Reactienota inbreng door deelnemers bijeenkomsten inventarisatie Flora- en faunabeleidsplan Drenthe

Bijeenkomsten uitwisseling ervaringen met het Flora- en faunabeleidsplan

 Op 17 december 2014 is door Provinciale Staten het Flora- en Faunabeleidsplan vastgesteld. In dit beleid hebben Provinciale Staten geanticipeerd op de nieuwe taken uit de op 1 januari 2017 in werking getreden Wet natuurbescherming. De Wet natuurbescherming is leidend in de uitvoering van ons beleid.

Tweeënhalf jaar na de vaststelling zijn wij benieuwd naar de ervaringen in het werken met dit beleidsplan. Naast onze eigen interne ervaringen willen we graag horen hoe externe partijen het werken met dit beleidsplan ervaren. Daarom organiseren wij drie bijeenkomsten op 30 oktober, 16 en 23 november 2017. Wij willen tijdens deze avonden met name inventariseren of het provinciaal beleid in de praktijk goed werkt en of verduidelijking dan wel waar nodig verdere uitwerking van ons beleid nodig is.

Hierbij doen wij U het overzicht van de inbreng tijdens de drie bijeenkomsten over de inventarisatie van het werken met het Flora- en faunabeleidsplan provincie Drenthe.

In januari 2018 wordt u geïnformeerd over het vervolg.

 

Nr

Inbreng inventarisatie

Wbe Dwingelderveld
1 Het beleid zit goed in elkaar.
2 Uitvoering van beleid is niet eenduidig. De wijze waarop de populatie moet worden beheerd verschilt jaarlijks.
3 De terreinbeherende organisaties conformeren zich niet aan het reewildbeheer in het Flora- en Faunabeleidsplan. Hier wordt door de provincie niet op toegezien. Hierdoor is het niet mogelijk om de populatie op basis van verkeersveiligheid te beheren.
4 De toepassing van faunabeleid verschilt per provincie. Dit maakt uitvoering in de praktijk lastig. Het is belangrijk dat er meer afstemming komt tussen de verschillende provincies.
5 Er moeten meer mogelijkheden komen voor de bestrijding.
6 Laat vanuit de provincie een signaal komen richting de uitvoerders over wat zij nodig hebben.
7 Worden consequenties van beleidskeuzes voldoende in beeld gebracht en belicht.
8 Maak registratie eenvoudiger en eenduidiger, bijvoorbeeld via een app of een gemakkelijker systeem. Faciliteer hiervoor het proces.
9 De uitvoering wordt te veel bepaald door cijfers. Het moet gaan om het toekennen van de beheermogelijkheden bij een langjarige aanpak om te komen tot een stabiele populatie.
FBE Drenthe
1 Er moet een schematisch overzicht worden opgesteld over hoe beleid wordt opgesteld.

De provincie Limburg heeft hierin een goed voorbeeld m.b.t. de bever.

Een protocol vaststellen, dan de FBE een Faunabeheerplan laten vaststellen en van uitvoering door de WBE’s.

2 Er is een discrepantie in het beleidsplan voor nieuwe soorten. Op basis van het beleidsplan zijn nieuwe soorten altijd welkom. De vraag is of je dit wel zou moeten willen. Er zou meer aandacht moeten zijn voor preventie en knelpunten.
3 Er wordt vaak beleid opgesteld, waarvan de praktijk geen kennis heeft kunnen nemen, zoals het beverbeheerplan.
4 Er moet meer aandacht komen voor preventie.
5 Er is geen beheerplan voor vrijgestelde soorten opgesteld. Breng de FBE hier in de rol die zij graag willen nemen.
6 Overleg met meerdere partijen. Maak hiervoor gezamenlijk een visie en beleid.
7 De FBE is belast met de uitvoering van het beleidsplan en het toezicht en handhaving ligt bij de provincie. Dit leidt tot verwarring in de veld over de taakverdeling. De uitvoering moet meer bij de FBE worden belegd.
8 Er is veel verschil in de uitvoering van beleid, zoals bij predatoren.
9 De provincie moet ten aanzien van beleid alleen een grof raamvenster neerzetten. De verder invulling moet plaatsvinden in het faunabeheerplannen. Op basis hiervan kan direct ontheffing aan de FBE worden verleend. Het beleidsplan moet verder worden vereenvoudigd.
10 De uitvoering van het beleidsplan is niet eenduidig: Er is verschil in schaalniveau: 3-cijferig postcodegebied, WBE-gebied, persoonsgeboden of organisatie gebonden.
11 Laat de ontheffing in het kader van de weidevogels ook via de FBE lopen.
12. De ontheffingen zijn uitgebreid. Neem als voorbeeld de provincie Groningen. De provincie Groningen verleend ontheffingen die korter zijn opgesteld.
13 De provincie maakt uitvoerbaar realistisch beleid (grofschalig), de FBE stelt aan de hand van dit beleid faunabeheerplannen voor soorten vast, GS controleert die plannen en keurt ze goed ( of laat ze bijstellen), adhv deze plannen coördineert de FBE de uitvoering door de Wbe’s en haar jagers, eventueel mbv door de provincie verleende ontheffingen. Indien er zich plots een nieuwe situatie voordoet kan de provincie een kortlopende ontheffing verstrekken om het acute probleem aan te pakken en verstrekt tegelijkertijd aan de FBE de opdracht om een beheerplan op te stellen voor die acute soort. Jagers rapporteren aan de wbe. Wbe’s rapporteren aan de FBE. Fbe rapporteert aan de provincie. Dit alles uiteraard via het FLD.
14 Indien er provinciale initiatieven zijn ( zoals bijv het weide akkervogel plan) dient de FBE dus van meet af aan geïnformeerd te worden en zo mogelijk via het FLD betrokken te worden om te waarborgen dat er uitvoerbare zaken op de juiste wijze in ontheffingen of opdrachten worden verwoord ( geen rapportage na 1 of 2 jaar maar boter bij de vis: directe rapportages).

En dit geheel zou het beste naar onze mening in een protocol of werkwijze moeten worden vastgelegd.

15 Verder staat structureel constructief (kwartaal/halfjaar) overleg tussen VTH, FLD en FBE naast het optreden van een provinciaal medewerker als adviseur gewenst zijn.
Vereniging Het Reewild
1 Uitvoering beleid is niet eenduidig.
2 Er is sprake van cijfer fetisjisme en hierdoor loop je soms achter de feiten aan. Cijfers worden te lang als uitgangspunt gebruikt terwijl de praktijk al is gewijzigd
3 Uitvoering beter afstemmen op de praktijk
4 TBO’s kunnen eigen keuzes maken in de uitvoering. Een particulier mag dit niet. Dat is vreemd en heeft effect op de totale uitvoering.
5 Bevorder de diversiteit en rem de komst van invasieve exoten af. Zoek naar een juiste balans.
6 Creëer maatschappelijk draagvlak bij langdurig beheer.
7 Betrek de uitvoerders bij Drents soortenbeleid
Natuur- en Milieufederatie
1 Geen inbreng aangezien de organisatie onvoldoende betrokken is bij de uitvoering.
Waterschap Hunze en Aa’s
1 Waterschap handelt onder de landelijke gedragscode. Hierdoor is de relatie met de provincie niet altijd even duidelijk.
2 Een grote punt van zorg is de zorgplicht in de Wet natuurbescherming.
3 Geef meer ruimte voor beheer.
4 We moeten gaan werken met een leefgebiedenbenadering in plaats van individuele soorten benadering. Werken aan biotoopverbetering.
5 Er is nu sprake van een juridisch beleid. Je loopt hierdoor achter feiten aan. Je moet sneller schakelen.
6 Bij de aanpak van exoten meer samenwerking tussen gemeenten, provincie en waterschappen
KNJV
1 De provincie moet de lijst met vrijgestelde soorten afstemmen met andere provincies. Fauna soorten gaan over provinciegrenzen heen.
2 Maak gebruik van kennis en ervaring uit de praktijk. Leg de uitvoering neer bij de FBE.
3 Zorg ervoor dat er geen verschil in uitvoering is tussen provincies. Zorg voor provincies brede aanpak. Gebruik voor de afstemming bijvoorbeeld IPO.
4 Stel een statiegeldregeling in bij behandelbedrag en tegemoetkoming, net als Gelderland.
5 Bij de bestrijding van roeken moet sprake zijn van schadehistorie, maar dit is niet aanwezig omdat voorheen werd gewerkt met een vrijstelling.
6 Makkelijkere uitvoering van het handhaven van de 0-stand van groot wild. Het moet mogelijk zijn direct te kunnen ingrijpen. Nu moet een melding gedaan worden aan provincie en duurt het lang voordat ene ontheffing wordt verleend om te mogen ingrijpen. Dan is groot wild al weer elders en heeft deze wellicht al schade veroorzaakt.
7 Bij ganzenschade overgaan naar een statiegeldregeling (net als Gelderland). Teruggave van behandelbedrag bij uitkeren tegemoetkoming.
8 Het initiatief voor weidevogels loopt via een apart spoor. Leg de uitvoering hiervan bij de FBE neer.
9 De provincie moet actief actie ondernemen voor invasieve soorten. Hier moet je een beleidsplan voor opstellen.
10 De voorwaarden verbonden aan de ontheffingen zijn niet praktisch uitvoerbaar.
11 Maak kenbaar aan de buitenwereld waar je als provincie mee bezig bent.
12 Het verbod op jacht in natuurgebied/N2000-gebied staat niet meer in de wet. Hier in beleid dus ook anders mee omgaan.
13 Verhouding team VTH van de provincie Drenthe en het bestuur van de FBE is niet goed en dit heeft effect op de uitvoering.
DPG
1 Flora- en faunabeleidsplan is te gedetailleerd en te veel juridificering van de uitvoering. Moet meer op praktijk gericht zijn en praktischer.
2 De WBE’s worden nauwelijks in het beleidsplan genoemd. Ze hebben een grote rol in de uitvoering. Indien aan de WBE’s eisen worden gesteld, dan moet hier ook een financiële vergoeding tegenover komen te staan.
3 De provincie moet eerder actie ondernemen tegen invasieve exoten.
4 Het handhaven van de nulstand voor wilde zwijnen moet beter geregeld worden. Nu mag je niet direct beheren.
5 Het DPG is niet blij met het reewildbeheer. Het huidige beheer is een door de rechter af gedwongen beleid op basis van verkeersveiligheid. Het enige wat werkelijk zou moeten tellen is de ecologie en dus de draagkracht van het gebied. Wij zijn voorstander van het onderbrengen van het reewild onder de categorie wild. Dat regelt de minister en dan is het een stuk eenvoudiger. De vrij komende middelen zouden we kunnen inzetten voor de werkelijke problemen voor de flora en fauna. Afgezien van het ree is de provincie Drenthe zo ongeveer de wildarmste provincie van Nederland.
WBE Dalgronden
1 Beleid moet eenvoudiger; minder rompslomp , minder bureaucratie , meer duidelijkheid (volg voorbeeld Duitsland)
2 Het is de vraag hoe ver je moet gaan qua bescherming. Bijv met de bever, steenmarter, ganzen , katten en andere predatoren en de roek. Wanneer is er te veel schade dan wel overlast.
3 Bij ganzenbeleid werkt te eis van schadehistorie niet. Preventieve middelen werken niet altijd en nemen ook erg veel tijd in beslag. Hierdoor is het afgelopen jaar veel schade ontstaan. Om adequaat op te kunnen treden moet er sneller gehandeld kunnen worden ( niet eerst juridisch dicht spijkeren ) Die 6 jaar schadehistorie afschaffen om sneller te kunnen optreden.
4 Er zijn te veel eisen om in aanmerking te komen voor een schadevergoeding. Er is sprake van juridificering. Traject duurt ook te lang. Hierdoor nemen veel mensen hun schade voor lief.
5 Vraagt zich af of bij de SER er wel gebruik wordt gemaakt van duidelijke cijfers. Er zit veel emotie in een SER. Een rapportage wil nog niet zeggen dat het goed of slecht gaat met een soort.
6 Ecotoerisme geeft meer verstoring met kans op schade. (meer ongevallen, valwild)
7 Geen voorstander van Faunaloket. Is alleen maar extra laag en veroorzaakt dat verlening ontheffing langer duurt. Korte lijnen zijn belangrijk. Voorheen belden we met medewerker van de provincie en kregen we binnen afzienbare tijd antwoord
8 Er zijn te veel websites waar je zaken moet/kunt melden. Sovon, waarneming.nl, FRS enz, enz. Hierdoor onoverzichtelijke data.

Het gaat er met name om hoe die gegevens gevalideerd worden.

9 Geen voorstander van behandelbedrag

Om een beter inzicht te krijgen moet het melden en aanvragen van schade eenvoudiger

10 Vraagt of met de valwildregeling ook binnen de bebouwde kom kan worden ingegrepen

Aanvullend vragen wij ons ook af hoe lang het duurt wanneer de valwildregeling in werking treed en hoe de verzekering en vergoeding geregeld wordt

11 Beheer wild varken en ander grofwild zou ook door wbe gedaan moeten worden. De nulstand ( wild varken ) zie ik ook als taak voor ons als jagers. Waarschijnlijk komen het edelhert en damhert daar later ook nog bij.
Vereniging Drentse Boermarken
1 Het beleidsplan kan er mee door, maar er is te veel bureaucratie. Het kan pragmatischer en goedkoper.
2 Vroeger werd sneller ingegrepen door de provincie. Nu duren procedures te lang. Er is te veel bureaucratie.
3 Bij het optreden van schade moet direct ingegrepen kunnen worden.
4 Een SER kan worden afgeschaft. Je kunt beter investeren in de oude Drentse soorten, bijv de korhoen, weide- en akkersoorten. Een edelhert heeft geen natuurlijk vijanden en op termijn zul je daardoor de populatie moet beheren. .
5 Een hobbyboer moet ook zijn schade vergoed kunnen krijgen. Nu wordt er per diersoort apart beleid gevoerd, bijv bij de wolf. Trek hierin één lijn.
6 Maak het mogelijk om meer te doen aan de steenmarter, ook het doden van het dier. In PS december 2014 is gesteld m.b.t. steenmarter dat e.e.a. indien gewenst aangepast kan worden tijdens de “rit”.

Pleit ervoor om mensen en middelen aan te wijzen en om ook doden mogelijk te maken. Uitplaatsen heeft geen zin!

7 Ecotoerisme is geen goede zaak: “toeristen willen meer wilde fauna zien”, maar wil de wilde fauna ook mensen zien?
8 Preventief ingrijpen moet om schade te voorkomen.
9 Beleid bij provincie, uitvoering bij FBE, dus een strikte scheiding.
10 Tegenstander van behandelbedrag. Wil ook geen statiegeldregeling. Ziet het als zeer onrechtvaardig.
11 Vind dat ze goed betrokken zijn bij het proces tot vaststelling van het Ffbp.
12 Verzoekt om duidelijkheid m.b.t. sint jacobskruiskruid. Vraagt of gedeputeerde contact hierover wil opnemen met voorzitter.
LTO
1 Het is complex om een schade te melden
2 Behoefte aan mogelijkheid tot adequaat en praktisch te handelen zodat landbouwschade voorkomen kan worden.
3 Positief over aanpak weidevogels. Gorde aanpak predatoren is nodig.
4 Extra bescherming is geen gewenste keuze van LTO. De huidige beschermde soorten geven nu al genoeg schade.
5 Provincie moet voorkomen dat een de verspreiding en hoeveelheid van een soort leidt tot een plaag. Duidelijk maken wanneer moet worden ingegrepen. Hoe richt je een beschermingsregime passend in
6 De SER is technisch goed, maar praktisch niet. De politiek gaat zich bemoeien met de uitkomst als deze hen niet welgevallig is. En daarenboven moet lering worden getrokken uit de introductie van diersoorten in Drenthe en elders. Die ervaringen zijn (bijvoorbeeld bevers) zeker niet positief
7 Geen voorstander van ons ganzenbeleid. De boeren zijn er klaar mee. Er wordt geen wintergraan gezaaid omdat dit toch wordt opgevreten en een ontheffing niet wordt verleend wegens gebrek aan schadehistorie.
8 Populatie ganzen neemt toe, niet alleen qua aantal maar ook qua verspreiding voor Drenthe. Hoewel het getalsmatig nog mee valt t.o.v. Friesland is er toch veel overlast en schade. Dit komt omdat er steeds meer gelegenheid komt voor de ganzen om te rusten en te foerageren, bijvoorbeeld door natte natuur. Verzoekt om hier meer op te sturen: maak specifieke gebieden voor ganzen en vergoed daar de schade. Maak de rest van Drenthe onaantrekkelijk voor ganzen. Hier is ook een rol voor de TBO’s. Een rol voor de TBO zou hierbij kunnen zijn dat ze in hun eigen nieuwe natuur goede foerageer mogelijkheden creëren, (door lekker gras in te zaaien) opdat de soorten niet op landbouwgrond gaan foerageren.
9 Preventie heeft weinig effect en ondertussen loopt de schade door. Pleidooi voor snellere verstrekking van ontheffing
10 Er is goede data nodig om de juiste instrumenten in te zetten. Monitoring is erg belangrijk. Maar met de huidige methodiek is er geen compleet beeld te krijgen. Systemen zijn niet publieksvriendelijk. De drive om zaken te melden is er niet.
11 Verzoekt om goed exotenbeleid: sint jacobs kruiskruid, ridderzuur, grote berenklauw, distel.
Dierenbescherming
1 Het conceptplan was beter dan het eindresultaat.
2 Een stappenplan/stroomschema zou fijn zijn. Er is behoefte aan goede monitoring
3 Extra Drentse bescherming is goed. Hierdoor krijgt een soort een bepaalde status.
4 Het moet wel mogelijk zijn om maatregelen te treffen. Provincie moet duidelijker zijn in welke soort maatregelen getroffen mogen worden.
5 De SER is een mooi instrument. Het moet mogelijk worden acties aan de SER te koppelen om conflicten te vermijden.
6 Bij de steenmarter moet goed gekeken worden welke maatregelen ingezet kunnen worden. Geen mogelijkheid tot het doden.
7 Er is educatie en bewustwording nodig. Mensen moeten leren kijken naar de natuur. Er moet geen wild geplaatst worden in Drenthe om zo mensen te trekken. In de huidige natuur is voldoende te zien.
8 Dierenbescherming vindt dat gekeken moet worden hoe een gebied onaantrekkelijk gemaakt kan worden voor ganzen, Er loopt een pilot met Purgrase/Saladebuffet.
9 Geen voorstander van behandelbedrag. Een statiegeldregeling zou wel kunnen.
10 Voorstander van goede monitoring. Schade, de effecten en de maatregelen in kaart brengen. Provincie moet vastleggen welke gegevens ze wil hebben, hoe die gegevens verkregen kunnen worden en hoe iedereen bij die gegevens kan komen.
11 Doet een pleidooi om 4.3d te schappen: “De provincie levert in principe geen financiële steun voor de opvang van gewonde of anderszins hulpbehoevende wilde dieren”. In Wet natuurbescherming heeft provincie de verantwoordelijkheid gekregen voor de natuur en daarom moet zij wel een rol spelen in de opvang.
Waterschap Drents-Overijsselse Delta
1 De gedragscode werkt goed. Verruiming van het maaibeleid zou welkom zijn. In kw-gebieden is het soms schipperen m.b.t. het onderhoud.
2 Waterschap mag gemotiveerd afwijken van het onderhoudsplan. Flexibiliteit zou fijner zijn.
3 Er moet grip gehouden worden op de data van monitoring.
4 Verzoekt om duidelijkheid exotenbeleid.
Nederlandse Organisatie voor Jacht & Grondbeheer (NOJG)
1 Schadebestrijding, beheer en predatiebestrijding zijn een ondergeschoven kind in het beleidsplan.
2 Geen aanvullende Drentse bescherming in het beleid opnemen.
3 Laat het behoud van de nul-stand voor wilde zwijnen over aan de jagers. Hiervoor is nu te weinig personeel (2 boa’s) en de kennis over het veld ligt bij de jagers.
4 Het verschil tussen het vergoeden van bedrijfsmatige schade en niet bedrijfsmatige schade moet worden beperkt.
5 Je moet terughoudend zijn met ecotoerisme. Ecotoerisme leidt tot verstoring. Indien je ecotoerisme toelaat dan moet je hier vervolgens ook op handhaven.
6 Indien je niks aan de bestrijding van ganzen doet, kan de schade toenemen. Je moet de schade door ganzen in de hand houden. Pak het nu aan, anders ben je te laat.
7 Zet de roek weer op de vrijstellingslijst. De inzet van preventieve maatregelen helpt niet. Dit blijkt ook uit onderzoek uit 2000. Toen is gekozen voor een vrijstelling. Geschiedenis herhaalt zich. Stand roeken is al een tijd stabiel maar gaat nu vast omhoog en de daarbij behorende schade..
8 Maak voor monitoring gebruik van gegevens van andere provincies. Bijvoorbeeld het steenmarter onderzoek uit Overijssel
9 Er komt veel bureaucratie kijken bij het melden van (ganzen)schade en schadebestrijding.
10 De NOJG wil graag betrokken worden bij een nieuw faunabeleid. Theorie en praktijk lopen namelijk vaak uit elkaar, daarom wil de NOJG graag betrokken worden en in de voorfase meedenken.
11 3.1 algemeen Beschermde en bedreigde soorten

De ontbrekende factor is predatiebeheer. Het weidevogelgebied “Drostendiep” heeft uitgewezen, dat ondanks de aanpassing van de biotoop ten gunste van de weidevogels , predatiebeheer noodzakelijk is om de weidevogels in stand te houden.

12 5.2 c Wieden

De beleidsregels hier uit voortvloeiende verplicht de grondgebruíker om eerst preventieve maatregelen aan te brengen voordat een ontheffing kan worden aangevraagd. Pas nadat de preventieve maatregelen zijn aangebracht en de schade zich heeft voortgezet wordt een ontheffing verleend. Meer beleid, meer regels, meer schade en minder geld. Dit betekent dat de agrarische sector forse schade ondervíndt, waarbij een tendens waarneembaar is, dat de schadevergoeding in verhouding tot de werkelijke schade steeds verder zoek raakt door allerlei kunstgrepen en geldgebrek. Dit is een onaanvaardbare ontwikkeling.

Een voorbeeld:

Roeken die landbouwschade veroorzaken. De vrijstelling is eraf en men werkt nu met een ontheffing. Met de ontheffing kan men ter ondersteuning van de preventieve maatregelen gebruik maken van het geweer. Maximaal mogen er 2 roeken per dag worden gedood. Men dood 2 roeken binnen tien minuten en de rest van de dag mogen de roeken genieten van het gewas van de agrariër. Gevolg van deze werkwijze: meer bureaucratie en voorschriften die niet effectief zijn.

Onderzoek rondom 2000 in de omgeving van Schoonebeek/Coevorden heeft destijds naar voren gebracht, dat de genomen preventieve maatregelen geen effect hebben op de schade. De gewenning door de roeken is dusdanig snel, dat het geen zín had. Alleen het telkens veranderen van preventieve maatregelen had een paar dagen effect. Derhalve heeft de provincie Drenthe in 2002 de roek op de vrijstellingslijst gezet, want de ontheffingen hadden onvoldoende resultaat. Anno 2017 zijn we weer terug bij af. Wij willen de roek weer op de vrijstellinglijst, want deze vogels zijn in hun bestaan in Drenthe niet bedreigd.

13 5.2.f Wieden

ln het FFBP 5.2. f onder toelichting staat het volgende: ,,Predatie van wilde diersoorten is een natuurlijk gegeven die door natuurlijke selectie een positieve bijdrage levert aan de ecologische fitness van de gepredeerde soorten”.

De positieve bijdrage slaat om in een negatieve bijdrage als de natuur niet ¡n evenwicht is en de predatoren ongebreideld hun gang kunnen gaan. Predatoren veroorzaken tegenwoordig schade aan de biodiversiteit. Niet alleen de rode lijstsoorten zijn daar de dupe van. Wij zouden graag zien dat de verwílderde kat en de steenmarter van de beschermingslijst worden gehaald. De verwilderde kat hoort niet thuís in de Drentse natuur. Diverse onderzoeksrapporten tonen aan, dat ze enorme schade kunnen toebrengen aan de biodiversiteit. Inmiddels is de steenmarter in de bebouwde kom zeer goed vertegenwoordigd. Veel mensen hebben schade aan hun auto’s en isolatiematerialen. Daarnaast is de steenmarter een eierrover pur sang. Níet alleen in het stedelijk gebied, maar ook in het veld is de steenmarter talrijk aanwezig. Tijdens het lichtbakken op de vos in de weidevogelgebieden zijn ze vaak ín beeld. Ook op de cameravallen in de weidevogelgebieden zijn ze regelmatig te zien. Hun ruime vertegenwoordiging is voor de weidevogels en andere bodembroeders een bedreiging. De populatie steenmarters is ondertussen dusdaníg groot, dat er beheer op moet worden toegepast. De provincie is, als beleidsverantwoordelijke, aansprakelijk voor het op peil houden van de biodiversiteit, zoals is aangegeven bij 2.2 in het Flora- en Faunabeleidsplan

14 5.3 d Zelfverdediging

Ter wille van de verkeersveiligheid zouden wij graag zien, dat de jachttijden m.b.t. het afschot van reeën worden aangepast. Het afschot vindt nu plaats in een te beperkte periode. Een uitbreiding zou de verkeersveiligheid ten goede komen. Ook het aangepaste c.q. verbeterde plan van Haaften moet men nog eens tegen het voetlicht houden. ln de praktijk kunnen een groot aantal WBE’s daar niet mee uit de voeten. Wat ten koste gaat van het reewild en de verkeersveiligheid.

Gemeente Assen
1 Gemeente heeft vaak tijdelijk overlast van roeken. Niet op grote schaal. Er is geen roeken beheerplan, omdat de gemeente heel klein is. De gemeente heeft ook geen steenmarterbeheerplan. Er komen maar enkele telefoontjes hierover binnen bij de gemeente.
2 Gemeente kan zich vinden in de aanvullende bescherming naast Europese en Nederlandse bescherming.
3 De gemeente wil liever niet te veel ecotoerisme in verband met eventuele verstoring van diersoorten. Aan de andere kant vormt ecotoerisme ook een inkomstenbron.
4 De gemeente heeft belang in onderzoek naar invasieve soorten.
Faunaloket
1 Het beleidsplan regelt te veel uitvoeringszaken, met name in bijlage 6 reewildbeheer
2 Het beleidsplan voldoet niet aan de Wet natuurbescherming op een aantal onderdelen. Bijvoorbeeld: de sluiting van de jacht op de landelijk vrijgestelde soorten (4.3.a) in de winterperiode en 5.1 beperking van de jacht. Andere provincies hanteren dit beleid niet. Misschien gaat de provincie hier verder dan de wet als kader biedt. Provincie moet bekijken waar ze wel en niet of gaan. Bijvoorbeeld: sluiting jacht kan niet als het gaat om schadebestrijding van landelijk vrijgestelde soorten. Sluit aan bij algemene beleidsaspecten overige provincies, bijvoorbeeld: het hanteren van wbe-gebieden ipv het 3-cijferig postgebied, zomer- en winterperioden ganzen (wisseling op 1 april en 1 oktober).
3 Neem geen extra bescherming op, maar sluit aan bij de landelijke en Europese bescherming. Maak een beleidsarm beleid. Bijvoorbeeld: zet de grauwe gans voor verjaging niet op de vrijstellingslijst (5-b-c-d, schema pag. 55 en pag. 56), als dit al is geregeld in Wnb. Wat al in wet is geregeld hoef je niet op te nemen als beleid.
4 De SER is een goede zaak. Betrek hierbij alle spelers in het veld.
5 Er moet een verschil blijven bestaan in vergoeding van bedrijfsmatige en niet bedrijfsmatige schade.
6 Sluit voor het ganzenbeleid aan bij het landelijk beleid. Als er sprake is van schadehistorie moet bestrijding mogelijk zijn. De wet biedt al voldoende mogelijkheden voor bescherming. Kijk ook naar de schade in de winterperiode. Wijzig opmerkingen m.b.t. vrijstelling verjagen i.v.m. wat al in de wet geregeld is.
7 Het aanwijzen van ganzenrustgebieden is goed, wellicht uitbreiden
8 De inzet van preventieve maatregelen hoeft niet in beleid te worden opgenomen, omdat de wet al uit gaat van het “nee, tenzij” principe. Preventie gaat daarmee al voor afschot.
9 Boeren moeten € 300 betalen om in aanmerking te kunnen komen voor tegemoetkoming. Er is door de provincie in het verleden veel geld gestoken in een registratiesysteem zodat faunaschade zowel particulier als bedrijfsmatig wordt gemeld. Met deze gegevens wordt echter vervolgens niks gedaan. Je zou hierop kunnen gaan monitoren (paragraaf 6).

Zie pag. 38 Toelichting: onderbouwing van beleid met goede tellingen etc. Hierin staat dat de provincie geen inzicht heeft in schade en afschot van vrijgestelde soorten. Dit is niet (meer) het geval. Hierdoor kan de provinciale vrijstelling om te doden weer ingevoerd kan worden, denk aan de roek.

10 De provincie heeft een rol in de vorming van beleid, de FBE heeft een uitvoerende rol. FBE zorgt voor de verzameling van gegevens. Op basis van deze gegevens kan beleid worden geactualiseerd en vervolgens omgezet in uitvoering.
11 Wacht met de aanpassingen van het beleidsplan niet tot de invoering van de Omgevingswet. In het verleden is ook steeds gewacht op nieuwe ontwikkelingen. Als je steeds in de afwachtende rol bent, klopt de beleidscyclus niet.
12 Het faunaloket vormt het loket voor burger en bedrijf voor alle fauna gerelateerde zaken binnen het faunabeleid.
Faunafonds BIJ 12
1 Ten aanzien van de wolf wordt op dit moment (eerste fase) verschil gemaakt in de vergoeding van bedrijfsmatige en niet-bedrijfsmatige schade. In de vervolgfasen wordt dit verschil niet meer gemaakt. Neem de schade van particulieren niet op in de schaderegelingen, omdat het hek dan van de dam is.
2 Ecotoerisme biedt op economisch gebied veel kansen. Mensen zijn ver vervreemd van de natuur, neem de mensen hier meer in mee.
3 Begin bij de inzet van preventieve maatregelen.
4 Maak een duidelijke keuze wat je wel en niet wilt monitoren. Er wordt al veel aan monitoring gedaan. Ook door andere instanties. De provincie zou diersoorten die in hun voortbestaan worden bedreigd gaan monitoren. Grauwe gans, brandgans en kolgans hoef je niet te monitoren.
5 In de winter kan meer schade door ganzen ontstaan. Als je daar niks aan doet, dan loopt de schade op. Bijvoorbeeld in de provincie Friesland.
6 BIJ12 heeft een uitvoerende rol in de vergoeding van schade en heeft een signalerende rol richting provincie.
7 Wacht niet tot de invoering van de Omgevingswet
IVN Drenthe
1 IVN Drenthe maakt de vertaling van beleid in communicatie richting de burger en kinderen. Geen betrokkenheid bij het beleidsplan.
2 Voorstander van herintroductie van edelhert.
3 Ecotoerisme biedt kansen voor de toeristische sector. Laat ecotoerisme alleen toe in gebieden waar dit ook mogelijk is.
4 IVN heeft een voorlichtende rol en maakt de vertaalslag naar de burgers en kinderen.
WBE Noordenveld
1 Van verschillende wbe leden kregen we een opmerking over de leesbaarheid / samenhang van het geheel. Hierbij wordt bedoeld dat het juridisch wel juist zal zijn maar door de hoeveelheid documenten (wet natuurbeheer, het flora-faunabeleid, leidraad verkeersslachtoffers, beheerplan Landelijke vrijgestelde soorten, beheerplan wildsoorten, enz) haken leden af. Er is behoefte aan een overzicht in “Jip en Janneke” taal.
2 Er werden enkele opmerkingen gemaakt over het weidevogelbeheer versus de jacht op de vos met kunstlicht. De wens is bekend. Een lichtbakvergunning zal een positieve invloed hebben op het aantal weidevogels. Als bijkomend voordeel wordt genoemd dat er op onregelmatige tijden toezicht in het veld is. In Eelde (met een lokale lichtbakvergunning) is een stroper gesignaleerd dat door de politie is afgehandeld
3 In sommige documenten worden begrippen zoogdieren, hoefdieren en grote hoefdieren door elkaar gebruikt, dat is niet duidelijk?
4 Het is niet duidelijk waar je bij de Provincie moet zijn: de ene keer moet je bij de Provincie zijn en de andere keer bij de FBE.
5 Als de “nulstand” van enkele soorten wordt losgelaten, betekend dit dan dat “TBO’s” die soorten nu al mogen worden uitgezet ( deze opmerking is niet geverifieerd) Laat de Provincie dan ook ruimhartig de schade vergoeden.
6 Als met het reebeheer meer en meer gestuurd wordt op de verkeersveiligheid, waarom wordt dan nog steeds met een vergrootglas naar de wijze van tellen gekeken. immers het aantal reeën in Noordenveld is al jaren nagenoeg hetzelfde.
7 Jammer dat faunabeleid afwijkt van Groningen en Friesland
8 Van meerdere leden kwam de opmerking over de natuurbeleving in het beleidsplan. Met vroeg zich af wat de provincie doet, of gaat doen aan de vele loslopende honden in het buitengebied. Is dat ook een taak van de BOA’s.
9 Geen jacht in Natura 2000 gebied is volgens de leden achterhaald.
10 Enkele mede bestuurders merkten op dat de wbe maar weinig wordt genoemd in het beleidsplan. In de de documenten die daaruit zijn voortgekomen wel. Goed dat er beleid is voor de hele provincie, maar vreemd dat grote gebieden voor de verdere uitvoering worden vrijgesteld. TBO’s maakt geen telgegevens opbaar, er zijn wel aanrijdingen met reeën maar er is geen zicht op de door hen genomen maatregelen. Op de vraag of deze groeperingen mee willen werken aan tellingen wordt veelal niet gereageerd. (uitzondering Drents Landschap, niet meegedaan wegen personeelsgebrek. HB) Voor het hele gebied moeten dezelfde regels gelden, dus ook voor de TBO’s.
11 Twee grote veehouders merkten op dat er in het beleidsdocument weinig staat vermeld over de Flora en helemaal niet over de giftige planten, zoals Jacobskruiskruid, Waterscheerling, Buxus (wordt veel als tuinafval in de natuur gegooid) en St. Janskruid.

 

Print Friendly, PDF & Email

Reageren is niet mogelijk