Het schieten van hazen in de provincie Zeeland mag alleen in het jachtseizoen van 15 oktober tot en met 31 december. De rest van het jaar blijft de jacht voor het bestrijden van landbouwschade voorlopig verboden. Dit blijkt uit een uitspraak van de Raad van State.
De provincie Zeeland had de Faunabeheereenheid Zeeland een ontheffing verleend om ook buiten het jachtseizoen hazen te bestrijden in het kader van schadebestrijding. Deze ontheffing werd aangevochten door Fauna4Life, waarvan het beroep door de Raad van State gegrond is verklaard.
Onvoldoende onderbouwing schade

Volgens de Raad van State heeft de provincie onvoldoende actuele gegevens overgelegd waaruit blijkt dat hazen substantiële landbouwschade veroorzaken. Daarnaast moet beter worden gemotiveerd waarom minder ingrijpende, diervriendelijkere maatregelen niet volstaan.
De rechter wijst daarbij onder meer op het gebruik van schrikdraad rond percelen met suikerbieten. Hoewel de provincie stelt dat dit voor boeren te kostbaar is, merkt de Raad van State op dat het IRS (kenniscentrum voor de suikerbietenteelt) deze maatregel juist aanbeveelt.
Ook alternatieven zoals het weren van hazen met geur- en smaakstoffen zijn volgens de rechter onvoldoende onderzocht. De provincie wees deze middelen af vanwege het vermeende gebruik van chemische stoffen, terwijl er volgens de Raad van State ook plantaardige varianten beschikbaar zijn.
Langlopende procedure
De kwestie rond de hazenjacht in Zeeland speelt al meerdere jaren. In 2020 verleende de provincie een ontheffing nadat de haas op de Rode Lijst was geplaatst. Deze werd in 2021 door de rechtbank Zeeland-West-Brabant vernietigd na bezwaar van Fauna4Life. Vervolgens stelde de provincie hoger beroep in bij de Raad van State.
De zaak werd in mei 2024 behandeld, waarna pas twee jaar later uitspraak volgde. Het hoger beroep van de provincie is ongegrond verklaard. Zeeland moet nu opnieuw beslissen op de bezwaren van Fauna4Life en daarbij actuele en deugdelijk onderbouwde gegevens betrekken.
Vanwege de overschrijding van de redelijke termijn – de zaak lag 16 maanden te lang bij de Raad van State – is de Staat veroordeeld tot betaling van €1.500 schadevergoeding aan Fauna4Life.






