Overijssel mag van de rechter ganzen beheren in en rond zes Natura 2000-gebieden

Hier is een samenvatting van de uitspraak van de Rechtbank Overijssel (zaaknummer ZWO 24/3863) tussen Stichting De Faunabescherming en het college van Gedeputeerde Staten van Overijssel:

🦢 Kern van de zaak
De rechtbank oordeelt over de rechtmatigheid van een opdracht van het college aan de Faunabeheereenheid Overijssel (FBE) om de populatie koppelvormende grauwe ganzen in zes Natura 2000-gebieden in Overijssel te beperken door afschot met het geweer in de periode 1 januari t/m 15 maart, jaarlijks van 2024 t/m 2029.

📌 Standpunt van De Faunabescherming
De Faunabescherming is tegen deze opdracht en voert meerdere bezwaren aan, waaronder:

Er zou een natuurvergunning nodig zijn.
Er is onvoldoende aangetoond dat de schade aan gewassen door grauwe ganzen wordt veroorzaakt.
Er zijn andere, minder ingrijpende alternatieven mogelijk.
De opdracht zou kunnen leiden tot het verstoren of vernietigen van nesten, waarvoor geen ontheffing is verleend.

⚖️ Oordeel van de rechtbank
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Belangrijkste overwegingen:

Het college mocht aannemen dat geen natuurvergunning nodig is, omdat de uitvoering van het afschot zorgvuldig en verstoringsarm is ingericht.
Er is voldoende oorzakelijk verband tussen de schade aan gewassen en de aanwezigheid van grauwe ganzen.
De schade is belangrijk en structureel, met jaarlijkse schadebedragen van meer dan 1,5 miljoen euro.
Er zijn geen andere geschikte en bevredigende oplossingen dan populatiebeperking via afschot.
De uitvoering is beperkt, gecontroleerd en gericht op koppelvormende ganzen, niet op winterganzen of andere soorten.

📅 Gevolg
De opdracht blijft in stand. De Faunabescherming krijgt geen gelijk en ontvangt geen vergoeding van proceskosten of griffierecht.

Zie de uitspraak:https://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI:NL:RBOVE:2025:5836




Vergunning voor schadepreventie en -bestrijding bij vier ganzensoorten in Zeeland

De Faunabeheereenheid Zeeland heeft van Gedeputeerde Staten toestemming gekregen om beheermaatregelen uit te voeren gericht op vier ganzensoorten, met als doel het beperken van schade aan onder andere landbouwgewassen. Op dinsdag is hiervoor de benodigde omgevingsvergunning verleend.

Deze vergunning maakt het mogelijk om populatiebeheer en verjaging, ondersteund door afschot, toe te passen op de volgende soorten in de provincie Zeeland:

  • Grauwe gans
  • Brandgans
  • Kolgans
  • Grote Canadese gans

De vergunning is geldig van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031 en is verleend ter voorkoming van schade aan gewassen, vee, bossen, visserij en wateren.

Daarnaast zijn Gedeputeerde Staten voornemens het Faunabeheerplan Ganzen 2026-2031 goed te keuren. Beide ontwerpbesluiten liggen van 8 oktober tot en met 18 november 2025 ter inzage.




Rechter verleend geen toestemming afschieten wolf in Voorthuizen-Gelderland

De rechtbank Gelderland heeft geoordeeld dat de bezwaren van dierenorganisaties tegen het door de provincie Gelderland verleende afschotvergunning voor een specifieke wolf gegrond zijn. De provincie heeft onvoldoende aangetoond dat het doden van deze wolf noodzakelijk is en dat er geen geschikte alternatieven beschikbaar zijn. Daarnaast is niet onderbouwd wat de impact van het doden van deze wolf zou zijn op de instandhouding van de wolvenpopulatie. Ook is onvoldoende gewaarborgd dat daadwerkelijk alleen de betreffende wolf wordt gedood.

De zaak betreft een vergunning voor het afschieten van één specifieke wolf in de omgeving van Barneveld, nadat daar in korte tijd twintig aanvallen op schapen plaatsvonden. DNA-onderzoek wees uit dat deze wolf verantwoordelijk was voor ten minste acht van deze aanvallen, ondanks de aanwezigheid van hoge hekken met stroomdraad. Twee dierenorganisaties dienden bezwaar in tegen de vergunning en vroegen de rechtbank om een voorlopige maatregel, zodat de wolf niet gedood zou worden voordat op hun bezwaar is beslist.

De wolf is een beschermde diersoort. De provincie dient bij het nemen van een besluit tot afschot te voldoen aan wettelijke eisen, waaronder het onderzoeken van alternatieven. De provincie heeft alternatieven slechts op papier beoordeeld en niet in de praktijk getest. De rechtbank acht dit onvoldoende. In landen als Zweden en de Verenigde Staten worden bijvoorbeeld flapperlinten succesvol ingezet om wolven te weren, ook na eerdere aanvallen over wolfwerende hekken.

Verder heeft de provincie niet onderbouwd wat de gevolgen van het doden van deze wolf zijn voor de staat van instandhouding van de populatie, die momenteel als ongunstig wordt beschouwd. Het enkele feit dat de populatie groeit, is volgens de rechtbank onvoldoende. Ook is het risico dat een verkeerde wolf wordt gedood niet voldoende weggenomen. Het zenderen van wolven zou hier mogelijk een oplossing kunnen bieden.

De rechtbank verwacht dat de verleende toestemming in bezwaar niet in stand zal blijven. Daarom is het besluit van de provincie geschorst totdat op de bezwaarschriften is beslist. Dit betekent dat de betreffende wolf voorlopig niet mag worden afgeschoten.

Bron: Rechtbank Gelderland, 02-10-2025.




Gelderland wil meer mogelijkheden voor burgemeesters bij wolvenincidenten

Provincie Gelderland wil dat burgemeesters meer mogelijkheden krijgen om in te grijpen bij incidenten met wolven. Het provinciebestuur stuurt hierover een brief naar de minister van Justitie en Veiligheid, de heer Van Oosten.

Gelderland ondersteunt met de brief de oproep van burgemeesters van 22 gemeenten in Noordoost Gelderland, die vorige week vroegen om extra bevoegdheden om in te kunnen grijpen bij gevaar.

Handelingsperspectief

Burgemeesters kunnen in het kader van orde en veiligheid gebruikmaken van een noodbevoegdheid om in te grijpen als acuut gevaar dreigt. Hier wordt terughoudend mee omgegaan. Toen een burgemeester in het Drentse Waspe van deze bevoegdheid gebruik maakte om een wolf die een schapenhouder had aangevallen te laten doden, ontstond er veel commotie. Onduidelijkheid over bevoegdheden en kaders beperkt de slagkracht van burgemeesters in de toepassing van de noodbevoegdheid.

Ook provincies kunnen niet snel ingrijpen in gevaarlijke situaties. Via de omgevingswet kunnen vergunningen worden verleend om wolven te verstoren, te conditioneren of desnoods te doden, maar dit zijn langdurige trajecten.
Brief burgemeesters

Vorige week riepen de burgemeesters van 22 gemeenten van het Districtelijk Veiligheidsoverleg Noordoost Gelderland op om hun bevoegdheden uit te breiden, of om te verduidelijken hoe en wanneer deze mogen worden ingezet.




Door toenamen ganzenschade in heel Drenthe bestrijding mogelijk zonder bufferzones

In de provincie Drenthe zal binnenkort op ganzen gejaagd mogen worden, met uitzondering van Natura2000-gebieden en ganzenfoerageergebieden.

brandganzen

De bufferzones van 250 meter rondom Natura2000-gebieden, waar jacht verboden was, zullen verdwijnen. De provincie onderzoekt momenteel de effecten van de ganzenjacht binnen 250 meter van Natura2000-gebieden, maar het tijdstip van dit onderzoek is nog onbekend.

De jacht is bedoeld om schade aan landbouwgewassen te beperken en richt zich op drie soorten:

  • brandganzen,
  • grauwe ganzen en
  • grote Canadese ganzen. (landelijk vrijgestelde soort)

Volgens de provincie en de Faunabeheereenheid (FBE) neemt het aantal ganzen toe, wat leidt tot meer schade aan landbouwgewassen. De grauwe gans is de grootste veroorzaker van schade, aangezien deze zowel het hele jaar door in Drenthe verblijft als de provincie aandoet als trekvogel. Daarom staat de provincie naast schadebestrijding ook populatiebeheer toe, door middel van jacht en eierbehandeling.

Aantoonbare Schade

De provincie stelt dat er alleen op ganzen wordt gejaagd op locaties waar eerder schade is geconstateerd. Voor aanzienlijke schade aan kwetsbare gewassen mag het hele jaar door gejaagd worden in het Drentsche Aa-gebied, de noordelijke Veenkoloniën, Midden-Drenthe en grote delen van Zuidoost-Drenthe. Voor schade aan blijvend grasland is het jachtgebied in Zuidoost-Drenthe nog groter en omvat het gebieden rond Meppel en Ruinerwold, het Dwingelderveld en de gemeente Noordenveld. Hier mag alleen van 1 april tot 31 mei gejaagd worden.

Uitgebreid onderzoek heeft aangetoond dat minder ingrijpende middelen, zoals knalapparaten, vogelverschrikkers en lasers, onvoldoende effect hebben, omdat ganzen eraan wennen.

Exit Bufferzones

Animal Rights en Fauna4Life hadden bezwaar gemaakt tegen de eerste versie van de vergunning en zijn van plan dit bezwaar door te zetten of opnieuw bezwaar aan te tekenen. Volgens Erwin Vermeulen van Animal Rights mag je volgens de vogel- en habitatrichtlijn Natura2000-gebieden niet verstoren, wat wel gebeurt als je vlak ernaast gaat jagen. Hij vindt dat de provincie eerst onderzoek had moeten doen voordat de vergunning werd afgegeven.

Eerder Bezwaar

Volgens Vermeulen heeft de provincie niets gedaan met het eerdere bezwaar van de dierenorganisaties. De vergunning spreekt van ‘ondersteunend afschot’, maar het is onduidelijk wat, waar en hoeveel. Ook is de noodzaak voor het doden van ganzen en het vernietigen van nesten en eieren niet aangetoond. Ganzen zijn beschermde vogels en alleen in uitzonderlijke situaties mogen ingrijpende maatregelen worden genomen, beperkt in plaats en tijd. Deze ruime vergunning voldoet daar volgens de organisaties niet aan.




Raad van State vindt Staat van Instandhouding wolf nog niet gunstig om in te grijpen.

Advies over ontwerpbesluit over bescherming van de wolf

Gepubliceerd op 15 september 2025

De Afdeling advisering van de Raad van State heeft op 10 september 2025 het advies over het ontwerpbesluit over de bescherming van de wolf vastgesteld. Het advies is op 15 september 2025 op de website gepubliceerd.

De wolf in Nederland

De wolf heeft zich sinds enkele jaren opnieuw gevestigd in Nederland. Dat heeft geleid tot uiteenlopende reacties in de maatschappij. Aan de ene kant zijn er zorgen over incidenten tussen wolven en mensen of (landbouw)huisdieren, zoals schapen en honden. De aanwezigheid van de wolf wordt tegelijk ook wel gezien als een teken van natuurherstel en een bijdrage aan de biodiversiteit.
Aanpak incidenten met wolven

Om adequaat op te treden bij incidenten, kan het onder omstandigheden nodig zijn een individuele wolf te vangen om vervolgens een zender aan te brengen en het gedrag van de wolf te volgen. Als uiterst middel kan het nodig zijn een individuele wolf te doden. Met de huidige wet is het al mogelijk om een vergunning te krijgen voor het vangen of doden van een wolf als aan drie criteria is voldaan:

  • er bestaat geen andere bevredigende oplossing;
  • het is nodig vanwege één van de belangen genoemd in de huidige wet, bijvoorbeeld: de openbare veiligheid; en
  • er wordt geen afbreuk gedaan aan het streven om de wolf als diersoort in een gunstige staat van instandhouding te laten voortbestaan

Inhoud van het ontwerpbesluit

De beschermingsstatus van de wolf in de Europese Habitatrichtlijn is gewijzigd van ‘strikt beschermd’ naar ‘beschermd’. Het ontwerpbesluit implementeert deze wijziging in het nationale recht. Ook worden beoordelingsregels over het vangen van wolven bij ‘probleemsituaties’ en het doden van ‘probleemwolven’ voorgesteld. Daarnaast regelt het ontwerpbesluit dat de goudjakhals de status ‘beschermd’ krijgt, overeenkomstig de Habitatrichtlijn. De goudjakhals had in Nederland nog geen beschermingsstatus. De Afdeling advisering heeft geen opmerkingen over de implementatie van de gewijzigde beschermingsstatus van de wolf en de nieuwe beschermingsstatus van de goudjakhals. Wel heeft de Afdeling advisering opmerkingen over de verhouding tussen de voorgestelde beoordelingsregels en de Habitatrichtlijn, en over de geschiktheid van de regels om het beoogde doel te bereiken.

Beoordelingsregels te ruim

De voorgestelde specifieke beoordelingsregels gaan over het vangen van wolven bij ‘probleemsituaties’ en het doden van ‘probleemwolven’. Het doel is om deze regels te gebruiken bij de invulling van de bestaande wettelijke vereisten voor het verlenen van een vergunning voor het vangen of doden van een wolf. Volgens rechtspraak van het Europees Hof van Justitie over de Habitatrichtlijn moet bij onzekerheid over een gunstige staat van instandhouding van de wolf als beschermde diersoort worden uitgegaan van een ongunstige staat van instandhouding. Aangezien een onderzoeksrapport over de staat van instandhouding van de wolf in Nederland ontbreekt, is een ongunstige staat van instandhouding op dit moment het uitgangspunt. Bij een ongunstige staat van instandhouding mag een wolf alleen in uitzonderlijke omstandigheden worden gevangen of gedood. Deze uitzondering is beperkt tot gevallen waarin de gevolgen van de maatregel voor de staat van instandhouding van de wolf als beschermde diersoort neutraal zijn. Tegen deze achtergrond zijn de voorgestelde beoordelingsregels op dit moment te ruim. De in het ontwerpbesluit genoemde omstandigheden die aanleiding kunnen zijn voor het vangen of doden van een wolf verschillen sterk naar aard en ernst. Vanwege het uitgangspunt van een ongunstige staat van instandhouding biedt de Habitatrichtlijn alleen ruimte voor het vangen of doden van een wolf in de meest ernstige situaties. De Afdeling adviseert de voorgestelde beoordelingsregels hierop aan te passen.

Geschiktheid beoordelingsregels en koepelvergunningen

In de toelichting bij het ontwerpbesluit wordt niet duidelijk op welke punten het huidige recht in combinatie met het beleid over probleemwolven en probleemsituaties niet toereikend zijn en hoe de voorgestelde regels dat oplossen. Verder maakt de Afdeling advisering opmerkingen over het voorgestelde systeem van ‘koepelvergunningen’. Daarmee wordt het mogelijk om op voorhand vergunningen te verlenen voor het vangen of doden van wolven zonder dat bij de vergunningverlening duidelijk is of aan alle drie de bestaande wettelijke vereisten is voldaan. De Afdeling adviseert, mede gezien het huidige uitgangspunt over de staat van instandhouding van de wolf, geen gebruik te maken van koepelvergunningen, maar alleen van individuele vergunningen.

Handelingsperspectief

Wanneer een gunstige staat van instandhouding van de wolf is bereikt, zullen de mogelijkheden voor het vangen of doden van wolven bij problemen ruimer worden. Op dit moment is een ongunstige staat van instandhouding het uitgangspunt en zijn de mogelijkheden op grond van de Habitatrichtlijn dus beperkt.
Conclusie

De Afdeling adviseert de regering het ontwerpbesluit niet te nemen, tenzij het wordt aangepast.




Juridisch bekeken – Ondertussen in de rechtbank

Een zaak uit eigen kast.

Datum: augustus 2025 | Maurice Stassen Jurist en Bestuurslid NOJG

Onlangs stond ik de provincie Zeeland bij in een zaak die was aangespannen door een inwoner van de provincie die het niet eens was met de uitbreiding van de mogelijkheden om effectief ganzen te bestrijden en beheren in de provincie.

Wat speelde er.

In de provincie Zeeland bestaat al sinds 2024 een ontheffing die het bestrijden van ganzen mogelijk maakt. Die ontheffing stond niet ter discussie.
Gebleken is bij de bestrijding van de ganzen, waarbij het gaat over de grauwe gans en de brandgans, dat de voorwaarden te strik zijn om effectief te kunnen bestrijden. Om die reden had de Faunabeheereenheid Zeeland verzocht om versterkte lokgeluiden te mogen gebruiken, om ook een uur voor zonsopgang en een uur na zonsondergang actief te mogen zijn en om slag- snij- of steekwapens te mogen gebruiken bij het doden van de ganzen. De provincie heeft dat toegestaan.

Daar was de inwoner van Zeeland het niet mee eens. Er werd beroep ingesteld, en daarnaast werd aan de rechter in een spoedprocedure gevraagd de maatregelen op te schorten totdat het beroep helemaal behandeld was. Het ging nu over die spoedprocedure, dus over het voorlopig opschorten van de toegekende extra voorwaarden.

Tijdens de zitting verscheen de inwoner met een groepje sympathisanten en met enkele mensen die werden aangeduid als deskundigen op het gebied van ganzen. Daar wilde de rechter meer van weten. Waarom waren deze mensen deskundig? Het antwoord was dat ze er veel over gelezen hadden. Enige relevante opleiding hadden ze niet genoten, en enige deskundigenervaring was niet aan te tonen. Ze mochten hun zegje doen, maar de waarde van hun stellingen was uiteraard niet groot. Het bijvoorbeeld enkel roepen dat de manier van tellen door de provincie niet klopt zonder zelf met alternatieve tellingen te komen schiet niet erg op.

Het grote voordeel voor de provincie was dat de extra voorwaarden al enige maanden van kracht waren en dus effectief toegepast werden. De provincie kon dus een eenvoudige vergelijking maken met het afschot in dezelfde periode van het vorige jaar. Heel duidelijk bleek dat de afschotcijfers onder de nieuwe voorwaarden beduidend hoger lagen. De extra voorwaarden waren effectief, dat stond wel vast.

Alle argumenten van de inwoner werden stuk voor stuk behandeld en namens de provincie tegengesproken: het verjagen heeft geen zin want dan gaan de ganzen naar een buurtperceel met nog steeds schade tot gevolg, er zijn voldoende alternatieve middelen geprobeerd, het gaat in deze zaak niet over de vraag of ganzen gedood mogen worden maar enkel over de extra voorwaarden, de staat van instandhouding is niet in het geding en de ondergrens wordt middels tellingen goed door de provincie bewaakt, het is duidelijk dat de schade fors toeneemt als er niet meer bestreden gaat worden en de extra lokmiddelen leveren juist op dat de dieren op hele grote percelen van dichterbij kunnen worden geschoten hetgeen het dierenwelzijn ten goede komt.

De rechter stelt dan ook vast dat het belang van de agrariërs bij het kunnen beschermen van hun gewassen door op ruimere tijden en met andere middelen dan alleen geweren ganzen te mogen bejagen zwaarder weegt dan het belang van verzoekster om de ganzenjacht zo beperkt mogelijk te houden, waarbij een belangrijke rol speelt dat de staat van instandhouding van de ganzenpopulatie voorlopig zeker niet in gevaar komt.

En daarmee is het verzoek van de inwoner om de genomen maatregelen voorlopig op te schortten tot de hele zaak in beroep is beslist afgewezen. De uitspraak werd met enthousiasme ontvangen door de provincie, de grondgebruikers en de Faunabeheereenheid. De strijd tegen de grauwe gans en brandgans kan onverminderd doorgang vinden.




Juridisch bekeken – The sound of silence…

Uitgave augustus 2025 -Jurist en bestuurslid NOJG– Maurice Stassen

The sound of silence…

Het geluid van de stilte. Iets wat wij graag in de natuur ervaren. Om te ontspannen, te reflecteren en om even alle hectiek van de dag te ontvluchten.
Stilte kan ook in de jacht functioneel zijn. Zoals bij het bestrijden van de schade of het beheren van de populatie. Een minimale verstoring van de fauna, van de omgeving en van de schutter zelf. De landen om ons heen hebben het nut van een geluiddemper al lang gezien en staan het gebruik ervan gewoon toe. Maar niet in de kleine postzegel die Nederland heet. Want stel je eens voor dat criminelen onze geluiddempers zouden kunnen krijgen.

Dan krijgen we een hele gevaarlijke samenleving volgens het ministerie. Alsof Taghi en kornuiten zich iets aantrekken van het al dan niet toestaan van geluiddempers voor jagers. Alsof ze dan pas de geluiddemper gaan gebruiken. En tot die tijd in angst over hun schouder kijken, want jagers mogen de geluiddemper ook niet gebruiken en stel dat we dan straf krijgen. Dat ze pas een geluiddemper gaan gebruiken als jagers deze legaal voorhanden krijgen, zodat ze die dempers dan van de jagers kunnen stelen en pas dan zelf kunnen gaan gebruiken. Een volstrekt ridicule, bekrompen en achterhaalde gedachte.

En zo dacht een onderzoekscommissie van de Tweede Kamer daar jaren geleden ook al over. In december 2022 presenteerde deze commissie onder leiding van oud kamerlid Chris van Dam een rapport over een herziening van de Wet Wapens en Munitie. Over de geluiddemper concludeert de commissie dat geluiddempers in de ons omringende landen zijn toegelaten en gemeengoed zijn in de praktijk. Ook stelt de commissie vast de geluiddempers voor luchtdrukwapens al vrij verkrijgbaar zijn in Nederland. En we weten allemaal dat luchtdrukwapens lang niet zo onschuldig meer zijn. Bovendien passen die geluiddempers niet alleen op luchtdrukwapens maar ook op vuurwapens, aldus de commissie. De commissie stelt dan ook onder andere vast dat een wettelijk verbod van geluiddempers niet bijdraagt aan de veiligheid of de openbare orde. Daarbij overweegt de commissie dat een geluiddemper het geluid van het schot niet helemaal wegneemt, zodat je stroperij altijd nog kunt opsporen. Het gebruik van een geluiddemper maakt het schot minder schadelijk voor de gebruiker, het verstoort het wild en de omgeving minder en maakt dat het wildbeheer efficiënter kan plaatsvinden.

We hebben het hier over een breed samengestelde commissie, waar ook de NOJG en de Jagersvereniging aan hebben deelgenomen. De commissie werd bijgestaan door een wetenschappelijke commissie, met geleerde mensen die hiervoor hadden doorgeleerd. De voorzitter concludeert dan ook dat er sprake is van een breed draagvlak, zowel maatschappelijk als wetenschappelijk voor de gepresenteerde adviezen en hoopt dat het brede draagvlak bij het verdere gebruik van het rapport niet uit het oog wordt verloren. De suggestie is dat laaghangend fruit, zoals de geluiddemper waar de hele commissie het immers over eens is, versneld in te voeren en niet te wachten op het jarenlange proces van een wetswijziging.

Bij de presentatie van het rapport verklaart nota bene de minister zelf dat deze bundeling van deskundigheid en verschillende belangen ertoe heeft geleid dat de commissie een waardevol rapport heeft opgeleverd met vernieuwde inzichten.
Kat in het bakkie zou je denken. Maar niets is minder waar. Overleggen met het ministerie lopen op niets uit: ze willen niet voorruit lopen op een nieuwe wet, en het hele wetgevingstraject van jaren en jaren lang moet eerst doorlopen worden. Ongelofelijk en onbestaanbaar.

Dan maar de rechtszaal in. De stand van zaken in de rechtspraak was op het moment dat het rapport verscheen dat beheerders in betaalde dienst van een terrein beherende organisatie geluiddempers mochten gebruiken, maar de ‘gewone’ jager/schadebestrijder/beheerder niet. En dat alles in verband met de vrees dat geluiddempers in de illegaliteit zullen gaan verdwijnen. Terwijl de werkzaamheden exact dezelfde zijn. Wel zien we dat provincies mondjesmaat en onder strenge regels geluiddempers toestaan bij het bestrijden van het wild zwijn of op basis van experimenten. Maar dat alles nog steeds enkel met ontheffingen en vrijstellingen en onder strikte voorwaarden.

In de rechtbank Den Bosch gloort hoop. In 2023 heeft de rechtbank in het nadeel van de minister beslist. Nu het rapport Ringen rond de roos er ligt, kan de minister niet zomaar verwijzen naar de oude rechtspraak dat er vrees is dat een geluiddemper in de illegaliteit verdwijnt aldus de rechter. Dit heeft de rechtbank herhaald in een zaak van mij uit 2024. In die zaak heeft de minister laten weten toch bij het oude standpunt te blijven. De minister gaat hier lijnrecht tegen het oordeel van de rechtbank in. Ongekend dat een overheid een rechterlijke uitspraak naast zich neerlegt. We hebben dan ook meteen beroep aangetekend, wordt vervolgd.

Daarnaast is heel recent het Beneluxverdrag aangepast, in die zin dat het gebruik van geluiddempers voortaan niet perse verboden moet worden. Landen mogen daar in negatieve zin vanaf wijken, maar ook hier is duidelijk dat het beeld langzaam begint te kantelen, en dat het gebruik van geluiddempers gemeengoed gaat worden.

Laten we afwachten in gepaste stilte, dan maken wij wel lawaai bij het ministerie en de rechter.




Faunabeheerplan Zuid-Holland biedt onvoldoende zekerheid voor alternatieven voor afschot konijnen

Den Haag, 16 september 2025

Het faunabeheerplan van de provincie Zuid-Holland voor de periode 2023-2029 biedt te weinig zekerheid dat andere manieren voor het beheer van de populatie konijnen worden afgewogen, voordat toestemming wordt gegeven voor het doden door afschot. Dat volgt uit een bestuurszaak bij de rechtbank Den Haag die is aangespannen door de stichtingen Fauna4Life en Animal Rights. Het college van Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland moet binnen 12 weken nieuwe besluiten nemen.

Het faunabeheerplan

In het faunabeheerplan 2023-2029 dat het college in juli 2023 heeft goedgekeurd, wordt ervan uitgegaan dat in Zuid-Holland ongeveer 200.000 konijnen leven. De dieren leven bij voorkeur op droge, halfopen terreinen met zanderige grond. De burchten die ze maken kunnen zeer uitgebreid worden. Gemiddeld krijgt een konijn twee of drie keer per jaar vijf jongen per worp. Door hun graafactiviteiten kunnen ze grote schade en risico’s veroorzaken op locaties als industrieterreinen, spoordijken, begraafplaatsen, trottoirs en sportvelden. Volgens het faunabeheerplan is het doden van konijnen op deze locaties noodzakelijk om schade te voorkomen.

In het faunabeheerplan zijn alternatieve maatregelen voor afschot van konijnen beschreven en wordt ingegaan op de effectiviteit daarvan. Eén van de alternatieve maatregelen is het plaatsen van rasters. Daarover wordt opgemerkt dat die kunnen worden ondergraven en dat jonge konijnen door mazen in een raster kunnen kruipen. Elektrische rasters zijn wel effectief, maar lang niet overal toepasbaar of gewenst. Over een maatregel als het vangen en herplaatsen van konijnen wordt toegelicht dat dit moeilijk is. De habitat moet geschikt worden gemaakt en gevangen konijnen overleven een verplaatsing vaak niet. Verder is duidelijk dat konijnen altijd zullen terugkeren, zolang het terrein geschikt leefgebied is.

Voor het uitvoeren van het faunabeheerplan heeft het college een ontheffing verleend aan de faunabeheereenheid. Dat is een eenheid die de uitvoering van het faunabeheer in de provincie coördineert en in een concreet geval toestemming voor afschot van konijnen verleent aan de beheerder van een terrein.

Beroepen

De stichtingen Fauna4life en Animal Rights zijn in beroep gegaan tegen de goedkeuring van het faunabeheerplan en de verlening van de ontheffing. Volgens de stichtingen worden al jarenlang duizenden konijnen doodgeschoten zonder dat dit het probleem heeft opgelost. Diervriendelijke oplossingen – zoals werende en verjagende maatregelen en het wegvangen en elders vrijlaten van konijnen – worden ten onrechte verworpen als niet bevredigende oplossingen, stellen ze.

In deze zaak beoordeelt de rechtbank of het college het faunabeheerplan mocht goedkeuren en of de ontheffing mocht worden verleend.
Oordeel rechtbank

De rechtbank oordeelt dat het college toereikend heeft onderbouwd dat op de locaties waar het faunabeheerplan op ziet in zijn algemeenheid schade niet voldoende kan worden voorkomen door het nemen van proportionele alternatieve maatregelen. Er wordt dus niet ontkomen aan het beheren van konijnen door afschot. Maar dit betekent niet dat direct tot afschot kan worden overgegaan. Zoals in het faunabeheerplan staat, moet in concrete gevallen eerst naar alternatieve maatregelen worden gekeken. Afschot kan alleen worden uitgevoerd als de beheerder een plan van aanpak maakt dat vervolgens wordt goedgekeurd door de faunabeheereenheid. Onderdeel daarvan is de verplichte inzet van werende en verjagende middelen, als dit mogelijk is.

De rechtbank oordeelt dat het faunabeheerplan geen kaders of instructies voor de faunabeheereenheid bevat om het plan van aanpak van een beheerder te kunnen beoordelen. Hierdoor is onvoldoende verzekerd dat andere oplossingen goed worden afgewogen, voordat er toestemming komt voor het door afschot doden van konijnen. Daar komt bij dat het college het bevoegd gezag is, maar geen toezicht houdt op de manier waarop de faunabeheereenheid het plan van aanpak beoordeelt. De rechtbank oordeelt dat het besluit tot goedkeuring van het faunabeheerplan onvoldoende is gemotiveerd. Daaruit volgt dat ook het ontheffingsbesluit onvoldoende is gemotiveerd. De beroepen van de stichtingen zijn daarom gegrond.

Het college moet binnen 12 weken opnieuw beslissen op de bezwaren van de stichtingen tegen de goedkeuring van het faunabeheerplan en opnieuw beslissen op de aanvraag van de faunabeheereenheid voor een ontheffing. Dit alles met inachtneming van deze uitspraak.

UITSPRAAK: ECLI:NL:RBDHA:2025:16921




Tweede Kamer blokkeert behandeling jacht en Faunabeheer dossier door dit controversieel te verklaren

De vaste commissie voor Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (LVVN) heeft op 11 september in meerderheid besloten een verdere behandeling van een reeks landbouwdossiers door demissionair minister Femke Wiersma en demissionair staatssecretaris Jean Rummenie van het ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur controversieel te verklaren. Het gaat hierbij om de navolgende onderwerpen:

  • Het Convenant dierwaardige veehouderij,
  • Het vervangen van de kritische depositiewaarde in de stikstofwet, een grondgebonden melkveehouderij,
  • Een nieuwe derogatie, voorstellen over kraamkooien,
  • Oneerlijke handelspraktijken en genetische veredelingstechnieken en
  • De verdere uitwerking van het agrarisch natuurbeheer,
  • Het verlagen van de beschermde status van de wolf,
  • de jacht en het faunabeheer.

    • De stelselwijziging van jacht en faunabeheer,
    • De beschermingsstatus van de wolf en goudhalsjakhal