Verordening schadebestrijding dieren Fryslân 2015

Logo Friesland

Geachte Statenleden,

A.s. woensdag 3 juni is er een zogenaamde “Steatenmerk” in het provinciehuis.

De verordening schadebestrijding dieren Fryslân 2015 staat o.a. dan op de agenda.

Bovenstaande organisaties leggen onderstaande punten via deze mail aan u voor en willen daar a.s. woensdag gaarne met u over in gesprek.

Om te komen tot deze aangepaste schadeverordening heeft de provincie met betrokken partijen overleg gevoerd.

Op 19 december 2014 zijn LTO, NMV, NOJG, KJV en de TBO’s en daarnaast de Fumo in goed overleg gekomen tot wat nu onder Artikel 1 lid 3 en Artikel 3 lid 13 juist is verwoord.

De volgende kritische opmerkingen willen we nog bij deze versie van de verordening maken:

Artikel 3.2

Hierin wordt nu reeds geregeld, dat de Brandgans vanaf 1 maart 2016 niet meer onder de te verrichten handelingen ten behoeve van schade bestrijding van deze verordening valt.

Niets wijst er nu al op, dat de schade door brandganzen afneemt. Juist het tegenovergestelde is het geval. De Brandgans neemt namelijk nog steeds in aantal toe en is één van de grote schadeveroorzakende ganzensoorten in Friesland. In de door uw Staten aangenomen Fryske Guozzeoanpak is voor enige wijziging, eerst een evaluatiemoment in 2016 afgesproken. Als dan uit de totale schadecijfers blijkt, dat de situatie veranderd is, dan kan op basis van de evaluatie het schadebestrijdingsbeleid gewijzigd worden.

Ook het onlangs gesloten coalitieakkoord bevat een dergelijke afspraak: In 2016 evalueren we onze aanpak van de ganzenschade, als er dan geen substantiële verlaging van de schade is bereikt, blijft in ieder geval de winterrust van maximaal twee maanden bestaan maar wordt niet verder uitgebreid.

Artikel 3.3 en 3.4 De winterrust op overjarig grasland

Deze is in 2015-2016 nog twee maandenrusttijd voorafgaand aan de terugkeer naar de broedgebieden, conform de uitgangspunten in de EU richtlijn. Wij vinden ook dat ondersteunend afschot in januari en februari achterwege kan blijven. Maar om nu al in deze verordening beleid te maken dat vanaf volgend jaar ook in november en december geen ondersteunend afschot meer kan plaatsvinden op boerengrasland, evenals het verbieden van schade bestrijding, vinden wij veel te ver gaan en druist in tegen de gegeven mogelijkheden in de EU Vogelrichtlijn. De gunstige staat van instand­houding van winterganzen geeft hier helemaal geen aanleiding toe en de effecten van onbeperkte voedering van ganzen met boerengrasland op de toenemende groei van deze populaties en toenemende schade zijn wetenschappelijk bekend en worden meermalen ook door de natuurorganisaties aangehaald.

Bij opvang in foerageergebieden hoort effectieve verjaging met ondersteunend afschot daarbuiten. Anders werkt het foerageerbeleid niet goed en verplaatst de schade zich naar omringende ondernemers. Ook zouden daardoor teveel doorgroeiende ganzenpopulaties en grotere schades ontstaan. Daarnaast wordt met het nu al spreken over vier maanden onbelemmerde opvang van winterganzen op boerengrasland de indruk gewekt dat over twee jaar de ganzenproblemen grotendeels zijn opgelost. Wij hebben daar met de voorgestelde maatregelen sterke twijfels over. Wij pleiten daarom ook voor een goede, objectieve monitoring ten behoeve van de evaluatie en mogelijkheden over een langere periode dan twee jaar, om bij behoefte meer beheermaatregelen in te kunnen zetten. Dit op basis van werkelijke schade en aantallen en niet alleen op basis van uiteindelijk uitbetaalde tegemoetkomingen. Die zijn door eenzijdige ingestelde beleidsregels van het Faunafonds en alle bezuinigingen inmiddels niet meer representatief voor de werkelijke schade die geleden wordt door de grondgebruikers. Een taak volgens ons voor de FBE met daaronder een monitoringwerkgroep.

Artikel 3.6

Bij dit artikel vinden wij aankaarten van mogelijke beperking van schadebestrijding tot 500 meter buiten Natura 2000 gebieden prematuur en onnodig. Boeren kunnen daar in de praktijk geen schadevergoeding krijgen en hun jagers mogen dan op een groot deel boerenland niet meer tegen schade optreden. Jagers hebben weidelijkheidsregels en zullen daar gepast mee omgaan. Het nieuwe artikel 13 legt duidelijk vast hoe en waar schade bestreden kan worden buiten de rust- en foerageergebieden, zodat boeren niet met een overbodige bufferzone hoeven te worden opgezadeld.

Artikel 3.16

Hiermee is Provincie Fryslân voornemens een handelsverbod te vestigen op geschoten of gevangen brandganzen via de verordening. Aangezien het verbod dat staat in de F&F wet onder Art 13, lid 1B nog niet in werking is getreden en dus formeel niet van kracht is, kan dit ons inziens zeker niet in deze verordening worden opgenomen.

Tweede argument en nog veel logischer en juridisch onderbouwd, is dat in de EU Vogelrichtlijn de redenatie is dat een in de praktijk niet meer beschermde soort en via ontheffingen voor schadebestrijding legaal verkregen wild niet onder dit verbod valt. Andere provincies in ons land volgen deze lijn ook. Dientengevolge worden daar talloze brandganzen tot hoogwaardig voedsel voor de menselijke consumptie verwerkt, een streven dat ook door de Gedeputeerde van harte gesteund wordt. Het is niet verantwoord goed scharrelvlees van beschikbare geschoten of gevangen brandganzen in de destructor te doen wegens een handelsverbod door een te formele benadering van de regels die pas gelden als deze soort echt bescherming nodig heeft. Daarvan is momenteel echter, zoals eerder aangegeven, in het geheel geen sprake. Integendeel!

Tenslotte

De bestrijding van de zomer/standganzen naar een populatie evenwicht volgens de habitatrichtlijn vergt een meer intensieve en effectief meetbare aanpak in zowel boeren- als natuurland dan voorheen. Wettelijke beperkingen en provinciale en lokale verschillen in aanpak staan die nu nog in de weg. Alle hens zal aan dek moeten om dit conform verplichtingen voor grondgebruikers/jachthouders in de komende nieuwe Natuurwet mogelijk te maken.

Deze verordening moet een aanzet geven en basis leggen om de ganzenschade naar beneden om te buigen. Wij roepen daar al jaren om. Boeren en jagers willen zeker niet alleen maar het jaar rond aan schadebestrijding doen. Of de nu voorgestelde maatregelen echter binnen de genoemde termijn van 2 jaar op basis van objectieve monitoring de gewenste neer­waartse trend zal geven, betwijfelen we. Wij denken en vinden dat de actieve beheerperiode buiten de foerageer- en rustgebieden in de winter op termijn niet ingekort moet worden en dat er nog meer moet gebeuren en mogelijk moet zijn via deze verordening om te spreken van duurzame winterganzenopvang in aantallen en soorten volgens gemaakte afspraken en daarmee een oplossing van het huidige, nog steeds toenemende, ganzenschade probleem.

Over bovenstaande zaken aangaande de Verordening schadebestrijding Fryslan 2015 gaan wij woensdag, tijdens de Steatenmerk, graag persoonlijk met u in gesprek.

Hoogachtend,

 

NMV                          LTO                                              KJV                             NOJG

Frank Wynans         Peet Sterkenburgh           Jan Braaksma                 Peter van Kempen

Print Friendly, PDF & Email

Reageren is niet mogelijk