| De antwoordbrief aan de stichting:
Stichting Het Nationaal Dierenleed Fonds Mr. B.A. Heuveln Stationsweg 2 1251 KC Laren 13 januari 2010 Oostvaardersplassen 2010-173 1 Geachte heer Heuveln, Onder verwijzing naar het telefoongesprek dat de heer De Snoo van Staatsbosbeheer vandaag met u heeft gevoerd, reageer ik op uw bovenvermelde brief.
In uw brief verzoekt u Staatsbosbeheer het mogelijk te maken dat de dieren in de Oostvaardersplassen buiten het gebied voedsel kunnen zoeken en/of de dieren in het gebied bij te voeren en om noodlijdende dieren uit hun lijden te verlossen. U bent van mening dat Staatsbosbeheer de dieren in het gebied heeft opgesloten en dat dit een verzorgingsplicht meebrengt.
Staatsbosbeheer voert in de Oostvaardersplassen een beheer dat uitgaat van een zo natuurlijk mogelijk systeem. Dat betekent in de praktijk bijna geen ingrijpen in het systeem, maar wel nadrukkelijk monitoren. De dieren leven in vrijheid en zijn formeel/juridisch geen gehouden dieren.
Voor het aspect dierenwelzijn is de besluitvorming rond het advies van het International Committee on the Management of large herbivors in the Oostvaardersplassen (ICMO, 2006) uitgangspunt. Deze Commissie is in 2005 door de toenmalige minister van LNV, Veerman, ingesteld naar aanleiding van sterfte onder de grote grazers tijdens de winter van 2004-2005, waardoor een discussie op gang kwam over dierenwelzijn en ecologisch beheer. Het ICMO was samengesteld uit wetenschappers en ervaringsdeskundigen uit diverse landen. De minister heeft het advies van het ICMO overgenomen en naar de Tweede Kamer gestuurd. Ook de Tweede Kamer heeft vervolgens ingestemd met dat advies. Het advies en het daarop gebaseerde beheer zullen in 2011 worden geëvalueerd. Het rapport kunt u desgewenst downloaden via de website van het Ministerie van LNV (www.minlnv.nl).
Het ICMO heeft onder meer vastgesteld dat de Oostvaardersplassen als natuurgebied zodanig groot is dat een ecosysteem, inclusief grote grazers, zichzelf daar in stand kan houden en dat dit aanvaardbaar is uit oogpunt van dierenwelzijn. Overigens wordt er aan gewerkt om tot een nog groter leefgebied te komen, vooral ook omdat daardoor meer variatie in het leefgebied kan ontstaan. De provincie Flevoland heeft in september jl. besloten dat er binnen vijf jaar een aansluitende ecologische verbindingszone wordt gerealiseerd.
Met het ICMO-advies is een helder kader gegeven om dierenwelzijn maximaal te kunnen garanderen. Een belangrijk aspect hiervan is het beperken van onnodig lijden van zieke en gewonde dieren en van verzwakte dieren die waarschijnlijk niet kunnen overleven. Dit vindt plaats door tijdig afschot van dieren waarbij dit om welzijnsredenen vereist is.
De dieren in de Oostvaardersplassen zijn goed bestand tegen winterse omstandigheden. De dieren horen van nature thuis in dit soort gebieden. De natuurlijke selectie (dus géén afschot van gezonde dieren) heeft bijgedragen aan een situatie waarin de dieren ook in de winter goed gedijen. In de natuurlijke situatie proberen de dieren in de zomerperiode om zoveel mogelijk reserves op te bouwen (opvetten) om daarmee goed de winter door te komen. Het vetpercentage van de dieren loopt aan het einde van de zomer op tot ca. 20%. Het vet is de meest zekere vorm van energievoorziening in de winter. Het grazen in winterse omstandigheden is dan ook meer gebaseerd op het “aan de gang houden” van het maag-darmsysteem dan op het opnemen van grote hoeveelheden energie. De meeste grote grazers in de Oostvaardersplassen zijn momenteel in een voldoende goede conditie en de sterfte is tot nu toe vergelijkbaar met vorige winters.
Belangrijk is om eraan bij te dragen dat de dieren in de winterperiode zo zuinig mogelijk met energie om kunnen gaan, bijvoorbeeld door het voorkomen van verstoring. Het beheer is daar op gericht. Daarom is afgelopen week ook een deel van de Oostvaardersplassen gedeeltelijk afgesloten voor publiek, te weten het Oostvaardersbos (voorheen: Fluitbos).
Ten aanzien van bijvoeren wordt ook in lijn van het ICMO-advies gehandeld. Het ICMO heeft geadviseerd om niet over te gaan tot kunstmatig bijvoeren omdat dit bij een preventieve aanpak een te grote ingreep is in de dynamiek van het ecosysteem en bij reactieve toepassing in extreme omstandigheden weinig positief effect op het welzijn van de dieren heeft. Bijvoeren heeft bovendien belangrijke negatieve effecten. Dieren worden actiever waardoor ze meer energie gaan gebruiken. Er zal onrust ontstaat tussen de dieren over de beschikbaarheid van het voer (de sterkste zullen het “veroveren”). Ook wordt het natuurlijke mechanisme verstoord (relatie vet – ovulatie) dat de populatieaanwas afstemt op het ecosysteem.
In de winter van 2006/2007 was ook sprake van een periode met koude en sneeuw. De Dierenbescherming heeft toen een kort geding aangespannen tegen Staatsbosbeheer en heeft daarbij eisen en argumenten naar voren gebracht die vergelijkbaar zijn met die van uw Stichting. De Dierenbescherming heeft die procedure verloren en in hoger beroep eveneens. Ik voeg als bijlage het arrest van het Gerechtshof 's Gravenhage van 15 februari 2007 toe. Kortheidshalve verwijs ik daarnaar en dan uiteraard in het bijzonder naar de juridische aspecten van het beheer. Inmiddels ondersteunt de Dierenbescherming het gevoerde beheer in de Oostvaardersplassen op basis van het ICMO advies en het juridische gegeven dat de dieren in de Oostvaardersplassen geen gehouden dieren zijn. Mede gezien de brede wetenschappelijke en maatschappelijke steun zal het gevoerde beheer, dat ook door de rechter is getoetst en juridisch juist is bevonden, worden voortgezet. Aan de eerste twee punten van uw verzoek zal ik daarom niet voldoen. Het derde punt van uw verzoek, het uit hun lijden verlossen van noodlijdende dieren, is reeds onderdeel van ons beheer.
Ten slotte spreek ik mijn waardering uit voor uw betrokkenheid bij het beheer van dit prachtige natuurgebied. Staatsbosbeheer is graag bereid om daar verdere informatie over te verstrekken of daarover met u over van gedachte te wisselen. In het bijzonder nodig ik - en ik herhaal hiermee het aanbod dat de heer De Snoo al telefonisch heeft gedaan - de medewerkers van uw stichting uit om zich een keer ter plaatse van de situatie en het beheer op de hoogte te laten stellen door Staatsbosbeheer.
Hoogachtend, b/a Drs. C.J. Kalden Directeur
|