• De organisatie voor Jacht, beheer en schadebestrijding.

‘Zijn de Miljardeninvesteringen in natuur wel effectief’

Zonder de juiste begeleiding en controle van de verleende subsidies, aan de landbouw en de Terrein Beherende Organisaties (TBO’s), lijkt dit weer op verspilde investeringen?

 

Miljardeninvesteringen in de natuur hebben in Nederland nauwelijks iets opgeleverd, concludeert Trouw na eigen onderzoek. De krant onderzocht beleidsrapporten, analyseerde gegevens van organisaties en interviewde ecologen.

Veel Europees beschermde soorten kunnen in Nederland niet behouden blijven, waarschuwden ecologen vorige maand in de Tweede Kamer. Onderzoekers van de Wageningen Universiteit schreven dat 70 procent van de planten en tot 40 procent van de vogels uit Nederland verdwijnen.

De krant geeft als voorbeeld het korhoen, dat in Nederland bijna is uitgestorven nadat de heidegebieden hadden plaatsgemaakt voor landbouw. Dit terwijl binnen de EU dertig jaar geleden al is afgesproken dat het aantal soorten niet verder mag afnemen.

In totaal is in Nederland volgens Trouw sinds 1990 zo’n 11 miljard euro uitgegeven om het tij te keren. “De ambities zijn nooit waargemaakt”, zegt hoogleraar ecologie Han Olff van Rijksuniversiteit Groningen in de krant. Hoewel er wel natuur is bij gekomen, ontbreekt het aan verbindingen tussen verschillende gebieden, “terwijl dat in een klein land als Nederland juist cruciaal is om planten en dieren te behouden”.

Ook vormt de landbouw een grote bedreiging door stikstof uit mest en landbouwgif dat planten en insecten schaadt, waardoor vogels weer minder te eten hebben. Trouw is ook kritisch op Europese landbouwsubsidies die natuurvriendelijk boeren moeten mogelijk maken. Zo zou het gros van de boeren met de subsidies vooral raaigras aanleggen, wat niets zou toevoegen aan de natuur en biodiversiteit.

Natuurvriendelijk boeren

Om de weerslag van de landbouw op de biodiversiteit te verminderen, is natuurvriendelijk boeren het devies. Zo zijn agrariërs sinds 2014 verplicht hun akker te vergroenen, willen zij Europese landbouwsubsidie ontvangen. Dit geeft soorten weer beschutting en kan insecten aantrekken die bladluizen opeten in plaats van bespuiten.

Het gros van de Nederlandse landbouwbedrijven maakt hier gebruik van: ruim 90 procent van het boerenland heeft in 2018 ten minste één vergroeningsverplichting. Maar diezelfde boeren planten vrijwel nooit een rij bomen of struiken. In plaats daarvan kiest het merendeel voor generieke gewassen, zoals Engels en Italiaans raaigras, met een ‘geringe ecologische meerwaarde’, staat in een recent monitoringsrapport van WUR.

De 2 miljard euro subsidie die boeren sinds 2014 voor vergroening hebben ontvangen, draagt zelden bij aan het verbeteren van de biodiversiteit. Sterker nog, het areaal akkerranden is de laatste jaren afgenomen.

Ook het natuurbeheer door boeren, dat sinds de start van het natuurnetwerk wordt toegepast, heeft weinig vruchten afgeworpen. Dat komt allereerst door het kleine oppervlak: van in totaal 1,7 miljoen hectare landbouwgrond, wordt slechts 4 procent als natuur beheerd. Landbouwers kiezen veelal voor kleine lapjes grond met licht beheer, meldt het Planbureau voor de Leefomgeving. Daarnaast gaat het om kortlopende contracten die in de helft van de gevallen niet worden verlengd, waardoor de weinige inspanningen gauw verloren gaan.

Pogingen, zoals later maaien en nestbescherming om vogels en insecten te begunstigen, leveren te weinig op. Typische soorten van het boerenerf zijn in drie decennia in aantallen gehalveerd. Van de vlinders in het agrarisch gebied is ten opzichte van 1992 nog een kwart over en boerenlandvogels zijn sinds 1960 met wel 70 procent afgenomen. Zij komen net als de hoenderkuikens nog steeds voedsel en beschutting tekort. Nergens anders in Nederland is het soortverlies zo groot als in het agrarisch gebied.

Ten dode opgeschreven

De variatie aan soorten komt nog altijd in de knel door de versnippering en de slechte kwaliteit van de natuur. Dit kan desastreuze gevolgen hebben volgens ecologisch onderzoeksinstituut Alterra. Al in 2002 concludeert het dat maar onherroepelijk, zullen uitsterven’. Zo’n populatie kan nog wel tientallen jaren voortbestaan, schrijft het instituut, maar zij is feitelijk al ten dode opgeschreven.

Klopt, want een soort kan zich pas herstellen als zijn leefgebied op orde is, zegt ecoloog Olff. Maar daar gaan jaren overheen. Voor een vogel kan het misschien tien jaar duren, voor planten tientallen jaren. “Het is te vergelijken met CO2-uitstoot: de schade die je nu aanricht, is niet zomaar verholpen en het effect ervan blijft nog lang doordenderen.”

Dat ruimte en natuurkwaliteit elkaar versterken, kan natuurlijk ook positief uitpakken. “Als de kwaliteit van het agrarisch gebied rond natuurgebieden verbetert, zijn soorten ook veel minder geïsoleerd”, zegt Paul Opdam, onderzoeker bij Alterra en oud-hoogleraar landschap in ruimtelijke planning aan Wageningen Universiteit. Hij schreef mee aan diverse kritische beleidsrapporten. “In de toekomst wordt dit nog belangrijker, omdat soorten nu niet opgewassen zijn tegen extremere weersomstandigheden door klimaatverandering.”

Toekomstplannen EU-commissie “Groenboeren “’levert een hoop geld op’

In Nederland merken we dit, bij bijvoorbeeld weidevogels.

Door groen te produceren, kan de komende tien jaar bijna 2000 miljard euro worden verdiend. Dat staat in een uitgelekte versie van de ‘Farm to Fork-strategie’, die op 20 mei 2020 door de Europese Commissie werd gepresenteerd.

Volgens Brussel kan bijvoorbeeld meer lokale landbouw worden gestimuleerd en voedselverspilling worden tegengegaan. Ook moeten er meer duurzame investeringen komen en moet het gebruik van groene levensmiddelen worden bevorderd. Er is dan bijvoorbeeld minder geld nodig om ontbossing of de verzuring van grond en water tegen te gaan.

De ‘Farm to Fork-strategie’ is een spoorboekje dat het hele voedselsysteem, van landbouw en veehandel tot voedselconsumptie en -verspilling, wil verduurzamen. Daardoor moet Europa in 2050 klimaatneutraal zijn.

  • In 2030 moet een kwart van alle landbouwgrond in de EU biologisch zijn.
  • In 2030 moet het aantal bestrijdingsmiddelen in de landbouw met de helft zijn afgenomen.
  • Het gebruik van kunstmest moet met 20 procent verminderen de komende tien jaar.

Hoger inkomen

Dat betekent dat boeren het gebruik van bestrijdingsmiddelen moeten afbouwen en dat biologische landbouw en dierenwelzijn voorop moeten staan. “Maar voor die groene slag moet het inkomen van boeren omhoog, zodat ze niet door het bestaansminimum zakken. Boeren moeten genoeg geld verdienen om een redelijk bestaan te kunnen opbouwen.”

De Europese Commissie kijkt ook naar consumentenbescherming. Zo zullen volgens de plannen voedselfraude en zogenoemde greenwashing, het vals duurzamer voordoen van een product, worden aangepakt. Er zal bijvoorbeeld strenger worden gekeken of er extra suiker zit in babyvoeding en er wordt een maximum gesteld aan de hoeveelheid suiker, verzadigd vet en zout in voedingsmiddelen.

Bedrijven moeten transparanter zijn wat er precies in producten verwerkt zit, zodat consumenten een verantwoorde keuze kunnen maken. Daarnaast moet het volgens de plannen ook mogelijk zijn om direct te zien waar een product gemaakt wordt, “zodat consumenten voor regionale producten kunnen kiezen om zo de lokale boer te helpen en de weg van boerderij tot bord korter en duurzamer te maken.”

De verslechtering van de biodiversiteit is globaal te wijten aan veranderingen in landgebruik, overexploitatie van land, klimaatverandering, vervuiling en invasieve exoten. Wereldwijd zijn in de afgelopen 40 jaar 60% van de dierpopulaties afgenomen door menselijke activiteiten. Ook in Nederland merken we dit, bij bijvoorbeeld weidevogels.

Bescherming van natuur

De Europese vogel- en habitatrichtlijn zal beter geïmplementeerd moeten worden om biodiversiteitsdoelen te behalen. Ook wil de Europese Commissie dat 10% van de natuur in Europa strikt beschermd gaat worden. Dit zullen gebieden worden waar natuurlijke processen de ruimte moeten krijgen.

Deze eis komt bovenop de huidige voorwaarden rondom Natura 2000. Hoewel het nog onbekend is wat dit voor Nederland gaat betekenen, zal ieder land hieraan moeten gaan bijdragen.

Biodiversiteit moet niet alleen plaats vinden in strikt beschermde natuur, maar vooral ook in de landbouw- en weidevogelgebieden, rond en in de steden en door de infrastructuur hierop aan te passen.

De wildbeheereenheden/jagers kunnen hier volgens ons ook  meer actief aan bijdragen, mits zij ook ondersteund kunnen worden door subsidies net zoals de TBO’s en de landbouw. Zij kunnen dan ook meer wildakkers aanleggen, soorten beter beschermen door effectieve middelen in te zetten om de fauna in evenwicht te houden. Dit soort activiteiten worden nu ook erkend door de Europese Commissie. De Commissie gaat ook kijken hoe dit soort activiteiten verder gestimuleerd kunnen worden, zij zullen dit ook nationaal, bij de lidstaten met goede regelingen beschikbaar moeten stellen.

Print Friendly, PDF & Email

Reacties zijn gesloten.