Ganzenbeheer in Zuid-Holland kan deels doorgaan

 

Het ganzenbeheer in Zuid-Holland kan in beperkte vorm doorgaan. De rechtbank Den Haag heeft ontheffingen voor ganzenbeheer van de provincie vernietigd. Het Faunabeheerplan Ganzen, dat een gedeelte van het ganzenbeheer onder de provinciale vrijstelling mogelijk maakt, valt niet onder deze uitspraak.

De landbouwschade door ganzen in Zuid-Holland is de laatste jaren enorm toegenomen. Alleen al de aan boeren uitgekeerde vergoeding van schade door de grauwe gans is meer dan vertienvoudigd van nog geen 400.000 in 2015 naar bijna 4,5 miljoen euro in 2023.

Het groeiende aantal ganzen veroorzaakt ook schade aan natuurgebieden door overbegrazing en verslemping van oevervegetaties, rietlanden en botanisch waardevolle graslanden. Dat tast het leefgebied van een groot aantal vogelsoorten aan en zet natuurgebieden nog verder onder druk. Ook vormen de ganzen risico’s voor het luchtverkeer en de waterkwaliteit en zorgen ze voor overlast.

Het Faunabeheerplan Ganzen Zuid-Holland 2022-2027 is opgesteld door de Faunabeheereenheid Zuid-Holland en goedgekeurd door Gedeputeerde Staten. Dit plan is ervoor bedoeld om de ganzenpopulaties in balans te houden met de maatschappelijke draagkracht en daarmee ook de schade en risico’s van de ganzen te beperken. Dit faunabeheerplan geeft ook uitvoering aan het door de provincie vastgestelde soortenbeleid.

Gebaseerd op dit faunabeheerplan zijn ontheffingen verleend op basis waarvan het ganzenbeheer in Zuid-Holland de afgelopen jaren plaatsvond. Deze ontheffingen heeft de rechter op 6 augustus vernietigd. Daardoor zijn op dit moment ruivangsten niet toegestaan, en is het ook niet toegestaan om grauwe ganzen in de winterperiode te beheren voordat ze tot broeden overgaan.

Naast de ontheffingen biedt het Faunabeheerplan Ganzen ook de mogelijkheid van het gebruik van de provinciale vrijstelling voor ganzenbeheer die is opgenomen in de Omgevingsverordening. Deze vrijstelling heeft de rechter niet buiten werking gesteld. Hierdoor komt het beheer van de ganzenpopulaties niet geheel stil te liggen.

Met de ontheffingen, die volgens de rechtbank enkele tekortkomingen vertonen in de onderbouwing, gaat de Omgevingsdienst Haaglanden aan de slag. In de tussentijd beperkt het zomerbeheer tot en met 31 oktober de risico’s en schades veroorzaakt door de forse populaties ganzen.

 

bron: Provincie Zuid-Holland, 14/08/2024



Praktijk Centrum Jacht & Fauna – augustus 2024


Lader Aan het laden...
EAD logo Duurt het te lang?

Opnieuw laden Laad het document opnieuw
| Open Openen in nieuwe tab

Download [230.62 KB]





Kuikenoverleving van de wilde eend te laag

 

Datum: 07 augustus 2024
Bron: Populairwetenschappelijk tijdschrift Limosa

Inleiding

De wilde eend (Anas platyrhynchos) is een veelvoorkomende broedvogel in Nederland, maar haar populatie vertoont al jaren een zorgwekkende afname. Onderzocht is of de lage overlevingskansen van kuikens daarbij een belangrijke rol spelen. Dit werd gedaan in het Jaar van de Wilde Eend, met ondersteuning van ruim 1.400 vrijwilligers via een speciale app.

Huidige status van de populatie

Sinds de piek in de jaren ’80 is de broedpopulatie van de wilde eend met ongeveer 25% gedaald. Het merendeel van de kuikens bereikt geen volwassenheid, met overlevingskansen van slechts 13-24%, wat laag is vergeleken met buitenlandse cijfers van 35-50%.

Onderzoeksmethoden

De kuikenteller-app, die sinds 2016 bestaat, heeft meer dan 25.000 waarnemingen opgeleverd. Hierdoor kon een populatiemodel worden opgesteld, dat inzicht biedt in de demografische processen en de factoren die invloed hebben op kuikenoverleving.

Factoren die de kuiken-overleving beïnvloeden

  1. Leefomgeving: Kuikens op land overleven beter dan op water. Troebel water biedt betere overlevingskansen dan helder water, vermoedelijk door lagere predatiedruk van roofvissen.
  2. Vegetatie: Hoge oevervegetatie vergroot de overlevingskans van kuikens. Dit biedt schuilmogelijkheden en een beter voedselaanbod.
  3. Leefgebieden: Kuikens doen het slechter in agrarische gebieden en dichtbebouwde stedelijke gebieden, mogelijk door voedselgebrek en hoge predatiedruk.
  4. Predatie: De meeste kuikensterfte vindt buiten zicht plaats. Predatie is een belangrijke oorzaak, maar indirecte factoren zoals voeding en dekking spelen ook een rol.

Aanbevelingen voor verbetering

  1. Oevervegetatie: Stimuleren van de groei van hoge oevervegetatie langs wateren.
  2. Schuilplaatsen: Creatie van schuilmogelijkheden in tuinen en bij vijvers.
  3. Broedkorven/kunstnesten: plaatsen door gemeenten en jagers en natuurorganisaties.
  4. Beheer door Gemeenten: Aansporen van overheden om oevertjes geschikt te maken voor eendenkuikens, door het vermijden van kale oevers.

Conclusie

De lage kuikenoverleving blijkt een significante factor in de afname van de wilde eendpopulatie. Verdere onderzoeken zijn nodig om de oorzaken van deze lage overleving te doorgronden en effectieve bescherming maatregelen te implementeren.

bron: Sovon Vogelonderzoek Nederland, 06/08/2024

 




Bijtincident tussen wolf en hond in Zeist

Op woensdagochtend 7 augustus heeft er rond 11.00 uur nabij de Krakelingweg in Zeist een confrontatie plaatsgevonden tussen een wolf en een hond. Daarbij is er tot tweemaal toe contact geweest vanuit de wolf richting de hond. De hond is onderzocht door een dierenarts, waarbij gelukkig geen bijtverwondingen lijken te zijn aangetroffen.

Naar nu blijkt heeft de dierenarts woensdag 7 augustus wel een ‘bijtpunctie’ (bijtverwonding) geconstateerd bij de hond die betrokken was bij de confrontatie met de wolf op de Krakelingweg in Zeist. De hond is hiervoor behandeld door de dierenarts.

 

Rondom het incident is door een op de plek aanwezige een video gemaakt van de betrokken wolf. De provincie heeft wolvendeskundigen gevraagd deze beelden te bestuderen. Zij zien sterke uiterlijke overeenkomsten met de alleenstaande wolf waarvan bekend is dat deze zijn leefgebied heeft op de Utrechtse Heuvelrug en volgens deskundigen ook een bovengemiddelde interesse lijkt te hebben voor honden. 

Aanvraag voor weer schuw maken van de wolf

De provincie heeft reeds een vergunningsaanvraag lopen voor het vangen, zenderen en weer schuw maken van de wolf. Het incident van 7 augustus in Zeist zal betrokken worden in de onderbouwing van deze vergunningaanvraag, omdat het lijkt te wijzen op een wolf die niet schuw is voor honden en daarmee ook dicht in de buurt komt van mensen.   

Dringend advies

De provincie herhaalt het dringende advies afgegeven na het incident van 31 juli in Austerlitz om niet met kleine kinderen het bosgebied van de Utrechtse Heuvelrug in te gaan en honden aan te lijnen en heel dichtbij te houden. Lees hier tips over wat het best te doen wanneer je een wolf tegenkomt.

  

Bron :provincie Utrecht 

 




Ontheffing vangkooi kraai en kauw provincie Utrecht vernietigd

Op 27 juni 2024 deed de rechtbank Midden-Nederland uitspraak over het gebruik van een vangkooi inclusief levende en niet levende lokvogels in de provincie Utrecht.

Deze (aanvullende) ontheffing kraaienvangkooi is vernietigd. De rechters achtten de schadehistorie niet overtuigend. Ook vonden zij dat onvoldoende was gemotiveerd dat er sprake is van concrete dreiging van belangrijke schade.
Deze ontheffing beperkte zich tot het gebruik van vangkooien van 1 juli tot en met 31 augustus, voor het voorkomen van schade op percelen met rijpend fruit (peer) en direct daaraan grenzende percelen door kauw en kraai.

De ontheffing gold enkel voor de wildbeheereenheden Kromme Rijn, Tussen Vecht en Oude Rijn, Lopikerwaard en Vijfheerenlanden.

Het gebruik van de landelijke vrijstellingen voor de zwarte kraai en kauw zijn normaal uit te voeren bij schade of te verwachten schade, dit geldt echter niet voor het gebruik van de vangkooi

Zie hier de gehele uitspraak rechtbank Midden-Nederland




Beheer zomerganzen niet meer mogelijk in Zuid-Holland

Op 6 augustus 2024 heeft de Rechtbank Den Haag uitspraken gedaan over de ontheffingen die toezien op populatiebeheer van de standganzen. De rechter heeft deze ontheffingen vernietigd. Op dinsdag 6 augustus heeft de Rechtbank Den Haag uitspraken gedaan over de ontheffingen die toezien op populatiebeheer van de standganzen in de provincie Zuid-Holland. De rechter heeft deze ontheffingen vernietigd. De rechter oordeelt dat het provinciebestuur de noodzaak voor de ontheffingen onvoldoende heeft onderbouwd.

In Zuid-Holland mag met onmiddellijke ingang geen gebruik meer worden gemaakt van de ontheffingen voor ganzenbeheer in de zomerperiode, ruivangsten en voor populatiebeheer van grauwe gans in de winterperiode. Dat betekent dat het vooralsnog niet mogelijk om in de provincie populatiebeheer en schadebestrijding op grauwe ganzen, kolganzen en brandganzen uit te voeren. 




Brede bijeenkomst NOJG “Beheer ? Natuurlijk!




Ontheffingen voor het doden van kraaien en kauwen in Utrecht vernietigd


De rechtbank Midden-Nederland heeft het beroep van De Faunabescherming tegen de ontheffingen voor het doden van kraaien en kauwen in Utrecht gegrond verklaard. Volgens de rechtbank heeft het college van Gedeputeerde Staten van de provincie Utrecht onvoldoende aangetoond dat er sprake is van concrete dreiging van belangrijke schade aan fruitpercelen.

De zwarte kraai en kauw zijn beide beschermde vogelsoorten waarbij het verboden is om deze vogels te doden en of te vangen. De soorten staan ook op de landelijke vrijstellingslijst en daardoor kunnen provincies ontheffingen verlenen om af te wijken van het verbod op het doden van de zwarte kraai en kauw, bijvoorbeeld ter voorkoming van schade aan fruitteelt. 

De rechtbank heeft in een zaak die De Faunabescherming aanspande aangegeven dat de door het Utrechtse college overgelegde schadehistorie niet overtuigend was. Informatie over de aard en omvang van de schade op perceelsniveau ontbrak en in de laatste jaren waren er geen schademeldingen door kauwen en kraaien gedaan door fruittelers in Utrecht.

Verder heeft het provinciebestuur onvoldoende aangetoond dat er geen andere bevredigende oplossingen zijn om schade aan de fruitpercelen te voorkomen. Zo was er niet gemotiveerd waarom de inzet van netten niet kan worden toegepast. Ook was de noodzaak tot het gebruik van vangkooien onvoldoende onderbouwd.

De rechtbank heeft het college van Utrecht opgedragen om een nieuwe beslissing op het bezwaar van De Faunabescherming tegen de verleende ontheffing te nemen. De ontheffingen worden geschorst tot zes weken na de te nemen nieuwe besluiten. Er mag tot die tijd geen gebruik worden gemaakt van de ontheffingen.




Uitnodiging Symposium “Alles weten over ganzen in wetenschap en praktijk”

Kom naar het symposium op dinsdagmiddag 1 oktober 2024 in Amersfoort!

Aanmelden is verplicht.

Meld je aan via de volgende link:

Het programma loopt van 12:30-17:00 en wordt nog inhoudelijk uitgewerkt. Het definitieve programma worden op een later moment gedeeld.  De bijeenkomst wordt georganiseerd door de Werkgroep AEWA Ganzenaanpak en richt zich op (internationale) kennisontwikkeling en vertaling hiervan naar de praktijk.

Doelgroep: iedereen die zich beroepsmatig bezighoudt met ganzen, o.a. medewerkers en vertegenwoordigers vanuit de agrarische sector, jagers, provincies, waterschappen, natuurbeheerders, enz.

Voorlopige sprekers :

  • Bart Nolet, onderzoeker 
  • Gerben Mensink, provincie Fryslân en voorzitter van de Werkgroep AEWA Ganzenaanpak 
  • Ida van Ommeren, BIJ12 
  • Monique de Jager, onderzoeker 
  • Nelleke Buitendijk, onderzoeker 
  • Patty Laan, Faunabeheereenheid Noord-Holland

Dagvoorzitter: Reinier Enzerink

Het is dus van groot belang dat deze bijeenkomsten worden bijgewoond door leden van de NOJG die betrokken zijn bij het ganzenbeheer in hun provincie.

Nadere informatie, wat is AEWA etc?

De Agreement on the Conservation of African-Eurasian Migratory Waterbirds (AEWA) is een belangrijke internationale overeenkomst, opgericht in 1995, gericht op de bescherming van migrerende watervogels in Afrika en Eurazië. Het AEWA-verdrag wordt beheerd door het United Nations Environment Programme (UNEP) en komt voort uit de Convention on Migratory Species (CMS). Nederland speelt een leidende rol als medeoprichter van dit verdrag, net als de Europese Unie, die ook partij is.

 

Het doel van AEWA is om overheden en stakeholders samen te brengen voor een gecoördineerde aanpak van de bescherming en het beheer van migrerende watervogels en hun leefgebieden langs hun migratieroutes.

European Goose Management Platform (EGMP)

Een belangrijk onderdeel van AEWA is het European Goose Management Platform (EGMP). Dit platform is ontstaan uit de bezorgdheid over de groei van populaties grauwe ganzen en brandganzen, die buiten proportie leek te worden. Het EGMP werd opgericht in 2016, na een besluit van de Zesde Vergadering van Verdragsstaten in 2015. Dit platform is gericht op een duurzame en gecoördineerde bescherming, beheer en benutting van ganzenpopulaties gedurende hun hele migratie traject, van broedgebieden tot overwinteringsgebieden. Naast de grauwe gans en de brandgans worden ook de kleine rietgans en de taigarietgans door het platform beheerd.

Het EGMP streeft ernaar om ganzenpopulaties in een gunstige conservatie status te behouden, waarbij ook rekening wordt gehouden met ecologische, economische en recreatieve belangen. Voor EU-lidstaten zijn de bepalingen van de Vogelrichtlijn hierbij leidend.

Internationale beheersplannen

AEWA kent International Single Species Action Plans (ISSAP), die voor een periode van 10 jaar beschrijven welke internationaal afgestemde maatregelen nodig zijn om de populatie van een bepaalde soort beter te beschermen. Ook zijn er International Single Species Management Plans (ISSMP), gericht op het beheer van soorten die conflicteren met ecologische, economische of recreatieve belangen. Tot nu toe zijn er 26 ISSAP’s en 3 ISSMP’s vastgesteld.

De ISSMP’s vormen de basis voor coördinatie tussen verschillende belanghebbende partijen om doelen te stellen met betrekking tot de bescherming en het beheer van ganzen, zoals het handhaven van populaties op een acceptabel niveau en het minimaliseren van maatschappelijke overlast zoals landbouwschade en risico’s voor de volksgezondheid.

Adaptive Flyway Management Programma’s en Gunstige Referentie gegevens

De ISSMP’s leiden tot Adaptive Flyway Management Programmes (AFMP), die acties per soort en per managementunit (MU) specificeren. Voor elke soort wordt een Favourable Reference Value (FRV) vastgesteld, die een meetbare invulling is van de gewenste conservatiestatus. Dit omvat drie factoren: populatieomvang, verspreiding en beschikbaarheid van geschikt habitat. De FRV moet boven de Minimum Viable Population (MVP) liggen om de soort in stand te houden.

Juridische status van AEWA

De juridische status van AEWA en de FRV’s is belangrijk voor het huidige faunabeleid. De ISSMP’s en AFMP’s zijn gebaseerd op inspanningsverplichtingen en geen resultaatsverplichtingen. Dit betekent dat lidstaten zich inspannen om de afspraken na te komen, maar niet strikt verplicht zijn om gespecificeerde resultaten te bereiken.

AEWA en het Nederlandse beleid

Nederland heeft zich gecommitteerd aan de AEWA-aanpak, waarbij de focus ligt op schadepreventie en het waarborgen van een gezonde populatie van ganzen. Specifieke Gunstige Referentie Populaties (GRP) zijn vastgesteld voor de grauwe gans en brandgans. Er is een verdeling van deze GRP’s over de provincies nodig om het populatiebeheer effectief te coördineren.

Concluderend speelt AEWA een cruciale rol in het internationale beheer van ganzenpopulaties, waarbij samenwerking en balans tussen ecologische, economische en sociale belangen centraal staan. Het succes van deze inspanningen is afhankelijk van de samenwerking tussen landen en de toepassing van gezamenlijk opgestelde beleid en managementplannen.

Adaptief Beheer van Grauwe Gans en Brandgans: Internationale Beheerplannen en Nederlandse Aanpak
Achtergrond

Onder de Europese Goose Management Platform van AEWA (EGMP) zijn internationale beheerplannen ontwikkeld voor de grauwe gans en de brandgans. Deze plannen zijn gericht op de internationale bescherming van deze soorten en de aanpak van door hen veroorzaakte problemen, met als doel een duurzaam behoud van de populaties. De plannen zijn in eind 2018 goedgekeurd en worden nu uitgewerkt in konkrete werkplannen.

Uitdagingen

Een belangrijke uitdaging binnen deze plannen is het ontwikkelen van beheerafspraken per trekroute, gezien de verschillende nationale benaderingen van jacht en schadebestrijding. Om deze afspraken te onderbouwen, zijn betrouwbare populatie- en afschotdata van wezenlijk belang. 

Adaptief Beheer

Het concept van adaptief beheer houdt in dat het beheer van de populaties (jacht en schadebestrijding) periodiek geëvalueerd en aangepast kan worden op basis van actuele gegevens. Dit Adaptive Flyway Management Programma stelt de betrokken landen in staat om flexibele maatregelen te treffen en te zorgen voor een gezonde staat van de ganzenpopulaties. 

Populatie-informatie en FRV’s

Een cruciaal aspect in dit beheer is inzicht in de populaties per trekroute. Hoewel de EU Vogelrichtlijn geen expliciet begrip hanteert voor de Staat van Instandhouding (SVI), wordt dit wel gebruikt in de context van AEWA. Voor de bepaling van SVI zijn zogenaamde Favourable Reference Values (FRV’s) noodzakelijk. Deze waarden zijn gebaseerd op de populatiegrootte, het areaal en het habitat, waarbij een systematiek is toegepast die ook de EU Habitatrichtlijn aanhaalt. 

Nationale Aanpak in Nederland

In Nederland ligt de verantwoordelijkheid voor het ganzenbeheer bij de provincies, die moeten zorgen voor een strategie die in lijn is met de internationale afspraken. Dit gebied van schadebestrijding moet ervoor zorgen dat er flexibele afschotmaatregelen kunnen worden getroffen, gepaard gaande met de nodige afstemming tussen beleidsvorming en uitvoerende praktijken.   

Sovon Vogelonderzoek Nederland heeft, op verzoek van de Nederlandse Werkgroep AEWA-aanpak (WAG), gewerkt aan adviezen om de FRV’s voor zowel de grauwe gans als de brandgans vast te stellen. Deze adviezen zijn inmiddels onder de aandacht van AEWA gebracht. De WAG heeft de voorgestelde FRV’s vergeleken met eerdere bestuurlijke afspraken over het beleid ten aanzien van ganzen in Nederland. 

Bijdrage van Sovon

Sovon gebruikte gegevens uit diverse bronnen, waaronder atlasgegevens, om de FRV’s te bepalen. De methodieken om FRV’s te onderbouwen zijn nog in ontwikkeling, en AEWA fungeert als richtlijn voor de ecologische vereisten. De FRV’s stellen een minimaal ecologisch criterium vast om te waarborgen dat de soorten hun rol in ecosystemen kunnen vervullen.

Interpretatie van FRV’s

In het kader van het adaptief beheer worden de FRV’s gebruikt als beschermingsinstrumenten. Ze zijn niet bedoeld als ambitieuze streefdoelen voor populatiegroei, maar als een veiligheidsnet om te voorkomen dat het omgang met ganzen leidt tot ongunstige instandhoudingsstatussen. Dit geldt voor zowel de grauwe gans, waarvoor een streefpopulatieniveau in de toekomst is voorzien, als voor de brandgans, waar de FRV’s dienstdoen als een referentiekader voor het toepassen van uitzonderingen onder de Vogelrichtlijn.

Bij beide soorten wordt in beheersmaatregelen niet alleen gekeken naar aantallen, maar ook naar het areaal en de kwaliteit van hun habitat, wat fundamenteel is voor een gezonde en duurzame populatie. 

Conclusie

Het adaptief beheer van de grauwe gans en de brandgans in Nederland, geïntegreerd met internationale beleidsplannen, biedt een model voor de duurzame bescherming en het beheer van deze belangrijke soorten. Door te voorzien in circulaire evaluatie en bijstelling van beheerstrategieën, is er een duidelijke weg vooruit in het effectief omgaan met deze taxa, rekening houdend met zowel ecologische als maatschappelijke belangen. Adaptief beheer als uitwerking van de Internationale Beheerplannen van AEWAvoor de grauwe gans en de brandgans.

 




NVWA heeft vermoeden van blauwtong bij reeën en andere hertachtigen in onderzoek

De Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) heeft signalen binnengekregen dat er in het Nederlandse wildbestand symptomen van blauwtong worden waargenomen. De NVWA vraagt jagers en wildverwerkers daarom alert te zijn op symptomen van het blauwtong virus bij reeën en andere hertachtigen. Blauwtong is nog niet bevestigd bij wilde herkauwers, maar er worden op dit moment wel enkele verdachte kadavers onderzocht op het virus.

Wanneer de vermoedens van blauwtong worden bevestigd, zal er vanuit de NVWA nadere informatie volgen om verspreiding tegen te gaan.

Blauwtong is een aangifteplichtige ziekte.

Melden bij NVWA

Meld een verdenking van blauwtong van een geschoten of gevonden ree of andere hertachtigen,  direct bij de NVWA. Neem hiervoor contact op met het Landelijk meldpunt dierziekten: 045 – 546 31 88.

Karkassen van dieren waarvan vermoed wordt dat het blauwtong onder de leden zou kunnen hebben, mogen niet worden verplaatst.

Hoe kan ik blauwtong bij dieren herkennen?

Alleen bij dieren die erg ziek zijn kleurt de tong blauw. Andere symptomen van blauwtong zijn:

  • hoge koorts

  • veel speeksel aanmaken, kwijlen

  • zwelling van de kop, ook van tong en lippen

  • pijn en ontsteking van de kroonrand bij de hoeven

  • niet meer eten

  • veel liggen

  • kreupel lopen

  • met een bolle rug staan om de pijn in de poten te verlichten

Als gevolg van deze symptomen kunnen dieren overlijden. Vooral schapen hebben veel last van de ziekte. Infecties bij andere dieren zoals runderen en geiten verlopen vaak met minder ernstige verschijnselen. Besmette runderen hebben vaak wel veel virus in het bloed en het virus blijft ook langer in het bloed. Daardoor is er meer risico dat runderen het virus verspreiden.

Blauwtong positief per woonplaats 2024

Deze kaart en de bijbehorende tabel tonen het aantal besmettingen met blauwtong per woonplaats. Op de kaart staan alle besmettingen die in 2024 zijn vastgesteld.

De aantallen zijn uitgesplitst naar klinisch positief en PCR-positief. Bij klinisch positief zijn de besmettingen geconstateerd op basis van kenmerkende symptomen, zonder dat dit verder onderzocht is in een laboratorium. PCR-positief betekent dat de gevallen daadwerkelijk door bloedonderzoek zijn bevestigd. Deze kaart wordt elke maandag en donderdag bijgewerkt.

Download ‘Blauwtong positief per woonplaats 2024′

PDF document | 10 pagina’s | 1,3 MB

Kaart | 25-07-2024