BIJ12 wijst op belang van preventieve maatregelen bij faunaschade
Agrarische ondernemingen die in aanmerking willen komen voor een tegemoetkoming in faunaschade dienen bijna altijd een of meer preventieve maatregelen te nemen. Daarop wijst de uitvoeringsorganisatie BIJ12. Of er maatregelen nodig zijn hangt af van het gewas en het dier dat de schade veroorzaakt. De voorwaarden kunnen per provincie verschillen.
Dan zijn bijna altijd een of meer preventieve maatregelen nodig. Dit hangt af van de categorie gewas en het dier dat de schade veroorzaakt.
Twee belangrijke algemeen geldende aandachtspunten zijn:
1. Voor laagsalderende gewassen zoals blijvend grasland is verjaging door menselijke aanwezigheid of het nemen van minimaal één preventieve maatregel vereist.
2. Bij een aanvraag voor een tegemoetkoming toetsen we of u de juiste preventieve maatregelen heeft genomen om de faunaschade te voorkomen.
Voorkomen van faunaschade
Grondgebruikers zijn zelf verantwoordelijk voor het voorkomen of beperken van faunaschade aan hun gewassen door beschermde dieren. Voor een tegemoetkoming in de schade, zijn daarom bijna altijd preventieve maatregelen nodig. Bij uw aanvraag via MijnFaunazaken geeft u aan welke maatregelen genomen zijn. Wij toetsen of deze voldoen aan de beleidsregels van uw provincie.
Voor elke schadeveroorzakende diersoort(groep) is er een Faunaschade PreventieKit (FPK). Omdat niet elke maatregel bij elke diersoort effectief is, verschillende de maatregelen per FPK. Om in aanmerking te komen voor een tegemoetkoming, moet u altijd maatregelen nemen uit de FPK van de betreffende diersoort(en).
Gewascategorieën
De benodigde preventieve maatregelen om in aanmerking te komen voor een tegemoetkoming in faunaschade hangen niet alleen af van de schadeveroorzakende diersoort(en), maar ook van de gewascategorie. Hierbij geldt: hoe hoger de standaardopbrengst van het gewas, hoe meer preventieve maatregelen meestal nodig zijn.
Voor het nemen van de juiste preventieve maatregelen gelden per gewascategorie onderstaande eisen. Hierop zijn een aantal uitzonderingen per diersoort en provincie, waarvoor geen of minder preventieve maatregelen nodig zijn. Deze uitzonderingen staan hieronder ook vermeld.
Laagsalderende gewassen
Voor laagsalderende gewassen zonder kwetsbare periode zoals blijvend grasland, is verjaging door menselijke aanwezigheid of het nemen van minimaal één preventieve maatregel vereist. Dit geldt ook voor schade aan laagsalderende gewassen met kwetsbare periode, buiten deze kwetsbare periode.
Verjaging door menselijke aanwezigheid betekent dat de schadeveroorzakende diersoort minimaal twee keer per dag actief door menselijke aanwezigheid van het perceel wordt weggejaagd.
Voor nachtactieve diersoorten zoals das en wild zwijn is verjaging door menselijke aanwezigheid niet vereist.
Laagsalderende gewassen met kwetsbare periode
Een aantal laagsalderende gewassen hebben een kwetsbare periode, zoals mais, granen, graszaad en nieuw ingezaaid grasland (tot zes maanden na inzaai). Voor granen loopt deze periode van het zaaimoment tot de fase van aarvorming en voor mais tot het vijfde bladstadium.
Tijdens de kwetsbare periode vallen deze gewassen in de categorie middensalderend in plaats van laagsalderend. Om in aanmerking te komen voor een tegemoetkoming, zijn in deze periode twee maatregelen uit de betreffende FPK’s nodig. De reden hiervoor is dat preventieve maatregelen in deze kwetsbare periode veel schade kunnen voorkomen.
Uitzondering: De provincie Zeeland vraagt voor laagsalderende gewassen met kwetsbare periode maar één preventieve maatregel.
Midden- en hoogsalderende gewassen
Bij midden- en hoogsalderende gewassen zijn minimaal twee preventieve maatregelen verplicht om in aanmerking te komen voor een tegemoetkoming in faunaschade. Om schade door zoogdieren aan gewassen met een hoge standaardopbrengst te voorkomen, wordt een deugdelijk raster vereist.
Uitzonderingen per diersoort en provincie

Op dit moment zijn er geen preventieve maatregelen nodig voor schade aan laag- en middensalderende gewassen door wilde zwijnen, omdat de FPK voor deze gewassen geen redelijke preventieve maatregelen bevat. Let op: in de meeste situaties is bestrijding wel vereist. Voor schade door wilde zwijnen aan hoogsalderende gewassen geldt dat hiervoor wel preventieve maatregelen nodig zijn.
Ook voor schade door dassen aan laag- en middensalderende gewassen zijn geen preventieve maatregelen nodig, omdat er in FPK hiervoor geen redelijke maatregelen staan. Voor schade door dassen aan hoogsalderende gewassen geldt dat hiervoor wel preventieve maatregelen nodig zijn, met uitzondering van de provincies Limburg, Groningen en Friesland. In deze provincies zijn er voor hoogsalderende gewassen ook geen preventieve maatregelen nodig.







