Tweede Kamer heeft vraagtekens bij huidige methode voor beoordeling staat van instandhouding vogelsoorten

Geplaatst: 24 juni 2026

Momenteel werkt de regering aan een aanpassing van de systematiek die wordt gebruikt om de staat van instandhouding van algemeen voorkomende wilde diersoorten te beoordelen. Deze beoordeling speelt een belangrijke rol bij het vormgeven van natuurbeleid en bij besluiten over bescherming, beheer en ruimtelijke ontwikkelingen.

Voor vogelsoorten wordt in Nederland een methodiek toegepast die niet rechtstreeks voortvloeit uit de Europese Vogelrichtlijn. De huidige werkwijze is nationaal ontwikkeld en is gebaseerd op een beoordelingsmethode uit de Habitatrichtlijn. Die richtlijn is oorspronkelijk bedoeld voor het beoordelen van de staat van instandhouding van kwetsbare en bedreigde flora- en faunasoorten. Volgens JA21 roept de toepassing van deze systematiek op veel voorkomende vogelsoorten vragen op over de geschiktheid en proportionaliteit ervan.

De partij wijst erop dat er in de praktijk discussie bestaat over de gehanteerde referentiewaarden en de manier waarop ontwikkelingen in verspreiding en populatieomvang worden geïnterpreteerd. Hierdoor kan volgens de indieners een situatie ontstaan waarin soorten met omvangrijke en stabiele populaties toch als ongunstig worden beoordeeld. Dat zou gevolgen kunnen hebben voor beleidskeuzes en de maatschappelijke acceptatie van natuurmaatregelen.

Met de aangenomen motie vraagt de Tweede Kamer de regering om te onderzoeken of voor vogelsoorten een aangepaste beoordelingssystematiek kan worden ontwikkeld die beter aansluit bij de feitelijke omvang en ontwikkeling van populaties. Daarbij zou moeten worden bekeken of de huidige criteria voldoende recht doen aan soorten die weliswaar veranderingen in verspreiding laten zien, maar waarvan de aantallen op nationaal niveau nog steeds groot en duurzaam zijn.

JA21 benadrukt dat een betrouwbare en wetenschappelijk onderbouwde beoordeling van de staat van instandhouding essentieel is voor effectief natuurbeheer. Een beoordelingssysteem moet volgens de partij zowel ecologisch verantwoord als praktisch toepasbaar zijn en voldoende draagvlak bieden voor de uitvoering van natuurbeleid.

Met de aanneming van de motie krijgt de regering de opdracht om de beoordeling van vogelsoorten nadrukkelijk te betrekken bij de voorgenomen herziening van de instandhoudingsmethodiek voor wilde diersoorten.

Bron: Tweede Kamer, 23 juni 2026.




Tweede Kamer pleit voor meer landelijke regie op beheer van groeiende ganzenpopulaties

Volgens de indieners van de motie vormt de sterke groei van verschillende ganzenpopulaties een steeds grotere uitdaging voor landbouw, natuurbeheer en de openbare ruimte. De schade die ganzen veroorzaken aan landbouwgewassen is de afgelopen jaren aanzienlijk toegenomen. Daarnaast leiden grote aantallen ganzen op diverse locaties tot problemen op het gebied van verkeersveiligheid, waterkwaliteit en natuurbeheer. De verwachting is dat deze schade en overlast de komende jaren verder zullen toenemen wanneer geen aanvullende maatregelen worden genomen.

De Kamerfracties stellen dat een effectief en goed georganiseerd systeem van jacht, populatiebeheer en schadebestrijding noodzakelijk is om de negatieve gevolgen van de groeiende ganzenstand te beperken. Daarbij wijzen zij erop dat een doelgericht beheer niet alleen kan bijdragen aan het terugdringen van faunaschade en de daarmee samenhangende maatschappelijke kosten, maar ook ondersteuning kan bieden aan bredere natuurdoelen en het behoud van een evenwichtige biodiversiteit.

In de motie wordt de regering verzocht om bij de herziening van het huidige faunabeheerbeleid concrete voorstellen uit te werken voor een meer uniforme en landelijk gecoördineerde aanpak. Volgens de indieners bestaan er momenteel aanzienlijke verschillen tussen provincies in de wijze waarop ganzenbeheer wordt uitgevoerd, waardoor de effectiviteit van maatregelen kan afnemen. Een sterker landelijk kader zou kunnen zorgen voor meer samenhang, duidelijkheid en doelmatigheid in de uitvoering van het beheer.

Daarnaast benadrukken de partijen dat het tijdstip waarop beheermaatregelen worden uitgevoerd van groot belang is voor het behalen van resultaten. Zij wijzen erop dat bejaging en populatiebeheer buiten het broedseizoen, en met name gedurende de wintermaanden, vaak effectiever zijn bij het beperken van de aantallen ganzen. Tegelijkertijd kan een dergelijke aanpak verstoring van broedende vogels voorkomen en daarmee beter aansluiten bij natuur- en dierenwelzijnsdoelstellingen.

Met de aangenomen motie geeft de Tweede Kamer een duidelijk signaal af aan het kabinet dat de problematiek rond ganzenpopulaties niet langer uitsluitend als een regionale aangelegenheid moet worden beschouwd. De Kamer verwacht dat de regering bij de komende herziening van het jacht- en faunabeheerstelsel onderzoekt hoe landelijke regie kan bijdragen aan een effectievere beheersing van ganzenpopulaties, met oog voor zowel landbouwbelangen als natuurbeheer en maatschappelijke kosten.

Bron: MOTIE VAN HET LID KOOREVAAR C.S. in Tweede Kamer, aangenomen motie d.d. 23 juni 2026.




Jagersverenigingen verwerpen beschuldigingen jagers van wildstroperij wolven

In het rapport wordt gesuggereerd dat wolven onder meer zijn doodgeschoten, opzettelijk aangereden of vergiftigd. Daarbij worden personen uit de kring van veehouders en jagers genoemd als mogelijke daders. Het rapport doet aanbevelingen aan overheden, handhavers, belangenorganisaties en andere betrokken partijen om wolvenvervolging tegen te gaan.

De Nederlandse Organisatie voor Jacht en Grondbeheer (NOJG) en de Jagersvereniging wijzen elke vorm van illegale vervolging of doding van wolven af. Zij benadrukken dat overtreders niet namens hun organisaties handelen en dat dergelijke acties strijdig zijn met de waarden van verantwoord jacht- en wildbeheer.

Tegelijkertijd verwerpen beide organisaties de beschuldigingen richting jagers als groep. Volgens hen zijn de conclusies in het rapport grotendeels gebaseerd op anonieme verklaringen, vermoedens en interpretaties en ontbreekt voldoende bewijs voor zulke ernstige aantijgingen. Zij vinden dat eventuele strafbare feiten moeten worden onderzocht door politie, justitie en toezichthouders op basis van feiten en bewijs.

De NOJG en de Jagersvereniging waarschuwen dat algemene verdachtmakingen van jagers de maatschappelijke polarisatie rond de wolf vergroten. Zij pleiten voor een duidelijk wolvenbeleid, goede bescherming van vee, effectieve schadepreventie, monitoring en waar nodig beheer van probleemwolven. Daarnaast geven zij aan mee te werken aan officiële onderzoeken en passende maatregelen te nemen als leden daadwerkelijk schuldig blijken aan strafbare feiten.

De organisaties veroordelen illegale wolvenvervolging, maar verzetten zich tegen het volgens hen ongefundeerd beschuldigen van jagers als groep zonder concreet bewijs.




Stevige aanpak van Limburgse wasbeer nodig om verspreiding in Nederland te voorkomen

Exoot vormt bedreiging voor natuur, landbouw en gezondheid

De wasbeer is oorspronkelijk afkomstig uit Noord-Amerika en komt van nature niet voor in Europa. Door ontsnappingen en introducties heeft de soort zich de afgelopen jaren echter gevestigd in Limburg.

Volgens de provincie veroorzaakt de wasbeer schade aan landbouwgewassen, vormt hij een bedreiging voor kwetsbare en zeldzame diersoorten en kan hij ziekten overbrengen op mens en dier. Daarnaast kunnen wasberen aanzienlijke schade veroorzaken aan woningen en andere gebouwen.

Nu handelen voorkomt grotere problemen later

De provincie waarschuwt dat uitstel van maatregelen kan leiden tot een landelijk probleem. Wasberen zijn zeer flexibel, planten zich snel voort en passen zich gemakkelijk aan nieuwe leefomgevingen aan. Uit de evaluatie blijkt dat eerdere ingrepen de groei van de populatie slechts tijdelijk hebben afgeremd.

Wanneer de bestrijding wordt verminderd of stopgezet, zal de soort zich volgens de provincie verder verspreiden door Nederland. Het volledig verwijderen van de populatie wordt dan steeds moeilijker. Daarom blijft de inzet van een professioneel vangteam en een actief meldpunt noodzakelijk.

Gedeputeerde Léon Faassen (Natuur) benadrukt de ernst van de situatie. Volgens hem leven er in Duitsland inmiddels meer dan anderhalf miljoen wasberen en is de soort daar niet meer terug te dringen. Ook in het Belgische Wallonië komen inmiddels tienduizenden exemplaren voor. Omdat driekwart van de Limburgse provinciegrens grenst aan Duitsland en België, is voortdurende instroom van dieren een reëel risico.

Samenwerking over grenzen heen essentieel

De evaluatie laat zien dat Limburg alleen succesvol kan zijn met een langdurige en goed georganiseerde aanpak. Daarbij is samenwerking met het Rijk, andere provincies en de buurlanden België en Duitsland onmisbaar om nieuwe instroom en verdere verspreiding tegen te gaan.

Limburg rekent erop dat alle betrokken overheden de afspraken uit het landelijke aanvalsplan voor invasieve exoten nakomen. Het doel is om de Nederlandse wasbeerpopulatie uiterlijk in 2027 volledig te verwijderen en nieuwe vestigingen te voorkomen.

Volgens de provincie kan snel en doelgericht optreden, onder meer door actieve bestrijding, jacht en het gebruik van specialistische hulpmiddelen zoals nachtkijkers, op termijn juist veel dierenleed voorkomen. Zonder ingrijpen zouden in de toekomst op grotere schaal maatregelen nodig zijn.

Faassen roept daarom op tot blijvende alertheid: “De wasbeer ziet er misschien vriendelijk en aaibaar uit, maar het is een invasieve soort die grote problemen kan veroorzaken. Alleen door nu gezamenlijk en daadkrachtig op te treden, kunnen we voorkomen dat de situatie onbeheersbaar wordt.”

Wasbeer gezien?

Inwoners die een wasbeer signaleren, worden gevraagd dit te melden via het wasberenmeldpunt.




Uitnodiging Kleiduivenwedstrijd Regio Fryslân 25 sept 2026




Nieuwsbrief NOJG – Kamerbrief Wet Wapens en Muntie

Beste NOJG leden,

Gisteren is er een Kamerbrief verstuurd over de nieuw te ontwikkelen Wet wapens en munitie, te raadplegen via Hoofdlijnen en uitgangspunten nieuwe Wet wapens en munitie | Tweede Kamer der Staten-Generaal. De pers heeft hier inmiddels ook over bericht.

Dit komt voor ons niet als een verrassing. Wij zijn al langere tijd, samen met onze zusterorganisaties, in overleg met het ministerie over de nieuwe wet.

Dat het thuisbezit van wapens niet meer zou worden toegestaan, zal niet gelden voor jacht, beheer en schadebestrijding. Dit is gebleken uit het overleg met het ministerie. Dat betekent dat wij onze wapens gewoon thuis in de kluis mogen blijven bewaren.

Andere plannen die op tafel liggen zijn onder meer een jaarlijkse schietproef en een fysieke en psychische screening, mogelijk zelfs voorafgaand aan de jachtopleiding. Dit zijn op dit moment echter slechts ideeën; er is nog geen concrete invulling aan gegeven en het overleg hierover loopt nog.

Wij zullen uw belangen als jagers, beheerders en schadebestrijders daarin zo goed mogelijk behartigen en houden u uiteraard op de hoogte.

Met vriendelijke groet,

Maurice J.J.E. Stassen




Ruim 12.500 aanvragen voor tegemoetkoming faunaschade in 2025


BIJ12 behandelde in schadejaar 2025 in totaal 12.631 aanvragen voor een tegemoetkoming in faunaschade. Namens de provincies keerde BIJ12 ruim 92 miljoen euro uit. Dat is 18% meer dan in 2024. Tegelijkertijd daalde het gemiddelde getaxeerde en uitgekeerde bedrag per aanvraag licht.

Van het totale uitgekeerde bedrag ging 80% naar schade door watervogels, vooral aan voorjaars- en zomergras.

In schadejaar 2025 behandelde BIJ12 12.631 aanvragen voor een tegemoetkoming in faunaschade. In totaal heeft BIJ12 vorig jaar ruim € 92 miljoen uitbetaald namens de provincies. Veruit het grootste deel van dit bedrag (80%) ging naar schade door watervogels, vooral aan voorjaars- en zomergras. De schade door wolven bedroeg ruim € 1,5 miljoen.

Bekijk de infographics met faunaschadecijfers van 2025 voor Nederland en per provincie (.pdf)

Toename van het aantal aanvragen

Het aantal aanvragen voor een tegemoetkoming in faunaschade is in tien jaar tijd ruim verdubbeld. Die groei hangt waarschijnlijk samen met wijzigingen in de regelgeving, waardoor voor meer diersoorten een tegemoetkoming mogelijk is.

Ook is in meer provincies de landelijke vrijstelling voor het bestrijden van bepaalde schadeveroorzakende diersoorten vervallen. Daardoor is verjaging met ondersteunend afschot daar niet langer toegestaan. Dit leidde tot meer uitbetalingen, vooral voor schade door houtduiven, zwarte kraaien en kauwen.

Daarnaast hebben meerdere provincies de leges afgeschaft. Daardoor is de drempel om een aanvraag in te dienen lager geworden. Grondgebruikers dienen bovendien vaak meerdere aanvragen per jaar in, met name voor grasland.

Watervogels veroorzaken de meeste schade

Watervogels veroorzaakten ook in 2025 veruit de meeste schade, vooral aan grasland. In totaal bedroeg deze schade ruim 72 miljoen euro.

  • Grauwe ganzen veroorzaakten binnen deze groep de meeste schade.
  • Daarna volgden brandganzen, kolganzen, smienten, rotganzen en knobbelzwanen.
  • Van de schade ontstond 34% in ganzenfoerageergebieden: door provincies aangewezen gebieden langs trekroutes waar vogels kunnen rusten en eten en waar geen verjaging plaatsvindt.

Sterke stijging van schade door houtduiven

Landelijk is de schade door houtduiven de afgelopen twee jaar sterk gestegen. De meeste schade door houtduiven ontstond in Noord-Holland, waar veel vollegrondsgroenten worden geteeld. Omdat deze gewassen per hectare meer opbrengen dan bijvoorbeeld granen of grasland, kan de schade oplopen tot 300.000 euro per aanvraag.

Meer tegemoetkomingen voor wolvenschade

BIJ12 verleende in 2025 1.026 tegemoetkomingen voor wolvenschade aan vee. Hiervoor werd ruim 1,55 miljoen euro uitgekeerd, bijna twee keer zoveel als in 2024. De meeste wolvenschade werd uitgekeerd in de provincie Gelderland.

Bron: BIJ12, 16/06/2026




Kosten ganzen in Nederland lopen uit de hand

De ganzen kosten Nederland nu al 53 miljoen euro, de werkelijke schade is echter veel groter

De stijgende ganzenschade is niet alleen een probleem voor provinciale begrotingen en daarmee voor de belastingbetaler. Zij vormt ook een signaal dat het ecologische evenwicht in delen van Nederland ernstig is verstoord. De gevolgen van de enorme concentraties ganzen reiken inmiddels veel verder dan vertrapte percelen en verminderde landbouwopbrengsten.

De zichtbare en onzichtbare landbouwschade

De officiële schadecijfers geven waarschijnlijk slechts een deel van de werkelijkheid weer. Veel boeren ervaren het aanvragen van een schadevergoeding als tijdrovend en bureaucratisch. Daardoor wordt niet alle schade gemeld. In de praktijk accepteren sommige ondernemers de verliezen simpelweg omdat de administratieve lasten niet opwegen tegen de verwachte vergoeding.

Wanneer alle schade daadwerkelijk zou worden geclaimd, is het goed mogelijk dat de jaarlijkse uitgaven aan ganzenschade nog vele miljoenen euro’s hoger zouden uitvallen. De huidige 53 miljoen euro vertegenwoordigt daarom waarschijnlijk slechts een ondergrens van de werkelijke economische schade.

Vooral graslandgebieden worden zwaar getroffen. Ganzen vreten jonge grassprieten af, vertrappen percelen en vervuilen weilanden met uitwerpselen. Hierdoor neemt de voederwaarde van het gras af en worden opbrengsten lager. Voor melkveehouders betekent dit een directe economische tegenvaller die uiteindelijk doorwerkt in de bedrijfsvoering.

Waterkwaliteit onder druk

Een veel minder besproken gevolg van de hoge ganzenaantallen betreft de waterkwaliteit. Grote groepen ganzen produceren enorme hoeveelheden mest die terechtkomt in sloten, plassen, meren en andere oppervlaktewateren.

Deze uitwerpselen bevatten aanzienlijke hoeveelheden stikstof en fosfaat. Juist deze voedingsstoffen spelen een belangrijke rol bij problemen als algenbloei, zuurstoftekorten en achteruitgang van aquatische ecosystemen. Terwijl overheden jaarlijks miljoenen investeren om te voldoen aan Europese waterkwaliteitsdoelstellingen, wordt een deel van die inspanning tenietgedaan doordat de bijdrage van grote ganzenconcentraties onvoldoende wordt meegewogen.

De problematiek raakt daarmee niet alleen natuurgebieden, maar uiteindelijk ook de burger. Hogere kosten voor waterbeheer, monitoring en zuiveringsmaatregelen worden immers indirect door de samenleving gedragen.

De rekening voor de belastingbetaler

De financiële gevolgen van de groeiende ganzenpopulatie beperken zich niet tot schade-uitkeringen. Overheden besteden daarnaast aanzienlijke bedragen aan populatiemonitoring, verjaging, afschot, nestbeheer, schadepreventie en herstelmaatregelen.

Bovendien zijn er indirecte kosten die zelden worden meegerekend. Denk aan investeringen in waterkwaliteitsverbetering, extra natuurbeheer en compensatiemaatregelen voor andere soorten die onder druk komen te staan. Deze uitgaven zijn verspreid over verschillende begrotingen van provincies, waterschappen, terreinbeheerders en het Rijk. Daardoor ontbreekt een volledig overzicht van de totale maatschappelijke kosten.

Het gevolg is dat de werkelijke rekening van de huidige ganzenproblematiek waarschijnlijk aanzienlijk hoger ligt dan de officiële schadecijfers suggereren.

Weidevogels betalen mogelijk de hoogste prijs

Misschien nog zorgwekkender zijn de gevolgen voor weidevogels. Nederland investeert jaarlijks miljoenen euro’s in de bescherming van soorten als grutto, tureluur, wulp en kievit. Tegelijkertijd groeit de druk van overwinterende en overzomerende ganzen jaar na jaar.

Waar overwinterende ganzen vroeger vooral in de winter aanwezig waren, blijven grote aantallen tegenwoordig tot ver in het voorjaar. Hierdoor concurreren zij met broedende weidevogels om ruimte en voedsel. Daarnaast verandert de vegetatiestructuur van graslanden door intensieve begrazing, waardoor geschikte broed- en foerageergebieden voor weidevogels afnemen.

Ook het aantal overzomerende ganzen neemt sterk toe. In sommige gebieden worden jaarlijks honderden eieren onschadelijk gemaakt om verdere populatiegroei te beperken. Er worden zelfs nesten aangetroffen met uitzonderlijk grote aantallen eieren, een teken van de hoge dichtheden waarin ganzen inmiddels voorkomen.

In gebieden zoals de uiterwaarden van het Zwarte Water zijn grote groepen ganzen steeds dominanter aanwezig. Locaties die jarenlang bekend stonden als belangrijke leefgebieden voor weidevogels veranderen geleidelijk van karakter. Opmerkelijk genoeg krijgt deze drukfactor in veel discussies over weidevogelbescherming relatief weinig aandacht.

Biodiversiteit draait om evenwicht

De discussie over ganzen raakt aan een fundamenteel vraagstuk binnen het natuurbeleid. Biodiversiteit wordt vaak voorgesteld als het beschermen van zoveel mogelijk soorten. In werkelijkheid draait biodiversiteit vooral om evenwicht, variatie en samenhang tussen soorten.

Wanneer één soort uitzonderlijk succesvol wordt en grote delen van een landschap gaat domineren, kan dat ten koste gaan van andere planten- en diersoorten. Daarmee ontstaat een paradox: bescherming van een individuele soort kan uiteindelijk leiden tot een afname van de totale biodiversiteit.

Een natuurgebied waarin enkele algemene soorten overheersen is niet automatisch een soortenrijk natuurgebied. Werkelijke biodiversiteit vraagt om balans tussen verschillende soorten en leefgebieden.

Een ongemakkelijke discussie

Het debat over faunabeheer is vaak gevoelig. Vrijwel niemand pleit voor het verdwijnen van ganzen uit Nederland. Ganzen maken immers al eeuwenlang deel uit van het Nederlandse landschap en hebben een belangrijke ecologische waarde.

Tegelijkertijd betekent natuurbeheer meer dan het beschermen van individuele soorten. Het vraagt ook om het bewaken van evenwicht tussen landbouw, natuur, waterkwaliteit, biodiversiteit en maatschappelijke belangen.

Juist daar wringt momenteel de schoen. Het beleid richt zich vaak op het beperken van schade achteraf, terwijl de onderliggende oorzaken van de voortdurende populatiegroei onvoldoende worden aangepakt.

Van symptoombestrijding naar structureel beheer

Zolang de discussie beperkt blijft tot de vraag hoeveel miljoen euro schadevergoeding volgend jaar moet worden uitgekeerd, blijft het probleem grotendeels bij symptoombestrijding. De stijgende faunaschade is geen boekhoudkundige kwestie, maar een signaal van een ecologisch systeem dat uit balans is geraakt.

De uitdaging voor beleidsmakers is daarom breder dan het compenseren van landbouwschade alleen. Ook de effecten op waterkwaliteit, biodiversiteit, weidevogels en maatschappelijke kosten moeten worden meegewogen.

Wie werkelijk om natuur geeft, zou niet alleen moeten kijken naar de euro’s die ganzen kosten, maar ook naar wat verloren gaat wanneer ecosystemen uit balans raken. De prijs van de gans wordt immers niet alleen betaald in schadevergoedingen, maar mogelijk ook in minder vliegvlugge grutto’s, achteruitgaande waterkwaliteit en een afnemende biodiversiteit.

Pas wanneer die volledige rekening zichtbaar wordt, kan een eerlijk debat ontstaan over de toekomst van het ganzenbeheer in Nederland.

Bron: Boeren business – Opinie Cor Pierik




Commissiedebat Natuur: erkenning voor de rol van jagers

Op 4 juni vond in de Tweede Kamer het commissiedebat Natuur plaats. Het debat liet zien dat de rol van jagers binnen natuur- en faunabeheer breed wordt erkend. Tegelijkertijd staan er de komende periode belangrijke discussies op de agenda over de toekomst van het jacht- en faunabeheer. Naar aanleiding van het debat heeft JA21-Kamerlid Diederik Boomsma een tweeminutendebat aangevraagd. Daarmee bestaat de mogelijkheid dat er nog vóór het zomerreces moties worden ingediend over onderwerpen die tijdens het debat aan de orde kwamen. Hieronder de belangrijkste punten voor de NOJG.

Erkenning voor de rol van jagers

Vanuit meerdere Kamerfracties én vanuit de minister werd benadrukt dat jagers een belangrijke bijdrage leveren aan natuurbeheer, populatiebeheer en het beperken van faunaschade. Jacht werd daarbij niet uitsluitend benaderd als recreatieve activiteit, maar nadrukkelijk als onderdeel van verantwoord beheer van wilde dieren.

Goed fauna- en schadebeheer blijft noodzakelijk

Tijdens het debat was er veel aandacht voor de toenemende schade aan landbouw, natuur en verkeersveiligheid door bepaalde diersoorten. Kamerleden onderstreepten het belang van effectief faunabeheer om deze schade te beperken. Ook de minister gaf aan dat goed georganiseerd beheer noodzakelijk blijft en dat jagers daarbij een belangrijke uitvoerende rol vervullen.

Balans tussen natuur, landbouw en maatschappij

Een terugkerend thema was de zoektocht naar een goede balans tussen natuurbescherming, landbouwbelangen en maatschappelijke belangen. Verschillende Kamerleden wezen erop dat natuurbeleid niet los kan worden gezien van de praktijk. De minister gaf aan dat het beleid erop gericht blijft om natuurwaarden te beschermen, terwijl tegelijkertijd ruimte moet blijven bestaan voor beheer waar dat nodig is.

Aandacht voor uitvoerbare regelgeving

Meerdere Kamerleden spraken hun zorgen uit over de uitvoerbaarheid van regelgeving rond jacht en faunabeheer. Daarbij werd onder meer gewezen op verschillen tussen provincies en de behoefte aan meer landelijke regie. De minister gaf aan oog te hebben voor deze zorgen, maar benadrukte ook dat Nederland gebonden blijft aan bestaande wettelijke kaders en Europese verplichtingen.

Discussie over de toekomst van de jacht

Tijdens het debat werd ook gesproken over mogelijke verruiming van de mogelijkheden binnen de jacht. Sommige partijen pleitten voor aanpassingen van het huidige stelsel, terwijl anderen juist vroegen om strengere regels. De minister stelde zich hierin terughoudend op. Volgens hem moeten eventuele wijzigingen zorgvuldig worden onderbouwd en worden meegenomen in de lopende evaluatie en de voorgenomen stelselwijziging van het jacht- en faunabeheer.

Samenwerking blijft essentieel

Tot slot werd breed benadrukt dat goed faunabeheer alleen mogelijk is wanneer jagers, boeren, terreinbeheerders, provincies en overheid samenwerken. Juist die samenwerking werd door zowel Kamerleden als de minister gezien als een belangrijke voorwaarde om de uitdagingen rondom natuurbeheer en faunaschade effectief aan te pakken.




Provincie Fryslan maatwerkbesluit gebruik PCP luchtdrukwapen bij bestrijden kopelvormende ganzen


Aanvraag voor maatwerkbesluit om luchtdrukgeweren met dempers toe te staan voor populatiebeheer van grauwe ganzen in Fryslän is goedgekeurd. Het besluit geldt voor afschot van koppelvormende ganzen en in de maanden april t/m september, met specifieke eisen aan het wapen en munitie. Bezwaar kan binnen zes weken worden ingediend bij Gedeputeerde Staten.

Een maatwerkbesluit wordt verleend voor het gebruik van een luchtdrukgeweer met demper voor populatiebeheer van grauwe ganzen. De vergunning geldt voor het gehele werkgebied van de FBE, met uitzondering van Natura 2000-gebieden en specifieke ganzenfoerageergebieden. Alleen personen met een geldige machtiging voor de vergunning populatiebeheer mogen gebruikmaken van dit besluit.

Omgevingsvergunning verleend voor populatiebeheer van grauwe ganzen in Fryslân, met uitzondering van Natura 2000-gebieden, voor de periode 2025-2029. De vergunning omvat afschot, legselbeheer en nestbehandeling, maar niet voor grote Canadese ganzen of ruivangsten. De vergunninghouder is verantwoordelijk voor naleving van de voorschriften en jaarlijkse rapportage.

Omgevingsvergunning voor ganzenbeheer in Fryslân, geldig tot 31 december 2029. De vergunning omvat afschot, legselbeperking en ruivangsten van grauwe en grote Canadese ganzen, met specifieke regels voor jachttijden, gebruik van geluiddempers en zorgplicht. De vergunning kan worden ingetrokken als de zomerschade onder € 500.000,- blijft of als de populatie van de grauwe gans onder de GRP daalt.

Een omgevingsvergunning wordt verleend voor het afschieten van koppelvormende grauwe ganzen, beperken van legsels en beheerafschot van standganzen in Fryslân. De maatregelen zijn gericht op het terugdringen van de ganzenpopulatie en het voorkomen van landbouwschade. In Natura 2000-gebieden is aanvullende vergunning vereist, tenzij de maatregelen in beheerplannen zijn opgenomen.

Een omgevingsvergunning is vereist voor flora- en fauna-activiteiten, zoals het afschieten van ganzen, vanwege de schade aan gewassen. De provincie Fryslân wil de schade door ganzen, met name de grauwe gans, verminderen en heeft een gebiedsgerichte aanpak ontwikkeld. De vergunning is verleend voor afschot van ganzen, met specifieke voorwaarden voor periode, tijd, locatie en middelen, om de populatie effectief te beheren.

Vergunning verleend voor populatiebeheer van grauwe ganzen in Fryslân, met uitzondering van Natura 2000-gebieden en ganzenfoerageergebieden. Beheermaatregelen, waaronder het doden van ganzen, zijn toegestaan om gewasschade te beperken, mits de gunstige staat van instandhouding (SVI) niet in gevaar komt. Jaarlijkse tellingen en verslaglegging zorgen voor monitoring en aanpassing van het beheer indien nodig.

Omgevingsvergunning met voorschriften en beperkingen voorkomt schadelijke gevolgen voor natuurwaarden. Wettelijke zorgplichten uit artikelen 11.6 en 11.27 van het Bal blijven van kracht.


Opmerkingen

De voorwaarden in deze vergunning voor het gebruik van een kogelgeweer gelden eveneens voor het gebruik van een PCP-buks.
De houder van deze vergunning (zoals jagers of grondgebruikers met ganzenschade) of de WBE mag deze vergunning doorschrijven aan derden die de uitvoering op zich nemen. Dit geldt dus ook voor personen die gebruikmaken van een PCP-buks in plaats van een kogel- of hagelgeweer op basis van een jachtakte of vuurwapenverlof.

In de nieuwsbrief van de FBE-coördinator ganzen, waarin – net als bij de vergunning voor rattenbestrijding – opnieuw een koppeling wordt gemaakt met het vooraf moeten aanvragen van een “draagverlof” bij de politie. Na registratie van het betreffende PCP-wapen mag deze pas door de eigenaar/gebruiker worden ingezet voor dit doel, op het terrein waarop de vergunning betrekking heeft en met toestemming van de grondeigenaar.

Aandachtspunten

Het bevoegd gezag lijkt via dit “verplichte” draagverlof te proberen om eigenaren en PCP-buksen te registreren. Dit verlof zou nodig zijn om vast te stellen dat het betreffende wapen beschikt over voldoende mondingsenergie en dat geschikte (vervormende) munitie wordt gebruikt.

Voor het verstrekken van een dergelijk draagverlof voor een PCP-buks lijkt echter geen duidelijke juridische basis te bestaan. Een PCP-buks (of andere niet-vuurwapen) mag immers, mits niet schietklaar en ongeladen en verpakt in een degelijke foudraal, vrij worden vervoerd. De wet verplicht een gebruiker niet om voor legaal gebruik op particulier terrein (zoals schietsport) een vervoers- of draagverlof te hebben. Handhaving hierop lijkt daarom niet mogelijk en een proces-verbaal bij het ontbreken van een dergelijk verlof ligt juridisch niet voor de hand.

Tegelijkertijd wordt het draagverlof gepresenteerd als een “redelijke eis” om te waarborgen dat met voldoende mondingsenergie en geschikte munitie op grauwe ganzen wordt geschoten, vergelijkbaar met de aanpak bij rattenbestrijding.

Samenvatting

Iemand die beschikt over een PCP-buks met:

  • een mondingsenergie van minimaal 90 joule,
  • een kaliber van minimaal .22 inch,
  • en gebruikmaakt van vervormbare munitie,

kan – mits voldaan wordt aan de volgende voorwaarden:

  • een grondgebruikersverklaring met toestemming,
  • een (doorgeschreven) maatwerkbesluit voor populatiebeheer van grauwe ganzen,
  • geen bezwaar van de lokale jachtaktehouder,

theoretisch ganzen doden met een PCP-buks, al dan niet voor consumptie. Voor ratten geldt een aparte ontheffing, maar met vergelijkbare registratie-eisen rond het zogenaamde draagverlof.

De gebruiker moet dan wel bereid zijn een draagverlof aan te vragen en zijn persoonsgegevens en wapenspecificaties bij de politie te laten registreren.


Bronnen: