De landbouwschade door ganzen in Noord-Holland loopt op. Percelen raken kaalgevreten, opbrengsten staan onder druk en schadeclaims nemen toe. Tegelijkertijd groeit het aantal ganzen in de provincie. De provincie vraagt daarom om een forse verhoging van het afschot.
Voor jagers, boeren en terreinbeheerders betekent dat een gezamenlijke opgave. Hoe organiseer je effectief beheer binnen de wettelijke kaders? En wie draagt welke verantwoordelijkheid?
Op 14 februari organiseerden de kwartiermakers van Noord-Holland daarom het Brede Gesprek over ganzenbeheer in Hoeve Voorzorg in Zwanenburg. Zo’n vijftig jagers, boeren, bestuurders en de FBE komen bijeen.
Niets doen is geen optie

Kwartiermakers Vincent Audiffred en Iona van Lunteren ontvangen de aanwezigen. Kwartiermaker Miron Bilski opent de middag. Hij schetst de omvang van het probleem en het bestuurlijke vraagstuk dat er ligt. “Niets doen is geen optie meer,” zegt hij. De opdracht vraagt om samenwerking tussen partijen die elkaar nodig hebben.
De wet zegt nee, tenzij
Patty Laan van de FBE Noord-Holland zet het juridische kader uiteen. Beheer mag alleen wanneer schade aantoonbaar is en wanneer onderbouwd kan worden dat maatregelen effect hebben. “De wet zegt nee, tenzij,” zegt zij. Dat vraagt om zorgvuldige registratie van schade en van de juiste soort.
Zij maakt onderscheid tussen schadebestrijding en populatiebeheer.
Schadebestrijding richt zich op acute situaties in het veld.
Vanuit de zaal worden vragen gesteld over de inzet van beroepsschutters. De term ‘schietteams’ valt. Patty maakt bezwaar tegen die benaming, ze spreekt liever over beroepsschutters die in opdracht van de FBE werken binnen de wettelijke kaders bij TBO’s. Volgens haar draait het om zorgvuldige uitvoering en duidelijke afspraken. Populatiebeheer vraagt om een langere termijnstrategie en werkt binnen vastgestelde ondergrenzen. Wat wordt afgesproken moet binnen de wet passen. Echt resultaat boeken met effectief beheer vereist vooral samenwerking en coördinatie van alle betrokken partijen.
Zo doet Texel het
Vervolgens krijgt Dirk de Lugt, voorzitter van de afdeling Texel bij LTO Noord, het woord. Hij vertelt hoe Texel het beheer heeft georganiseerd. Provincie, landbouw en natuurorganisaties erkenden daar gezamenlijk het probleem en startten een pilot.
Grondgebruikers leverden vrijwillig één euro per hectare. Op Texel ging het om ongeveer 8.000 hectare. Zo ontstond een gezamenlijke pot om het beheer te ondersteunen. Er werd jachtveld overstijgend gewerkt, met focus op effectief afschot in het voorjaar. De partijen spraken een meerjarige samenwerking af en kozen voor een structurele aanpak.
Volgens De Lugt maakte juist die gezamenlijke verantwoordelijkheid het verschil. Hij benadrukt dat het verhaal alleen klopt als wat er wordt geschoten ook daadwerkelijk wordt benut. “Als we alles wat we schieten zoveel mogelijk weer terugbrengen in de voedselketen, dan is het kringetje rond.” De FBE plaatst daarvoor onder meer koelingen, zodat geschoten ganzen bewaard en verwerkt kunnen worden.
Je hebt het zelf in de hand
Na Dirk krijgt Jack Rijlaarsdam het woord, hij is melkveehouder en bestuurder bij LTO Noord. Hij benoemt wat hij onder jagers hoort: frustratie over regels, over administratie en over hoe het systeem slecht werkt. Een veelgehoorde klacht is dat boeren een schade-tegemoetkoming ontvangen terwijl jagers het uitvoerende werk doen en daar zelf tijd en kosten in steken. “De boer strijkt bakken met geld op. En de jager moet het werk doen,” vat hij dat gevoel samen. Tegelijkertijd plaatst hij er nuance bij: het gaat om een tegemoetkoming die lang niet alle schade dekt. Boeren willen zo min mogelijk schade.
Volgens Jack hoeft dat geen blokkade te zijn. Hij ziet dat boeren bereid zijn om bij te dragen aan beheer, zoals op Texel gebeurt. “Ga gewoon het gesprek aan,” zegt hij. “Leg het probleem bij hen neer.”
Daarna maakt hij het praktisch. Zitten er ganzen op een perceel, dan kun je elkaar bellen. Of een bericht sturen in een appgroep. Snel schakelen. Afstemmen. Ligt er een groep ganzen een kilometer het land in, vraag dan of iemand met een trekker kan helpen. “Je hebt het zelf in de hand,” zegt hij.
Volgend jaar weer?
Na een pauze volgt een levendige discussie. Als aan het einde van de bijeenkomst kwartiermaker Roderik Benoist vraagt of dit gesprek volgend jaar een vervolg moet krijgen, reageren de aanwezigen instemmend.
Het gesprek gaat verder tijdens de borrel met wildhapjes – waaronder gans.






