Klassieke Varkenspest

klassieke Varkenspest bij wilde zwijnen
Tekst: Nikie van Dorst, KNJV 

Wild-zwijn-kopje

Klassieke Varkenspest is een zeer besmettelijke virusziekte die voorkomt bij gehouden varkens én bij wilde zwijnen. Een infectie met Klassieke Varkenspest heeft ernstige gevolgen voor de varkenshouderij. Bij de laatste uitbraak in Nederland in 1997/1998 werden ruim 11 miljoen varkens geruimd en werd een directe economische schade berekend van ruim 2 miljard euro. In Nederland en veel andere EU landen is het varkenspestvirus onder gehouden varkens succesvol uitgeroeid. Wel worden in Europa nog regelmatig gevallen van varkenspest bij wilde zwijnen gemeld. Daarom heeft de KNJV, in samenwerking met het Dutch Wildlife Health Centre (DWHC), een informatiefolder ontwikkelt over deze ziekte bij wilde zwijnen.

Verslag overleg wilde zwijnen monitoring is sinds eind september te vinden op de website van de KNJV en het DWHC. Verschillende onderwerpen komen aan bod, zoals de verspreiding van de ziekte in Europa, de signalering, voorgestelde maatregelen bij een uitbraak en waarheen gebeld kan worden om verdachte gevallen te melden. De informatiefolder is in eerste instantie gericht op jagers. Jagers zijn immers de ogen in het veld. Maar ook voor andere geïnteresseerden kan de informatie nuttig zijn. Mocht er zich in Nederland ooit nog een uitbraak voordoen dan is bovendien alle kennis aanwezig en kan er adequaat en snel gecommuniceerd worden naar belanghebbenden.

Momenteel zijn zowel de Nederlandse varkenssector als de Nederlandse wilde zwijnen populatie officieel vrij van varkenspest. Een uitbraak onder wilde zwijnen in Nederland kwam voor het laatst voor in 1983-1984. Wel werden in Duitsland in 2009 nog besmette wilde zwijnen geconstateerd in de aan Nederland grenzende deelstaat Noordrijn-Westfalen en Rijnland-Palts. Sindsdien zijn er geen gevallen van varkenspest meer ontdekt, maar de wilde zwijnen populaties in deze deelstaten worden nog intensief gemonitoord. Het varkenspestvirus kan namelijk jarenlang in wilde zwijnen populaties aanwezig blijven.

Wanneer Klassieke Varkenspest blijvend aanwezig is in een wilde zwijnen populatie bestaat er een reëel risico dat het virus wordt overgedragen op gehouden varkens. Overdracht van het virus is mogelijk door direct contact (van dier op dier), zoals kan voorkomen op scharrel- en biologische boerderijen waar stallen een uitloop naar buiten hebben. Echter, indirect contact (met tussenkomst van bv. personen of voertuigen) is veruit de belangrijkste manier van overdracht van het virus van wilde zwijnen op gehouden varkens. Een voorbeeld van indirect contact is het voeren van varkens of wilde zwijnen met swill (keukenafval en etensresten), wat overigens al jaren verboden is. Daarnaast kunnen personen door besmette materialen (bv. een mes), schoeisel of kleding het virus overdragen aan gehouden varkens. Ook (jacht)honden zouden passief het virus kunnen meedragen in hun vacht wanneer zij in contact komen met bloed of mest van besmette wilde zwijnen.

Jagers kunnen bijdragen om de bedreiging die varkenspest vormt voor de varkenshouderij te beperken. In Nederland kan dit ten eerste door het herkennen van het ziektebeeld in wilde zwijnen en het melden van afwijkingen aan de NVWA. De grote variatie in de waarneembare ziekteverschijnselen bemoeilijkt echter tijdige herkenning van de ziekte in het veld. Over het algemeen wordt er onderscheid gemaakt tussen een acute en chronische (langdurige) vorm van varkenspest. De acute vorm kent een hoge sterfte (tot 90% van de gevallen) en de daarbij in het veld waarneembare ziekteverschijnselen worden in de informatiefolder beschreven. De chronische vorm van de ziekte is daarentegen zeer moeilijk zonder laboratoriumonderzoek te herkennen. Doorgaans is een toename van het aantal dood gevonden wilde zwijnen reden tot verdenking van een uitbraak. Omdat het anders maanden kan duren voordat een introductie van het varkenspestvirus in een wilde zwijnen populatie zal opvallen, is oplettendheid van jagers van groot belang.

Ten tweede kunnen jagers, tijdens jacht in het buitenland, er voor zorgen dat insleep van varkenspest vanuit besmette Europese wilde zwijnen populaties wordt voorkomen. Bij jacht in een besmet gebied is men volgens Europese Richtlijnen verplicht om geschoten en dood gevonden wilde zwijnen te laten keuren door een officiële dierenarts ter plaatste.

Daarnaast is het belangrijk dat bij jacht in een besmet gebied de volgende voorzorgsmaatregelen worden genomen:

  • Na de jacht handen wassen met water en zeep.
  • Laarzen en gebruikte materialen die in contact zijn geweest met een wild zwijn (bv. wildbak) grondig reinigen. Een goede reiniging wordt gerealiseerd door eerst met een borstel het ergste vuil te verwijderen. Vervolgens alle oppervlakten met water en zeep schoonmaken en laten drogen.
  • Voertuig ter plekke of in een nabijgelegen wasstraat reinigen (inclusief wielkasten). Ook vuil geworden oppervlakten binnenin het voertuig (bv. voetmat) reinigen. Zittingen kunnen van te voren worden afgedekt met plastic.
  • Kleding wassen op 40 °C of 60 °C met een hoofdwasmiddel (wit).
  • Geen jachthonden meenemen naar besmette gebieden in het buitenland.
  • Tenminste 72 uur volgend op het contact met het wilde zwijn geen varkensbedrijven bezoeken. Jagers met een beroepsmatige binding met gehouden varkens worden overigens geheel afgeraden te jagen in besmette gebieden.

Vindt u in Nederland kadavers van KVP verdachte wilde zwijnen of komt u tijdens het ontweiden afwijkingen tegen die mogelijk op KVP duiden: neem dan contact op met de NVWA via het landelijk meldpunt voor dierziekten, telefoonnummer: 045 – 5463188 (zorg dat u dit nummer altijd bij de hand heeft). Er zijn geen kosten verbonden aan het melden van een verdenking van KVP. Deze kadavers mogen niet worden versleept!

De genoemde voorzorgsmaatregelen zijn niet alleen belangrijk om de verspreiding van KVP tegen te gaan. In Europa komen in het wild immers verscheidene andere besmettelijke dierziekten voor, waarvan sommige ziekten overdraagbaar zijn op het ree. Mond- en klauwzeer bijvoorbeeld, is momenteel aanwezig in de wilde zwijnen populatie in Turkije en Bulgarije. Ook tuberculose wordt bij wild gevonden, zoals bij edelherten en wilde zwijnen in Normandië (Frankrijk) en Spanje en bij edelherten in Oostenrijk, Zwitserland en Zuid Duitsland. Het is daarom altijd van belang om bij de locale overheid of jagersvereniging te vragen of er in het gebied een besmettelijke dierziekte heerst en te informeren naar de laatste keurings- en andere geldende regels en voorschriften. Deze kunnen in korte tijd wijzigen, informeer dus regelmatig naar de nieuwste stand van zaken.

Print Friendly

Reageren is niet mogelijk