Raad van State bevestigt: provincie Utrecht hoeft aandeel van vos in predatie niet exact aan te tonen

Uitspraak over een ontheffing die het college van gedeputeerde staten van Utrecht al in 2020 verleende aan Faunabeheereenheid Utrecht voor het doden van vossen in weidevogelgebieden en bij biologische kippenbedrijven in de provincie Utrecht. Stichtingen de Faunabescherming, Fauna4Life en Animal Rights waren het niet eens met deze ontheffing en kwamen daartegen in beroep bij de rechtbank Midden-Nederland.
De rechtbank oordeelde in 2022 dat het college onvoldoende had onderbouwd dat het doden van vossen noodzakelijk is om weidevogelgebieden en pluimvee te beschermen en dat er geen andere bevredigende oplossingen bestaan. De rechtbank droeg het college op om een nieuw besluit te nemen. Het college is tegen de uitspraak van de rechtbank in hoger beroep gekomen bij de Afdeling bestuursrechtspraak. En met succes, zo blijkt uit de uitspraak van vandaag.
Het is namelijk geen eis voor het college van gedeputeerde staten dat het ππππππππ wat βhet precieze aandeel van de vos is in de predatie van weidevogels, of wat het effect van een groter afschot van vossen op de stand van deze vogels is.β Het college moet voldoende πππππππππππ maken dat de ontheffing bijdraagt aan het belang van de bescherming van weidevogels. Het hoger beroep van het college is dan ook gegrond.
Na de uitspraak van de rechtbank heeft het college in 2023 een nieuw besluit genomen en de ontheffing voor het doden van vossen in stand gelaten. De bezwaren van de Faunabescherming, Fauna4Life en Animal Rights hebben ook betrekking op dit nieuwe besluit. Maar volgens de Afdeling bestuursrechtspraak hebben de stichtingen in dit geval geen belang meer bij een rechterlijke uitspraak. De ontheffing is namelijk niet meer van kracht en de Wet natuurbescherming waarop de ontheffing is gebaseerd is inmiddels ingetrokken. En ook het Faunabeheerplan 2019-2025 dat aan de ontheffing ten grondslag lag, geldt niet meer.
Het antwoord op de vraag of het in dit geval aannemelijk is dat het doden van de vos noodzakelijk is om de weidevogels te beschermen, zal niet in relevante mate van betekenis zijn voor toekomstige gevallen, aldus de Afdeling bestuursrechtspraak. ECLI ECLI:NL:RVS:2026:5173 Datum uitspraak 2 september 2026