| De NOJG kreeg als "steakholder" vandaag het bericht dat de nieuwe versie Zoals het zich thans laat aanzien, zal de nieuwe versie van het wetsvoorstel natuur eind volgende week (6 oktober 2011) worden verzonden aan alle betrokken organisaties voor formeel schriftelijk commentaar. De officiële reactietermijn bedraagt dan zes weken. De NOJG en de PAN hebben in het eerste concept als belangrijkste punten in het overleg hierover zowel mondeling als schriftelijk punt voor punt ingebracht, zoals hieronder aangehaald. Zij hoopt dat de voorstellen zoveel mogelijk worden overgenomen door de juristen van LE&I en in het tweede concept zijn opgenomen; - Wildbeheereenheden opnemen in de wet Natuur (WN) zoals ook in de Ff-wet;
- Beheergebied Wbe maatgevend voor schadebestrijding zoals ook in Ff-wet artikel 65 is aangegeven voor het bestrijden van schade en te verwachten schade. ( dus geen perceelsniveau);
- Het recht van de grondgebruiker ( nietig is elk beding)om zijn eigen schade te mogen bestrijden (Ff-wet art 65 lid 7);
- Grondgebruiker is ook degene die met een beperkt recht de grond gebruikt (+/- 24 % van alle pachtgronden in Nederland);
- Jachthuurovereenkomsten met minimum duur van 6 jaar ( zonder maximum) ten behoeve van een goed wildbeheer;
- Wederverhuur toestaan en alleen voor alle wildsoorten en niet separaat( zoals dat nu het geval zou zijn);
- Jachtseizoen voor de wildsoorten en de wildsoorten landelijk door de minister te bepalen niet de provincies dit ivm rechtsongelijkheid (jachthouder/grondeigenaren) in Nederland;
- De toestemming om in het gezelschap van de grondgebruiker ( Ff-wet art 36 lid 1) een jachtakte te kunnen aanvragen, dit moet ook van toepassing zijn op een WBE als jachthouder;
- Jachtakte voor minimaal 3 of 5 jaar geldig;
- Jachtaktehouders van voor 1 januari 1977 reeds in bezit jachtakte niet genoemd, opnemen als overgangsregeling oude naar nieuwe wet;
- Lopende jachthuurovereenkomsten, toestemmingen grondgebruiker opnemen in de overgangsregeling van oude naar nieuwe wet voor de duur van de overeenkomsten;
- Jachtaktehouder is niet aansprakelijk voor de schade van de nieuwe wildsoorten, zoals het wild zwijn, grauwe gans kolgans en Canadese gans.
- Vos, kraai, kauw opnemen als overige wildsoort dit in het belang van de bestrijden van schade aan de fauna;
- Meer middelen toestaan bij het bestrijden van schade net zoals nu vermeld in het Besluit Beheer en Schadebestrijding diersoorten en ook elektronische lokmiddelen toestaan die net zoals in de buurlanden ook zijn toegestaan. ( De EU richtlijnen verbieden alleen maar elektronische middelen die geschikt zijn voor het vangen en het doden van diersoorten). Deze moeten effectief, selectief en snel inzetbaar zijn;
- Opnemen in artikel 1 (omschrijvingen)wat schadebestrijding van diersoorten is, wat beheer van diersoorten is en ook een duidelijke omschrijving van wat "een andere bevredigende oplossing" betekent, dit maakt de wet robuuster, hierover zijn in het verleden heel wat rechtszaken gevoerd;
- Goed nabuurschap; om gewasschades te beperken dient in het kader van jacht, beheer en schadebestrijding,
aandacht te worden besteed aan goed nabuurschap. Het moet mogelijk zijn om in bepaalde situaties de gewasschade en flora‐en faunaschade te verhalen op een buurman die zorgt voor de extreme overlast van fauna. De jachthouder van welke origine dan ook, moet aan te spreken zijn op het uit zijn beheerd gebied komende bejaagbare en te beheren soorten. Ook moeten er duidelijke criteria worden gegeven wanneer een jachthouder aansprakelijk is voor uit zijn beheerd gebied uittredende grote hoefdieren naar en op de openbare weg. Vanzelfsprekend met als uitgangspunt “redelijkheid en billijkheid” gekoppeld aan streefstanden van populaties. Ook dit kan worden gekoppeld aan art. 162 van Boek 6 van het Burgerlijk wetboek.
|