Vijf vollegrondsgroentetelers in West-Friesland zijn gestart met een pilot om de schade door houtduiven terug te dringen. Professionele jagers verjagen de vogels twee keer per dag en passen waar nodig ondersteunend afschot toe. De proef volgt op een beleidswijziging van de provincie Noord-Holland, die sinds maart geen vergoeding meer verstrekt voor houtduivenschade.
De provincie verwacht dat ondernemers de schade actief kunnen voorkomen. Tegelijkertijd moet de pilot gevalideerde gegevens opleveren die als basis kunnen dienen voor toekomstig beleid.
Vollegrondsgroenteteler Roel Bakker uit Wervershoof Noord-Hollandziet de schade al jaren toenemen.
“Dat is misschien wel het verraderlijke van dit probleem. Elk jaar wordt het iets erger en als ondernemer groei je daar ongemerkt in mee. Achteraf denk je: hoe hebben we het zover kunnen laten komen?”
Pleister op een veel grotere wond
Op zijn huisperceel laat Bakker zien wat houtduiven kunnen aanrichten. Op de plek waar enkele weken eerder een stuk afdekdoek was weggewaaid, is het gewas vrijwel volledig verdwenen.
Bij een recent ingeplant perceel plaatst hij glinsterende molentjes, een van de middelen die volgens de regels verplicht zijn voordat ondersteunend afschot mag worden ingezet.
“Die molentjes doen eigenlijk niets, maar ze zijn wel een vereiste.”
Pilotcoördinator Raymond Zutt wijst naar een nabijgelegen bomenrij.
“Daar zitten de houtduiven veilig. Zodra ze voedsel zoeken, vliegen ze zo het perceel op.”
Volgens Bakker is dat precies het probleem. Jarenlang probeerden telers de schade te beperken met doeken, linten, knalapparaten en andere werende maatregelen.
“Dat kost veel geld en arbeid, maar het biedt onvoldoende bescherming. Op een gegeven moment lag bijna alles onder doek. Ganzen lopen eroverheen, duiven kruipen eronder en ondertussen krijgen we problemen met onkruid, schimmels en insecten. Het is geen oplossing, hooguit een pleister op een veel grotere wond.”
Miljoenenprobleem
Het besluit van de provincie om de schadevergoeding af te schaffen zorgde voor veel onrust in de sector. In 2025 werd in Noord-Holland nog ruim 9 miljoen euro aan schade vergoed. De vijf deelnemers aan de pilot ontvingen daarvan gezamenlijk ruim 1 miljoen euro.
Volgens Bakker draait het niet in de eerste plaats om de vergoeding.
“Wij willen gewoon een goed gewas telen, oogsten en leveren aan onze afnemers. Daarom ben ik blij dat we nu eindelijk iets kunnen doen.”
Zutt, voormalig jager, bestuurder binnen de wildbeheereenheid en projectmanager, vormt de schakel tussen telers, jagers, provincie en andere betrokken partijen.
“Dit is een gevoelig onderwerp. Telers zien hun gewassen verdwijnen, terwijl ook overheden, natuurorganisaties en omwonenden meekijken. Daarom is het belangrijk dat we met elkaar in gesprek blijven.”
Professionele aanpak
Het pilotgebied is verdeeld in een noordelijk en een zuidelijk deel. Twee professionele jagers rijden dagelijks een vaste route langs de deelnemende percelen.
Volgens Zutt vraagt de omvang van het probleem om een andere aanpak dan in het verleden.
“Lokale jagers doen ontzettend hun best, maar houtduiven zijn er iedere dag. Verjaag je ze ’s morgens, dan zijn ze ’s middags vaak alweer terug.”
Bakker vult aan:
“Schadebestrijding rust nu grotendeels op vrijwilligers die dit naast hun werk doen. Zo’n miljoenenprobleem kun je niet alleen bij hen neerleggen.”
Zutt begrijpt dat de inzet van professionele schadebestrijders soms gevoelig ligt.
“Sommige jagers zien ineens professionals actief worden in gebieden waar zij al jaren komen. Tegelijkertijd ziet vrijwel iedereen dat de schade zo groot is geworden dat extra inzet nodig is. Uiteindelijk hebben we hetzelfde doel: de schade terugbrengen zonder de natuur uit balans te brengen.”
Eerste resultaten voorzichtig positief
Hoewel de pilot nog loopt, zijn de eerste signalen volgens Zutt bemoedigend.
Percelen waar regelmatig afschot plaatsvindt lijken minder aantrekkelijk te worden voor houtduiven.
“Op veel plekken zijn de vogels gewend geraakt aan linten, molentjes en knalapparaten. Afschot heeft een afschrikkend effect. Als ze ergens gevaar ervaren, blijven ze langer weg.”
Data als basis voor nieuw beleid
De pilot draait niet alleen om schadebeperking, maar ook om het verzamelen van betrouwbare gegevens.
Volgens Zutt wordt in landelijke discussies vaak verwezen naar cijfers die wijzen op een afnemende houtduivenpopulatie, terwijl telers in West-Friesland juist een sterke toename ervaren.
“Veel tellingen vinden plaats voordat er voldoende voedsel op de akkers beschikbaar is. Dan verblijven de duiven vooral in bosgebieden en worden ze nauwelijks geteld. In de praktijk ervaren telers hier juist dat de aantallen fors zijn toegenomen.”
Bakker hoopt dat de sector lessen trekt uit het verleden.
“We hebben het te lang laten oplopen. Dat moeten we erkennen. Maar boos blijven helpt niet. We moeten laten zien wat werkt. Als deze pilot dat kan aantonen, hebben we eindelijk een basis om verder te komen.”
Pilot moet bouwstenen leveren voor nieuw beleid
De pilot loopt tot en met juli en wordt gefinancierd door de provincie Noord-Holland en de deelnemende telers.
Tijdens de proef worden onder meer schadecijfers, waarnemingen van houtduiven, de inzet van jagers en de resultaten van verschillende maatregelen vastgelegd. Die gegevens moeten duidelijk maken welke aanpak daadwerkelijk effectief is.
Een belangrijke voorwaarde is dat telers schade blijven melden bij BIJ12, ook al staat daar momenteel geen vergoeding meer tegenover.
Volgens Zutt is juist die registratie essentieel.
“In het verleden werd veel schade wel ervaren, maar niet gemeld. Terwijl beleid uiteindelijk wordt gebaseerd op cijfers en feiten. Zonder data verandert er niets.”
Taxateurs van BIJ12 nemen de schade tijdens de pilot kosteloos op. Die objectieve gegevens moeten inzicht geven in de omvang van het probleem én het effect van de gekozen aanpak. Als de resultaten positief zijn, kan gecoördineerde schadebestrijding in de toekomst mogelijk op grotere schaal worden ingezet.
Bron:Nieuwe oogst






