
 | | In relatie met: | | | | |
| Doel van het project Het CVI fungeert als nationaal centrum voor de diagnostiek van sterfte van wilde fauna (veelal vogels). In het wilde fauna project worden taken uitgevoerd die zijn opgedragen aan het CVI in het kader van het verlenen van diensten aan het Ministerie van ELI en haar uitvoerende organen (o.a. Algemene Inspectiedienst (wordt nVWA) en Staatsbosbeheer) en aan overige (semi)overheidsdiensten en Natuurbeschermingsorganisaties. Het project omvat het verrichten van onderzoek naar de doodsoorzaken van inheemse wilde fauna in het kader van: - Het opsporen van wetsovertredingen. Dit onderzoek richt zich voornamelijk op overtredingen van de Flora- en Faunawet, de Gezondheids- en Welzijnswet voor Dieren (straks Wet Dieren) en de Wet Gewasbeschermingsmiddelen en Biociden (voorheen Bestrijdingsmiddelenwet) en omvat het vaststellen van:
- - illegaal af- en aanschot,
- illegale toepassing van loodhagel bij de jacht (loodhagel is sinds 1 februari 1993 in
Nederland verboden voor de jacht (Rapport 710401026, RIVM), - illegaal geweld in de vorm van doodslag, het zetten van klemmen en het gebruik van
strikken, - opzettelijke vergiftigingen,
- vergiftigingen t.g.v. onzorgvuldige, onjuiste of verboden toepassingen van
bestrijdingsmiddelen, - illegale praktijken rond het fokken en uitzetten van fazanten.
- Het vaststellen van vergiftigingen als neveneffect van legale toepassingen van
bestrijdingsmiddelen. - De diagnostiek van vergiftigingen door natuurlijke toxinen, mede vanwege het belang voor de volksgezondheid: het betreft voornamelijk de toxines die worden gevormd door Clostridium botulinum bacteriën en door blauwwieren (cyanobacteriën).
- Het vaststellen van de oorzaken van incidentele sterften van meer omvangrijke aard, zulks in overleg met het Ministerie van ELI.
- Het opzetten van projecten voor de surveillance van dierziekten onder wilde fauna.
zie het gehele verslag over 2010  Bron: CVI |