• De organisatie voor Jacht, beheer en schadebestrijding.

Wolven en biodiversiteit

Wanneer een wetenschapper iets beweert, hoeft die bewering nog geen wetenschap te zijn.

Over de komst van de wolf worden door verschillende groeperingen nogal optimistische beweringen geuit. Zo zou de wolf als Top-predator een heilzame invloed hebben op de biodiversiteit, ziektes onder het wild verminderen, meer balans in de natuur brengen intelligente wezens zijn, aanpassingsvermogen hebben, onmisbaar zijn voor een gezond ecosysteem.

Deze beweringen komen ook van wetenschappelijke instellingen, maar zijn dit wensgedachten, dromen, veronderstellingen of feiten?

Zo doet de Belgische wetenschapper Bjorn Mols een ongetwijfeld grondig onderzoek naar de effecten van de wolf op de natuur op de Noord-Veluwe. Niettemin stelt hij: “……. De terugkomst van een toppredator is gewoonweg altijd goed voor de natuurlijke processen in een ecosysteem”. Dit lijkt meer op een vooropgezette mening dan op een wetenschappelijk bewezen feit, afgezien van de vraag wat goed voor de natuur dan zou zijn.

Logisch klinkt ook de stelling van dierenactivisten: “ Wolven horen bij de biodiversiteit en de natuurlijke balans. Ieder roofdier dat in staat zou zijn een prooi uit te roeien zou niet lang bestaan”.

Natuurlijk mag men aannemen, dat zo’n roofdier een aanzienlijk effect op de natuur zal hebben en zijn dit dus aansprekende beweringen. Maar zijn ze ook waar?

Laten we het maar weer eens aan Valerius Geist vragen. (Zie ook hier). Geist is een wetenschapper, die niet zomaar iets beweert, maar zijn artikelen grondig documenteert met talloze litteratuurverwijzingen. Ook sprak hij veel met leden van oude volken, die eeuwenlang met de wolven hebben geleefd. Toch geeft ook hij toe jarenlang bepaalde leerstellingen te hebben geloofd op gezag van anderen, de ‘consensus’, om daarna die aannames toch maar eens grondig te gaan onderzoeken.

De Wolvenkuil

We kennen uit de Bijbel de leeuwenkuil. Daar kwam niemand levend uit, met uitzondering van ene Daniël, maar die kreeg een bijzondere vorm van hulp. Als er niet regelmatig eten in die kuil werd gegooid in de vorm van dieren of mensen, gingen de roofdieren ook dood, nadat ze eerst elkaar grotendeels hadden opgevreten. Wat resulteerde was een lege kuil zonder dierlijk leven. Het gras en later de bomen namen het over.

Geist spreekt van een predator-pit, wat ik hier vertaal met wolvenkuil. Hij bedoelt hier een groot gebied waar er bijna geen wild en geen wolven meer over zijn.

Hij deed een paar bijzondere ontdekkingen. Ten eerste stelde hij vast dat wolven in staat zijn over grote gebieden de wildstand nagenoeg uit te roeien. Zelf maakte hij dat mee in het Spatsizi-plateau en op Vancouver Island: vanaf het moment dat wolven beschermd werden, ging de wildstand rap en ver achteruit.

Zeer overtuigende verslagen geeft hij ook van onderzoekingen in Eurazië: zowel in Kazachstan als Siberië is over grote gebieden de wildstand tot bijna nul gereduceerd door wolven. In die gevallen niet ten gevolge van beschermende maatregelen, maar door afwezigheid van mensen. Mensen zijn gedwongen de wolven te bestrijden om hun vee en honden te beschermen. In Siberië zag hij enorme gebieden met nauwelijks wild, gebieden die er net zo uitzagen als het Canada dat hij kende, maar dat wel in ruime mate elanden en andere hoefdieren heeft. Hij spreekt van ecologische woestijnen, terwijl in Siberië de steppen ooit hoog productief waren. vol met mega-fauna als mammoeten (die overigens door andere oorzaken verdwenen zijn), zodat duidelijk is dat er voldoende mogelijkheden voor een hoge wildstand zijn. Echter, die wildstand is er niet. Wat er ontbreekt in die gebieden zijn de mensen. 

Interessant in dit verband is het artikel van Jelle Reumer op Vroege Vogels van 17 januari 2021:

Grutto was hier niet zonder de mens

We zien hier een enorme ‘wolvenkuil’, in eerste instantie veroorzaakt door een ongecontroleerde populatie wolven, maar uiteindelijk in stand gehouden door met name beren, die erg goed zijn in het vangen van kalveren en lammeren, maar er niet van afhankelijk zijn om te overleven. Zodoende stort ook de wolvenstand in, omdat de prooidieren zich niet kunnen herstellen.

Anderzijds is het zo, dat wanneer grote roofdieren (menselijke jagers) ontbreken, een gebied volkomen kaalgevreten kan worden door grote hoefdieren. Dat is in Nederland nog eens wetenschappelijk aangetoond door het experiment in de Oostvaardersplassen.

 

Ook in het Yellowstone Park in de Verenigde Staten dreigde de boel uit de hand te lopen. De terugkomst van wolven maakte daar een eind aan. De vraag is alleen hoever men dat kan laten gaan, voordat het gebied een ecologische woestijn wordt. Volgens de bevindingen van Geist zal men ooit weer de wolvenstand terug moeten dringen, ongetwijfeld onder aanmoediging van de naburige veeboeren.

Foute aannames en drogredeneringen

  • De wolf wordt door sommigen een cultuurvolger genoemd met een groot aanpassingsvermogen. Hoewel hij in heel verschillende landschappen kan leven, past hij zich volgens Geist niet zo snel aan nieuwe omstandigheden aan, zoals een hond en is hij zeker geen cultuurvolger. De gewoontes die er bij het jonge dier ingeprent zijn, zal hij slechts aanpassen, wanneer dat voor zijn overleven noodzakelijk is. En dat dan heel voorzichtig. Men kan een volwassen wolf, in tegenstelling tot een hond, niets bijleren.
  • Er wordt beweerd dat wolven nodig zijn om het ecosysteem te herstellen en dat dit voor iedereen begrijpelijk is en helemaal vanzelfsprekend en van de hoogste ecologische en sociale orde. Elke twijfel wordt als onwetenschappelijk gezien en getuigend van een enorme onwetendheid. Mijn vraag wat dat dan precies in zou houden, leidde elke keer tot verwarring. Natuurlijk zijn er allerlei gevolgen bij de introductie van wolven, maar die veronderstelde verbetering van het ecosysteem moet wel precies benoemd worden en afgezet worden tegen de directe kosten van de bescherming, de ecologische kosten (vermindering wildstand bv) en sociale kosten. En met name welk deel van de gemeenschap deze kosten mag dragen.” (V.Geist)
  • De ernstigste misvatting is ‘De natuur regelt het zelf wel’. Geist noemt het betekenisloos en fout. Ons lichaam bijvoorbeeld regelt een heleboel door ‘negatieve terugkoppeling’: wordt je bloedsuiker of temperatuur te hoog, dan probeert je lichaam dat terug te regelen en een optimale toestand te handhaven. De natuur heeft geen optimale toestand, maar er zijn eindeloos vele mogelijkheden, elk het resultaat van min of meer toevallige ontwikkelingen. De natuur regelt dus niets! Als er minder hoefdieren zijn, heeft de wolf niet minder honger. De wolvenstand loopt pas terug als de herten op zijn. Zowel de populatie van herten als die van wolven probeert altijd te groeien (positieve terugkoppeling).
  • Ziektes onder het wild verminderen?  Geist ziet de terugkomst van bepaalde ziektes en parasieten als een waarschijnlijkheid: ‘deze ziektes en parasieten hebben zowel de planteneters als de carnivoren nodig om hun levenscyclus te voltooien’.
  • Hybridisering (kruisingen) tussen wolven en honden ziet hij als onvermijdelijk, met name ook met honden, ingezet om de wolf te bestrijden (verregaande hybridisering is in Frankrijk al een feit). De hybriden zijn minder schuw dan wolven en dus gevaarlijker, maar zijn ook niet beschermd.
  • De wolf brengt de balans terug in de natuur? Dit noemt Geist holle retoriek zonder enige betekenis. Wie bepaalt de balans? De natuur, met eventueel een eco-woestijn? De mens, vanwege een rijke wildstand?
  • Men droomt van ‘terug naar de natuur van vroeger’, toen alles in evenwicht was. Zo heerst er het idee, dat vóór Columbus (1492) Noord-Amerika een uitgestrekte, maagdelijke wildernis was, bewoond door een paar ‘nobele wilden’. Maar, zoals ook beschreven in het boek ‘1491’ van Charles Mann waren er voor die tijd uitgebreide menselijke beschavingen, die verregaand in elkaar stortten door Europese ziektes. Deze ziektes verspreidden zich vanaf het kustgebied over het continent, vèr voordat de Europeanen zelf het binnenland binnendrongen. Hierdoor vond er een massale ontvolking plaats, met een explosie van wild als gevolg, resulterend in o.a. de enorme bizonkuddes en vermoedelijk die oneindige zwermen van de trekduif. Dus geen paradijselijke wildernis, maar uitgestrekte cultuurlandschappen. En wanneer was die ideale wildernis in Europa? En hoe zag die eruit?
  • ‘Geist is jager, dus kan je zijn uitingen niet vertrouwen.’ Deze tegenwerping, getuigt van geestelijke armoede en gebrek aan argumenten. Bovendien kun je dit omkeren: u bent anti-jacht, dus ….. Zou het misschien kunnen zijn, dat een jager meer van de natuur begrijpt dan een dierenliefhebber in de stad?
  • Een beroep op de autoriteit van een wetenschapper is naïef: ‘Wanneer een wetenschapper een liedje zingt, betekent dat niet, dat het liedje ook wetenschappelijk is’. Ook wetenschappers kunnen vooropgestelde meningen hebben, die ze met alle geweld willen bewijzen. Een frappant voorbeeld beschrijft Geist gedetailleerd in ‘De dood van Kenton Carnegy’ een 22 jarige student geologie, die in 2005 door wolven werd verscheurd. Uitgebreid forensisch onderzoek met duidelijke foto’s en verklaringen van ervaren buitenmensen/spoorzoekers, die kort na het gebeuren ter plekke waren, wezen duidelijk drie wolven als schuldigen aan, wolven die er al een gewoonte van hadden gemaakt de plaatselijke vuinisbelt af te schuimen naar eetbaars. Er was geen beer in de buurt. Niettemin verklaarde wolvenonderzoeker Drs. Paul Paquet van de University of Saskatchewan op basis van wat foto’s: “Ik zag onmiddellijk dat het hier om een zwarte beer ging”. De wolf mocht niet schuldig zijn. Aan het eind van het proces moest Drs. Paquet inbinden.

Rewilding

Tegen deze achtergrond is het zinvol het idee van rewilding eens kritisch te bekijken. In Europa zijn er een paar grote projecten in ontwikkeling, om in bepaalde gebieden waar de natuur door o.a. over-exploitatie sterk verarmd is, verdwenen diersoorten weer in te voeren. Een aantal ongetwijfeld prachtige en ambitieuze projecten vindt u op de site Rewilding Europe . Bij deze projecten wordt tevens terdege aandacht besteed aan de lokale bevolking en aan toerisme. Maar ook hier lezen we weer de mantra:

‘We moeten een stap terug doen en de natuur het zelf laten regelen. Laat natuurlijke processen het landschap vorm geven’

Onze Noord-Amerikaanse ervaring met wolven in de 20ste eeuw heeft ons deze zéér waardevolle les geleerd: bij lage wolf/prooidier verhoudingen zullen de wolven zich ontwikkelen tot zeer grote, schuwe exemplaren, die contact met mensen vermijden, terwijl ze het landschap in hoge mate verrijken. Beheer van de wolf is essentieel om robuuste populaties van zowel wolven als grofwild te behouden en tegelijkertijd het binnendringen van wolven in de menselijke omgeving te minimaliseren.

 Bescherming zal resulteren in biologische woestijnen van onvoorstelbare afmetingen en sterk afgenomen biodiversiteit, zoals we nu zien in Siberië en delen van Noord Amerika, waar wolven en beren in feite helemaal vrij zijn van menselijke bemoeienis.

Valerius Geist

Hier waarschuwen de bevindingen van V.Geist: wees niet naïef en argeloos – er kunnen onverwachte processen optreden met verstrekkende gevolgen. Wees in ieder geval gewaarschuwd wat betreft de wolf.

Wel is het moeilijk te zien, hoe bovenstaande les in ons kleine, dichtbevolkte land toegepast zou kunnen worden. Daarentegen kan de menselijke jager hier gemakkelijker en selectiever die taak van de wolf uitvoeren.

Paul Bouwmeester (geen wolvenexpert)


Referenties

Dit verhaal is ook te vinden op www.nojg.nl/wolvenkuil. Daar zijn verwijzingen (links) ingebouwd naar publicaties, die voor dit artikel gebruikt zijn’

Lees ook:

Ervaringen van een Nederlandse jager

Duits dorp schiet met gummikogels op wolven: ’Ze komen te dicht bij onze huizen’

Reacties zijn gesloten.