SOVON rapport – Vogelgriep en jachtsoorten: wat betekent HPAI voor Wilde Eend, Fazant en Houtduif?
Vogelgriep en jachtsoorten
Sovon Vogelonderzoek Nederland heeft in dit rapport onderzocht wat de mogelijke gevolgen zijn van vogelgriep voor drie bejaagbare vogelsoorten in Nederland: de Wilde Eend, Fazant en Houtduif. De kernvraag was of extra sterfte door hoogpathogene aviaire influenza (HPAI), samen met jacht, kan bijdragen aan een verdere verslechtering van de staat van instandhouding (SvI) van deze soorten.
De aanleiding voor het onderzoek ligt in het toenemende belang van vogelgriep als factor in de vogelpopulaties. Sinds de eerste grote uitbraak in 2016 is HPAI in Nederland herhaaldelijk vastgesteld bij wilde vogels, soms met aanzienlijke sterfte tot gevolg. De recente toename van HPAI bij levende Wilde Eenden in het najaar van 2025 en begin 2026 onderstreept volgens het rapport dat de situatie actueel en relevant blijft.
Het rapport laat zien dat alle drie de onderzochte soorten al in een ongunstige staat van instandhouding verkeren. De Wilde Eend kent al jaren een dalende trend, zowel onder broedvogels als niet-broedvogels, met een afname van minder dan 5 procent per jaar. De Fazant laat eveneens een dalende lijn zien, terwijl de Houtduif vooral bij de wintervogels sterk terugloopt. Alleen bij de broedpopulatie van de Houtduif is in de laatste jaren een lichte groei zichtbaar.
De studie laat zien dat vogelgriep bij alle drie de soorten is vastgesteld, maar dat de precieze gevolgen voor overleving en populatiedynamiek lastig exact te meten zijn. Voor de Wilde Eend is de aanwezigheid van HPAI het duidelijkst en het meest zorgelijk, mede doordat deze soort al onder druk staat door andere factoren. Voor Fazant en Houtduif is de relatie met vogelgriep minder sterk en is de beschikbare monitoring beperkter.
Sovon werkte vervolgens met scenario’s waarin een eenmalige sterfte van 10, 20 of 40 procent werd doorgerekend. Daaruit blijkt dat zo’n extra sterfte de populaties tijdelijk kan verlagen, maar in de meeste gevallen niet direct leidt tot een andere categorie in de staat van instandhouding. De Wilde Eend is het meest kwetsbaar: bij een sterfte van 40 procent kan vooral de broedpopulatie sterk terugvallen en raakt een gunstige toestand verder uit beeld.
Voor de Fazant laat het rapport zien dat een eenmalige sterftegolf wel invloed heeft op de aantallen, maar niet op de SvI-beoordeling. De soort heeft volgens de analyse voldoende herstelpotentieel, al is dat herstel afhankelijk van gunstige omstandigheden en het verminderen van bestaande drukfactoren. Voor de Houtduif geldt iets vergelijkbaars: zowel broed- als niet-broedpopulaties kunnen terugvallen, maar de SvI blijft onder de onderzochte scenario’s gelijk.
Een belangrijke conclusie van Sovon is dat extra sterfte door vogelgriep het herstel van populaties onder druk zet. Vooral bij de Wilde Eend kan een combinatie van HPAI en andere sterftebronnen leiden tot een verdere achteruitgang. Daarom kan het tijdelijk beperken of opschorten van jacht tijdens een uitbraak bijdragen aan sneller herstel van de populatie, ook al verandert dat op zichzelf niet direct de SvI-categorie
Kort samengevat stelt het rapport dat vogelgriep een reële extra drukfactor is voor bejaagbare vogelsoorten die al kwetsbaar zijn. De Wilde Eend springt eruit als de soort met het grootste risico op verdere verslechtering, terwijl Fazant en Houtduif vooral te maken hebben met tijdelijke afnames zonder directe verandering van hun SvI. Het beperken van extra sterftebronnen kan volgens Sovon helpen om herstel te ondersteunen en verdere vertraging te voorkomen
Bron:
-Bijlage-260602-Rapport-SOVON.pdf






