Geachte Voorzitter,
Hierbij stuur ik antwoorden op de schriftelijke vragen van de leden Schreijer-Pierik en Pieper (CDA) over jaarrond verblijvende ganzen.
1
Is het waar dat men - evenals in geval van bestrijding van verwilderde katten - in
het bezit dient te zijn van een aanwijzing ex. artikel 67 Flora- en faunawet om een
verwilderde gedomesticeerde Grauwe gans met het geweer te kunnen doden? 1)
Voldoet een ontheffing ex. artikel 68 Flora- en faunawet hier niet?
Gedomesticeerde Grauwe ganzen vallen niet onder de bescherming voor beschermde inheemse
diersoorten op basis van de uitzondering genoemd in
artikel 4, eerste lid, onder b, van de Flora- en faunawet. De verboden uit de Flora en
faunawet gelden dan ook niet voor deze dieren. De middelen waarmee dieren
mogen worden gevangen of gedood zijn echter wel gereguleerd ten behoeve van
beheer en schadebestrijding. Daarom is een aanwijzing op grond van artikel 67
door gedeputeerde staten noodzakelijk om deze middelen te mogen gebruiken.
Artikel 68 is niet van toepassing, omdat dit artikel slechts toeziet op beheer- en
schadebestrijding ten aanzien van beschermde inheemse soorten.
2 en 5
Is het u bekend dat er onder “overzomerende”, maar feitelijk vaak jaarrond in
Nederland verblijvende, grauwe ganzen geregeld grote aantallen verwilderde
gedomesticeerde exemplaren voorkomen, alsook varianten van hybridogene oorsprong?
Deelt u de mening dat het onwenselijk is als wilde Grauwe ganzen als soort dóór
kruisen met steeds grotere aantallen verwilderde gedomesticeerde ganzen en
hybridogene varianten, waardoor de “zuivere” wilde soort “verwatert”?
In veel gevallen gaat het om nakomelingen van ontsnapte ganzen uit
gevangenschap of die bewust zijn losgelaten. Dit laatste kan het gevolg zijn
geweest van het verbod om ganzen te jagen met lokganzen (1988).
De verwilderde gedomesticeerde ganzen, ook wel Soepganzen genoemd, zijn van
oorsprong Grauwe ganzen waarbij op een bepaald kenmerk is gefokt. Volgens de
onderzoekers verdwijnen deze kenmerken vrijwel na een aantal generaties. Voor
de Brandganzen speelt dit probleem niet. Er is geen sprake van een zogenaamde
Brandsoepgans. De losgelaten Brandganzen gaan zich gedragen als wilde Brandganzen.
Er vestigen zich ook spontaan wilde ganzenpopulaties.
Volgens de meeste recente schatting gaat het inmiddels om 53.000 broedparen
van 13 verschillende soorten. De Grauwe gans is met 35.000 broedparen koploper,
daarna komt de Brandgans met 8.300 broedparen en de Soepgans met
3.700 tot 5.000 broedparen. Gevolgd door de Grote Canadese gans met 4.000
broedparen. Broedende Kolganzen en Kleine Canadese ganzen komen alleen
lokaal talrijk voor. De populatie van verwilderde exoten en Soepganzen nemen
sterk in aantal toe.1
Vanuit ecologisch oogpunt is hybridisering waarbij kenmerken van de inheemse
populatie verdwijnen niet wenselijk. Dit heb ik ook verwoord in de Nota Invasieve
Exoten.2 De winterpopulatie zuivere wilde Grauwe ganzen (349.000 gemiddeld
wintermaximum) worden hierdoor niet bedreigd. Zie tevens mijn beantwoording
van vraag 3.
3
Deelt u de opvatting dat beheer van de wilde Grauwe gans in de praktijk
bemoeilijkt wordt, doordat de jager steeds onderscheid moet maken tussen de
wilde gans - die onder ontheffing bestreden mag worden om erkende belangen te
beschermen -, en de uiterlijk nauw verwante verwilderde / hybridogene varianten
die niet met dezelfde ontheffing bestreden mogen worden, waardoor de jager
voortdurend gerede kans loopt ongewild strafbaar te handelen, met alle gevolgen
van dien?
Nee, want de wilde gans kan in de periode van 1 oktober tot 1 april verjaagd
worden met ondersteunend afschot, hier is geen sprake van aantalregulatie.
In de periode van 1 mei tot 1 oktober zijn het ‘zomerganzen’, dan zijn zowel wilde
en verwilderde dieren te bestrijden met het geweer, of anderszins en dit kan door
de provincie in de ontheffing worden opgenomen.
4
Deelt u de mening dat de Grauwe gans waar nodig effectief bestreden moet
worden, vanwege de schade die hij aanricht en kán aanrichten, en het gevaar dat
hij kan opleveren, bijvoorbeeld voor het luchtverkeer nabij luchthavens?
1) Broedende ganzen in Nederland, De levende natuur, jaargang 111, nr 1, pagina 40 ev.
2) TK, 26 407, nr. 27
Ja, de Flora en faunawet voorziet hier ook in want in het belang van volksgezondheid,
openbare en luchtverkeersveiligheid, belangrijke schade aan landbouwgewassen
en schade aan flora en fauna, kunnen Gedeputeerde Staten een ontheffing verlenen
van de verbodsartikelen uit de Flora en Faunawet.
6
Bent u bereid het daar toe te leiden dat alle Grauwe ganzen en verwilderde
exemplaren en hybridogene varianten onder één en dezelfde ontheffing bestreden
kunnen worden, teneinde de in de vorige drie vragen genoemde ongewenste
ontwikkelingen effectief tegen te gaan?
Het gaat hier rechtens om twee verschillende besluiten. Ik zie onvoldoende reden
om het wettelijk stelsel hiervoor aan te passen.
In de uitvoering van beide bevoegdheden kan wel rekening worden gehouden met
de genoemde problematiek. De uitvoering van het faunabeheer is de verantwoordelijkheid
van de Gedeputeerde Staten.
Ik zal de beantwoording van deze kamervragen bij hen onder de aandacht brengen.
DE MINISTER VAN LANDBOUW, NATUUR EN
VOEDSELKWALITEIT,
G. Verburg