedankt aan alle jagers die een bijdrage hebben geleverd.
Hiervan zijn 82 vossen afkomstig uit Zuid-Limburg en 46 vossen uit Midden-Limburg.
De WBE waaruit wij de meeste vossen hebben ontvangen is De Hondskerk met 27(!) vossen. Speciale dank hiervoor! Hierna volgen op de voet de WBE’s Land van Horne (15 vossen), Grensland Vaals e.o. en Roerstreek e.o. (beide 13 vossen).
We hebben vossen ontvangen uit alle WBE’s in Zuid- en Midden-Limburg, met uitzondering van WBE’s Hunsel, De Waterbloem, Swentibold en Brunssummerheide en Schinveldsebossen. Met nog een seizoen te gaan hopen we dat ook uit deze regio’s vossen zullen binnenkomen, zodat ook deze gebieden inzicht krijgen in het aantal besmettingen met vossenlintworm.

En dan de resultaten:
Van de 128 vossen waren er 21 vossen geïnfecteerd met vossenlintworm. Dat is 16% van het totaal aantal vossen.
Deze vossen waren allemaal afkomstig uit Zuid-Limburg. In Zuid-Limburg ligt de besmettingsgraad daarmee op 26%. Oftewel, op basis van deze resultaten lijkt ongeveer een kwart van de vossen in Zuid-Limburg de vossenlintworm bij zich te dragen.
De vossen die geïnfecteerd waren met vossenlintworm zijn afkomstig uit de volgende vijf WBE’s:

WBE Aantal vossen met vossenlintworm Totaal aantal onderzochte vossen
De Hondskerk 6 27
Voerendaal e.o. 4 11
Grensland Vaals e.o. 5 13
Heuvelland 3 6
Savelsbos 3 5

Let op: omdat het hier om kleine aantallen vossen gaat bestaat er een kans dat verschillen op toeval gebaseerd zijn. Hoe groter de aantallen, hoe betrouwbaarder het resultaat. Daarnaast gaat het hier uiteraard om een momentopname en kan de situatie met de tijd variëren.

Bovenstaande resultaten zijn op basis van een test waarmee DNA van de vossenlintworm wordt aangetoond in de darmen. Van alle vossen worden hiernaast ook nog de darmen bekeken onder de microscoop als extra controle en om het aantal wormen te tellen indien een vos positief is. De tot nu toe gevonden aantallen variëren sterk van minder dan 10 tot bijna 20.000 wormen. Dit werk gaat de komende maanden nog door en zou eventueel nog kunnen leiden tot enkele kleine wijzigingen in de resultaten.

In het kaartje onderaan deze mail kunt u zien waarvandaan alle onderzochte vossen afkomstig zijn. De rode punten zijn de vossen die in beide tests (DNA-test en microscopie) positief zijn getest op vossenlintworm. De groene punten zijn de vossen die in beide tests negatief zijn bevonden en die dus géén infectie met vossenlintworm hadden op het moment van afschot. Deblauwe punten zijn vossen die in de DNA-test negatief zijn getest, maar waarvan de microscopie nog moet worden uitgevoerd. Aangezien dit nog niet de volledige resultaten zijn verzoeken we u deze kaart niet te delen.

Hoewel er van april t/m september geen vossen kunnen worden ingeleverd, blijft het aanmeldformulier gewoon geopend. Geïnteresseerde jagers uit Zuid- en Midden-Limburg, die nog niet deelnemen, kunnen zich via dit formulier aanmelden voor het onderzoek. Zij worden dan meegenomen in de communicatie en ontvangen bij de start van het volgende seizoen (1 oktober 2025 t/m 31 maart 2026) de juiste materialen en instructies om vossen aan te leveren. Alle aangemelde jagers (dus ook als u dit eerste seizoen al heeft meegedaan) ontvangen ruim voor de start van het volgende seizoen bericht.

Ik hoop u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd. Mocht u nog vragen of opmerkingen hebben dan hoor ik het graag.

Met vriendelijke groet namens het onderzoeksteam,

Laura Derks
PhD kandidaat Vossenlintworm
……………………………………
Centrum Infectieziektenbestrijding (CIb) | Centrum Zoönosen en Omgevingsmicrobiologie | Afdeling Dier & Vector
Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu
Antonie van Leeuwenhoeklaan 9 | 3721 MA Bilthoven
……………………………………
http://www.rivm.nl
……………………………………
RIVM De zorg voor morgen begint vandaag




Pilot om procedure bij omgevingsvergunningen voor jacht te versnellen

De Koninklijke Nederlandse Jagersvereniging werkt samen met Korpscheftaken van de politie aan een pilot voor de digitalisering van de aanvraagprocedure voor de omgevingsvergunning jachtgeweeractiviteiten, voorheen bekend als de jachtakte. Deze vernieuwing kan leiden tot tijdswinst voor de 28.000 houders van een vergunning.

Koninklijke Nederlandse Jagersvereniging

De pilot richt zich in eerste instantie op het digitaal indienen van de eerste aanvraag, maar zal later ook voor de verlengingsaanvraag mogelijk worden. Tijdens de eerste simulatie zijn bestuursleden en leden van drie wildbeheereenheden in Gelderland uitgenodigd om de nieuwe procedure te testen. De uitkomsten van deze simulatie leveren input voor het vervolgtraject. De komende periode vinden ook in andere provincies soortgelijke simulaties plaats.

Doel van de pilot is om tot een werkbaar landelijk model te komen dat breed inzetbaar is. Als deze aanpak voldoet, volgt een landelijke invoering. De verwachting is dat de digitalisering op termijn leidt tot een efficiëntere werkwijze, minder administratieve lasten en meer overzicht voor alle betrokkenen.

bron: Koninklijke Nederlandse Jagersvereniging, 15/05/2025




AquaZoo en provincie Fryslân in conflict over ontsnapte wasberen: ‘Ontbreken van deskundigheid’

De provincie Fryslân uit stevige kritiek op dierentuin AquaZoo in Leeuwarden na meerdere ontsnappingen van wasberen in 2024. Uit documenten, opgevraagd door Omrop Fryslân, blijkt dat de provincie niet alleen ontevreden is over de communicatie met AquaZoo en het Rijk, maar zich ook ernstige zorgen maakt over mogelijke ecologische schade.

Twee ontsnappingsincidenten

In maart 2024 ontsnapten elf wasberen uit hun verblijf in AquaZoo, amper een dag nadat ze daar waren ondergebracht. Hoewel een aantal dieren snel werd teruggevonden, wisten op 25 en 26 mei opnieuw twee wasberen te ontsnappen – ondanks aangescherpte maatregelen.

In oktober 2024 stuurde de provincie brieven naar zowel het ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur als naar AquaZoo, waarin zij haar zorgen kenbaar maakte.

Kritiek op voorbereiding en aanpak

Volgens de provincie was AquaZoo slecht voorbereid op het opvangen van ontsnapte dieren. Er zou onvoldoende kennis zijn over het plaatsen van vangmiddelen en er waren niet altijd verdovingsgeweren en opgeleid personeel beschikbaar. Daarnaast zouden de quarantainevoorzieningen niet voldoen aan de vereisten, aldus de provincie.

De dierentuindirecteur, Jeroen Loomeijer, is verbaasd over deze kritiek. Hij benadrukt dat AquaZoo direct heeft gehandeld: “We hebben meteen iedereen geïnformeerd en op het terrein vangkooien geplaatst. Buiten het park mogen we echter geen wasberen vangen, alleen zoeken. Gelukkig heeft de provincie goed geholpen bij het terugvinden van veel dieren.”

Twijfels over veiligheid bij exotische dieren

De provincie betwijfelt of AquaZoo voldoende is voorbereid op mogelijke ontsnappingen van andere – mogelijk gevaarlijkere – exotische dieren. Ze verwijzen daarbij ook naar eerdere incidenten, zoals de ontsnapping van een Canadese bever jaren geleden.

Loomeijer weerspreekt die zorgen: “Onze voorzieningen voldoen aan alle wettelijke eisen en zijn goedgekeurd. We nemen veiligheid uiterst serieus.”

Toch erkent hij dat er bij de bouw van het wasberenverblijf een constructiefout is gemaakt, die bij eerdere inspecties niet aan het licht kwam: “Daarvoor neem ik mijn verantwoordelijkheid.”

Communicatieproblemen en vergunningen

De provincie zegt niet geïnformeerd te zijn over de tweede ontsnapping in mei. Zowel het ministerie als AquaZoo lieten dit destijds na. Pas in september werd dit door AquaZoo gemeld. Bovendien plaatste de dierentuin zonder overleg vangkooien in onder andere de wijk Camminghaburen, wat in strijd zou zijn met de wet en bestaande vergunningen.

Loomeijer stelt dat er wel degelijk contact is gezocht: “We hebben geprobeerd te bellen, maar kregen niemand te pakken. In alle hectiek zijn we vergeten terug te bellen – dat hadden we moeten doen.” In een latere reactie bood hij namens AquaZoo zijn excuses aan.

De provincie voelt zich vaker buitenspel gezet. Zo werd zij ook niet geïnformeerd toen de vergunning voor het huisvesten van de wasberen werd afgegeven. Pogingen tot ambtelijk overleg met de NVWA en RVO werden afgewezen, wat volgens de provincie haaks staat op het beleid rond invasieve exoten, waarin samenwerking juist centraal staat.

Zorgen over ecologische impact

De wasbeer geldt als een ‘invasieve exoot’ – een soort die van nature niet in Nederland voorkomt en schade kan toebrengen aan het ecosysteem. De provincie benadrukt dat de dierentuin dicht bij kwetsbare natuurgebieden ligt, waaronder het Natura 2000-gebied De Grutte Wielen. “Wasberen eten onder andere eieren en kuikens van (water)vogels, en kunnen zo vogelpopulaties ernstig schaden.”

Hoewel drie ontsnapte wasberen nog rondlopen – allemaal onvruchtbaar – acht de provincie het risico op schade nog steeds reëel zolang ze niet gevangen zijn. AquaZoo meldt echter geen signalen van schade, wat nogal logisch is omdat zij geen inzicht hebben wat er in het buitengebied gebeurt.

Om de zorgen weg te nemen, heeft AquaZoo de provincie uitgenodigd om langs te komen. Vooralsnog is daar geen gehoor aan gegeven, al laat de provincie weten de uitnodiging te hebben ontvangen.

Bron: Wasberen in AquaZoo © Omrop Fryslân




Jachtsector levert Spanje jaarlijks meer dan 10 miljard euro op en houdt platteland leefbaar

Studie over de impact van de jacht in Spanje (2025)

De jachtsector is van grote economische waarde voor Spanje. Jaarlijks draagt deze sector meer dan 10 miljard euro bij aan het bruto binnenlands product (bbp) en zorgt zij voor bijna 200.000 banen, waarvan circa 45.000 directe arbeidsplaatsen. Dat blijkt uit een onderzoek van Deloitte, uitgevoerd in opdracht van Fundación Artemisan en in samenwerking met het Ministerie van Landbouw, Visserij en Voedselvoorziening.

Een groot deel van die directe werkgelegenheid bevindt zich in landelijke gebieden. Ook de meeste jagers wonen in dorpen met minder dan 5.000 inwoners. Voor velen van hen is de jacht een belangrijke reden om in deze dunbevolkte gebieden te blijven wonen en zo het platteland leefbaar te houden.

In 2024 telde Spanje bijna 900.000 jachtvergunningen. Naar schatting zijn er ongeveer 580.000 actieve jagers. Zij besteden gemiddeld meer dan 12.000 euro per jaar aan jachtuitrusting, reizen en accommodatie. De zogenoemde rehaleros – mensen die jachthonden verzorgen – geven jaarlijks gemiddeld 15.000 euro uit. Houders van jachtgebieden 73.304 euro. Voor landeigenaren en organisatoren van jachtpartijen kunnen de jaarlijkse uitgaven oplopen tot 140.000 euro.

Jaarlijks wordt ongeveer 1,2 miljard euro aan belastingen gegenereerd uit jachtgerelateerde activiteiten.

Spanje telt 43 miljoen hectare jachtgebied, wat neerkomt op 85% van het grondgebied. Jaarlijks investeren jagers en gerelateerde organisaties 320 miljoen euro in natuurbeheer, waarvan:

€289 miljoen in beheermaatregelen (voer, water, aanplanting)

€31 miljoen in soortbeschermingsprogramma’s

Na de overheid is de jachtsector de grootste investeerder in milieubeheer. Veel jagers nemen deel aan projecten voor het behoud van bedreigde of beschermde soorten.

Daarnaast helpt de jacht bij het verminderen van verkeersongevallen en landbouwschade door overpopulatie van wild. In 2023 waren er meer dan 35.000 verkeersincidenten met dieren, waarvan bijna 84% werd veroorzaakt door wild zoals zwijnen en herten. De schade aan landbouw werd vergoed met meer dan 11 miljoen euro.

De studie, gepresenteerd in Madrid, werd uitgevoerd door Deloitte in opdracht van Fundación Artemisan, in samenwerking met het Ministerie van Landbouw, Visserij en Voedselvoorziening (MAPA). Meer dan 6.500 enquêtes onder betrokkenen uit de sector vormden de basis.

Spanje beschikt over zo’n 43 miljoen hectare aan jachtterreinen – bijna het hele land is geschikt voor de jacht. Jaarlijks wordt er fors geïnvesteerd in natuurbeheer: ongeveer 290 miljoen euro gaat naar voorzieningen zoals drinkwater en voedsel voor dieren, en nog eens 30 miljoen euro wordt ingezet voor de bescherming van specifieke diersoorten.

De jacht helpt daarnaast om de schade door wilde dieren te beperken. In 2024 werden meer dan 35.000 verkeersongelukken veroorzaakt door onder meer wilde zwijnen en reeën. Ook landbouwschade door overpopulatie van wild leidde tot meer dan 11 miljoen euro aan schadevergoedingen.

Volgens het rapport is de jachtsector, na de overheid, de grootste investeerder in milieubeheer en natuurbehoud in Spanje. Veel jagers zijn bovendien actief betrokken bij projecten voor de bescherming van bedreigde soorten.




Dierenbescherming uit kretiek op Staatssecretaris Rummenie i.v.m. modernisering Stelsel voor Jacht- en Faunabeheer

Uitbreiding van de jacht mogelijk

Het ministerie spreekt van een noodzakelijke modernisering: “Een toekomstbestendig en begrijpelijk stelsel voor het jacht- en faunabeheer.” Er wordt zelfs overwogen om in de toekomst ook andere soorten, die ‘grote schade veroorzaken’, op te nemen in het jachtbeleid. Gesprekken daarover met belanghebbenden zijn gaande.

De Dierenbescherming uit forse zorgen over de plannen van staatssecretaris Rummenie (BBB) om de jacht een centralere rol te geven in het faunabeheer. Zij vinden dat ondanks het slecht gaat met alle vijf soorten op de wildlijst, wil hij de regels versoepelen. Tot verbazing van de Dierenbescherming kiest Rummenie in zijn aangekondigde ‘stelselwijziging Jacht en Faunabeheer’ niet voor bescherming, maar stelt hij jacht en schadebestrijding centraal. “Dat druist in tegen het huidige beleid,” Volgens de Dierenbescherming betekent dit een stap terug in dierenbescherming en kunnen boeren financiële schade lijden doordat vergoedingen voor faunaschade vervallen. De aanpak van Rummenie roept bij critici herinneringen op aan het omstreden natuurbeleid van voormalig staatssecretaris Henk Bleker.




Wijziging EU-beschermingsstatus van de wolf

De Europese Instellingen hebben op basis van het gewijzigde Bern-verdrag besloten de wolf onder de Habitatrichtlijn te herclasseren van “strikt beschermd” (Annex IV) naar “beschermd” (Annex V). De Europese Commissie merkt op dat de wolvenpopulatie in Europa de afgelopen tien jaar is verdubbeld (van ongeveer 11.200 in 2012 naar ruim 20.300 in 2023). Het Europees Parlement stemde op 8 mei 2025 in met het voorstel van de Commissie tot deze wijziging, waarmee EU-wetgeving in lijn wordt gebracht met het aangepaste Bern-verdrag dat op 7 maart 2025 in werking trad. Strikt beschermd is vervangen door beschermd – lidstaten mogen de wolf nu beheren mits de gunstige staat van instandhouding behouden blijft.
De Europese Commissie merkt op dat wolven zich succesvol hebben hersteld over het continent (ruim 20.300 dieren in 2023). De nieuwe EU-regeling verlaagt het beschermingsniveau van “strikt beschermd” naar “beschermd”, waardoor lidstaten meer flexibiliteit krijgen.

Gevolgen voor Nederland

Voor Nederland heeft de EU-wijziging voorlopig geen directe juridische gevolgen. Pas nadat de aangepaste Habitatrichtlijn is omgezet in de Nederlandse Omgevingswet, komt er nieuwe ruimte voor beheermaatregelen. Tot die tijd blijft de wolf strikt beschermd en gelden de huidige nationale regels. In Nederland zijn provincies wettelijk verantwoordelijk voor het wolvenbeleid. Zolang Annex IV van kracht is, zijn ingrijpen en afschot alleen mogelijk via zware uitzonderingsprocedures (omgevingsvergunning volgens artikel 14 van de Wet Natuurbescherming

Na omzetting naar Annex V kunnen provincies méér maatregelen via algemene (in plaats van individuele) ontheffingen toepassen. De provincie krijgt dan de bevoegdheid om – binnen strikte kaders en met behoud van de populatie – ‘probleemwolven’ actief te bestrijden of te verjagen. Staatssecretaris Rummenie heeft aangegeven hiervoor nu algemene vergunningen voor alle provincies voor te bereiden, inclusief definitie van “probleemwolf” en versoepeling van vergunningsvereisten.

De overgang biedt wél perspectief op beleid waarbij provincies sneller kunnen ingrijpen bij aanhoudende schade. Tot nu toe duurden vergunningstrajecten lang en gaf jurisprudentie vaak geen ruimte voor afschot. Onder de nieuwe status kunnen provincies en terreinbeheerders «eindelijk de ruimte krijgen om adequaat te handelen», aldus de Jagersvereniging. In de praktijk blijft echter gelden dat elke maatregel moet passen binnen de gunstige staat van instandhouding en dat ontheffingen alleen worden verleend bij herhaald veeletsel, verwonding van mensen of ernstige risicosituaties.

Reacties van belanghebbenden

Jagersverenigingen. De Jagersverenigingen zijn tevreden met de versoepeling. Het verlagen van de status van de wolf is “belangrijk voor realistisch wildbeheer” zodoende worden een aantal juridische belemmeringen weggenomen en kan bij problemen adequaat worden ingegrepen ook zijn preventieve maatregelen en monitoring hierin heel belangrijk.

Boeren en landbouworganisaties. Landbouwpartijen en -politici juichen de wijziging toe. SGP-Europarlementslid B.-J. Ruissen spreekt van een “broodnodige” maatregel: bestuurders in landelijke gebieden zagen “toenemende slachtpartijen onder schapen” en kenden geen juridische ruimte om op te treden. De BoerBurgerBeweging (BBB) wijst erop dat de situatie drastisch is veranderd: er zijn tienduizenden wolven in Europa, die de veiligheid van vee en dijken bedreigen, terwijl bestaande weidebescherming vaak tekortschiet. Staatssecretaris Rummenie (BBB) laat weten dat de verlaging “alles in de startblokken” zet voor snelle nationale wetgeving.

Terreinbeheerders en natuurorganisaties. Diverse milieu- en natuurorganisaties reageren kritisch. Zij benadrukken dat de wolf als sleutelsoort waardevol is en dat afschot het conflict niet oplost. Vogelbescherming merkt op dat wolven vleeseters zijn die vee alleen aanvallen als deze gemakkelijk bereikbaar zijn – en pleit voor goede beveiliging (raster, hekwerk, kuddebewakingshonden) in plaats van extra afschot. Ook provinciaal gedeputeerde M. Sterk (Utrecht) waarschuwt dat de versoepeling pas later valt door te voeren en dat provincies nu nog beperkte middelen hebben. Zij benadrukt het belang van gebieden waar wolven wél of niet mogen voorkomen en van een “stand van instandhouding” die ruimte geeft voor beheer. Overigens wordt erkend dat de wijziging niet betekent dat álle beschermende regelgeving vervalt: de EU-wetgeving vereist nog steeds monitoring en stelt de eis van gunstige populatie.

Verwachte beheer- en preventiemaatregelen

Ontheffingen en schot. Provincies zullen naar verwachting algemene ontheffingen gaan opstellen voor het afschot van individueel problematische wolven. In de conceptwetgeving is opgenomen dat provincies probleemwolven mogen ‘beschieten’ zonder per geval een aparte vergunning, mits voldaan blijft aan alle wettelijke criteria. Dit geeft de jagers en terreinbeheerders een concreter instrument om herhaalde aanvallers op vee of agressieve wolven direct te verwijderen. Tegenstanders wijzen erop dat afschot alleen bij specifieke noodsituaties geoorloofd is en dat te kwistig doden de maatschappelijke weerstand kan vergroten.
Afrasteringen en preventie. Het kabinet zal naar verwachting door subsidieprogramma’s de aanleg van wolf veilige rasters en honden blijven ondersteunen. Provincies (zoals Gelderland, Drenthe, Zeeland, Utrecht) kennen al regelingen voor elektrische afrasteringen en schilderslinten. Vogelbescherming wijst erop dat het veiliger maken van weiden vaak effectiever is dan afschot. Standaardmaatregelen (Faunaschade PreventieKit) omvatten hoge stroomdraden, waakhonden en nachtelijk ophokken voor vee. De verwachting is dat deze preventieve investeringen onverminderd zullen doorgaan en mogelijk worden uitgebreid, zodat boeren beter beschermd zijn tegen aanvallen.
Monitoring en compensatie. De populatie blijft intensief worden gevolgd via het Landelijk Wolven-alarm en onderzoek, zoals nu het geval is. De gewijzigde status legt blijvende verplichtingen vast: lidstaten moeten de gunstige staat van instandhouding garanderen en wolvenpopulaties monitoren. Ook het EU-beleid benadrukt verdere investeringen in monitoring en schadepreventie. Compensatieregelingen voor veehouders (schadevergoeding voor gedode dieren) blijven onverminderd van kracht zoals nu. Over het algemeen voorziet het nieuwe regime in een breder palet aan beheersinstrumenten, gecombineerd met nadruk op preventie en kennisvergroting, om een werkbare balans tussen mens en wolf te bevorderen.

Bronnen: Europese (oorverdings)besluiten en beleidsdocumenten (o.a. EU-raad, Habitatrichtlijn), Kamerstukken en officiële verklaringen. Relevante reacties van de Jagersverenigingen, boerenvertegenwoordigers en natuurbeschermers geven inzicht in de gevolgen voor het Nederlandse wolvenbeheer.




Ganzen richten schade aan grasland, granen en groenten Noord-Holland

Vertegenwoordigers van LTO, Fauna Beheer Eenheid (FBE) Noord-Holland, Wildbeheer Eenheid (WBE) en Rijkswaterstaat kwamen op 24 april bijeen in Hobrede om met gedeputeerde Noordholland te praten over de ganzenpopulatie.

Bron: RTV L.O.V.E.




Gelderland geeft vergunning voor afschieten wolf na bijtincident: ‘Noodzakelijk voor de openbare veiligheid’

De provincie Gelderland heeft besloten een vergunning af te geven voor het afschieten van een zogenoemde ‘probleemwolf’. Dit dier beet op zondag 13 april een hardloopster op de Veluwe.

De Faunabeheereenheid Gelderland heeft nu toestemming gekregen om de wolf te doden teneinde verdere risico’s voor de openbare veiligheid te voorkomen, aldus de provincie.

Na het incident verklaarde een wolvendeskundige dat ingrijpen noodzakelijk is wanneer een wolf bovenmatige interesse in mensen toont. Hij benadrukte echter dat afschieten de laatste optie zou moeten zijn. Hij adviseerde om de wolf te verdoven en te voorzien van een zender, zodat het gedrag van het dier nauwkeurig kan worden gemonitord. Getuigen meldden dat zij de ‘probleemwolf’ van zeer dichtbij hadden gezien.

Een wandelaar die de hardloopster na het incident te hulp schoot, merkte op dat het voorval plaatsvond in een druk bezocht gebied nabij het bezoekerscentrum. Hij voegde eraan toe: „Het was ongelooflijk druk, er waren veel mensen in het bos.”
Uit dna-onderzoek, zo concludeerde de provincie op dinsdag, blijkt onomstotelijk dat het om een wolf gaat. De provincie beschouwt het gedrag van het dier als doelgericht en agressief, hetgeen afwijkend en ernstig wordt geacht. De wolf zocht actief contact met mensen en liet zich niet verjagen.

Naast dit incident was de wolf betrokken bij meerdere andere voorvallen, hetgeen volgens de Landelijke Aanpak Wolf en het wolvenplan van de provincies de noodzaak voor actie benadrukt. Alternatieve maatregelen, zoals het afsluiten van Nationaal Park. De Hoge Veluwe of het gebruik van pijnprikkels en verjaging, werden overwogen, maar als ineffectief of onuitvoerbaar beoordeeld.

Gelderland streeft er al langer naar om strenger op te treden tegen wolven, maar stuit op de internationaal beschermde status van deze roofdieren. Eerdere pogingen om wolven af te schrikken met een paintballgeweer mislukten in de rechtbank, omdat de provincie niet voldoende had aangetoond welke incidenten zich precies hadden voorgedaan en of het telkens om dezelfde wolf ging.




Statement NOJG en Jagersvereniging over schieten van broedende ganzen

Persbericht: 2 mei 2025

De afgelopen dagen is in de pers al veel geschreven over het schieten van broedende ganzen. De Jagersvereniging en de NOJG hebben vandaag een persbericht verzonden met het duidelijke statement dat dit niets met jacht te maken heeft. Lees hieronder het hele bericht.

Schieten van broedende ganzen heeft niets met jacht te maken
Op verzoek van de provinciale overheid zullen de komende weken ‘ganzenbestrijdingsteams’ van Natuurmonumenten broedende ganzen van het nest schieten. Ook worden ganzen die in de rui zijn – wanneer ze hun veren wisselen en niet kunnen vliegen – bijeengedreven en vergast. De Koninklijke Nederlandse Jagersvereniging en de Nederlandse Organisatie voor Jacht en Grondbeheer veroordelen deze methodes. Het is een verkeerde oplossing voor een door de overheid ontstaan probleem; een basaal gebrekkig beheer van de ganzenpopulatie in Nederland. Dit heeft niets met jagen of jagers te maken.

Standpunt Jagersvereniging en NOJG
‘Het is noodzakelijk dat provinciale overheden het aantal ganzen wil terugbrengen. De schade die ganzen aan landbouwgewassen en natuur veroorzaken en het aantal botsingen van ganzen met vliegtuigen nemen nog steeds toe’, zeggen Laurens Hoedemaker, directeur van de Jagersvereniging, en René Leegte voorzitter van de NOJG. Het doden van ganzen in hun meest kwetsbare periode is echter in strijd met de Europese regels. In de Vogelrichtlijn staat dat ganzen in de herfst én winter bejaagd mogen worden en slechts bij uitzondering in de periode dat zij naar hun broedgebieden trekken, broeden en hun jongen verzorgen. Het schieten van ganzen op het nest veroorzaakt onaanvaardbaar dierenleed, omdat de jongen gewond raken of zonder ouderdieren achterblijven.

Oproep
De beide jagersverenigingen pleiten voor het beheren van de ganzenpopulatie in de nazomer, herfst en winter. Dat is de tijd waarin de ganzen geen eieren of jongen meer verzorgen, terwijl de vraag naar wild in restaurants, winkels en bij particulieren op haar jaarlijkse hoogtepunt is. Ook doen zij een oproep aan de terrein beherende organisaties zoals Natuurmonumenten om mee te werken aan normaal populatiebeheer in het jachtseizoen om dit soort excessen te voorkomen.

Wat doen de Jagersverenigingen?
De Jagersverenigingen stimuleren haar leden en lokale jagersverenigingen (WBE’s) om samen met provincies, boeren en terreinbeheerders afspraken te maken over fatsoenlijk en effectief ganzenbeheer.