LYME IS EEN SERIEUZE ZAAK! HET AANTAL TEKENBETEN ZAL OOK DE KOMENDE JAREN BLIJVEN STIJGEN

Doelstelling Tekenkaart Nederland probeert met de verspreiding van de Tekenkaart mensen bewust te maken van de ernst en de gevaren van de Ziekte van Lyme. Neem Lyme serieus!




Verlenging Omgevingsvergunning Jachtgeweer Activiteit 2026

Vanaf 1 januari s het weer tijd om de verlenging van uw omgevingsvergunning jachtgeweeractiviteit (voorheen jachtakte) te regelen. Zorg dat u dit ruim vóór 1 april doet om te voorkomen dat uw vergunning automatisch haar geldigheid verliest.

Belangrijkste actiepunten

• Lees de brief van de afdeling Korpscheftaken goed door. Daarin staat precies welke stukken u moet aanleveren en op welke wijze u een afspraak kunt maken.
• Plan uw afspraak tijdig via https://www.politie.nl/jachtakteverlenging.html en mocht deze link onverhoopt niet werken dan kunt ook naar de website van de Politie www.politie.nl gaan. De afspraak kunt u al vanaf 6 januari plannen voor verlenging bij voorkeur in de periode van 10 januari tot en met 31 maart in en wacht niet tot het laatste moment. (Uiterste dag is uiterlijk 14 dagen vóór de vervaldatum1 april zodat tijdig verlengd kan worden).
• Bent u te laat met verlengen, dan vervalt uw vergunning en wordt dit door de politie aangemerkt als het zonder geldige vergunning voorhanden hebben van wapens, met alle mogelijke gevolgen van dien.

Termijnen en gevolgen

• De aanvraag voor verlenging moet vóór 1 april bij de politie (Korpscheftaken) zijn ingediend; daarna verliest de omgevingsvergunning jachtgeweeractiviteit haar geldigheid.
• Een aanvraag die pas na 1 april wordt gedaan, wordt behandeld als een eerste aanvraag, met hogere leges en aanvullende verplichtingen.

Benodigde formulieren

• De benodigde formulieren voor aanvraag of verlenging van de omgevingsvergunning jachtgeweeractiviteit kunt u downloaden via de website van de NOJG.
• Zorg dat u alle in de politiebrief gevraagde documenten volledig en correct invult en meeneemt naar uw afspraak, zodat uw verlenging in één keer kan worden afgehandeld.




Afrikaanse varkenspest in Spanje komt niet uit laboratorium

Genetisch onderzoek wijst uit dat de Afrikaanse varkenspestuitbraak bij wilde zwijnen in Cerdanyola del Vallès niet is veroorzaakt door een lek uit het nabijgelegen laboratorium. De gevonden virusvariant is genetisch afwijkend van alle onderzochte laboratoriumstammen en lijkt sterker op varianten uit Oost-Europa en Azië.

Besmet voedsel

Volgens experts is besmet voedsel waarschijnlijk de oorzaak.
Het rapport bevestigt dat er geen onregelmatigheden zijn ontdekt in de beveiligingsprotocollen van het lab. Van de 533 geteste wilde zwijnen werden 29 positief bevonden; de besmettingen blijven voorlopig beperkt tot een zone van 6 kilometer.




Nieuwsbrief Meijersverzekeringen dec 2025




Uitspraak Raad van State over ontheffing provincie Friesland voor het doden van Steenmarters in weidevogel gebieden

Uitspraak 202505643/2/A3

Juridisch kader en achtergrond

De zaak betreft een ontheffing op grond van artikel 3.8, vijfde lid, van de Wet natuurbescherming (Wnb), verleend door het college van gedeputeerde staten van Fryslân op 2 december 2022. Deze ontheffing geeft de Faunabeheereenheid Fryslân toestemming om gedurende de periode 1 december tot en met 30 juni van elk jaar maximaal 429 steenmarters opzettelijk te vangen en te doden. De ontheffing is geldig tot en met 30 juni 2026.

Artikel 3.8 Wnb bevat een fundamenteel verbod op het opzettelijk doden, vangen of verontrusten van beschermde inheemse diersoorten. Het vijfde lid van dit artikel biedt echter de mogelijkheid om onder strikte voorwaarden ontheffing te verlenen van dit verbod. Een dergelijke ontheffing kan alleen worden verleend indien er geen andere bevredigende oplossing bestaat en de ontheffing geen afbreuk doet aan een gunstige staat van instandhouding van de populatie van de betrokken soort. Bovendien moet de ontheffing worden verleend om één van de in de wet limitatief opgesomde redenen, zoals het voorkomen van belangrijke schade aan gewassen, vee, bossen, visserij en wateren, of in het belang van de volksgezondheid en openbare veiligheid.

Voorlopige voorziening door de rechtbank

De rechtbank Noord-Nederland heeft in een eerdere procedure een voorlopige voorziening getroffen, waardoor het gebruik maken van de verleende ontheffing tijdelijk is verboden of beperkt. Dit betekent dat de Faunabeheereenheid vooralsnog geen gebruik kan maken van de mogelijkheid om steenmarters te vangen en te doden, ondanks de formeel verleende ontheffing.

Verzoek aan de Afdeling bestuursrechtspraak

Het college van gedeputeerde staten heeft zich gewend tot de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State met een tweeledig verzoek:

  • Opheffing of wijziging van de voorlopige voorziening: Het college verzoekt de door de rechtbank getroffen voorlopige voorziening op te heffen of te vervangen door een andere voorziening die het gebruik maken van de ontheffing wél toestaat. Dit verzoek is gebaseerd op de stelling dat de belangen van schadebestrijding en populatiebeheer zwaarder wegen dan de bezwaren die aan de voorlopige voorziening ten grondslag liggen.
  • Schorsing van de uitspraak: Daarnaast verzoekt het college om schorsing van de uitspraak van de rechtbank, zodat het tijdens de lopende bodemprocedure bij de Afdeling niet verplicht is om een nieuw besluit op bezwaar te nemen. Een dergelijke schorsing zou betekenen dat de rechtsgevolgen van de rechtbankuitspraak tijdelijk worden opgeschort.

Juridische en beleidsmatige context

De steenmarter is een beschermde inheemse diersoort die onder de Wet natuurbescherming valt. Tegelijkertijd kan de soort aanzienlijke schade veroorzaken aan gebouwen (met name dakisolatie), kippenhouderijen en andere infrastructuur. Faunabeheereenheid Fryslân voert namens de provincie het faunabeheer uit en heeft de ontheffing aangevraagd om schade te voorkomen en de populatie op een aanvaardbaar niveau te houden.

De procedure illustreert de spanning tussen soortenbescherming enerzijds en schadebestrijding en maatschappelijke belangen anderzijds. De Afdeling moet in dit kort geding beoordelen of de door de rechtbank getroffen maatregel proportioneel en noodzakelijk is, gelet op de belangen van beide partijen en de rechtmatigheid van de verleende ontheffing.

Processuele positie

De onderhavige uitspraak betreft uitsluitend de voorlopige voorzieningenprocedure. Dit betekent dat de Afdeling alleen beoordeelt of de getroffen voorlopige maatregel moet worden gehandhaafd, opgeheven of gewijzigd in afwachting van de definitieve uitspraak in de bodemprocedure. De voorzieningenrechter toetst daarbij aan de hand van een voorlopig oordeel over de rechtmatigheid van het bestreden besluit en weegt de spoedeisende belangen van partijen tegen elkaar af.

De definitieve beoordeling van de rechtmatigheid van de ontheffing en het besluit op bezwaar volgt in de bodemprocedure bij de Afdeling. De uitkomst van deze voorlopige voorzieningenprocedure is dus geen eindoordeel over de juridische houdbaarheid van de ontheffing zelf.

Relevantie voor de praktijk

Deze zaak is van belang voor provincie, faunabeheereenheid, jagersorganisaties en natuurbeschermingsorganisaties, omdat zij richting geeft aan de toepassing van artikel 3.8 Wnb bij het beheer van beschermde faunasoorten die schade kunnen veroorzaken. De uitspraak benadrukt het belang van zorgvuldige onderbouwing van ontheffingsaanvragen en de noodzaak om aan te tonen dat er geen alternatieve oplossingen voorhanden zijn en dat de populatie in een gunstige staat van instandhouding verkeert.




Uitvoering Faunabeheerplan in de Biesbosch leidt tot juridisch conflict.

Jacht op ganzen en kraaien in en rond de Biesbosch leidt tot een scherp juridisch conflict tussen Provincie, Faunabeheereenheid en De Faunabescherming, omdat natuurbescherming en landbouwschadebestrijding frontaal botsen. De kern van de strijd is de vraag of in een Natura 2000‑gebied überhaupt nog met geweren gejaagd mag worden als er alternatieven denkbaar zijn.

Achtergrond: Natura 2000 en de Biesbosch

De Biesbosch is aangewezen als Natura 2000‑gebied vanwege bijzondere habitattypen, moerasvogels, bever en diverse vis‑ en zoogdiersoorten, met strenge instandhoudingsdoelen uit Europese natuurregels. Activiteiten die significant negatieve effecten kunnen hebben op soorten of leefgebieden, zoals jacht, vereisen daarom een voorafgaande vergunning op basis van een passende beoordeling.

De natuurlijke dynamiek van rivier, rietmoeras en ooibossen maakt het gebied ecologisch kwetsbaar, maar ook aantrekkelijk voor grote aantallen overwinterende en broedende ganzen. Juist die ganzen gebruiken omliggende landbouwgronden intensief, wat in de regio structurele vraat‑ en bevuilingsschade oplevert aan grasland en gewassen.

Vergunning voor jacht, beheer en schadebestrijding

De provincie heeft een vergunning afgegeven waarmee in jachtvelden in en rond het Natura 2000‑gebied Biesbosch jacht, beheer en schadebestrijding op onder meer ganzen en kraaien is toegestaan. Deze vergunning is aangevraagd door de faunabeheereenheid en sluit aan op faunabeheerplannen waarin schade‑reductie, populatiebeheer en wettelijke randvoorwaarden zijn onderbouwd.

In de vergunning worden voorwaarden opgenomen over soorten, perioden, middelen, schietafstanden en rapportage, met de bedoeling om significante aantasting van Natura 2000‑doelen te voorkomen. De provincie stelt dat gecontroleerde afschotmaatregelen noodzakelijk zijn om landbouwschade te beperken, terwijl de totale gunstige staat van instandhouding van beschermde soorten in het gebied behouden blijft.

Juridische strijd: standpunten in de rechtszaal

De Faunabescherming procedeert tegen de afgegeven jachtvergunning en stelt dat jacht per definitie een verstoring van de leefwereld van dieren in een kwetsbaar natuurgebied is. Volgens de organisatie leidt geweerjacht tot onrust bij niet‑doelsoorten, verstoring van foerageer‑ en rustgebieden en een aantasting van de rust die voor Natura 2000‑soorten essentieel is.

Daarnaast betoogt De Faunabescherming dat de provincie onvoldoende heeft aangetoond dat niet‑dodelijke alternatieven, zoals aanpassing van landgebruik, verjaging of schadecompensatie, niet afdoende zouden zijn. In de rechtszaal klinkt daarom de roep om de jacht in het gebied geheel te verbieden, of op zijn minst drastisch in te perken, zolang niet aangetoond is dat er geen minder ingrijpende oplossingen beschikbaar zijn.

Argumenten van provincie en Faunabeheereenheid

De provincie en de betrokken faunabeheerpartijen voeren aan dat ganzen en kraaien in en rond de Biesbosch substantiële en terugkerende economische schade veroorzaken bij agrariërs. In hun visie is populatiebeheer via afschot onmisbaar, omdat verjaging zonder bejaging vaak slechts leidt tot verplaatsing van het probleem en onvoldoende structurele reductie van overzomeraantallen geeft.

Zij verwijzen naar eerdere jurisprudentie waarin beheerjacht in en rond Natura 2000‑gebieden onder voorwaarden toelaatbaar is geacht, mits een goede ecologische onderbouwing en monitoring aanwezig zijn. Volgens dit kamp past gereguleerd beheer binnen een breder pakket aan maatregelen, zoals schadevergoedingen en landinrichtingsmaatregelen, maar kan het totaalverbod dat De Faunabescherming wil, het evenwicht tussen landbouw en natuur juist verstoren.

Breder debat over jacht in beschermde gebieden

De zaak rond de Biesbosch illustreert een bredere trend waarin maatschappelijke weerstand tegen jacht toeneemt terwijl landbouwschade en soortenconflicten groeien. Natura 2000‑gebieden vormen hierbij een juridisch spanningsveld, omdat ze zowel rust‑ en kerngebieden voor fauna zijn als kern van regionale faunabeheerstrategieën.

De uitkomst van de procedure kan gevolgen hebben voor hoe provincies in de toekomst jacht‑ en beheervergunningen in of rond Natura 2000‑gebieden motiveren en begrenzen.Voor agrariërs, jagers en natuurorganisaties is de zaak daarmee een principiële toets van de vraag in hoeverre actieve faunabeheersjacht nog verenigbaar is met de ambitie om natuurgebieden als rustgebied voor wildlife te beschermen.

Bron:

Jacht in de Biesbosch zorgt voor botsing in rechtszaal https://drimble.nl/regio/noord-brabant/waalwijk/105094801/jacht-in-de-biesbosch-zorgt-voor-botsing-in-rechtszaal-we-willen-het-totaal-verbieden.html




Catalaanse autoriteiten grijpen hard in na AVP-uitbraken: onderzoek bij laboratorium en drastische reductie van wildezwijnenpopulatie

De autoriteiten in de Spaanse regio Catalonië hebben de afgelopen dagen ingrijpende maatregelen genomen in reactie op de recente uitbraken van Afrikaanse varkenspest (AVP). Naast de aankondiging van een omvangrijk afschotprogramma om de populatie wilde zwijnen te halveren, vond op donderdag 18 december ook een politie-inval plaats bij het onderzoeksinstituut IRTA-CReSA, het enige laboratorium in de regio dat met het AVP-virus werkt.

Onderzoek na politie-inval bij IRTA-CReSA

De inval werd uitgevoerd door de Catalaanse politie (“Mossos d’Esquadra”) in samenwerking met de Guardia Civil, op grond van een rechterlijk bevel. De rechtbank gaf opdracht tot een zoek- en inbeslagnameoperatie in het laboratorium, dat in Cerdanyola del Vallès is gevestigd, vlak bij de locatie waar recent besmette wilde zwijnen zijn aangetroffen.

Het doel van de operatie is te onderzoeken of het virus mogelijk via een menselijke fout of een tekortschietend bioveiligheidsprotocol uit het laboratorium zou kunnen zijn ontsnapt. Voorlopig zijn daar geen aanwijzingen voor gevonden, maar de autoriteiten nemen geen enkel risico. Zowel documenten als monsters zijn veiliggesteld voor nader onderzoek.

Het “IRTA ” (Institut de Recerca i Tecnologia Agroalimentàries) heeft laten weten volledig mee te werken met de autoriteiten en benadrukt dat alle bioveiligheidsvoorschriften zijn nageleefd. Het onderzoek staat onder direct toezicht van justitie en de veterinaire autoriteiten, die verwachten de eerste onderzoeksresultaten begin januari te kunnen presenteren.

Halvering van de wildezwijnenpopulatie

Tegelijkertijd heeft de Catalaanse regering een grootschalig plan aangekondigd om de populatie wilde zwijnen drastisch te verkleinen. De regio telt naar schatting 125.000 wilde zwijnen, waarvan ongeveer 60.000 dieren zullen worden afgeschoten. De maatregel maakt deel uit van een bredere strategie tegen de verspreiding van Afrikaanse varkenspest en moet tevens de overlast, landbouwschade en verkeersincidenten met zwijnen beperken.

Volgens officiële cijfers schommelt de dichtheid momenteel rond de 6,2 zwijnen per vierkante kilometer, met uitschieters tot driemaal dat aantal in sommige gebieden. Het streefdoel is om dit terug te brengen tot maximaal vier zwijnen per vierkante kilometer.

Financiële regeling voor jagers

Voor de uitvoering van het reductieplan trekt de Catalaanse overheid een jaarlijks budget van ongeveer één miljoen euro uit. Jagers ontvangen een vergoeding van 18 tot 20 euro per geschoten dier, aangevuld met 5 tot 10 euro voor transport. De regeling moet in de komende maanden worden uitgewerkt in samenwerking met jagersverenigingen en lokale beheereenheden.

Het plan bevindt zich nog in de voorbereidingsfase en is nog niet officieel vastgesteld. Na goedkeuring zal Catalonië tot de eerste Europese regio’s behoren die op dergelijke schaal ingrijpt in de wildstand ter voorkoming van verdere verspreiding van AVP.

Context en vooruitblik

De recente AVP-uitbraken in wilde zwijnen in Catalonië hebben grote ongerustheid veroorzaakt bij zowel veehouders als overheidsinstanties. Hoewel de ziekte niet gevaarlijk is voor mensen, kan ze aanzienlijke economische schade veroorzaken in de varkenssector. De combinatie van forse populatiereductie en gerechtelijk onderzoek naar mogelijke besmettingsbronnen onderstreept de ernst waarmee de Catalaanse autoriteiten de situatie aanpakken.

Het komende jaar zal cruciaal zijn voor het verdere verloop van de bestrijding van AVP in Spanje. Zowel de resultaten van het laboratoriumonderzoek als de uitvoering van het populatiebeheer zullen bepalend zijn voor het succes van het beleid en de herziening van de regionale faunabeheerstrategie.




Extra informatie afgifte verzekeringen 2026

Haaksbergen 17 december 2025

Geacht NOJG-leden,

Hierbij willen wij u nogmaals kort informeren over de afgifte van de verzekeringsbewijzen, geldig vanaf 1 april 2026.

Eerdaags ontvangt u per e-mail, of per post in geval uw e-mailadres niet bekend is bij ons, het nieuwe bewijs voor aanvraag van de akte evenals de factuur voor lidmaatschap 2026.

Let op: De verzekeringen zijn uitsluitend geldig bij een volledig betaald NOJG lidmaatschap.

Informatie vanuit Meijers Assurantiën:

  • Maakt u momenteel gebruik van een standaard 1-jarig bewijs, dan hoeft u géén actie te ondernemen.
    Meijers Assurantiën zorgt ervoor dat u automatisch voor 1 januari 2026 een nieuw verzekeringsbewijs ontvangt.
  • Bij een lopend 3-jarig bewijs, geldig tot 01-04-2029, hoeft u géén actie te ondernemen.
    Meijers Assurantiën zorgt er voor dat u automatisch voor 1 januari 2026 een nieuw verzekeringsbewijs ontvangt.

Voor nieuwe verzekeringsaanvragen, die niet onder eerdergenoemde punten 1 of 2 vallen, geldt dat de aanvraag uitsluitend via de website jagers.verzekerdviameijers.nl kan worden gedaan. Deze mogelijkheid is alleen van toepassing op nieuwe aanmeldingen en het doorgeven van eventuele wijzigingen op lopende bewijzen.

Heeft u na 1 januari nog vragen? neem dan contact op met Meijers via jagers@meijers.nl of bel 020-6420524.

Bij deze wensen we allen fijne feestdagen en een voorspoedig Nieuwjaar.

Team Meijers/Hienfeld/NOJG

Nederlandse Organisatie voor Jacht en Grondbeheer
Postbus 72
7480 AB Haaksbergen

T: 053 – 57 24 833
secretariaat@nojg.nl | www.nojg.nl




FBE Fryslân: grote zorgen over ganzenbeleid Friesland

De Faunabeheereenheid Fryslân (FBE) uit scherpe kritiek op de toepassing van een nieuw rekenmodel door de Provincie Friesland voor de bepaling van de zogenoemde “beheerruimte” bij de schadebestrijding van overwinterende ganzen. Volgens de FBE leidt deze modelmatige benadering tot een rigide en onwerkbaar systeem, waarbij schadebestrijding automatisch kan worden stilgelegd zodra een model aangeeft dat populaties onder een vastgestelde grens dreigen te komen – zelfs wanneer ecologisch gezien geen risico bestaat voor de instandhouding van de soort.

Achtergrond: aanpassing provinciale verordening

De Provincie Friesland wil haar ganzenbeleid wijzigen via de Omgevingsverordening. Aanleiding hiervoor is een debat in Provinciale Staten van september 2024, waarin werd gevraagd te onderzoeken of de vrijstelling voor verjaging met ondersteunend afschot moest worden aangepast. Tevens werden moties aangenomen die opriepen tot ruimere mogelijkheden voor dergelijke verjaging.

Op basis van een ecologische effectenanalyse stelt de provincie nu onder meer de volgende wijzigingen voor:

  • Verruiming van de tijden voor ondersteunend afschot: van een half uur naar één uur vóór zonsopkomst en na zonsondergang.
  • Afschaffing van verboden: op het afschieten van ganzen die uit rustgebieden opvliegen.
  • Schrappen van operationele beperkingen, zoals het maximum aantal jagers of het aantal te schieten ganzen per actie.
  • Toelating van elektronische lokmiddelen bij verjaging.

De FBE ondersteunt deze aanpassingen, omdat zij beter aansluiten bij het natuurlijke gedrag van ganzen en bijdragen aan een praktische en transparante uitvoering. De verruiming zou bovendien dierenwelzijn ten goede komen door ganzen binnen effectieve en veilige schootsafstand te lokken.

Beperkte invloed in de praktijk

Volgens FBE-procesmanager Nikkie van Grinsven hebben de verruimingen in de praktijk weinig invloed op het aantal geschoten ganzen. Zij benadrukt dat het ondersteunend afschot niet is bedoeld voor populatiebeheer, maar voor het langdurig verjagen van schadeveroorzakende groepen.

Ook de opgeheven beperkingen qua jagers en afschotomvang hebben slechts beperkt effect, maar verhogen wel de uitvoerbaarheid en duidelijkheid van het beleid.

Zorgen over het rekenmodel (GRP)

De grootste zorg van de FBE geldt het gebruik van een **rekenmodel gekoppeld aan de gunstige referentiepopulatie (GRP)**. Friesland is de eerste provincie die deze GRP modelmatig als toetsingscriterium inzet. Wanneer de berekende populatie onder deze grens dreigt te komen, wordt verjaging met ondersteunend afschot verboden.

Volgens Van Grinsven is dit problematisch, omdat:

  • De GRP’s niet op ecologische ondergrenzen zijn gebaseerd, maar op historische winters (1990–2000).
  • Het model berust op aannames, onvolledige data en correctiefactoren, waardoor de uitkomsten onzeker zijn.
  • Het systeem feitelijk fungeert als “aan/uit-knop” voor schadebestrijding, terwijl populaties van trekganzen in werkelijkheid stabiel of stijgend zijn.

De FBE waarschuwt bovendien voor precedentwerking: als Friesland dit model juridisch bindend toepast, zouden andere soorten wellicht dezelfde toetsing moeten ondergaan, zonder ecologische noodzaak.

Internationaal perspectief

Binnen het AEWA-verdrag (African-Eurasian Waterbird Agreement) worden populatiemodellen slechts als **ondersteunend instrument** gebruikt – niet als juridisch beslissingskader. Friesland wijkt daarmee af van internationale praktijk, en dat kan volgens de FBE verstrekkende juridische en praktische gevolgen hebben.

Daarnaast is het model volgens de FBE ecologisch discutabel; in enkele gevallen zouden berekende overlevingscijfers zelfs biologisch onmogelijk zijn. Dit kan leiden tot zinloze beperkingen, waarbij schadebestrijding wordt stilgelegd terwijl de gunstige staat van instandhouding niet in gevaar is.

Pleidooi voor adaptief beheer.

De FBE roept de provincie op om het beleid te baseren op **monitoring, veldobservaties en lokaal ecologisch inzicht**, waarbij modellen slechts een adviserende rol spelen. Deze aanpak, het zogeheten **adaptief beheer**, sluit beter aan bij internationale normen en de praktijkervaring van jagers en boeren.

Tot slot noemt Van Grinsven het “onbegrijpelijk” dat Nederland, als land met de hoogste landbouwschade door ganzen in Europa (meer dan 100 miljoen euro per jaar), nu als enige lidstaat kiest voor een verzwaring van de regelgeving, terwijl de aantallen ganzen de afgelopen decennia verdubbeld tot verdrievoudigd zijn.

Reactie LVVN
Het ministerie van LVVN is gevraagd waarom het GRP-model als toetsingsinstrument wordt gebruikt. ‘Het gebruik van GRP’s (gunstige referentiepopulaties) vloeit voort uit afspraken die internationaal zijn gemaakt in AEWA verband (African-Eurasian Waterfowl Agreement). De redenatie is dat wanneer er overeenstemming is over de minimale populatieomvang die nodig is om aan internationale afspraken te voldoen, daarmee juridische ruimte ontstaat om populatiebeheer toe te passen, voor zover de populatie de GRP overstijgt. Provincies baseren hier hun beleid op en hebben daar interprovinciaal afspreken over gemaakt. In die zin gaat het om landelijk beleid, maar het Rijk is hier niet direct bij betrokken.’




Spanje onderzoekt mogelijke laboratoriumbron van varkenspestuitbraak nabij Barcelona.

De Spaanse autoriteiten onderzoeken of de recente uitbraak van Afrikaanse varkenspest bij Barcelona mogelijk afkomstig is uit een nabijgelegen onderzoeksfaciliteit. De regionale regering van Catalonië is een onderzoek gestart nadat het nationale ministerie van Landbouw meldde dat de aangetroffen virusvariant sterke overeenkomsten vertoont met een stam die vaak wordt gebruikt in wetenschappelijk onderzoek en bij de ontwikkeling van vaccins.

Volgens het ministerie komt de huidige virusvariant overeen met een stam die in 2007 in Georgië werd ontdekt. Sindsdien wordt deze stam wereldwijd toegepast in laboratoria voor experimenteel onderzoek. Dat vergroot volgens de autoriteiten de kans dat de besmetting onbedoeld uit een onderzoeksinstelling afkomstig is.

Tot voor kort gingen deskundigen ervan uit dat het virus via besmet voedsel het land was binnengekomen, mogelijk door restanten van een geïmporteerde sandwich die in contact kwam met wilde zwijnen.

Grote economische gevolgen

De uitbraak van Afrikaanse varkenspest — de eerste in dertig jaar in Spanje — heeft inmiddels geleid tot exportbeperkingen. Verschillende landen, waaronder Mexico, China en het Verenigd Koninkrijk, hebben de invoer van Spaans varkensvlees stilgelegd. Binnen de Europese Unie blijven de handelsstromen grotendeels in stand, al gelden er strikte beperkingen binnen een straal van twintig kilometer rond de besmettingshaard.

Spanje is een van ’s werelds grootste producenten van varkensvlees. Het virus, dat geen risico vormt voor mensen maar fataal is voor varkens en wilde zwijnen, werd vorige maand vastgesteld bij zes wilde zwijnen in de omgeving van Barcelona. De Spaanse overheid probeert de economische schade voor de sector zoveel mogelijk te beperken.

Bron: BNR / TPO, 6 december 2025