Hoofdstuk | Artikel | Tekst omschrijving Wet | Opmerkingen/Commentaar/voorstellen |
Algemeen | 1.1 | Opnemen in de omschrijvingen | - Geen andere bevredigende oplossing
; Geen andere bevredigende oplossing betekent als er geen alternatieve oplossing is om het probleem op te lossen, die met objectieve en verifieerbare factoren dienen te zijn onderbouwd, zoals wetenschappelijke en technische feiten. - Bijzondere weersomstandigheden
; KNJV voorstellen - Grondgebruiker:
degene die gerechtigd is de grond te gebruiken, hetzij als eigenaar, hetzij krachtens een pachtovereenkomst, hetzij met een beperkt recht
(In Nederland wordt 43% van de landbouwgrond niet door de eigenaar gebruikt.19% van alle landbouwgrond wordt via een regulier contract verpacht. Vervolgens zijn enkele procenten liberaal verpacht en in erfpacht uitgegeven. Niet geregistreerde pacht oftewel zwarte mondelinge pachtafspraken betreft ruim 24% van het totale landbouwareaal. en kunnen dan ook hun schade bestrijden of voorkomen); opnemen als gerechtigde. - Wildbeheereenheid:
een rechtspersoonlijkheid bezittend samenwerkingsverband van jacht(akte)houders en anderen dat tot doel heeft te bevorderen dat jacht, beheer en schadebestrijding, al dan niet ter uitvoering van het door de faunabeheereenheid opgestelde faunabeheerplan, dat door de leden gecoördineerd wordt uitgevoerd in het werkgebied van de wildbeheereenheid (Wbe). - Werkgebied Wbe ivm beheer- en schadebestrijding en uitvoering jacht;
geen perceels -maar gebieds bestrijding en beheer van diersoorten. - Schadebestrijding ( belang grondgebruiker en Flora- en Fauna
)‘’ is wat de grondgebruiker mag doen om op zijn grond schade aan zijn eigendommen en aan flora en fauna te voorkomen. Dit moet ook gelden voor de aanwezige flora- en fauna in een gebiedop gebiedsniveau. - Beheer diersoorten
is een algemeen belang en wordt uitgevoerd door zogenoemde faunabeheereenheden (erkende verbanden van jachthouders) op basis van een faunabeheerplan, goedgekeurd door gedeputeerde staten. In de faunabeheereenheden zijn alle type grondgebruikers/grondeigenaren vertegenwoordigd (jagers, landbouwers,grondeigenaren, terreinbeherende natuurorganisaties) en daarmee ook de relevante belangen in het faunabeheer: de jacht, landbouw en natuur en flora- en fauna, dit ivm duidelijk verschil met de jacht belang van de jachthouder - "internationale verplichtingen",
Indien er sprake is van het over en weer aangaan en nakomen van EU afspraken dan moet de "natuurwet" vooral de "harmonisatie" opzoeken in EU verband. Om nationaal en eenzijdig internationale verplichtingen, buiten de "bindende besluiten" aan te gaan vindt de PAN/NOJG onzinnig, daar een onduidelijke reden niet gehanteerd moet worden. Met dit woordgebruik wordt gesuggereerd dat er een "verdrag" van internationale verplichtingen bestaat. Dit is zover wij kunnen nagaan niet het geval. De wet Natuur is gebaseerd op de in 1.1 genoemde verdragen. De afspraken die door Nederland gemaakt zijn moeten worden nagekomen. Niets meer of minder.
|
Gebieden | 2.5 | Gebruiker Natura 2000 gebieden | Jachthouder als eigenaar, huurder en wederhuurder van het genot van de jacht en uitvoerder "beheer- en schadebestrijding diersoorten is gebruiker van het gebied en dient daarom in de beheerplannen te worden opgenomen |
| | 2.9 lid 4 | Compenserende maatregel Natura 2000 gebied | PAN/NOJG standpunt is altijd compenseren binnen het gebied en alleen erbuiten als het gaat om een gelijk gebied met de zelfde gebiedsdoelstelling gaat. |
Soorten | 3.1. lid 4 | Storen broedvogels in broedperiode verboden | Tekst aanpassen met; Het is verboden om in de natuur vogels opzettelijk te verstoren. Dit voldoet in ruime mate, daar het overig verbod in lid 3 staat. |
| | 3.3. MvT | Ter voorkoming van belangrijke schade aan gewassen, vee, bossen, visserij en wateren strekt er niet toe dreigende schade van geringe omvang te voorkomen, omdat de bescherming ook een bepaalde omvang vereist volgens de Vogelrichtlijn, wat onder het normale bedrijfsrisico valt wordt niet beschermd | Opmerking; Criteria normale bedrijfsrisico Faunafonds; € 250 per jaar per bedrijf? PAN/NOJG vindt dat ook belangrijke schade aan de flora- en fauna omschreven dient te worden, daar hier vaak de gegevens van ontbreken, ook die hebben immers bescherming nodig conform de Habitatrichtlijn en verdrag van Bern. Bijvoorbeeld alle bodembroeders hebben heel veel te duchten van de vos. Maar hoe schade aantoonbaar maken? (de onderbouwing zoals in het Sovon predatierapport is geleverd om de vos (een EU bejaagbare soort) op de Ffwet vrijstelling te plaatsen kan als voorbeeld dienen). In artikel 3.3 zijn de belangen opgenomen op basis waarvan kan worden afgeweken van verboden. Daarbij wordt verwezen naar schade aan gewassen en vee. In de moderne landbouw vormt echter schade aan materialen en specifiek ook teelt ondersteunende voorzieningen een rol (bv. plastic in aspergeteelt, boogkassen). Boeren zouden ook graag schade hierin door verjaging willen voorkomen. Kan het belang van schade aan materialen en/of teelt ondersteunende voorzieningen worden opgenomen in de nieuwe wet, zodat verjaging (met of zonder afschot) mogelijk is? Is daarbij vanwege de Vogelrichtlijn een onderscheid nodig tussen vogels en andere fauna? |
| | 3.3 MvT | Het criterium "onder strikt gecontroleerde omstandigheden" toestaan van handelingen zoals het eierzoeken zoals alleen in Friesland in gebruik is door erkende samenwerkingsverbanden van weidevogelbeschermers. | De BFVW en ook de PAN/NOJG vindt dat onder de strikt gecontroleerde omstandigheden ook verstaan dient te worden dat het eierzoeken en nestbeschermingsmaatregelen, veel beter in tijd beperkt kan worden, dit iom de provincie en de BFVW, dan zoals nu met sms berichten en opgave in aantallen. In tijd is veel beter handhaafbaar dan in aantallen en de gehele administratie handelingen er omheen. .Ook dit is volgens ons ook de doelstelling van de wet, eenvoudiger en robuuster en een verantwoordelijkheid bij de burger leggen. . |
Faunabeheer en schadebestrijding | 3.4. | Het eerste lid is niet van toepassing ten aanzien van exoten, verwilderde dieren, de zwarte rat, de bruine rat, de huismuis, en zoogdieren van een soort ten aanzien waarvan het bepaalde bij of krachtens artikel 3.5, 3.6 of 3.9( Habitat- en Verdrag van Bern), eerste of tweede lid, van toepassing is. | - Deze mogen dus te allen tijde bestreden c.q. geschoten worden. Op grond van een JHO en/of toestemming grondgebruiker?
- De PAN/NOJG is voor een duidelijke bijlage en omschrijving van de soorten, dit is eenvoudiger en beter te handhaven en duidelijker voor een ieder, die het moeten uitvoeren en handhaven. Nu moet 2 richtlijnen nagezocht worden
|
| | 3.7 lid 3 | Ontheffing wordt alleen verleend indien er " geen andere bevredigende oplossing is" | De PAN/NOJG vindt dat deze " geen andere bevredigende oplossing is" gezien de vele juridische procedures hierover zijn gevoerd, sinds de invoering van de Ff-wet, nu duidelijk in de wet vast gelegd dient te worden, dit maakt de wet eenvoudiger en robuuster. Voorstel PAN/NOJG voor de omschrijving; - Geen andere bevredigende oplossing betekent als er geen alternatieve oplossing is om het probleem op te lossen, die met objectieve en verifieerbare factoren dienen te zijn onderbouwd, zoals wetenschappelijke en technische feiten
.Gedeputeerde staten dienen verplicht de haar bekende" Andere Bevredigende Oplossing"(ABO) voor het beheer van één of meerdere diersoorten op te nemen in de provinciale beleidsnota. Indien deze zijn aangegeven in de beleidsnota betekent dit, dat er voor de genoemde diersoort(en)waar de ABO’s zijn aangegeven, dat hiervoor niet geëist wordt, dat hiervoor een Faunabeheerplan wordt opgesteld. - GS omschrijven de ABO als alternatief voor een ontheffing
- GS zijn verantwoordelijk voor de effectiviteit van de ABO
De inzet van werende en verjagende middelen kunnen niet als een andere bevredigende oplossing worden gezien. Er is in de praktijk, geen sprake van dat de inzet van deze middelen als een alternatief voor het afschot, ter ondersteuning van verjaging, van schade veroorzakende diersoorten kan gelden. Het nut van de inzet van werende en verjagende middelen is slechts gelegen in het feit dat deze hooguit een schadebeperkende functie hebben. Er valt immers bijna niet aan te tonen dat in een hypothetische situatie waarbij in bijvoorbeeld, in 2010 geen verjagende middelen zijn toegepast de schade substantieel hoger zou zijn geweest. |
| | 3.7.lid3 | "Niet opgenomen zoals in de Ff-wet het nietigheidsbeding van de grondgebruiker | Voorstel PAN/NOJG; dit dient als recht van de grondgebruiker weer opgenomen te worden, gebieds bestrijding en beheer diersoorten i.p.v. perceelsniveau; - Voorzover krachtens a, soorten zijn aangewezen, kan bij ministeriële regeling of provinciale verordening worden toegestaan dat de grondgebruiker, in afwijking van de artikelen 3.1, 3.6en 3.9 handelingen, bedoeld in die artikelen, verricht op de door hem gebruikte gronden of in of aan door hem gebruikte opstallen ter voorkoming van in het huidige of komende jaar dreigende schade als bedoeld in het tweede lid, binnen de grenzen van het werkgebied van de Wildbeheereenheid waarin die gronden of opstallen zijn gelegen., is nietig elk beding dat de grondgebruiker de uitoefening belet van de rechten die hem krachtens die regels toekomen.
|
| | 3.11 lid 1 | Het is verboden in het wild levende zoogdieren te bemachtigen, opzettelijk te doden of met het oog daarop op te sporen | Dit dient aangevuld te worden met vogels Lid 2 spreekt immers hierover en verwijst naar lid 1 Zou dit ook niet moeten gelden voor bijvoorbeeld, de vogels, insecten en zoogdieren, die in de steden en dorpen leven en die daar op grote schaal gevangen en gedood worden door de loslopende katten? Meer dan 10 miljoen per jaar alleen al in Nederland en wat door een ieder maar als normaal wordt beschouwd? |
| | 3.11 lid 2 | Het eerste lid is niet van toepassing ten aanzien van exoten, verwilderde dieren, de zwarte rat, de bruine rat, de huismuis, en zoogdieren van een soort ten aanzien waarvan het bepaalde bij of krachtens artikel 3.5, 3.6 of 3.9, eerste of tweede lid, van toepassing is. | Dit wordt niet begrepen; vrijstelling of ontheffing?, maar hier zijn de verwijzingen met naar bijlagen met bijzonder veel beschermde soorten genoemd , dit is in conflict met de bedoeling van deze wetsvoorstellen? Tekst redigeren in overeenstemming met bedoelingen en duidelijker maken welke soorten absoluut worden vrijgesteld of een ontheffing behoeven. |
| | Artikel 3.11 MvT | Bij de bestrijding van schade en overlast dient onnodig lijden van dieren te worden voorkomen | Bij schadebestrijding en overlast; Dit houdt voor ons in dat de middelen die hiervoor ingezet worden of kunnen worden, snel inzetbaar zijn, effectief (dodelijk) en vooral selectief dienen te zijn. Hierdoor wordt dan ook onnodig lijden zoveel mogelijk voorkomen. |
3.4.Schadebestrijding en faunabeheer | Artikel 3.11 | Wildbeheereenheid en gebied Wbe niet meer vermeld zoals in huidige Ff-wet en ook niet meer als beheer- en schadebestrijdingsgebied | De Wbe is de belangrijkste uitvoerder van het gecoördineerd bestrijden en voorkomen van schade en het beheer van diersoorten in hun werkgebieden, zij dienen in de wet vermeld te worden. Ook is het belang dat de werkgebieden worden genoemd voor huidige of toekomstige schadebestrijding of voorkoming hiervan omdat hiermee wordt voorkomen dat men weer een onwerkbare situatie gaat krijgen op perceelsniveau. Diersoorten beheren wil men nu immers gebiedsgewijs uitvoeren en niet perceelsgewijs, dat is ook het toch een van de belangrijkste wijzigingen van deze wet. Voorstel PAN/NOJG: de navolgende tekst weer opnemen in de wet; De begrenzing van het werkgebied van een wildbeheereenheid wordt door de desbetreffende wildbeheereenheid vastgesteld en aangegeven op een kaart. Het werkgebied van een wildbeheereenheid strekt zich niet uit tot een gebied waarover zich de zorg van een andere wildbeheereenheid uitstrekt. Door de tussenkomst van gedeputeerde staten van de provincie of provincies waarin het desbetreffende gebied is gelegen wordt de begrenzing van het werkgebied van een wildbeheereenheid bekendgemaakt in het provinciaal blad. Artikel 3.11. Voorzover in overeenstemming met het eerste lid, , soorten zijn aangewezen, kan bij provinciale verordening worden toegestaan dat de grondgebruiker, in afwijking van de artikelen 3.1, lid 1 t/m 4 handelingen, bedoeld in die artikelen, verricht op de door hem gebruikte gronden of in of aan door hem gebruikte opstallen ter voorkoming van in het huidige of komende jaar dreigende schade als bedoeld in het tweede lid, binnen de grenzen van het werkgebied van de wildbeheereenheid waarin die gronden of opstallen zijn gelegen |
| | Artikel 3.12 lid 2 | Bij een vrijstelling ten aanzien van de diersoorten, bedoeld in artikel 1 van de Benelux-Overeenkomst op het gebied van de jacht en de vogelbescherming, wordt op grond van het eerste lid uitsluitend het gebruik toegestaan van de middelen, bedoeld in de artikelen 1 tot en met 3 van de Beschikking van het Comité van Ministers van de Benelux Economische Unie van 2 oktober 1996 inzake de vaststelling van de middelen die toelaatbaar zijn bij de uitoefening van de jacht | De PAN/NOJG vindt dit geheel onjuist dat het Benelux verdrag hier wordt vermeld . Volgens haar gaat dit alleen over de jacht en de daarbij toegestane middelen. Bij schadebestrijding of het voorkomen ervan dienen ook meer middelen te worden toegestaan dan met de normale jacht het is immers een geheel ander doel. Het gebruik van elektronische lokmiddelen, die hierbij snelle en effectieve en selectieve schade bestrijding mogelijk maken, worden hierdoor niet toegestaan. In de EU regels Habitat- en vogelrichtlijn wel toegestaan, daar mogen alleen geen elektronische middelen gebruikt worden voor het doden van diersoorten. Gebruik kunstlicht bij vossen en elektrisch bewogen lokvogels en geluiden. Bijvoorbeeld De duivenmolen in België wel toegestaan voor de schadebestrijding en voorkoming van houtduiven (Jachtvoorwaardenbesluit Vlaanderen, HOOFDSTUK IV) . waarom hier niet is toch ook de Benelux? (De lidstaten behoeven alleen op toe te zien dat het behoud of het bereiken van een gunstige staat van instandhouding van die soorten gewaarborgd blijft. Als aan die voorwaarde is voldaan, kunnen op basis van dit artikel regels worden gesteld over het onttrekken aan de natuur en de exploitatie. Dus ook het gebruik van de toegestane middelen, zoals in de ons omringende EU-landen. |
| | Artikel 3.14 MvT | De eisen aan het faunabeheerplan zorgen er voor dat het plan een goede basis kan vormen voor langdurig beheer. | Hieraan dienen ook de jachtrechten te worden gekoppeld waardoor de minimum looptijd tenminste 6 jaar of langer dient te zijn om langdurig beheer van dezelfde jachthouders mogelijk te maken, die ook de deelnemers zijn van een Faunabeheereenheid. De regels over de duur zijn geschrapt omdat dit een onnodige inperking vormt van de contractvrijheid tussen huurder en verhuurder. Deze minimum duur voorkomt onnodig veel onderhandelingen en onrust tussen de grondeigenaar/gebruiker en de jachthouders voor de continuïteit van een jachtveld Dus geen JHO die korter van duur zijn dan minimaal 6 jaar, dit is niet in het belang van een goed wild- en faunabeheer in Nederland ondanks de verplichting om die in je veld te handhaven . Continuïteit is het belangrijkste uitgangspunt voor een goed wildbeheer en om er in te investeren, dit kan niet van jaar tot jaar, dat is echt denken van achter de groene tafel en niet gestoeld op enige kennis hoe dit in praktijk toegaat. Veel TBO’s zullen hiervan gebruik maken en alleen nog maar van jaar tot jaar de jacht en het wildbeheer evt. toestaan Denk hierbij ook maar eens aan het in dienst nemen van een BOA als je niet weet hoe lang je nog de jachtrechten kunt verkrijgen, dan dient zes jaar het minimum te zijn en dat is al veel te kort. |
| | Art 33 | De regels over wederverhuur zijn geschrapt in dit wetsvoorstel, omdat de oppervlakte-eis voor het gebruik van het geweer voor de jacht onverkort blijft gelden en er op die wijze een situatie van overmatige bejaging wordt voorkomen. | Weder verhuur van jachtrechten is nodig om aaneengesloten jachtvelden te kunnen verkrijgen in de bestaande Wbe’s , dit gebeurt vaak door de leden van een Wbe aan de Wbe waardoor een groot jachtveld wordt verkregen of van de Wbe aan haar leden om de gronden die zij heeft gepacht weer in te brengen in hun jachtvelden. Welke regels gaan hierbij dan gelden ( eenmalige doorverhuring, kortere tijd dan de overeenkomst etc) |
| | Art 33 | Voorts is de regeling voor de gevallen waarin het toegestaan is om met toestemming van de jachthouder te jagen in diens jachtveld vereenvoudigd. Als dat in gezelschap van de jachthouder gebeurt, dan is volgens het geldende wettelijke regime de toestemming van de jachthouder vereist (PM art 36 lid 1. Flora- en faunawet). Deze toestemmingseis wordt met dit wetsvoorstel geschrapt, omdat die toestemming al voldoende blijkt uit de handeling zelf | De toestemming heeft van de jachthouder tot uitoefening van de jacht in een jachtveld (de huidige artikel 36 lid 2 toestemming) Het gaat hierbij dit voorstel niet alleen om de handeling zelf(jagen) maar op welke gronden moet een jachtaktehouder dan zijn jachtakte aanvragen , indien hij zelf geen eigen jachtveld heeft en vaak alleen op uitnodiging kan en mag jagen. Dit gebeurt nu op een artikel 36 lid 1 toestemming(in gezelschap van de jachthouder) in meer dan 40% van alle jachtakten aanvragen. De regels van het jachtbesluit zijn niet bekend. De toestemming buiten de jachthouder zijn immers gebonden aan de 40 ha regeling en dus beperkt in aantal. |
Jacht | Artikel 3.17 lid 2 | Bejaagbare soorten | Artikel 3.17 Criteria Jacht; . Er dient nog een derde reden te worden opgenoemd overige diersoorten die wel is waar niet benut worden maar die wel in het kader van het Faunabeheer bejaagd dienen te worden om hun stand te kunnen beheren om faunaschade te voorkomen. Hierbij geldt bijvoorbeeld Vos 1 september tot 15 febr.Zwarte kraai en kauw het gehele jaar. De criteria en redenen voor de jacht en beheer gelden ook voor deze soorten. Ook in de omringende landen worden deze diersoorten als bijzondere bejaagbare (wild)soort genoemd. De exoot de Canadese gans is opgenomen in de lijst bejaagbare soorten. Dit impliceert een instandhoudingsdoelstelling. Is het niet beter om de Canadese gans te benoemen als exoot . |
| | Artikel 3.17 lid 3 | De jachthouder doet datgene wat een goed jachthouder betaamt om een redelijke stand van de in zijn jachtveld aanwezige bejaagbare soorten te handhaven dan wel, bij het ontbreken daarvan, te bereiken en om schade door in zijn jachtveld aanwezige bejaagbare soorten te voorkomen | Betekent dit dat de jachthouder ook verantwoordelijk gesteld kan worden voor de "wild" schade. Denk hierbij aan de schade door de ganzen en wilde zwijnen, de regeling wordt nu van het rijk doorgeschoven naar de provincies. Deze zullen volgens de PAN/NOJG niet alleen de beleids-en uitvoeringsverantwoordelijkheid moeten accepteren maar ook de schadeverantwoordelijkheid van de bejaagbare soorten die nu nog geen wildsoort zijn en niet volgens de wetsvoorstellen kunnen neerleggen bij de jachthouders of er moet een overgangsperiode komen waarin met voldoende en geschikte middelen en tijd, de huidige probleemsoorten zoals de gans en wild zwijn naar de gewenste beheerstand kan worden teruggebracht. Ook dient dan goed nabuurschap van de eigenaren/grondgebruiker van de Natuurterreinen en Natura 2000 gebieden te worden vastgelegd in de wet als een verplichting. Van de jachthouder mag verwacht worden dat alleen een plicht van hem kan worden verwacht "naar redelijkheid en billijkheid". Het beleidsmatig bepalen en behalen van redelijk haalbare streefstanden moet in een overgangsregeling worden vastgelegd. Alleen als er voldoende beleidsruimte is om naar redelijkheid en billijkheid te kunnen handelen om het door "achterstallig onderhoud" ontstane overschot van bepaalde probleemdiersoorten te verhelpen mag verwacht worden dat de jachthouder hieraan kan voldoen. Vooropgesteld dat de jachthuurovereenkomst voldoende (zes jaar of meer) ruimte biedt. |
| | Artikel 3.18 lid 3 | het gebruik van munitie, waarbij ook rekening wordt gehouden met belangen van veiligheid, volksgezondheid, welzijn en milieu. | Hieraan dient toegevoegd te worden en het dodelijk effect op de te bejagen, bestrijden of te beheren diersoort. Bijv.; staalhagel is nu nog steeds afgeleid van de lodenhagel die in diameter en shockeffect niet te vergelijken met de staalhagel. Bij staalhagel dient deze groter te zijn , als grootte voor bijvoorbeeld de jacht op ganzen dient staalhagel nr: 4,5 mm te zijn en niet onze 3,5 mm dit wordt in de US ook als zodanig voorgeschreven voor de ganzen omdat deze dodelijker en dus diervriendelijker jacht mogelijk maakt en onnodig lijden hiermee wordt voorkomen, zoals ook in de MvT wordt aangehaald. . |
| | Artikel 3.19 lid 2 | Openings en sluitingstijden jacht en soort Provinciale staten bepalen bij verordening in hoeverre de jacht op een bejaagbare soort is geopend. | De PAN/NOJG vindt dit een slecht voorstel om dit door de provincies te laten bepalen, omdat hierdoor vooral in Nederland grootte verschillen kunnen gaan ontstaan in de benutting van de jachtrechten. Zij is voorstander van een Ministeriële beschikking net zoals nu in de Ff-wet is opgenomen. Alle provinciale verordeningen zullen weer voor B&B aangevochten worden, dus nog meer rechtszaken, het streven is immers naar een robuuste wetgeving met een verantwoordelijkheid van de burger die niet door de rechter wordt bepaald zoals nu vaak het geval is, bij de provinciale ontheffingen, aanwijzingen of vrijstellingen Alleen bij bijzondere omstandigheden ( lokale situaties) kan de provincie de jacht sluiten zoals nu ook is bepaald in de Ff-wet. |
| Artikel 3.19 lid 2 | Bij algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld over de uitoefening van de jacht, indien die noodzakelijk zijn ter uitvoering van internationale verplichtingen. | Voorstel PAN/NOJG wijzigen in: Bij algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld over de uitoefening van de jacht, indien die noodzakelijk zijn om de afspraken die Nederland in internationale verdragen, genoemd in art. 1.1, heeft gemaakt na te komen. Er is nu geen enkel verdrag dat spreekt over een internationale verplichting. Zie tekstvoorstel . algemene bepalingen 1.1.Dit is de "valkuil" in het akkoord van Ganzen 7. Hiermee sluit Vogelbescherming, al wapperend met het akkoord, de jacht op (1.000.000 ha grasland ) grauwe ganzen en kolganzen tussen 1 november en 15 februari. En wenst vervolgens dat Nederland afstand neemt van wat is afgesproken in het verdrag van Bonn, trekganzen moeten in de gelegenheid zijn "om op te vetten" voordat zij naar het broedgebied trekken, en wenst nota bene de jacht in de cruciale maand maart op trekganzen te openen onder het mom van "internationale verplichtingen" . |
| | Artikel 19 lid | Sluiting jacht in bijzondere weersomstandigheden | Ook hier dient in een ministeriële regeling te worden omschreven wat de criteria hiervoor dienen te zijn. Omdat anders al bij de eerste vorst of sneeuwvlok de jacht wordt gesloten en zeker omdat dan in gehele land weer andere regels zullen gaan gelden per provincie. Duidelijkheid in deze maakt de wet robuuster en duidelijker |
| | Artikel 3.22 | Jachtakte( duur jachtakte) | De minister heeft in het verleden toegezegd om de duur van een jachtakte te verlengen van 1 naar 3 jaar de PAN/NOJG vindt dat dit ivm minder administratieve lasten ook doorgevoerd dient te worden in de nieuwe wet en hieraan dienen dan ook de duur van de verzekeringspolissen/bewijzen aangepast te worden. |
| | Artikel 3.22 lid 2 | Jachtexamen (overgangsregeling) | Jachtakte Overgangsregeling (FF-wet en Jachtwet) voor degene die nooit een jachtexamen hebben gedaan en reeds vele jaren hun jachtakte hebben, dit geldt voor alle oudere jagers die reeds voor 01-1-1977 in het bezit waren van een jachtakte. Men kan deze oudere jagers niet nu ineens gaan verplichten om jachtexamen te doen. |
| | Artikel 3.22 lid 4 | Jachtexamen (erkenning buitenlandse jachtexamens) | Hiervan dient in een bijlage door de minister te worden vermeld welke landen wel zijn erkend als gelijkwaardig voor het jachtexamen. Dit voor de duidelijkheid aanvragers. |
| | Artikel 3.23 | Verzekeringsbewijs bij aanvraag jachtakte | Duur jachtakte en duur verzekeringspolis/bewijs dienen minimaal gelijk te zijn, dus niet laten overlappen. Het bedrag dekking dient ook in EU verband vastgelegd te worden. Dit ivm controle bij aanvraag jachtakte. Hoe moet iemand die via een jagersorganisatie collectief is verzekerd dit aantonen bij de aanvraag van zijn jachtakte? Een cpl polis tonen of alleen een polisnr en verzekeringsmaatschappij met looptijd polis vermelden op het aanvraagformulier? |
| | Artikel 3.26 MvT | Het voorgestelde artikel 3.26, tweede lid, bepaalt voorts dat provincies bij het verlenen van een vrijstelling voor schadebestrijding moeten bepalen welke middelen uit de Benelux-beschikking gebruikt mogen worden. | Middelen Schadebestrijding De PAN/NOJG vindt dat de Benelux-beschikking als onnodig omdat hier alleen de middelen voor de jacht worden opgesomd en niet voor schadebestrijding, zo staat het ook in de beschikking duidelijk aangegeven. De uitspraak van 2008 is volgens haar een belangrijk punt wat duidelijk aandacht aan besteed moet worden en ook de politiek overtuigd moet worden dat die uitspraak heel veel blokkeert om effectieve schadebestrijding en beheer van diersoorten te kunnen uitvoeren. Immers in het besluit Beheer en Schadebestrijding diersoorten zijn ook meer middelen toegestaan dan met de normale jacht. |
| | Artikel 3.27 lid 2 | Een ieder verhindert dat een dier dat hem toebehoort of onder zijn toezicht staat, in het veld dieren opspoort, doodt, verwondt, vangt of bemachtigt. | De PAN/NOJG vindt dat de woorden in het veld verwijdert dient te worden. Een ieder is verplicht te verhinderen dat een dier dat hem toebehoort of onder zijn toezicht staat, dieren opspoort, doodt, verwondt, vangt of bemachtigt. Ook onze huisdier als de kat veroorzaakt jaarlijks een ecologische ramp (miljoenen stuks)onder de vogels, zoogdieren en reptielen die in de bebouwde kommen leven, hierdoor is ook aan deze ramp iets te doen. Nu is het in de steden en dorpen alles mag want het is immers geen veld. Deze wet legt ook een zorgplicht op die hierdoor wordt ondersteund . |
Hoofdstuk 6 | Financiële bepalingen | | Goed nabuurschap; Om gewasschades te beperken dient in het kader van jacht, beheer en schadebestrijding aandacht te worden besteed aan goed nabuurschap. Het moet mogelijk zijn om in bepaalde situaties de gewasschade en flora-en faunaschade te verhalen op een buurman die zorgt voor de extreme overlast van fauna.(Terreinen TBO’s). De jachthouder van welke origine dan ook moet aan te spreken zijn op het uit zijn beheerd gebied komende bejaagbare en te beheren soorten. Ook moeten er duidelijke criteria worden gegeven wanneer een jachthouder aansprakelijk is voor uit zijn beheerd gebied uittredende grote hoefdieren naar en op de openbare weg. Vanzelfsprekend met als uitgangspunt "redelijkheid en billijkheid" gekoppeld aan streefstanden van populaties . Ook dit kan worden gekoppeld aan art. 162 van Boek 6 van het Burgerlijk wetboek. |
HOOFDSTUK 8. BEHOUD BIODIVERSITEIT EN MONITORING | Artikel 8.1 | De provincies dragen zorg voor de biologische diversiteit door het treffen van passende maatregelen voor het in stand houden van de natuurlijke habitats en de wilde flora en fauna op hun grondgebied. | Hoe gaat de provincie dit toetsen en welke criteria en nulmetingen zullen hierop van toepassing zijn en wie gaat dit uitvoeren? |
9. OVERIG | Overig | Tegen een op grond van deze wet genomen besluit, met uitzondering van een besluit als bedoeld in artikel 7.4, kan een belanghebbende beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. | Dit betekent dat de wet boter zacht is gemaakt en ook ieder besluit door GS , wildsoorten, jacht openingstijden, vrijgestelde of aangewezen diersoorten of ontheffingen uitvoering handhaven nulstand exoten, verwilderde diersoorten vatbaar is voor beroep en bezwaar. De PAN/NOJG vindt dit een onaanvaardbare zaak die de staat maar ook de betrokkenen onnodig veel geld en werk gaat kosten. Dit fenomeen is immers gedurende de evaluatie van de Ffwet aan de oppevlakte gekomen en mede om deze reden is besloten de Wet Natuur te maken. Overigens, welke categorie bezwaarmakers hebben toegang tot de RvS? |
10. OVERGANGSRECHT | | Ontheffingen soorten; | alle ontheffingen die reeds zijn afgegeven blijven die rechtsgeldig v.w.b. de looptijd ervan? |
| | | Vrijstellingen soorten : | Van de huidige Llandelijke vrijstelling van de Zw Kraai, Kauw, Vos, houtduif, konijn en Canadese gans, hiervan is geen schadeverleden bijgehouden door het Faunafonds en de gegevens van de schade en de fauna is niet vast te stellen .Voorstel Ministeriële aanwijzing van de landelijke vrijstelling behouden anders overgangstijd van minimaal 5 jaar met duidelijke criteria van wat belangrijke schade is en hoe schade aan de fauna gemeten dient te worden. Anders opnemen als wildsoort "overig wild". Vaststellen dat de Canadese gans in al zijn in Nederland voorkomende ondersoorten en hybridogene varianten niet via natuurlijke weg in Nederland zijn gearriveerd. Alle Canadese ganzen in Nederland zijn ontsnapte of nakomelingen van ontsnapte gehouden vogels en dus exoten . |
| | | Jachtakte; | Jachtaktehouders van voor 1 januari 1972 reeds in bezit jachtakte niet genoemd |
| | | Examens jachtakte; | compensatie voor de oudere jagers die al voor 1972 in bezit van een jachtakte waren. |
| | | Tot slot | - Uit de inleiding komt sterk naar voren dat "Vrijheid en verantwoordelijkheid" het belangrijke gedachtegoed is uit het regeerakkoord. In zijn algemeenheid, zo vinden wij komt dit in de wet onvoldoende tot uiting. Verantwoordelijkheid wordt de burger nog weinig gegeven. Uitvoeringsmaatregelen in de natuur worden nog steeds gedetailleerd voorgekauwd in voor beroep vatbare besluiten. De meest principiële betrokken organisaties en personen lopen het risico zich nog steeds te moeten verantwoorden op het niveau van "bewijzen dat water nat is".
- De "nationale koppen" zijn er af. Bij beheer en schadebestrijding. "Toestemming voor bestrijding en beheer wordt volgens de hoofdregel door gedeputeerde staten verleend via een ontheffing of vrijstelling. Hiermee is gewaarborgd dat beheer en schadebestrijding voldoet aan de eisen van de Vogelrichtlijn, de Habitatrichtlijn en de verdragen van Bonn en Bern, en dat er geen strengere eisen gelden dan uit de richtlijnen en verdragen voortvloeien aan beheer en bestrijding"
. Op blz. 94 zoekt Nederland weer ruimte voor een eigen invulling. - De wetgever moet er ook voor waken dat gedeputeerde staten de ruimte van de "nationale koppen" niet gaat innemen. Zover wij nu kunnen nagaan is dit niet geborgd.
- Handhaving: Naleven van de wet of naleven van voorschriften van vrijstelling en ontheffing? Er is nagenoeg geen energie gestoken door handhaving op het naleven van de Ffwet. Handhaving heeft zich nagenoeg volledig geconcentreerd op het naleven van bepalingen en voorschriften gehecht aan vrijstelling, aanwijzing en ontheffing. Ook de Wet Natuur overkomt hetzelfde als de uitgangspunten voor het schrijven van de Wet Natuur uit het oog wordt verloren.
|