In april 2026 zijn in twee afzonderlijke gebieden, gelegen in de provincies Friesland en Overijssel, meerdere dode en verzwakte hazen (Lepus europaeus) aangetroffen. De betrokken dieren vertoonden een duidelijke conditievermindering, gekenmerkt door vermagering, verminderd vluchtgedrag en een toenemende apathie in de eindfase van het ziekteproces. Uit beide gebieden is één kadaver veiliggesteld en aangeboden voor pathologisch onderzoek bij het Dutch Wildlife Health Centre (DWHC).
Het betrof in beide gevallen volwassen mannelijke hazen. Pathologisch onderzoek toonde ernstige, acute ontstekingsprocessen aan in onder meer de longen, lever en milt, gepaard gaand met weefselnecrose. Bij één individu werd daarnaast een lichte infectie met Coccidia spp. in het darmkanaal vastgesteld, terwijl bij het andere dier een besmetting met de nematode Trichostrongylus retortaeformis werd aangetoond. Moleculair diagnostisch onderzoek (PCR) bevestigde bij beide dieren de aanwezigheid van Francisella tularensis, de verwekker van tularemie (hazenpest).
Tularemie bij wilde fauna
Tularemie is een bacteriële zoönose die wordt veroorzaakt door Francisella tularensis en die kan leiden tot ernstige ziekte en sterfte bij een breed scala aan diersoorten. De bacterie is aangetoond bij zoogdieren, vogels, reptielen, amfibieën en diverse geleedpotigen, waaronder insecten en teken. De gevoeligheid voor infectie en het klinisch verloop variëren echter sterk per diersoort.
Met name haasachtigen en knaagdieren worden beschouwd als gevoelige soorten en spelen mogelijk een rol in het natuurlijke reservoir en de epidemiologie van de ziekte. De verspreiding van tularemie in Nederland wordt gemonitord; een overzicht van bevestigde gevallen bij wilde dieren sinds 2013 tot en met medio mei 2026 is weergegeven in de bijbehorende verspreidingskaart.

Klinisch verdachte hazen vallen in het veld vaak op door afwijkend gedrag. Zij tonen een verminderde schuwheid, een wankele of schommelende gang en een duidelijke apathie. Deze symptomen zijn echter niet specifiek voor tularemie en kunnen ook bij andere aandoeningen voorkomen. Vanwege het zoönotisch karakter van de ziekte wordt met klem geadviseerd om zieke of dode hazen niet met blote handen aan te raken en passende hygiënemaatregelen in acht te nemen.
Tularemie en honden
Ook honden, met name jachthonden, kunnen in contact komen met de bacterie wanneer zij dode hazen opnemen of consumeren. In vergelijking met haasachtigen zijn honden relatief weinig gevoelig voor Francisella tularensis. Indien besmetting optreedt, blijft het klinisch beeld doorgaans beperkt tot milde en aspecifieke symptomen, zoals tijdelijke anorexie, lichte koorts en verminderde activiteit.
Het is echter van belang te onderkennen dat kadavers van hazen ook andere pathogenen kunnen bevatten waarvoor honden wél gevoelig zijn. Om die reden wordt afgeraden om honden in contact te laten komen met dode hazen of hen rauw hazenvlees of slachtafval te voeren.
Indien een hond ziekteverschijnselen ontwikkelt na contact met een zieke of dode haas, wordt geadviseerd om contact op te nemen met een dierenarts. Aanvullend diagnostisch onderzoek, zoals serologisch of moleculair bloedonderzoek, kan in dat geval overwogen worden.
Bron: DWHC






