Tweede Kamer heeft vraagtekens bij huidige methode voor beoordeling staat van instandhouding vogelsoorten
Geplaatst: 24 juni 2026
De Tweede Kamer heeft op 23 juni ingestemd met een motie van JA21 waarin de regering wordt verzocht om ook de beoordelingssystematiek voor vogelsoorten mee te nemen in het lopende traject voor de herziening van de methode waarmee de staat van instandhouding van wilde diersoorten wordt vastgesteld. Volgens de indieners van de motie verdient de huidige aanpak voor vogels een kritische evaluatie, omdat er twijfels bestaan over de wijze waarop populatieomvang, verspreiding en referentiewaarden worden meegewogen.
Momenteel werkt de regering aan een aanpassing van de systematiek die wordt gebruikt om de staat van instandhouding van algemeen voorkomende wilde diersoorten te beoordelen. Deze beoordeling speelt een belangrijke rol bij het vormgeven van natuurbeleid en bij besluiten over bescherming, beheer en ruimtelijke ontwikkelingen.
Voor vogelsoorten wordt in Nederland een methodiek toegepast die niet rechtstreeks voortvloeit uit de Europese Vogelrichtlijn. De huidige werkwijze is nationaal ontwikkeld en is gebaseerd op een beoordelingsmethode uit de Habitatrichtlijn. Die richtlijn is oorspronkelijk bedoeld voor het beoordelen van de staat van instandhouding van kwetsbare en bedreigde flora- en faunasoorten. Volgens JA21 roept de toepassing van deze systematiek op veel voorkomende vogelsoorten vragen op over de geschiktheid en proportionaliteit ervan.
De partij wijst erop dat er in de praktijk discussie bestaat over de gehanteerde referentiewaarden en de manier waarop ontwikkelingen in verspreiding en populatieomvang worden geïnterpreteerd. Hierdoor kan volgens de indieners een situatie ontstaan waarin soorten met omvangrijke en stabiele populaties toch als ongunstig worden beoordeeld. Dat zou gevolgen kunnen hebben voor beleidskeuzes en de maatschappelijke acceptatie van natuurmaatregelen.
Met de aangenomen motie vraagt de Tweede Kamer de regering om te onderzoeken of voor vogelsoorten een aangepaste beoordelingssystematiek kan worden ontwikkeld die beter aansluit bij de feitelijke omvang en ontwikkeling van populaties. Daarbij zou moeten worden bekeken of de huidige criteria voldoende recht doen aan soorten die weliswaar veranderingen in verspreiding laten zien, maar waarvan de aantallen op nationaal niveau nog steeds groot en duurzaam zijn.
JA21 benadrukt dat een betrouwbare en wetenschappelijk onderbouwde beoordeling van de staat van instandhouding essentieel is voor effectief natuurbeheer. Een beoordelingssysteem moet volgens de partij zowel ecologisch verantwoord als praktisch toepasbaar zijn en voldoende draagvlak bieden voor de uitvoering van natuurbeleid.
Met de aanneming van de motie krijgt de regering de opdracht om de beoordeling van vogelsoorten nadrukkelijk te betrekken bij de voorgenomen herziening van de instandhoudingsmethodiek voor wilde diersoorten.