Jacht, het recht om te mogen jagen en de taak Wbe in deze.

Hierbij de zienswijze van de NOJG over de jacht en het recht om te mogen jagen naar aanleiding de vele vragen hierover door de invoering van de nieuwe Wet natuurbescherming, die vanaf 1 januari 2017 van kracht is

De jacht en het recht om te mogen jagen is gebaseerd op:

  • eigendom,
  • pachtovereenkomst of
  • een huurovereenkomst van het jachtrecht

zoals aangegeven in artikel 3.23 van de Wet natuurbescherming en alle voorgaande wettelijke regelingen.

Er geldt nu bij de Wet natuurbescherming een aansluitplicht bij de lokale wildbeheereenheid art 3.14 lid 1 voor jachthouders met jachtakte, dit versterkt het streekgebonden karakter van schadebestrijding, beheer en jacht met het geweer op basis van het geldend faunabeheerplan nog verder.

Voor degenen die bij schadebestrijding, beheer en jacht zijn betrokken, voorziet de Wet natuurbescherming in regels over het effectief voorkomen en bestrijden van schade, het deskundige gebruik van middelen, en over het goed jachthouderschap.

De wildbeheereenheden zijn gehouden uitvoering te geven aan het door de faunabeheereenheid vastgestelde faunabeheerplan(art 3.12) en zoals aangegeven in (art 3.14) van de Faunabeheereenheid en de daarop verleende ontheffingen(art 3.17), vrijstellingen(art 3.16) en bijzondere opdrachten( art 3.18) door de provincie.

Zij bevorderen en coördineren de uitvoering hiervan binnen hun werkgebied waardoor meer planmatige en samenhangende regionale aanpak wordt zo verzekerd.

De jachthouder is volgens de Wet natuurbescherming en de Natuurvisie en de natuurverordening van de provincie verplicht het faunabeheerplan op de juiste wijze uit te voeren, dit betekent dat;

  • de jacht alleen is toegestaan binnen het jachtseizoen;
  • de jachthouder de verplichting zich als een goed jachthouder te gedragen en voor een redelijke wildstand in zijn veld te zorgen en schade te voorkomen en te beperken (art 3.20 lid 3 Wn);
  • Hij heeft eenrapportageplicht op basis van (art 3.13 Wn) ;
    • de voorjaarstellingen,
    • afschotgegevens,
    • valwild en
    • verplichte rapportages zoals aangegeven in de ontheffingen, vrijstellingen of bijzondere opdrachten.

Het principe van de wet voor het Faunabeheerplan (art 3.12 Wn) is;

  • schadebestrijding, dat dit in principe uitgevoerd wordt door grondgebruikers of namens hen op basis van toestemming grondgebruiker (art 3.15 lid 7 Wn) als het gaat het om de maatregelen die een grondgebruiker mag nemen tegen dieren die schade aan zijn eigendommen veroorzaken.
  • beheer, uitgevoerd door faunabeheereenheden en de wildbeheereenheden, op basis van een planmatige en langdurige aanpak waarmee de omvang van populaties van diersoorten wordt beperkt als dat nodig is vanwege de ernst of omvang van de schade of de bedreiging van een publiek belang – zoals de volksgezondheid of verkeersveiligheid, dit ook op basis van de toestemming grondgebruiker.
  • jacht, uitgevoerd door jachthouders op basis van een jachthuurovereenkomst(en) in een geopend jachtseizoen voor de 5 aangewezen diersoorten, waarvoor het verplichte lidmaatschap van de lokale wildbeheereenheid een voorwaarde is op basis van art 3.14 lid 1 (Wn).

Het regime van schadebestrijding en populatiebeheer buiten de jacht is daarom in belang toegenomen en geschiedt op basis van de toestemming van de grondgebruiker op basis van art 3.15 lid 7 van de Wet natuurbescherming

De vraag is hierbij op welke basis (wettelijk) kan een Wildbeheereenheid bepalen, wie waar jaagt in haar beheergebied?

Volgens mij dient dit alleen te zijn op basis van de jachtrechten, welke de jachthouder heeft verkregen uit eigendom, pacht of jachthuurovereenkomst op basis van art 3.23 wn.

Dus m.a.w. de eigenaar, pachter of de jachthuurder bepaald in principe volgens de wet, wie waar jaagt en dus niet de Wbe.

  • Het verkregen jachtrecht(eigendom, pachtovereenkomst of een huurovereenkomst) kan de Wbe in principe niemand ontzeggen, ook niet bij inbreng van de jachtrechten.
  • De Wbe kan er wel voor zorg dragen, dat de jachtvelden die hierdoor zijn ontstaan binnen hun werkgebied zoveel mogelijk, bejaagbaar zijn en dat beheer en schadebestrijding wordt uitgevoerd conform het Faunabeheerplan en conform de voorwaarden zoals vermeld in de ontheffingen, vrijstelling of bijzondere opdrachten.
  • Hiervoor kan zij gronden huren, van overheden, Terrein Beherende organisaties, Waterschappen etc. Zij vraagt ontheffingen bij de Fbe aan ten behoeve van haar leden.
  • Verder bepalen in principe de jachthouders onderling hoe de grenzen van de jachtvelden zijn waarbij de Wbe alleen een ondersteunende en geen bepalende rol mag en kan spelen, dit wordt dan in de ALV van de Wbe bevestigd en dan pas kan de Wbe de jachtveldgrenzen in het Fauna Registratie Systeem of DORA aanpassen.
Print Friendly, PDF & Email

Reacties zijn gesloten.