Nieuwsbrief FBE Gelderland november 2018



NIEUWSBRIEF AFRIKAANSE VARKENSPEST

Op 12 oktober werd in België een uitbraak van Afrikaanse Varkenspest (hierna: AVP) geconstateerd. Vanaf dat moment is er intensief overleg geweest tussen het ministerie van LNV (hierna: ministerie), de provincies en faunabeheereenheden waar populaties wilde zwijnen voorkomen. In deze extra nieuwsbrief geven wij u de belangrijkste handvatten die op dit moment van belang zijn. Achtereenvolgens nemen wij u kort mee in het met de provincie opgestelde uitvoeringsdraaiboek AVP, de afhandeling van verdachte sterfgevallen onder wilde zwijnen en de verruimde mogelijkheden ten behoeve van de reductie van wilde zwijnen in en buiten leefgebieden.

Uitvoeringsdraaiboek AVP

De FBE is deze zomer in samenwerking met de provincie een traject gestart om een uitvoeringsdraaiboek AVP op te stellen. Deze ligt inmiddels klaar voor bestuurlijke vastlegging.

Het uitvoeringsdraaiboek is geschreven om praktische handvatten te bieden tijdens de verschillende fases van AVP, zoals gesteld in het landelijke beleidsdraaiboek van het ministerie.

Voor het landelijke beleidsdraaiboek AVP klik hier.

De aandachtsfase, verdenkingsfase, crisisfase en nafase zijn in het uitvoeringsdraaiboek nader uitgewerkt.

In de aandachtsfase (fase waar we nu in verkeren) worden de verschillende communicatielijnen toegelicht en wordt het belang van het naleven van de nulstand en behalen van de doelstand benadrukt. Daarnaast wordt er informatie gegeven over wat een verdachte situatie is en hoe er gehandeld dient te worden. Over hoe te handelen bij zieke en dood gevonden wilde zwijnen zie hieronder.

De crisisfase gaat in op het moment dat er een uitbraak van AVP (wild zwijn of tam varken) in Nederland is. Als er een uitbraak in provincie Gelderland is geconstateerd zal het besmette gebied direct gesloten worden.

LNV heeft hierin de regie en zal jacht, beheer en schadebestrijding voor alle diersoorten opschorten

Wie zorgt voor de monstername?

Een AVP-coördinator zal ter plekke bepalen of het om een verdacht wild zwijn gaat, dat zijn kadavers die geen sporen vertonen van een aanrijding, afschot of stroperij. Verdrinkingen zijn altijd verdacht; door AVP krijgen de dieren dorst en kunnen door verzwakking in het water terecht komen en verdrinken.

De coördinator zal van het kadaver een monster afnemen, de NVWA zorgt voor de verdere afhandeling. Het kadaver blijft als biomassa achter in het veld. Bij meerdere dode zwijnen zorgt de NVWA voor de monstername. Het resultaat van het onderzoek zal aan de jachthouder worden medegedeeld. Bij een positieve uitslag zal het ministerie maatregelen treffen.

Monitoringsonderzoek wilde zwijnen

Van ieder geschoten wild zwijn in een nulstandgebied dient een gekwalificeerd persoon een bloedmonster af te nemen. Dit in het kader van het monitoringsonderzoek besmettelijke veeziekten bij wilde zwijnen. De GP-er beoordeelt of het zwijn voor consumptie geschikt is.

Jacht op alle diersoorten opschorten. Zij hebben een Europese verplichting om een besmet gebied in te stellen met daaromheen een bufferzone. LNV is tevens verantwoordelijk voor het opstellen van een monitoringsplan. In het uitvoeringsdraaiboek is een uitgebreid compartimenteringsplan uitgewerkt. Hierin staat hoe de Veluwe opgedeeld zal worden in verschillende compartimenten, dat ecoducten en wildpassages worden gesloten en dat tijdelijke rasters worden geplaatst om gebieden volledig te sluiten. In deze fase wordt ook extra informatie verstrekt over het aangepaste beheer in besmette gebieden en hoe om te gaan met wilde zwijnen kadavers.

In de nafase worden de gestelde maatregelen en beperkingen afgebouwd en de handelingen tijdens de crisisfase geëvalueerd. Tot slot is het ministerie verantwoordelijk voor het vrij verklaren van een besmet gebied.

Afhandeling zieke en verdachte dood gevonden wilde zwijnen

Een snelle detectie van een besmetting van AVP is zeer belangrijk om verspreiding van het virus te beperken. Het naleven van het nulstandbeleid en het behalen van de doelstanden in het leefgebied de Veluwe zijn belangrijke preventieve maatregelen; geen of een lage stand van wilde zwijnen verlagen immers het risico op verspreiding van AVP.

De FBE heeft in oktober iedere WBE voorzien van een nulstandmachtiging wild zwijn. De WBE heeft iedere jachthouder die over een geschikt kogelgeweer beschikt de machtiging verleend, zodat ieder waargenomen wild zwijn direct geschoten kan worden.

Wat als u een ziek wild zwijn schiet?

Besmetting van AVP bij zwijnen leidt tot algemene symptomen zoals koorts en verzwakking, diarree en bloedingen. Een besmet dier is weinig bewegelijk, vertoont een verminderde neiging tot vluchten en is gedesoriënteerd. De ziekte leidt binnen een week tot de dood.

Schiet u een vermoedelijk ziek wild zwijn, belt u dan direct met de AVP-coördinator op nummer 06-53 14 72 04. U blijft op minimaal 5 meter afstand van het kadaver, markeert de afschotplek en geeft de coördinaten door. U hoeft de komst van de AVP-coördinator niet af te wachten.

Wat als u een dood gevonden wild zwijn vindt?

Iedereen die in het bos wandelt, heeft een kans een dood gevonden wild zwijn te vinden. Ook in deze gevallen dient u direct de AVP-coördinator op nummer 06-53 14 72 04 te bellen. Wandelaars kunnen via de boswachter, terreineigenaar of de NVWA de melding doorgeven. Ook in dit geval blijft u op minimaal 5 meter afstand van het kadaver en markeert u uw plek met bv. een papieren zakdoekje. Indien mogelijk geeft u de coördinaten door. U hoeft niet de komst van de AVP coördinator af te wachten.

Wat als u op een plek twee of meerdere dode wilde zwijnenaantreft?

Meerdere dode wilde zwijnen bij elkaar worden als zeer verdacht aangemerkt. U dient direct de NVWA te bellen op nummer: 0455-46 31 88. Ook in dit geval blijft u op afstand en markeert u uw plek of geeft u de coördinaten door.

Extra middelen die worden toegestaan

Provincies en faunabeheereenheden hebben verzocht tot uitbreiding van middelen. Het betreft de bewegingsjacht en het gebruik van de geluiddemper. Op 19 oktober heeft het ministerie de regeling gepubliceerd waarin de bewegingsjacht in de vorm van 6 op 6 met drie aangelijnde honden is toegestaan. Dit houdt in dat zes jagers zich in het veld mogen opstellen en dat zes drijvers met drie aangelijnde honden de wilde zwijnen rustig in beweging brengen. Deze handeling is alleen toegestaan buiten de leefgebieden van het wilde zwijn, de zogenaamde nulstandgebieden. (zie kaart bijlage 1 van de regeling).

Door de Jagersvereniging is een handleiding opgesteld die een goede eerste aanzet is in relatie tot de veiligheid en organisatie van een dergelijke handeling. De FBE adviseert de handeling te laten coördineren door een jachtaktehouder met grote ervaring op het gebied van bewegingsjacht. De betrokken uitvoerders dienen naast de juiste kalibers ook voldoende vaardigheden te hebben voor het schieten van lopende wilde zwijnen.

Print Friendly, PDF & Email

Reacties zijn gesloten.