• De organisatie voor Jacht, beheer en schadebestrijding.

Zienswijze NOJG Regio Fryslân op ontwerp omgevingsverordening provincie Fryslân dd 16 februari 2021

 

 

 

DD: 06-04-2021

Aan het college van Gedeputeerde Staten.

Geachte gedeputeerde,

Onze zienswijze op de ontwerp provinciale omgevingsvisie richt zich met name op afdeling 5 Natuur. Hierin dient doel en intentie van art. 3.12 wet Natuurbescherming niet uit het oog worden verloren. Wij zijn zeer teleurgesteld dat Gedeputeerde Staten in deze ontwerpverordening veel verder gaat dan doel en intentie is van bovengenoemd artikel.

Onze visie ’Beter met regels’ is gebaseerd op het uitgangspunt, dat partijen elkaar vertrouwen.

Beter gezegd: er moet sprake zijn van wederzijds vertrouwen. Zonder vertrouwen is er geen basis voor een vruchtbare samenwerking en wordt er al snel weer ingezet op meer regels. Hier ligt de oorzaak van onvrede, juridische en politiek bestuurlijke acties die verlammend werken voor onze democratie en het overheidsfunctioneren. Vertrouwen moeten we met elkaar waarmaken.

Wij zorgen er van onze kant voor, dat de overheid mag en kan vertrouwen op professionele en adequate jacht en schadebestrijding. Tot dit doel is door de wetgever ook de Faunabeheereenheid (FBE) in het leven geroepen. Wij vragen in uw verordening dan ook de ruimte voor de FBE deze taak professioneel en onafhankelijk van vooraf opgelegde (politiek gemotiveerde) beperkingen op te leggen bij het opstellen (en het vervolgens doen uitvoeren) van een Faunabeheerplan.

Naast het beheer van de landelijke lijst kan het i.vm. de volksgezondheid (denk aan het verspreiden van op de mens en gehouden dieren overdraagbare ziektes), verkeersveiligheid en dierenwelzijn (waaronder stress door populatie- en recreatiedruk ) kan het in sommige gevallen wenselijk zijn in te grijpen bij in het wild levende dieren. Om onnodig dierenleed (en menselijk leed) te voorkomen vragen wij de FBE de maximale ruimte te bieden onder bovengenoemde wetsartikel. Immers grondeigenaren, grondgebruikers en jagers zijn heel goed in staat om goed wildbeheer te plegen. Zij doen dit al eeuwen op een duurzame manier. Op grond van de wet Natuurbescherming hebben zij de plicht om te zorgen voor een redelijke wildstand.

Onder dit wetsartikel heeft de wetgever namelijk beoogd om de schadebestrijding door of namens de grondgebruiker zoveel mogelijk te laten plaatsvinden op basis van vrijstelling. Wij vinden vrijstelling ook het meest geschikte instrument bij de bestrijding van overlast, van door in het wild levende dieren overdraagbare ziektes en het behoud van een gezonde wildpopulatie. We vragen u dan ook de FBE verantwoordelijk te maken voor het opstellen/ aanpassen van de provinciale vrijstellingslijst. Zodat effectief handelen mogelijk wordt als de situatie daarom vraagt. De omgevingsverordening hoeft ons inzien slechts te stellen dat een geval vergunning-vrij is indien de onderbouwing daarvan is vastgelegd in het door de FBE opgestelde faunabeheerplan.

Artikel 5.3 De toelichting geeft aanleiding te spreken over ten minste 6 bestuursleden en niet per se een maximum van 7 en biedt de mogelijkheid om de verhouding grondgebruikers/uitvoerders beter in balans te brengen. Daar zijn we blij mee. (Zie ons voorstel bij 5.4)
In artikel 5.4 wordt de samenstelling van het bestuur van de FBE geregeld. Wij zijn van mening dat hierin de uitvoerders van het faunabeheerplan verhoudingsgewijs ondervertegenwoordigd zijn ten opzichte van de grondgebruikers die tezamen 4 bestuursleden aandragen. Onder 5.4.1-d zouden wij graag zien 1 vertegenwoordiger elk van zowel de KJV (specialisatie de landelijke lijst) en de NOJG (meer gericht ook met name op het gebied van overlast en schadebestrijding).

Wij maken bezwaar tegen de 150 meter regel onder artikel b5.23.1-d.

Wij zien deze beperking op het privé-eigendom graag verwijderd uit deze verordening. Hiermede perkt u namelijk het gebruik van eigendom in om rust te creëren in een aangelegen Natura2000, foerageergebied of natuurgebied. Wij zijn van mening dat gezien de omvang van deze gebieden dit binnen de grenzen van deze gebieden zelf mogelijk is. Een inperking mag volgens de wet alleen, als er een zwaarwegend maatschappelijk belang is. Gezien de omvang van de Natura2000 gebieden en natuurgebieden in Fryslân is hiervoor geen grond voor een zwaarwegend maatschappelijk belang. Eigendom is het meest omvattende recht dat een persoon op een zaak kan hebben. Het EU- verdrag beschermt het eigendomsrecht. Met de bedoelde diersoorten (ganzen) gaat het nog steeds goed, en daarom valt de inperkende maatregel niet te onderbouwen. De eigenaar van de zaak wordt, behoudens rechten van anderen, eigenaar van de afgescheiden vruchten. Hieronder valt ook het jachtrecht.

Artikel 5.16 kan onzes inziens geschrapt worden er voor dit doel reeds een nationale geschillenregeling van kracht en geschillen kunnen worden voorgelegd aan een boven de partijen staande geschillencommissie, de stichting Geschillenafhandeling Landelijke Jagersverenigingen.
Artikel 5.23 kan onzes inziens geschrapt worden. Dit artikel maakt het opstellen van een goed en effectief uitvoeren van een faunabeheerplan in de praktijk wel erg ingewikkeld. En beperkt het rechtelijk gebruik op aanliggende percelen (5.23, 1d) en lokt daardoor veel juridische procedures uit.
Artikel 5.24 Dit kan geregeld worden in het faunabeheerplan opgesteld door de FBE
Artikel 5. 25 Kan komen te vervallen.
Artikel 5.28,2 Kan komen te vervallen. Dit hoort thuis in het faunabeheerplan opgesteld door de FBE
Artikel 5.29 Een geval is vergunningsvrij als hierin is voorzien in het faunabeheerplan opgesteld door de FBE
Artikel 5.30 De gebruiker van een luchtdrukwapen met als doel het doden van dieren zou onzes inziens aan dezelfde eisen moeten voldoen als voor het gebruik van een vuurwapen. ((jacht) opleiding, verzekering, lid WBE, toetsing politie, enz.).

Zie voor meer informatie; Ontwerp omgevingsvisie Fryslân

Reacties zijn gesloten.