| Datum: 03-04-2010 | reactie nojg; NIET CREPEREN MAAR BEHEREN in de Oostvaardersplassen | ||||
| De NOJG wil reageren op de vele reacties die zij mocht ontvangen, als gevolg van de uitzending EenVandaag op 11 maart jl. op het lijden en sterven van de gehouden herten, paarden en heckrunderen in de Oostvaardersplassen. De Oostvaardersplassen een gebied van 5000 ha met hoogstens 2200 ha grond en er omheen 2800 ha water wat niet geschikt is voor het het houden van +/- 4000 stuks (gehouden) grote grazers. Dat de Heer Frans Vera, de man van Staatsbosbeheer die door zijn drang naar "Oernatuur" terugbrengen in Nederland, zich nu ineens in de uitzending verschuilt achter een uitspraak van de rechter en het IMCO rapport, dat overigens door hem, op "zijn eigen wijze" wordt gelezen, is naar onze mening niet vreemd omdat er voor dit proefproject van Staatsbosbeheer in Nederland geen draagkracht meer is en het is ook niet juist van opzet en uitvoering. Deze doelstellingen kunnen niet in Nederland worden gehaald, daarvoor is er in geheel Nederland onvoldoende ruimte. Dierenleed dat in de oostvaardersplassen is ontstaan , is iets heel anders, dit duurt deze winter, al maanden, in het met hoge hekken omgeven gebied van de Oostvaardersplassen. De Flora- en Faunawet Voor ons zijn het daarom ook gehouden dieren in een raster en geen wilde dieren, zoals gesuggereerd wordt door de heer Vera want dan moeten die hekken verdwijnen en het leefgebied minstens 5000 ha groot zijn en dieren moeten zich kunnen verplaatsen, net als de beheergebieden voor de hoefdieren zoals dit in de FF-wet en het besluit Beheer en schadebestrijding diersoorten is vastgelegd. Beheer door de mens Kijk dan maar eens naar het goede voorbeeld van de door jagers beheerde edelherten op de Veluwe, maar ook in de gebieden waar Staatsbosbeheer het beheer wel toestaat van de grote hoefdieren, daar tref je alleen maar gezonde dieren aan en is er geen langzame hongerdood van maanden. Daar wordt de predator rol door de mens op de juiste wijze uitgevoerd en kunnen mensen ook nog eens genieten van een stuk prachtige natuur en echt natuurvlees dat daar te koop is. Goed opgeleide jagers kunnen heel goed afwegingen maken waarop gereguleerd moet worden en brengt zeker geen dierenleed of verstoring van de sociale rangorde, dit in tegenstelling wat de PdvD beweert. Maar ja Jacht is niet "natuurlijk" dus ook niet goed in hun ogen. Nee in tegendeel nu moeten de opzichters van Staatsbosbeheer van de Oostvaardersplassen elke dag gaan rondrijden door het gebied en met geluidsdempers op hun geweer, om ieder verzwakt dier, dat nauwelijks nog op zijn benen kan staan, afschieten. Zelfs hiermee is de PdvD het niet eens, maar noemen ze het euthanaseren. Dit is dan de zgn. natuurlijke selectie, die ook door de mens wordt uitgevoerd en dit wordt door de PvdD wel geaccepteerd. De PvdD wil juist NIET dat SBB (conform de VERPLICHTING hiertoe, voortvloeiende uit het IVMO-rapport) tot afschot overgaat, dit zou immers "beheer" impliceren, vergelijkend met de "jacht". Het mag dan wettelijk zijn toegestaan maar juist is dit niet en het gebeurt nergens in geheel Europa. Het verschil is hier, dat het bij het juiste beheer tijdig gebeurd zonder dierenleed en niet na een martelingen van enkele weken of maanden en dat is juist wat ons jagers zo erg tegen de borst stuit. Geen acceptatie en draagkracht Waar zijn wij als mensen en de politiek mee bezig in Nederland, dat zij dit wel goed vinden en als er een gans of huismus wordt doodgeschoten staat iedereen op de achterste benen en worden er vragen gesteld door de Partij van de Dieren en Faunabescherming in de Tweede Kamer. Nu in 2010 en net als in de winter van 2004/2005 weer is bewezen, dat het beleid van Staatsbosbeheer in de Oostvaardersplassen heel anders moet en kan om zulke situaties te voorkomen in de toekomst. Wij hopen dat de politiek vandaag meer inzicht en verantwoording toont in het debat in de Tweede Kamer en dit soort dierenleed wordt voorkomen. Dus niet CREPEREN, MAAR BEHEREN in de Oostvaardersplassen. ![]() Edelhert in de Oostvaardersplassen in winter ![]() Edelhert in de Veluwe winter 2010 Het is een reservaat voor vógels Robert van Baarle, tot 2000 beheerder in de Oostvaardersplassen: 'Ik ben zelf mijn geweer gaan halen. Zo ga je niet met dieren om.' De discussie over de begrazing van de Oostvaardersplassen was voor herten-deskundige Robert van Baarle al in 2000 reden om ontslag te nemen bij Staatsbosbeheer. „Het stuitte me tegen de borst. Ik werd er onpasselijk van.” Robert van Baarle, tot 2000 beheerder in de Oostvaardersplassen: 'Ik ben zelf mijn geweer gaan halen. Zo ga je niet met dieren om.'© FOTO KOEN VERHEIJDEN Bron: Trouw; http://www.trouw.nl/groen/nieuws/article3028164.ece/Het_is_een_reservaat___v zie hieronder het stuk van Dr. Maarten Th. Frankenhuis, oud hoogleraar Faculteit Diergeneeskunde, Oud directeur Natura Artis Magistradat, voorzitter van de Raad van Toezicht Zodiac Zoos bij eerdere discussies over de Oostvaardersplassen is gericht aan de Heer Ormel van het CDA Grote Grazers het kind van de rekening Hongerdood of de kogel? Ten geleide: Graag reageer ik op het interview met drs. Frans Vera van Staatsbosbeheer in de NRC van 19 januari jl. In mijn meer dan veertig lange loopbaan als dieren(tuin)arts, hoogleraar diergeneeskunde, Artisdirecteur, dierspecialist, schrijver en Oost Afrika kenner is het de eerste keer dat ik in de pen klim. In het genoemde interview worden namelijk aperte onwaarheden gedebiteerd en de lezer wordt ronduit een rad voor ogen gedraaid. Zeker daar waar het de vergelijking met de Serengeti betreft, de verschillen tussen echte natuur en de Oostvaardersplassen en het verschil tussen landbouwhuisdieren en wilde dieren, zit Vera volstrekt op het verkeerde spoor. Op de zeearend en ganzen ‘ heb ik geen commentaar. Voor hen zijn hekken geen belemmering. Inmiddels zullen de meeste onder u wel vertrouwd zijn met het uiterst succesvolle project Oostvaarders Plassen, het geesteskind van Staatsbosbeheer: een stuk nieuwe natuur ruim Deze grote planteneters, geïmporteerde edelherten en verwilderde landbouwhuisdieren als Konickpaarden en Heckrunderen houden bomen, struiken en grassen op de juiste lengte voor de foeragerende ganzen, die op hun beurt de waterpartijen open houden. Het experiment heeft geleid tot een schitterend natuurgebied van internationaal belang voor veel vogelsoorten. Een gebied dat alleen in stand kan worden gehouden met behulp van paard, rund en edelhert, alles in nauwe samenwerking - of beter gezegd in symbiose - met tienduizenden grauwe ganzen. In zoverre een geslaagd experiment dus. De grote sterfte onder de hoefdieren, vooral in de winter 2004 - 2005, heeft de gemoederen danig beroerd. De boeren omdat voor de koeien en paarden aan de Staatsbosbeheerzijde van het hek andere veterinaire en hygiënische regels en richtlijnen golden dan voor de boerendieren. De burger én de boer, omdat de aanblik van uitgehongerde en stervende dieren terecht onverdraaglijk was. Ook dit jaar was het weer raak. De winter is nog lang niet voorbij en Frans Vera van Staatsbosbeheer put zich ook nu weer uit in de traditionele reeks onzindelijke argumenten om deze door een onwetende overheid getolereerde dierenmishandeling te rechtvaardigen (NRC van 19 januari 2010). Staatsbosbeheer kiest in de Oostvaarders Plassen namelijk nadrukkelijk voor een model waarbij zogenaamd de natuur het voor het zeggen heeft en waarbij door euthanasie van zwakke en uitgehongerde dieren dierenleed wordt voorkomen. Dagelijks toezicht en euthanasie van dieren, die het leven in de kudde door ouderdom of zwakte – meestal ten gevolge van verhongering - niet langer aan kunnen, voorkomt nog ernstiger individueel lijden (verbeterd predatormodel). Terecht liepen – en lopen nog steeds - de emoties bij de beelden van verhongerende en stervende dieren hoog op. De politiek besloot een commissie in te stellen om het probleem te bestuderen. In het interview van 19 januari jl. in NRC stelt Vera: ‘Ook de felste tegenstanders van dit soort natuurbeheer spraken toen af dat zij zich zouden conformeren aan de uitkomst’. Niet waar dus! Het publiek, dierenwelzijnsorganisaties en zelfs de politiek lieten zich echter geen rad voor ogen draaien en ook specialisten op het onderhavige gebied bleven fel tegen. Het gebazel over zo genaamde robuuste corridors werd niet geslikt, bovendien na enige tijd ontstaat er natuurlijk toch weer overbevolking met als gevolg verhongering. Letterlijk en figuurlijk uitstel van executie dus. Op zijn opmerking over de zeearend en ganzen ‘ heb ik geen commentaar. Voor hen vormen hekken geen belemmering. Dierenwelzijn met voeten getreden Pas sinds zo’n 125 jaar praten we serieus over dierenwelzijn, resulterend in de Gezondheids en Welzijnswet voor Dieren van 24 september 1992. Artikel 36, tevens van toepassing op dieren die niet worden gehouden, zowel herkauwende en eenhoevige dieren, stelt duidelijk dat het verboden is de gezondheid of het welzijn van een dier te benadelen, en dat een ieder is verplicht hulpbehoevende dieren de nodige zorg te verlenen. De minister heeft indertijd hierop bedacht ten aanzien van de zorgplicht, dat dan de beide soorten landbouwhuisdieren maar als niet gehouden moeten worden beschouwd, maar dat hen de noodzakelijke zorg niet mag worden onthouden… In de winter is de populatie aan grote grazers te groot in relatie tot de draagcapaciteit van de vegetatie, met als gevolg voedselgebrek, verhongering, lijden en sterfte. In de échte natuur hebben dieren de mogelijkheid om naar andere gebieden te trekken, bovendien, een bonte verzameling aan predatoren houdt de omvang van de populatie binnen de perken. Staatsbosbeheer besloot op een gegeven ogenblik wel tot afschieten op basis van een dagelijkse inspectie, maar dat betrof dan ‘dieren zonder toekomstperspectieven’, dat wil zeggen dieren die al langere tijd zinloos leden. Waarom dan niet preventie van de voorspelbare overbevolking combineren met preventie van lijden ten gevolge van voedselgebrek? Frans Vera stelt in het recente interview dat sterfte percentages, zoals geconstateerd in de Oostvaardersplassen, ook in Oost Afrika voorkomen en dus als normaal moeten worden beschouwd. De sterkste dieren zullen dan overleven. Dat is inderdaad het geval in Oost Afrika, waar vergelijkbare sterfte percentages niet ongebruikelijk zijn, maar er is wel degelijk een markant verschil in soorten doodsoorzaken. Staatsbosbeheer beweert dat ook op de Oost Afrikaanse savanne verhongering de hoofdoorzaak is van decimering van de reusachtige populatie grote grazers en predatoren geen rol van betekenis spelen. Dat is absoluut niet waar. Bovendien moet Vera uit de droom worden geholpen daar waar hij stelt, dat evenals in de Oostvaardersplassen, ook in Afrika de natuurgebieden door een hek worden omgeven. Al sinds zeven jaar kom ik jaarlijks een of twee keer in de belangrijkste natuurgebieden van Noord Tanzania en ook andere landen in de regio heb ik bezocht, maar een hek heb ik nooit gezien! De honderden duizenden zebra’s, gnoes en andere antilopen tellende kuddes migreren jaarlijks volstrekt over de Oost Afrikaanse savanne naar nieuwe weidegronden. Onbelemmerd door hekken, wegen, spoorlijnen en dijken als de losgelaten huisdieren in het geesteskind van Frans Vera. Dat tijdens de grote trek op de Oost Afrikaanse steppe talloze doden bij vallen is logisch, maar de vergelijking van Vera met de sterfteoorzaken in de Oostvaardersplassen is pure nonsens en grenst aan bedrog van argeloze lezers en onwetende politici. De sterfte tijdens de grote trek in de Serengeti en de Mara’s wordt veroorzaakt door ongevallen o.a. bij het springen van rivieroevers, predatie door krokodillen, fysieke uitputting van vooral zwakke jongen en oude dieren, besmettelijke ziekten, en verdrinking in de sterk stromende rivieren, die moeten worden over gestoken. Ook de sterfte onder jonge dieren, die nog te klein zijn om mee kunnen komen met de kudde, is substantieel. Door de vrijwel continue trek naar voedselrijke gebieden hebben de volwassen grote planteneters doorgaans weinig te lijden van voedselgebrek en hebben roofdieren relatief weinig invloed, omdat ze in hoge mate territoriaal zijn en ook hun jongen nog lang hulpbehoevend. Incidenteel sterven grotere aantallen dieren ten gevolge van een El Nino gerelateerde droogte, maar dat is absoluut geen jaarlijks terugkerend fenomeen. Permanente sterfte – Door de vrijwel continue trek naar voedselrijke gebieden hebben de grote planteneters hier relatief weinig te lijden van voedselgebrek, op periodes van extreme droogte na, waarover later. Roofdieren hebben relatief weinig invloed op de omvang van de populaties grote grazers, omdat katachtige roofdieren in hoge mate territoriaal zijn en ook hun jongen nog lang hulpbehoevend. De invloed van roofdieren op de populatiegrootte speelt eigenlijk alleen een rol van belang bij grote grazers als zebra’s, gnoes en enkele kleinere antilopensoorten, die niet meedoen aan de jaarlijkse trek. Dit laatste is het geval is in de Ngorongoro krater, een situatie waar de dieren niet kunnen ontsnappen. Hier dus geen verliezen ten gevolge van een uitputtende trek, krokodillen, verdrinking en ongelukken, maar in dit geval reguleren de roofdieren de aantallen. Nu en dan sterven grotere aantallen dieren ten gevolge van droogte, maar dat is zeker niet een algemeen en jaarlijks terugkerend fenomeen. Maar verhongering doordat de dieren van hun traditionele weidegronden worden verdreven door menselijke activiteit speelt in de meeste natuurgebieden bepaald wel een rol. De Serengeti wildebeest (gnoe) populatie heeft na het stoppen van de grote runderpest epidemie eind vijftiger jaren van de vorige eeuw, een explosieve groei doorgemaakt. Tussen 1960 en 1977 werd het aantal gnoes 6 keer zo groot, van 0,25 tot 1,4 miljoen dieren met een gemiddelde van 1,3 miljoen. Onderzoekers vermoeden dat met dit aantal dieren en onder de huidige regenval de draagkracht van de vegetatie van de Serengeti haar limiet heeft bereikt. Stropen, infectieziekten en predatie door leeuwen en hyena’s kosten relatief weinig dieren het leven, maar de sterfte door verongelukken, vertrappen en verdrinken eisen een flinke tol. De grootste verliezen vinden echter incidenteel en onregelmatig plaats ten gevolge van voedseltekorten in het droge seizoen, waarbij vooral de neonatale sterfte (0-4 mnd.) substantieel is en ook veel jongere kalveren (5-11 mnd.) omkomen. Vooral de droogte van 1993-1994 eiste een zware tol, 75% van de sterfte kon worden toegeschreven aan ondervoeding. Sterfte onder de volwassen dieren was relatief gering en afhankelijk van de populatiedichtheid. Wel was er in periodes van voedselschaarste een afname van het aantal drachtige dieren van 95% naar 88%. De sterfte onder de wildebeesten of gnoes betreft dus vooral de mortaliteit onder kalveren van minder dan een jaar oud, zeer jonge dieren in het bijzonder, en is de resultante van de omvang van de populatie in samenhang met de hoeveelheid regen in het droge seizoen. Ter overdenking: Dus evenals in de Oostvaardersplassen, is ook in de Serengeti met haar grote diversiteit aan doodsoorzaken, de sterfte ten gevolge van voedseltekorten de voornaamste doodsoorzaak. Een in mijn beleving essentieel verschil is echter dat in de Serengeti sterfte door ondervoeding nu en dan optreedt bij achterblijvende regenval in het droge seizoen, waarbij – niet belemmerd door hekken – de sterkste kalveren nog kans zien nieuwe graslanden te bereiken, terwijl in de Oostvaardersplassen gezonde volwassen dieren worden doodgehongerd achter onneembare afscheidingen. De invloed van roofdieren op de populatiegrootte speelt eigenlijk alleen een rol van belang bij grote grazers als zebra’s en gnoes e.d., die niet meedoen aan de jaarlijkse trek, zo als het geval is in de Ngorongoro krater, een situatie waar de dieren – evenals in de Oostvaarders Plassen - ook niet kunnen ontsnappen. Hier dus geen verliezen ten gevolge van een uitputtende trek, krokodillen, verdrinking e.d., maar in dit geval reguleren de roofdieren de aantallen. Een regulatiemechanisme waarvan Vera stelt, dat dit nauwelijks invloed heeft in Europese omstandigheden. Dr. Onderzoek naar een oplossing Bij het in toom houden van de opgesloten (landbouwhuis)dieren in de Oostvaarders Plassen is zonder meer een rol voor de mens weg gelegd. Vergroten van het terrein en het aanleggen van ‘robuuste corridors’ is letterlijk en figuurlijk uitstel van executie en bijvoedering in tijden van voedselschaarste is slechts symptoombestrijding. Verwijderen van de overtollige dieren – maar dan voordat er sprake is van ernstig lijden - lijkt de enige reële oplossing. Natuurlijk moet er rekening worden gehouden met publieke onrust, maar goede voorlichting moet de kou uit de lucht kunnen halen. Niet vergeten mag worden, dat ook predatoren voor continue onrust zorgen! De kadavers kunnen een goede bestemming vinden in dierentuinen en in de diervoederindustrie. De edelherten mogen naar de poelier ter vervanging van het geïmporteerde en speciaal gefokte hertenvlees. Een klein deel kunnen we laten liggen voor aaseters. De veterinair-hygiënische aspecten blijven nu maar even onbesproken. Landschapsbeheer ten behoeve van een bijzonder soort (uitgestorven) landschap met behulp van grote grazers – zelfs al moeten we onze toevlucht nemen tot Konickpaarden en fake oerossen (landbouwhuisdieren dus!) – blijft een interessante insteek. En op zich is het experiment beslist een succes geworden. Maar in mijn beleving is er maar één oplossing om ondragelijk lijden en verhongering van deze paarden, koeien en edelherten te voorkomen, en dat is de aantallen door een gericht afschot reguleren: - De overtollige dieren gelijkelijk verdeeld over het jaar verwijderen, zoals als predatoren in het wild ook doen, met mogelijk een piek tegen de winter, - Tussentijds blijven selecteren op oude, zieke, kreupele en wrakke dieren zo als inmiddels gelukkig gebeurt, - Het afschot afstemmen op de draagcapaciteit van de vegetatie, - Deze strategie in alle eerlijkheid communiceren met het publiek. Er bestaan op dit moment – na invoering van het zo genaamde verbeterd predatormodel dus – geen wezenlijke verschillen meer tussen Staatsbosbeheer en degenen, die zich het lot van de hongerende dieren aantrekken. Het gaat er nu alleen nog om: wachten we met afschot tot de dieren verhongeren en ernstig lijden, óf anticiperen we op populatie omvang, seizoen en voedselaanbod en plegen voordat lijden manifest wordt een gericht afschot. Tragisch is in mijn optiek dat het geschil tussen Staatsbosbeheer en andere instanties hem niet eens zit in de jaarlijkse en onontkoombare sterfte, maar alleen in de manier en het moment waarop die sterfte wordt gerealiseerd. En dat laatste lijkt me een volstrekt ondergeschikt doel binnen het verder zo succesvolle experiment Oostvaardersplassen. Dr. Maarten Th. Frankenhuis. Oud hoogleraar Faculteit Diergeneeskunde Oud directeur Natura Artis Magistra Voorzitter van de Raad van Toezicht Zodiac Zoos |