Position Paper LTO, FPG, Jagersvereniging: Naar een duurzaam wildbeheer in Nederland

Position Paper LTO, FPG, Jagersvereniging: Naar een duurzaam wildbeheer in Nederland en het commentaar hierop van de Wbe Susteren/Graetheide en NOJG

Het huidige systeem van het voorkomen en vergoeden van faunaschade behoeft dringend verbetering, want schadebedragen nemen jaarlijks toe, de bereidheid van de overheid om tegemoetkomingen te blijven betalen neemt af en de juridische procedures stapelen zich op. In samenwerking met LTO Nederland en Federatie Particulier Grondbezit (FPG) heeft de Koninklijke Nederlandse Jagersvereniging een Position Paper naar een duurzaam wildbeheer in Nederland opgesteld waarbij ze de politiek en de Nederlandse overheid oproepen om een duurzaam faunabeheer, schadepreventie en schadevergoeding mogelijk te maken.

Het niet in voldoende mate afwikkelen van faunaschade; Komt voort uit bezuiniging en afschuiven van verantwoordelijkheid. Beleid van de overheid en heeft niets met de wildsoorten te maken.

Overmatige aantallen in het wild levende dieren veroorzaken natuurschade, bedreigen het weg- en vliegverkeer en brengen schade toe aan landbouwgewassen. De aan boeren uitbetaalde schadevergoedingen zijn sinds de inwerkingtreding van de Flora- en faunawet in 2002 toegenomen van 6 miljoen euro in 2006 naar ruim 21 miljoen euro in 2016. In onderzoek van CLM uit 2013 bleek dat de daadwerkelijke schade op het boerenland een factor vijf hoger is en voor 90% door ganzen wordt veroorzaakt. De overheid veel inspanningen op het gebied van schadepreventie en maakt tegelijkertijd de regels voor het beheer van schadeveroorzakende diersoorten complex en moeilijk uitvoerbaar. Boeren, grondbezitters en jagers vinden verandering nodig. Het faunabeheer in Nederland kan eenvoudiger en efficiënter.

Beheer per provincie verschillend en complex

Veel schadeveroorzakende diersoorten worden op dit moment beheerd op basis van provinciale vergunningen. Deze wet- en regelgeving voor populatiebeheer en schadebestrijding van in het wild levende diersoorten is op dit moment per provincie verschillend. De verantwoordelijkheden voor landbouw, natuurbeheer, schadepreventie en schadevergoeding zijn nu uit elkaar getrokken, hetgeen een gebalanceerde, integrale benadering bemoeilijkt.

Het is juist de wetgever geweest die dit heeft besloten, namelijk verantwoordelijkheid bij de provincies te leggen voor al het natuurbeheer, de Faunabeheereenheden zoveel mogelijk op provinciaal niveau en de door hen opgemaakte faunabeheerplannen afgestemd op de lokale provinciale situatie, dus ook de daarop verleende ontheffingen, vrijstellingen en bijzondere opdrachten en het uitkeren van de Faunaschadevergoedingen. Dat hierdoor uiteraard verschil bestaat per provincie, is natuurlijk vanzelfsprekend daar niet iedere provincie de zelfde biotoop en faunasoorten heeft en wat daardoor volgens ons ook de bedoeling van de wetgever geweest. De Nederlandse wet is op dit punt anders dan de Duitse. Volgens de KNJV heeft de jachthouder een inspanningsverplichting, en bijvoorbeeld in Duitsland een resultaatsverplichting. Dat is inderdaad zo, als wij het hebben over niet wildsoorten, waarvoor een ontheffing geldt, maar niet voor de vrijgestelde diersoorten en wildsoorten conform de huidige Wet natuurbescherming.

Verantwoordelijkheden dichter bij elkaar

Wanneer de verantwoordelijkheden voor landbouw, natuurbeheer, schadepreventie en schadevergoeding dichter bij elkaar gebracht worden onder een eenvoudiger regime in een stelsel van heldere afspraken, zal de integratie van landbouw- en natuurbelangen beter en de schadepreventie diervriendelijker en efficiënter kunnen plaatsvinden, stellen de 3 organisaties.

(Ook hier is de vraag waarop is dit gebaseerd?)

I.p.v. te pleiten voor beleidsaanpassingen wordt hier een pleidooi gehouden om de gevolgen van een (verkeerd) rijksbeleid over te hevelen naar de uitvoerders van het faunabeheerplan. Schadeleiders en schadebestrijders komen recht tegenover elkaar te staan. Wat wordt eigenlijk bedoeld met een diervriendelijker schadebestrijding?

De vraag is over welke verantwoordelijkheden wij het hier hebben, bij het voorkomen en bestrijden van schade of is dit alleen maar voor één doel wat de KNJV heeft namelijk uitbreiding van de wildlijst en wat is dan het verschil met het huidige systeem van jacht, beheer en schadebestrijding?

Boeren, jagers en terreinbeheerders kunnen op basis van een wildbeheerplan onder het jachtregime samen werken aan een voor alle partijen redelijke wildstand, waardoor de landbouwschade afneemt, de soortenrijkdom toeneemt en de administratieve lasten lager zijn.

De vraag in deze is of de terreinbeheerder een onderschrijver of mede-penvoerder van dit document wordt? Wij kunnen ons dit niet voorstellen. Na 25 jaar komt plotseling het wildbeheerplan (300 exemplaren) weer uit de kast. Een mislukt vehikel van vroeger en tegenstrijdig met het succesvolle amendement waarmee een planmatige jacht uit het faunabeheerplan is gehouden tijdens de behandeling Wet natuurbescherming ( Heerema). De redelijke wildstand wordt onvoldoende belicht zoals in de Wnb staat geformuleerd.

Art.3.14 lid 2 van de Wnb. Hiermee geeft men dan de provincie feitelijk “cart blance” om de WBE aan te sturen. In de WBE verordening (verordening Faunabeheer) kan de provincie allerlei criteria aan het wildbeheerplan stellen.(zoals bij de FBE ook gebeurd).

Je zult je af moeten vragen of een WBE nog wel een WBE is als deze niet aan gestelde criteria voldoet. Mogelijk wel, maar dan volledig aangestuurd door provincies.

Wat is de meerwaarde van het “extra ”voorgestelde Wildbeheerplan” ten opzichte van het huidige Faunabeheerplan van de Faunabeheereenheid, dat nu juist door alle organisaties waaronder de maatschappelijke organisaties en door BIJ12 geadviseerd en uiteindelijk door de provincie wordt goedgekeurd en waarin iedereen inspraak heeft gehad. 

Wat is dan het verschil en wat draagt dit nu bij aan een redelijke “wildstand” ( KNJV wildlijst) en welke administratieve lasten gaan hierdoor dan  omlaag als er een geopend jachtseizoen is en daarbuiten toch alleen maar opgetreden kan worden met ontheffingen of bijzondere opdrachten zoals dit ook bij de huidige wetgeving is geregeld? 

Wij kunnen alleen maar constateren, dat deze administratieve last dan bij de Wildbeheereenheden en de Faunabeheereenheden, hierdoor alleen maar fors omhoog gaat , want de Wbe’s moeten dan de wildbeheerplannen opstellen, bijhouden en verantwoorden aan de Fbe en deze moet die dan toetsen aan het Faunabeheerplan? En dan is de vraag wat als de Fbe dit afkeurt, mag er dan niets meer gebeuren v.w.b jacht, beheer en schadebestrijding, binnen die Wbe? Waar is dan het voordeel voor wie te behalen (wildlijst-KNJV)?

Het wildbeheerplan moet dus door de wildbeheereenheden en de terreinbeheerders van de TBO’s worden opgesteld en wat als deze geen jacht toestaan, zoals nu al op veel terreinen van de TBO’s gebeurd ,wat is dan de waarde van het wildbeheerplan en wat kunnen de Wbe’s dan doen?

Daar waar onverwachte schade dreigt kan aanvullend beheer onder vrijstellings- en ontheffingenregime plaatsvinden is voor boeren een vangnet in de vorm van een schadefonds nodig. De overheid moet medeverantwoordelijk zijn voor dit fonds.

Dit betekent gewoon dat er door het oprichten van een schadefonds nog meer kosten komen voor alle jachtaktehouders en ook extra administratieve lasten. 

Extra werkzaamheden Wbe’s bij het opstellen van de wildbeheerplannen. Immers nu kennen wij de algemene landelijk vrijstellingen en de provinciale vrijstellingen en de verleende provinciale ontheffingen of bijzondere opdrachten, die de jachthouders de vrijheid geeft om direct op te kunnen treden, indien dit nodig is, verantwoording vindt in het FRS plaats, de Fbe is dan ook geïnformeerd. 

Indien er dan weer sprake is van een jachtseizoen voor de “wildsoorten” dan dient erbuiten de ontheffingen en evt. vrijstellingen te gelden, wat is daar dan de meerwaarde van alle kosten en extra werk t.o.v. van de huidige regelingen?

NOJG heeft als standpunt
“Eerst als de populatieomvang van de  beschermde, schadeveroorzakende soorten (ganzen ) op orde is en er alleen beheersmatig verjaagd c.q. geschoten moet worden kan er dan pas aan de wildlijst gedacht worden”.

Gewenste beleidswijzigingen

Jagers, boeren en grondbezitters pleiten voor de volgende beleidswijzigingen:

Alle vormen van jacht vinden plaats op basis van wildbeheerplannen en behoeve van de maatschappelijke inbedding en regionale coördinatie worden deze plannen ter goedkeuring voorgelegd aan de maatschappelijk breed samengestelde faunabeheereenheden.

Dit is een extra en volgens onnodige belasting voor de wildbeheereenheden en de betrokken faunabeheereenheden, die immers al regionaal/provinciaal door de faunabeheereenheden in hun Faunabeheerplannen zijn afgestemd en waarmee de meeste Wbe’s al van 2003 werken.

Wanneer ondanks de gezamenlijke inspanningen van jager en grondgebruiker nog faunaschade ontstaat, moet een consulent Faunaschade een bemiddelende rol tussen grondgebruiker, jager, terreinbeheerder en overheid spelen.

(weer een extra belasting en kosten)

Betekent dit dat deze consulent voor “koning Salomon” moet gaat spelen? Allemaal meebetalen? De huidige inspanningen en kosten van de jager bagatelliseren? Wij lezen hier echt een herhaling van zetten, vechten om de centen. Nu niet alleen gaat het meer om geld van de overheid, maar dan ook om de huishoudknip van boer en jager.

Deze partijen zijn tevens gezamenlijk verantwoordelijk voor het instellen en onderhouden van een faunaschadefonds.

(Waarom al deze extra kosten voor alle jachtaktehouders en weer extra meerwerk voor de Wbe’s, is de huidige regeling dan niet goed, waar alle schade vergoed wordt door de provincies )

Voor het beheer van de “wildsoorten”(welke soorten zijn dit) die nu in groten getale voorkomen waardoor ze aanzienlijke maatschappelijke, economische en natuurschade veroorzaken zou het eenvoudiger en integrale landelijke jachtregime de basis moeten vormen, waar en wanneer nodig aangevuld met het provinciale ontheffingenregime en provinciale opdrachten.

LTO, FPG en de Jagersvereniging vragen de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en de Tweede en Eerste Kamer om deze overweging mee te nemen in de behandeling van het voorstel voor de Aanvullingswet Natuur bij de Omgevingswet.

Zie voor meer informatie het Position Paper van LTO, FPG en de Jagersvereniging Naar een duurzaam wildbeheer in Nederland op de site van de Jagersvereniging.

bron: Jagersvereniging, 17/05/19


Naar een duurzaam wildbeheer in Nederland

Het huidige systeem van het voorkomen en vergoeden van faunaschade behoeft dringend verbetering, want schadebedragen nemen jaarlijks toe, de bereidheid van de overheid om tegemoetkomingen te blijven betalen neemt af en de juridische procedures stapelen zich op. LTO Nederland, De Koninklijke Nederlandse Jagersvereniging en de Federatie Particulier Grondbezit roepen de politiek en de Nederlandse overheid op om een duurzaam faunabeheer, schadepreventie en schadevergoeding mogelijk te maken. Diersoorten die in dusdanig groten getale voorkomen dat deze maatschappelijke, ecologische en economische schade veroorzaken zouden in de basis onder het jachtregime onder goedgekeurde wildbeheerplannen moeten worden beheerd. Deze diersoorten, met name ganzen, reeën, wilde zwijnen, edelherten, damherten en smienten, waren in 2016 samen goed voor ruim 19 miljoen van de 21 miljoen euro uitbetaalde schadevergoeding.

Maar wat is nu de verbetering? Als zij pretenderen dat te weten waarom kunnen zij dat niet gewoon uitleggen? Is het een verbetering om te moeten participeren in de gevolgen van het verkeerde beleid, want dat wordt immers gesuggereerd, dan is het geheel onverstandig om daar mede verantwoordelijkheid voor te dragen.

(Wat is dit duurzaam beheer dan beter als het huidige beheer via de opgestelde Faunabeheerplannen van de FBE’s die ook nog eens door alle betrokken partijen goedgekeurd is?) (Waar zit dat verschil dan, vragen wij ons dat af?)

Faunaschade

Overmatige aantallen in het wild levende dieren veroorzaken natuurschade, bedreigen het weg- en vliegverkeer en brengen schade toe aan landbouwgewassen. De aan boeren uitbetaalde schadevergoedingen zijn sinds de inwerkingtreding van de Flora- en faunawet (2002) enorm toegenomen: van 6 miljoen euro in 2006 naar ruim 21 miljoen euro in 2016. CLM-onderzoek uit 2013 toont bovendien aan dat de daadwerkelijke schade op het boerenland een factor vijf hoger is en voor 90% door ganzen wordt veroorzaakt. De overheid vraagt steeds meer inspanningen op het gebied van schadepreventie en maakt tegelijkertijd de regels voor het beheer van schadeveroorzakende diersoorten steeds complexer en moeilijker uitvoerbaar. Boeren, grondbezitters en jagers vinden het de hoogste tijd voor verandering. Het faunabeheer in Nederland kan eenvoudiger, efficiënt en beter in lijn Europa.

(Dus moeten alle jachtaktehouders en boeren maar bijdragen hoeveel en waarom deze onnodige extra kosten, waar ben je dan mee bezig als je op deze wijze je leden gaat belasten en vooral de Wbe’s met veel extra onnodig werk wilt opzadelen)

De uitdaging

Jacht is integraal onderdeel van faunabeheer, met het oogmerk de soortenrijkdom te bevorderen en schade door in het wild levende dieren te beperken. Veel schadeveroorzakende diersoorten worden op dit moment beheerd op basis van provinciale vergunningen. Deze wet- en regelgeving voor populatiebeheer en schadebestrijding van in het wild levende diersoorten is op dit moment per provincie verschillend en complex. De huidige wetgeving is vooral gebaseerd op specifieke Europese derogaties1, waarbij deze bepalingen nu generiek worden ingezet op veelvoorkomende diersoorten waarvan de populatie zich over meerdere provincies of zelfs landen verspreid bevindt. Deze provinciaal versnipperde aanpak van landbouwschadepreventie en wildbeheer is kostbaar, bureaucratisch en in toenemende mate gejuridiseerd. De verantwoordelijkheden voor landbouw, natuurbeheer, schadepreventie en schadevergoeding zijn nu uit elkaar getrokken, hetgeen een gebalanceerde, integrale benadering bemoeilijkt. Dientengevolge lopen de schadecijfers op, neemt de soortenrijkdom af en moeten in toenemende mate drastische preventie- en bestrijdingsmaatregelen genomen worden. Evenwichtig populatiebeheer staat dus onder druk.

De vraag is komt dit door de huidige wijze van Faunabeheer of komt dit door veel meer andere factoren van invloed zoals de schaalvergroting van de moderne landbouw etc en gaan wij dan niet nog meer versnipperen om het per wildbeheerplan per Wbe te doen ( Bijvoorbeeld in Limburg 32 wildbeheerplannen)?

De oplossing

Wanneer de verantwoordelijkheden voor landbouw, natuurbeheer, schadepreventie en schadevergoeding dichter bij elkaar gebracht worden onder een eenvoudiger regime in een stelsel van heldere afspraken, zal de integratie van landbouw- en natuurbelangen beter en de schadepreventie diervriendelijker en kostenefficiënter kunnen plaatsvinden. Boeren, jagers en terreinbeheerders kunnen op basis van een wildbeheerplan onder het jachtregime samen werken aan een voor alle partijen redelijke wildstand, waardoor de landbouwschade afneemt, de soortenrijkdom toeneemt en de administratieve lasten aanzienlijk lager zijn.

Daar waar onverwachte schade dreigt kan aanvullend beheer onder vrijstellings- en ontheffingenregime plaatsvinden en zal voor boeren een vangnet in de vorm van een schadefonds gecreëerd moeten worden.

Gezien de huidige omvang van populaties schadeveroorzakende soorten, en belemmeringen in nationale en internationale wet- en regelgeving moet de overheid medeverantwoordelijk zijn voor dit fonds.

De opsomming in de “Oplossing” zijn wel erg globaal en abstract

Jagers, boeren en grondbezitters zouden daarom de volgende beleidswijzigingen doorgevoerd willen zien:

Alle vormen van jacht (inclusief beheer en schadebestrijding) vinden plaats op basis van wildbeheerplannen op WBE-niveau. Ten behoeve van de maatschappelijke inbedding en regionale coördinatie worden deze plannen ter goedkeuring voorgelegd aan de maatschappelijk breed samengestelde faunabeheereenheden.

Waarom is dit nu ineens nodig er zijn immers al faunabeheerplannen, die geheel voldoen, dus onnodig extra werk voor de Wildbeheereenheden, die zich nu immers als jachthouders aan de faunabeheerplannen dienen te houden, wij vinden dat zij (KNJV) ervan uit gaat dat alle jagers zo denken

Er is hierover totaal geen enkel contact geweest met de NOJG, die toch al 25% van alle jagers vertegenwoordigd in Nederland.

Verder vragen wij ons af of dit ook met de Faunabeheer-eenheden is overlegt en of zij het hiermee eens zijn, als belangrijke speler in deze voorgestelde voorstellen?

Wanneer ondanks de gezamenlijke inspanningen van jager en grondgebruiker nog faunaschade ontstaat, moet een consulent Faunaschade een bemiddelende rol tussen grondgebruiker, jager, terreinbeheerder en overheid spelen. Deze partijen zijn tevens gezamenlijk verantwoordelijk voor het instellen en onderhouden van een faunaschadefonds.

Heeft de KNJV zich wel gerealiseerd wat deze extra kosten voor haar leden gaat betekenen en wat voor hen de gevolgen hiervan zullen zijn?

(Ook hier weer de vraag waarom deze extra belasting en moet er een consulent faunaschade komen wat weer extra kosten meebrengt en de bijdrage aan het faunaschadefonds, wat nu ten laste van de provincie komt, dit is toch gewoon onzin)

Voor het beheer van de wildsoorten die nu in groten getale voorkomen waardoor ze aanzienlijke maatschappelijke, economische en natuurschade veroorzaken zou het eenvoudiger en integrale landelijke jachtregime de basis moeten vormen, waar en wanneer nodig aangevuld met het provinciale ontheffingenregime en provinciale opdrachten.

(Ook hier geldt het zelfde als erboven staat vermeld , de huidige regeling is voor een ieder duidelijk en wat als het jachtseizoen gesloten is dan dien je toch weer gebruik te maken van ontheffingen en provinciale opdrachten, die zijn er al en dus waar ligt hier dan de vereenvoudiging, dus geen alweer extra regels)

Wij vragen de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en de Tweede en Eerste Kamer der Staten Generaal om deze overweging mee te nemen in de behandeling van het voorstel voor de Aanvullingswet Natuur bij de Omgevingswet.

–(1 Artikel 9 Vogelrichtlijn)

Commentaar Wbe Susteren/Graetheide en NOJG

Print Friendly, PDF & Email

Reacties zijn gesloten.