Provincie Zeeland presenteert Fauna-app: duidelijkheid over faunabeheer in één oogopslag

De provincie Zeeland en de Zeeuwse Faunabeheereenheid hebben de Fauna-app Zeeland gepresenteerd. Met deze digitale toepassing krijgen boeren, jagers en terreinbeheerders direct inzicht in de geldende regels rondom faunabeheer en jacht. De app maakt in één oogopslag duidelijk wat op een specifieke locatie, op dat moment en voor een bepaalde diersoort is toegestaan.

25 februari 2026
|
Persbericht
Gedeputeerde Wilfried Nielen en voorzitter Gert de Kok van de FBE Zeeland presenteren de nieuwe Zeeuwse fauna-app

De Provincie Zeeland en de Zeeuwse Faunabeheereenheid hebben vandaag de Fauna-app Zeeland gepresenteerd. Met deze digitale toepassing krijgen agrariërs, jagers en terreinbeheerders direct inzicht in de geldende regels rondom faunabeheer en jacht. De app maakt in één oogopslag duidelijk wat, op een specifieke locatie, op dat moment en voor een bepaalde diersoort is toegestaan.

Regels inzichtelijk en werkbaar

De regelgeving rondom faunabeheer is zorgvuldig opgebouwd, maar in de praktijk complex. Welke soort mag wanneer worden beheerd? Welke middelen zijn toegestaan? Is er sprake van een vrijstelling , ontheffing of vergunning ?

Uit gesprekken met jagers, terreinbeheerders en de Faunabeheereenheid (FBE) bleek dat er behoefte was aan meer overzicht en gebruiksgemak. De regels zijn helder vastgelegd, maar in het veld niet altijd eenvoudig toegankelijk. Dat leidde tot veel vragen richting de FBE en tot onzekerheid bij gebruikers.

De Fauna-app brengt alle geldende regels samen in één gebruiksvriendelijke digitale omgeving. De regelgeving zelf verandert niet, maar wordt beter ontsloten en direct toepasbaar gemaakt in de praktijk.
Wat betekent dit concreet?

Met de Fauna-app kunnen gebruikers eenvoudig controleren:

  • of beheer of jacht is toegestaan;
  • voor welke soorten;
  • in welke periode;
  • onder welke voorwaarden.

Wanneer beheer niet is toegestaan, geeft de app ook aan of het mogelijk is een vergunning aan te vragen, welke preventieve maatregelen moeten worden genomen en of een tegemoetkoming in schade kan worden aangevraagd.
‘Helderheid voor iedereen’

Gedeputeerde Wilfried Nielen is tevreden met het resultaat. “Goede regels zijn belangrijk, maar ze moeten ook begrijpelijk en toepasbaar zijn. Met deze app zorgen we ervoor dat iedereen in het veld direct kan zien wat wel en niet mag. Dat voorkomt fouten, vergroot de zorgvuldigheid en versterkt de uitvoering van ons faunabeleid.” Overigens benadrukt Nielen dat met de lancering van de app het werk er nog niet per definitie op zit: “Mochten er zaken zijn die nog verder verbeterd moeten worden, zullen we dit doen in samenspraak met de Faunabeheereenheid.”

Met de introductie van de Fauna-app zet de Provincie Zeeland een volgende stap in het versterken van zorgvuldig en verantwoord faunabeheer. De app draagt bij aan naleving van wet- en regelgeving, voorkomt misverstanden in het veld en ontlast de Faunabeheereenheid van individuele vragen.

De Fauna-app Zeeland is per direct beschikbaar voor gebruikers en werkt het beste door via de smartphone op de volgende link te klikken:

app.fbezeeland.nl




Toestemmingen om te mogen jagen onder de Omgevingswet

Hiermee willen wij duidelijkheid geven over “een toestemming om te mogen jagen in gezelschap van de jachthouder (artikel 11.64 lid 1 sub b Besluit activiteiten leefomgeving) niet kan worden vermeld dat andere jagers daarop ‘meemogen’.
Deze toestemming ziet uitsluitend op het jagen in het gezelschap van de betreffende jachthouder en kan dus niet worden gebruikt om derden zelfstandig in het veld te laten jagen.

Voor het zelfstandig kunnen jagen door andere jagers dan de jachthouder geldt de regeling voor de “toestemming om te mogen jagen buiten gezelschap” van de jachthouder (artikel 11.64 lid 1 sub d Besluit activiteiten leefomgeving). Met deze toestemming kan de jachthouder uitdrukkelijk aangeven dat een andere jager buiten zijn gezelschap in het jachtveld mag jagen, mits aan de voorwaarden uit het Bal (onder andere de 40 ha oppervlakte-eisen) en de jachthuurovereenkomst wordt voldaan, geldt dat er per 40 ha een toestemming buiten gezelschap jachthouder mag worden afgegeven.

Op onze website zijn voor zowel de individuele jachthouder als de WBE de juiste toestemmingsformulieren beschikbaar, inclusief de variant voor jacht **buiten gezelschap** waarin expliciet is opgenomen dat de houder zich al dan niet mag laten vergezellen door andere jagers. Deze formulieren zijn te vinden via: https://www.nojg.nl/jacht/omgevingsvergunning-jachtgeweeractiviteit-aanvraag

Wij adviseren jachthouders en WBE’s om uitsluitend deze actuele modellen te gebruiken, zodat zowel richting politie als andere toezichthouders duidelijk is op welke wettelijke grondslag en onder welke voorwaarden wordt gejaagd.

Toestemming jagen in gezelschap

Om duidelijkheid te geven over de regelgeving omtrent jagen in gezelschap van de jachthouder (artikel 11.64 lid 1 sub b Besluit activiteiten leefomgeving), benadrukken wij dat deze toestemming uitsluitend geldt voor het jagen samen met de jachthouder. Het is niet toegestaan om andere jagers op basis van deze toestemming zelfstandig te laten jagen, noch mag worden vermeld dat andere jagers daarop ‘meemogen’.
Deze toestemming is dus strikt beperkt tot het gezelschap van de betreffende jachthouder en mag niet worden gebruikt om derden zelfstandig in het veld te laten jagen.

Toestemming jagen buiten gezelschap

Voor situaties waarin andere jagers dan de jachthouder zelfstandig willen jagen, geldt de regeling voor “toestemming om te mogen jagen buiten gezelschap” van de jachthouder (artikel 11.64 lid 1 sub d Besluit activiteiten leefomgeving). Met deze toestemming kan de jachthouder expliciet aangeven dat een andere jager buiten zijn gezelschap mag jagen in het jachtveld. Hierbij dient te worden voldaan aan de voorwaarden uit het Bal, zoals onder andere de 40 hectare oppervlakte-eisen en de geldende jachthuurovereenkomst. Per 40 hectare bejaagbaar veld mag één toestemming buiten gezelschap worden afgegeven.

Beschikbare formulieren en advies

Op onze website zijn voor zowel individuele jachthouders als de WBE de juiste toestemmingsformulieren beschikbaar. Dit betreft ook de variant voor jacht buiten gezelschap, waarin expliciet staat vermeld of de houder zich al dan niet mag laten vergezellen door andere jagers. De formulieren zijn te vinden via: https://www.nojg.nl/jacht/omgevingsvergunning-jachtgeweeractiviteit-aanvraag
Het is aan te raden dat jachthouders en WBE’s uitsluitend deze actuele modellen gebruiken. Zo is richting politie en andere toezichthouders duidelijk op welke wettelijke grondslag en onder welke voorwaarden wordt gejaagd.

Toelichting

Voor een toestemming buiten gezelschap (artikel 11.64 lid 1 sub d Bal) gelden in de praktijk de volgende hoofdeisen:

  • De jachthouder moet beschikken over een geldige omgevingsvergunning voor jachtgeweeractiviteit (jachtakte) en het genot van de jacht hebben op het betreffende veld.[1]
  • Het jachtveld dient minimaal 40 hectare bejaagbaar te zijn. Voor elke extra 40 hectare mag één extra toestemming buiten gezelschap worden afgegeven, tenzij de jachthuurovereenkomst dit uitsluit.[1]
  • De toestemming moet schriftelijk worden verleend op een speciaal daarvoor bestemd formulier (buitengezelschapsverklaring), waarin de gegevens van de jachthouder, de toestemminghouder, de kadastrale ligging, de oppervlakte en de geldigheidsduur zijn opgenomen.[1]
  • De toestemminghouder dient zelf ook te beschikken over een geldige omgevingsvergunning jachtgeweeractiviteit (jachtakte).[1]
  • De toestemming is maximaal één jaar geldig en loopt in de praktijk tot en met 31 maart van het daaropvolgende jaar.
  • De toestemming moet worden afgestempeld en ondertekend door de korpschef (afdeling Korpscheftaken) in de woonplaatsregio van de toestemminghouder.[1]
  • In de verklaring kan worden aangegeven of de toestemminghouder zich wel of niet mag laten vergezellen door andere jagers; dit is bij sub d van toepassing.[1]
  • Voor WBE’s die zelf jachthouder zijn, geldt dat per toestemminghouder het veld minimaal 40 hectare moet zijn, passend binnen de 40-ha-regeling van artikel 11.76 Bal.[1]

Bronnen

[1] Formulieren t.b.v. aanvraag omgevingsvergunning NOJG:

[2] Het Besluit activiteiten leefomgeving




Update Afrikaanse Varkenspest uitbraak Spanje

Uitbreiding kernzone Afrikaanse varkenspest veroorzaakt onrust bij Spaanse boeren

De kernzone rond de eerste besmetting met Afrikaanse varkenspest bij wilde zwijnen in Catalonië is uitgebreid met twee extra gemeenten. Dit leidt tot grote bezorgdheid onder Spaanse boeren. De boerenorganisatie Unión de Uniones de Agricultores y Ganaderos roept het ministerie van Landbouw op om direct alle beschikbare middelen in te zetten om verdere verspreiding te voorkomen. De hoogste prioriteit ligt bij het terugdringen van de wildezwijnenpopulatie binnen de kernzone, waarvoor de inzet van de Militaire Noodhulpdienst (UME) wordt voorgesteld.

Besmettingen mogelijkheden AVP

De economische schade voor de Spaanse varkenshouderij bedraagt inmiddels ruim 412 miljoen euro. Niet alleen Catalonië, maar ook Aragón, Castilië en León en Murcia ondervinden hinder van de uitbraak. In totaal zijn 162 wilde zwijnen positief getest en vallen zeven gemeenten binnen het risicogebied.

Volgens het Wetenschappelijk Comité voor Advies van het Spaanse landbouwministerie is de uitbraak waarschijnlijk veroorzaakt door menselijke activiteiten, met een introductie over lange afstand als meest waarschijnlijke scenario. Hoewel de situatie in Catalonië onder controle lijkt, is de exacte herkomst van het virus nog onbekend.

Het comité doet negen aanbevelingen om verdere verspreiding te voorkomen, gericht op versterking van bioveiligheid op bedrijven, intensiever epidemiologisch toezicht en actief beheer van wildezwijnenpopulaties. Daarnaast wordt geadviseerd om het virus genetisch te blijven monitoren, zodat bestrijdingsstrategieën tijdig kunnen worden aangepast.

De uitbraak werd op 28 november vastgesteld in Cerdanyola del Vallès, provincie Barcelona. Sindsdien is het virus niet buiten dit gebied vastgesteld. Het aantal besmette varkens in Spanje staat op 142.




Nieuw kabinet: gevolgen voor jagers en wildbeheer

Er komt een nieuw kabinet bestaande uit D66, VVD en CDA. Dit is voor ons als jagers van groot belang, omdat het ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (LVVN) verantwoordelijk is voor het beleid dat direct van invloed is op wildbeheer en de jacht in Nederland. De besluiten die op dit ministerie worden genomen, bepalen hoe wij onze taken kunnen uitvoeren en onder welke regels we vallen als het gaat om natuurbeheer en de wildstand.

De nieuwe bewindspersonen

Minister van LVVN: Jaimi van Essen (D66)

De beoogd minister is Jaimi van Essen (34) namens D66. Van Essen was eerder wethouder in Losser en Deventer, waar hij zich onder andere bezighield met duurzaamheid, milieu en economie. Of hij als 34-jarige inderdaad een ‘frisse blik’ meebrengt, zal de tijd uitwijzen, maar duidelijk is dat hij een eigen visie heeft op de sector. Zijn achtergrond ligt in de plattelandsgemeente Losser, vlak bij de Duitse grens, wat nog altijd te horen is aan zijn lichte Twentse tongval. Van Essen studeerde politicologie in Nijmegen en European Studies in Enschede en werkte na zijn studie als adviseur bij het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties in Den Haag.
Zijn politieke loopbaan begon in Losser: eerst als raadslid, vanaf 2019 – op 27-jarige leeftijd – als wethouder. In die periode bezocht hij samen met Jimme Nordkamp, toenmalig wethouder (PvdA) en later Kamerlid, lokale boeren en ondernemers.

Staatssecretaris LVVN: Silvio Erkens (VVD)

Namens de VVD is Silvio Erkens (35) de beoogd staatssecretaris. Erkens, afkomstig uit Heerlen in Limburg, zit sinds 2021 in de Tweede Kamer. Daar hield hij zich bezig met binnenlandse zaken, Europa, klimaat en energie, maar landbouw, natuur en jacht vielen niet onder zijn portefeuille. Hij studeerde internationale betrekkingen, politicologie en bedrijfskunde en werkte na zijn studie als adviseur en projectleider bij een internationaal bedrijf. In 2019 was hij campagneleider van de VVD in Limburg bij de provinciale verkiezingen.

Politieke verhoudingen en koers ministerie

Het is bijzonder dat D66 de landbouwminister levert; de laatste keer was in de jaren negentig met Laurens Jan Brinkhorst. Sindsdien was deze post doorgaans in handen van CDA- of VVD-ministers, en in de laatste periode een minister van BBB. Met deze nieuwe verdeling krijgt D66 directe invloed op het landbouw- en natuurbeleid, wat vooral zal draaien om stikstofreductie, natuurherstel en voedselzekerheid.
Door de combinatie van een D66-minister en een VVD-staatssecretaris ontstaat een gedeelde politieke kleur binnen het departement. Dit biedt perspectief voor een evenwichtige koers, waarin landbouwbelangen en duurzaamheidsdoelen hand in hand kunnen gaan.

NOJG: samenwerking en belangenbehartiging

Als NOJG volgen wij deze ontwikkelingen op de voet. We vertrouwen erop dat de nieuwe minister en staatssecretaris openstaan voor samenwerking. We gaan graag met hen in gesprek om kennis te maken en om het belang en de praktijk van wildbeheer in Nederland nader toe te lichten.




Geen ontheffing voor het doden van wolven in Nationaal Park de Hoge Veluwe

De rechtbank Gelderland heeft geen inhoudelijke beoordeling gegeven van het beroep van Stichting het Nationale Park de Hoge Veluwe tegen de weigering van de provincie Gelderland om wolven in het park te mogen doden. De stichting heeft volgens de rechtbank geen procesbelang meer, omdat met deze rechtszaak niet kan worden bereikt dat alsnog een ontheffing wordt verleend voor het doden van de wolven.

Aanvraag en motivering

Stichting het Nationale Park de Hoge Veluwe had een ontheffing aangevraagd om wolven te mogen doden ter bescherming van de moeflons, die op natuurlijke wijze veel gebieden in het park begrazen.

Veranderde beschermingsstatus van de wolf

De beschermingsstatus van de wolf is veranderd in Europese regelgeving, waardoor er nu in het Nederlandse recht, dat hiernaar verwijst, geen vergunningplicht meer geldt voor het doden van wolven. Hierdoor kan het beroep niet leiden tot het alsnog verlenen van een ontheffing.

Procesbelang en toekomstige aanvragen

Procesbelang kan aanwezig zijn wanneer er sprake is van toekomstige besluiten over gelijksoortige activiteiten. In dit geval is dat niet aan de orde, omdat Stichting het Nationale Park de Hoge Veluwe momenteel geen nieuwe aanvragen heeft gedaan.

Onzekerheid over nieuwe regelgeving en maatwerkvoorschriften

De regering werkt aan aanpassing van de Nederlandse regels, maar het is nog onbekend wanneer de vergunningplicht weer zal gelden en hoe de nieuwe regelgeving eruit zal zien. Het bewust niet doen van een aanvraag om maatwerkvoorschriften, in afwachting van een uitspraak van de rechtbank, is eveneens onvoldoende voor procesbelang. De rechtbank is niet geroepen tot het beantwoorden van principiële rechtsvragen die mogelijk in een toekomstig geschil zouden kunnen ontstaan.

Onzekerheid over toekomstige activiteiten

Het is daarnaast niet zeker dat een eventuele nieuwe aanvraag betrekking zal hebben op dezelfde activiteit, omdat de stichting van plan is het hek rondom het park te vervangen. Dit zou kunnen leiden tot een aanvullende vergunningplicht.

Meer informatie

Meer details zijn te vinden in de uitspraak van de rechtbank Gelderland.

Bron: Rechtbank Gelderland, 12/02/2026




Nieuwsbrief FBE Limburg 1e kwartaal 2026




Geschil over ontheffing voor afschot van edelherten in Oostvaardersplassen

Uitspraak 202500629/2/A2

Datum uitspraak: 11 februari 2026

Uitspraak over de ontheffing die het college van gedeputeerde staten van Flevoland heeft verleend voor het doden van edelherten in de Oostvaardersplassen en de gebieden daaromheen. Bij besluit van 6 december 2023 heeft het college aan Stichting Faunabeheereenheid Flevoland voor de periode van 1 januari 2024 tot en met 31 december 2028 een ontheffing verleend als bedoeld in artikel 3.17 van de Wet natuurbescherming voor het doden van edelherten met een geweer en gebruikmaking van een demper in de Oostvaardersplassen en de gebieden daaromheen. Het gaat om een ontheffing voor de periode van januari 2024 tot en met december 2028, tot een zogenoemde doelstand van 500 dieren. Afschot is toegestaan in de periode van 1 augustus tot 1 mei.

De Afdeling bestuursrechtspraak heeft op 23 juli 2025 een tussenuitspraak (opent in nieuw venster) (verwijst naar een andere website) hierover gedaan. Daarin heeft zij geoordeeld dat het college van gedeputeerde staten van Flevoland niet aannemelijk heeft gemaakt dat “een populatie van 500 edelherten in de Oostvaardersplassen voldoende genetisch divers zou zijn”. Zij droeg het college op om binnen zestien weken opnieuw te beslissen over de ontheffing voor het doden van edelherten tot een zogeheten doelstand van 500.

Naar aanleiding van deze tussenuitspraak heeft het college de ontheffing aangepast door daaraan vijf extra voorschriften toe te voegen. Op grond van deze voorschriften moet Stichting Faunabeheereenheid Flevoland onder meer wetenschappelijk onderzoek laten uitvoeren naar de genetische diversiteit van de populatie edelherten in de Oostvaardersplassen. De resultaten van het onderzoek moeten beschikbaar zijn vóór 1 augustus 2026 en worden gedeeld met het college en de Omgevingsdienst Flevoland, Gooi en Vechtstreek.

Als uit dit onderzoek volgt dat het afschot van afbreuk doet aan de zogenoemde gunstige staat van instandhouding, mogen geen edelherten meer worden gedood tot het moment dat daartegen maatregelen zijn genomen. Volgens Stamina heeft het college hiermee niet aannemelijk gemaakt dat de populatie edelherten voldoende genetisch divers is, terwijl dat wel de opdracht van de Afdeling bestuursrechtspraak was. In de uitspraak van 11 februari 2026 zal de Afdeling bestuursrechtspraak beoordelen of het college aan de opdracht in de tussenuitspraak heeft voldaan.




Goedkeuringsbesluit Faunabeheerplan 2026-2031 FBE Utrecht

Het besluit betreft de goedkeuring van het Faunabeheerplan (FBP) 2026-2031 van de Stichting Faunabeheereenheid Utrecht, afgegeven door Gedeputeerde Staten van de provincie Utrecht. De goedkeuring is gebaseerd op toetsing aan de Omgevingswet, Omgevingsverordening provincie Utrecht en relevante jurisprudentie.

Belangrijkste onderdelen van het besluit

• Goedkeuring verleend voor:
• Schadebestrijding op basis van vergunningen voor grauwe-, brand- en kolgans, knobbelzwaan, meerkoet, smient, ree, damhert en bever;
• Het niet gebruiken van de landelijke aanwijzing als vergunningvrij geval voor konijn;
• Het niet uitvoeren van de jacht op haas en konijn;
• De jacht op houtduif, fazant en wilde eend.
• Goedkeuring onthouden aan:
• De uitvoering van landelijke/provinciale vrijstelling voor vos, houtduif, Canadese ganzen, kauw en zwarte kraai als vergunningsvrij geval;
• Schadebestrijding op basis van vergunningen voor Canadese ganzen (onvoldoende onderbouwing en/of schadeomvang).
• Looptijd: 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031.

Toelichting en motivering

Beoordelingskader:

Het FBP moet voldoen aan wet- en regelgeving, waaronder passende maatregelen voor schadebestrijding en borging van de staat van instandhouding van diersoorten.

Jurisprudentie: Sinds recente uitspraken is een inhoudelijke onderbouwing per soort vereist voor toepassing van landelijke of provinciale vrijstellingen.
Jacht: De jacht op diverse soorten (zoals wilde eend, fazant en houtduif) wordt goedgekeurd als is aangetoond dat de staat van instandhouding niet verslechtert.
Vergunningen: Voor soorten waarvoor geen (vrijstelling of) jacht is toegestaan, kan per geval een vergunning worden aangevraagd, mits goed onderbouwd.
Soortspecifieke aandachtspunten
• Vos, kauw, zwarte kraai en Canadese gans: Goedkeuring voor landelijke vrijstelling is geweigerd wegens onvoldoende onderbouwde noodzaak en schadegegevens.
Konijn en haas: Geen landelijke vrijstelling of jacht toegestaan vanwege ongunstige staat van instandhouding; bij wijziging van omstandigheden aanpassing van het FBP vereist.
Ganzen (grauwe, brand-, kolgans): Provinciale vrijstelling voor verjagend afschot onvoldoende onderbouwd; alleen via vergunning mogelijk bij voldoende motivering.
Andere soorten (meerkoet, smient, knobbelzwaan, ree, damhert, bever): Toegestaan beheer op basis van vergunningen; bij aanvraag moet steeds blijken dat alternatieven ontbreken en de maatregel proportioneel is.
Inwerkingtreding en procedure
Het besluit geldt vanaf 1 januari 2026.
• Bekendmaking via verzending aan de aanvrager en publicatie op www.officielebekendmakingen.nl
• Vragen kunnen worden gesteld via faunabeheer@provincie-utrecht.nl onder vermelding van het zaaknummer.




Bericht van de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT)Overbrengingsvergunning vervoer kruit

Op dinsdag 13 januari 2026 heeft de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) Nederlandse wapenhandelaren die kruit verkopen, geïnformeerd dat levering voortaan uitsluitend is toegestaan aan kopers die beschikken over een Overbrengingsvergunning. Deze verplichting is vastgesteld in artikel 10 van de Wet explosieven voor civiel gebruik (Wecg). De ILT zal vanaf 1 maart 2026 actief toezien op de naleving van deze regelgeving

Dit betekent dus dat alle sportschutters en jagers die zelf herladen en sportschutters die met historische wapens en los kruit schieten er rekening mee moeten houden dat zij vanaf 1 maart voor de aankoop van kruit een overbrengingsvergunning nodig hebben. Het verlenen van een overbrengingsvergunning op grond van artikel 10 van de Wecg, moet gelet op artikel 11, eerste lid worden aangevraagd bij burgemeester en wethouders van de gemeente waarin de overbrenging eindigt (lees de gemeente waarin de herlader woonachtig is).

Handhaving en overleg

De KNSA heeft bij het Ministerie van I&W vergeefs verzocht om uitstel van de handhaving. Het ministerie heeft aangegeven dat de ILT zelfstandig optreedt. De KNSA heeft onder de aandacht gebracht dat veel gemeentebesturen onvoldoende bekend zijn met deze materie en dat duizenden sportschutters voor hun hobby afhankelijk zijn van kruit. Dit leidt tot een aanzienlijke toename van het aantal vergunningaanvragen bij gemeenten.

In overleg met het Ministerie van I&W is overeengekomen dat opnieuw overleg zal plaatsvinden met de ILT, met als doel het voortzetten van de huidige gedoogstatus. Indien dit niet wordt gerealiseerd, zal het ministerie samen met gemeentebesturen en de KNSA een gestandaardiseerd format ontwikkelen voor de vergunningverlening, om een uniforme uitvoering te waarborgen. De KNSA pleit voor verlening van vergunningen voor langere termijn en een zo laag mogelijk tarief ter bescherming van sportschutters.

Gevolgen voor sportschutters

Samengevat dienen alle sportschutters die herladen of met historische wapens schieten, per 1 maart 2026 te beschikken over een Overbrengingsvergunning voor de aanschaf van kruit. Deze vergunning dient te worden aangevraagd bij de gemeente waar de opslag plaatsvindt. De Verenigde Vakspecialisten Jacht & Schietsport (VVJS) heeft aangegeven niet verantwoordelijk te zijn voor de controle op vergunningen van kopers; zij beschouwen deze taak als behorend tot het domein van de ILT en zijn hierover in gesprek.

Communicatie en vervolg

De KNSA heeft haar ongenoegen geuit over het abrupte optreden van de ILT en verzocht het ministerie haar blijvend te informeren over verdere ontwikkelingen en het gestandaardiseerde vergunningformat. Sportschutters en verenigingen worden via publicaties van de KNSA op de hoogte gehouden. Problemen met lopende of toekomstige aanvragen kunnen per e-mail bij de KNSA worden gemeld, waarna deze zal worden doorgeleid naar het Ministerie van I&W.

Handhaving en inspectie Wecg

In Nederland dienen alle wapenhandelaren die los kruit verkopen te voldoen aan de eisen die de Wecg stelt. In het vierde kwartaal van 2023 tot juni 2024 heeft de ILT inspecties uitgevoerd. Bij meer dan driekwart van de handelaren zijn overtredingen geconstateerd, uiteenlopend van het ontbreken van Wecg-erkenning tot het ontbreken van een CE-keurmerk. 28 van de 40 handelaren ontvingen een waarschuwing en kregen drie maanden de tijd om de tekortkomingen te herstellen; aan één handelaar werd een last onder dwangsom opgelegd.

Veiligheid

Het naleven van de Wecg is van essentieel belang voor het veilig beheer en de controle van explosieven. Explosieven worden ingezet bij evenementen, productieprocessen en gecontroleerde sloopwerkzaamheden. Voor de fabricage, handel, het gebruik, de opslag en het transport van explosieven gelden strikte voorschriften. Niet-naleving kan leiden tot maatschappelijke veiligheidsrisico’s.

Wecg-erkenning verplicht

Iedereen die met explosieven werkt, dient te beschikken over een Wecg-erkenning. Toewijzing vindt plaats na screening door de afdeling Korpscheftaken van de politie. Aangezien kruit onder de categorie explosieven valt, dienen wapenhandelaren en hun medewerkers eveneens aan deze eisen te voldoen. Uit ILT-inspecties is gebleken dat 28% van de handelaren niet over de vereiste erkenning beschikte.
Daarnaast is het uitsluitend toegestaan kruit te verkopen aan erkende kopers. Van de geïnspecteerde handelaren leverde 6% aan niet-erkenden, waarvan één direct diende te stoppen middels een opgelegde dwangsom.

Overbrengingsvergunning en CE-keurmerk

De verplichte overbrengingsvergunning wordt verstrekt door de gemeente waar de opslag of aflevering van kruit plaatsvindt. 50% van de geïnspecteerde bedrijven beschikte niet over deze vergunning, waardoor het inzicht in opslaglocaties en bestemmingen ontbreekt.
Voor het transport van explosieven tussen EU-lidstaten is een intracommunautaire overbrengingsvergunning vereist. Deze vergunning dient bij de ILT te worden aangevraagd indien het transport in Nederland eindigt of Nederland doorkruist. 6% van de gecontroleerde handelaren beschikte niet over deze vergunning.
Elk explosief dient te zijn voorzien van een CE-keurmerk in overeenstemming met Europese veiligheidseisen. Alleen erkende instanties zijn bevoegd om dit keurmerk toe te kennen. Ontbrekende keurmerken kunnen wijzen op risicovolle opslag. 10% van de geïnspecteerde handelaren had kruit zonder CE-keurmerk opgeslagen.

Toezicht door de ILT

De ILT ziet toe op de naleving van de Wecg en werkt hierbij nauw samen met ketenpartners, waaronder de politie, onder meer door het delen van kennis. Nadere informatie is beschikbaar op de webpagina van de ILT over explosieven voor civiel gebruik.




Uitnodiging Gezamenlijke Ganzendagen Noord-Holland

Geachte WBE-leden en jagers NOJG regio Noord-Holland,

Graag nodigen wij u uit om deel te nemen aan de collectieve ganzendagen in Noord-Holland, die plaatsvinden op de zaterdagen 28 februari en 14 maart.

Tijdens deze dagen start iedere jager één uur voor zonsopkomst in zijn eigen veld. De officiële eindtijd is 10.30 uur, maar het staat u uiteraard vrij om langer te blijven zitten indien de omstandigheden dit toelaten.

Deze twee ganzendagen zijn voorgesteld door de WBE-werkgroep Ganzenbeheer met als doel om gezamenlijk en gecoördineerd uitvoering te geven aan het ganzenbeheer. Wanneer er in uw eigen werkgebied of WBE weinig of geen trek is, vragen wij u om – waar mogelijk – collega’s in aangrenzende gebieden te ondersteunen. Op deze manier streven we naar een zo groot mogelijke dekkingsgraad binnen Noord-Holland, wat de effectiviteit van het beheer aanzienlijk vergroot.

Daarnaast is het wenselijk om mede-uitvoerders en beginnende jagers mee te nemen. Dit zorgt niet alleen voor extra inzet en ondersteuning in het veld, maar biedt beginnende jagers ook waardevolle praktijkervaring binnen een goed gecoördineerde beheerdag.
Wij vragen u als jager en WBE-lid actief deel te nemen aan deze dagen. Aanmelden kan eenvoudig via de link in deze uitnodiging, zodat we een goed beeld krijgen van de verwachte opkomst.

Klik hier om aan te melden

Doet de link het niet? Gebruik dan de volgende URL: https://docs.google.com/forms/d/e/1FAIpQLSdKqQqHrqIE0YrycEjc28JMcmbPqXvl4bUb6pZRZC07j2NIGQ/viewform?usp=dialog

Wij verzoeken u tevens uw afschot en inspanning correct te registreren in FaunaSpot, zodat de geleverde inspanning zichtbaar en inzichtelijk wordt voor het gezamenlijke ganzenbeheer.

Het kan zijn dat u deze uitnodiging via meerdere kanalen ontvangt. De ganzendagen worden namelijk onder de aandacht gebracht door KNJV, NOJG en de WBE’s, en ook de FBE besteedt aandacht aan deze gezamenlijke inzet.

Wij hopen van harte op uw deelname en danken u bij voorbaat voor uw betrokkenheid en inzet.

Met vriendelijke groet,

WBE-werkgroep Ganzenbeheer