| Evaluatie opvangbeleid overwinterende ganzen en smienten 01 oktober 2009 - rapport Rapport over het beleid voor opvang van overwinterende ganzen. In opvangebieden moeten ze in de winter met rust worden gelaten. Daarbuiten mogen ze worden verjaagd om landbouwschade te voorkomen. Ganzen en smienten zoeken de foerageergebieden onvoldoende opVan de ganzenpopulatie die in Nederland overwintert verblijft circa 60% in de gerealiseerde foerageergebieden en overige natuurgebieden. Dat staat in de Evaluatie opvangbeleid 2005-2008 overwinterende ganzen en smienten, die minister Verburg van LNV naar de Tweede Kamer heeft gezonden. De belangrijkste conclusie uit het rapport is dat de ganzen en smienten zich tot nu toe niet voldoende concentreren in de opvanggebieden. De aantalontwikkeling van ganzen en smienten is met de invoering van het opvangbeleid niet essentieel veranderd.
Vanaf 2004 zijn de provincies begonnen met de aanwijzing van 80.000 hectare foerageergebied waarbinnen de ganzen en smienten rust en voldoende voedsel wordt geboden. In deze gebieden kunnen de boeren nu kiezen tussen een opvangovereenkomst via de provinciale regelingen Agrarisch Natuurbeheer (PSAN) of een 100% tegemoetkoming van de getaxeerde gewasschade via het Faunafonds. Om te evalueren of het opvangbeleid werkt is over 3 winterseizoenen onderzoek uitgevoerd in opdracht van het ministerie van LNV. Directie Kennis heeft de onderzoeksresultaten samengevat en aanbevelingen voor het beleid opgesteld.
49.000 hectare Het aantal afgesloten overeenkomsten kende een sterk wisselend beeld per seizoen. Nadat in 2008 de laatste foerageergebieden definitief zijn aangewezen en de pakketten zijn verbeterd door een hoger schadeplafond verhoogd en ruimte voor gewasroulatie is de deelname in het seizoen 2008/2009 uitgekomen op circa 49.000 hectare. Om de schade buiten de opvanggebieden te verminderen dienen de ganzen daar verjaagd te worden waarbij zonodig ook afschot mogelijk is. Het idee hierachter is dat de ganzen geleidelijk leren waar ze welkom zijn en waar niet. Een succesvol opvangbeleid vraagt verder om een samenwerking tussen alle betrokken partijen, waaronder boeren, jagers en natuurorganisaties.
17 miljoen per jaar De opvangovereenkomsten samen met de schaderegeling kosten de overheid circa 17 miljoen euro per jaar. De kosten zijn hoger uitgevallen dan werd verwacht. Volgens de onderzoekers komt dit door de hogere vaste vergoeding per hectare voor de ganzenbeheerpakketten. Verder blijkt dat de ganzen langer in Nederland verblijven dan was voorzien. De tegemoetkomingen voor schade buiten de gebieden zijn niet afgenomen met de toename van het areaal foerageergebieden. Verder zijn ook de gewasprijzen en onkosten gestegen.
Aanpassingen Directie Kennis stelt dat het huidige opvangbeleid meer tijd gegund moet worden en op enkele plaatsen aangepast dient te worden naar de bevindingen van de gemaakte evaluatie. Dan kan het opvangbeleid alsnog een kans krijgen om zich te bewijzen. De verantwoordelijkheid voor de uitvoering van het ganzenbeleid ligt bij de provincies. Minister Verburg meldt aan de Tweede Kamer dat haar streven is dat de aanpassingen in het beleid in het winterseizoen 2010-2011 tot uitvoering komen.
Meer informatie:
Voor Vogelbescherming Nederland toont de evaluatie van het beleid voor overwinterende ganzen, dat minister Verburg naar de Tweede Kamer gestuurd heeft, overduidelijk aan dat het huidige beleid faalt. De organisatie pleit sterk voor een gastvrij beleid voor ganzen en smienten, waarbij de vogels met rust worden gelaten en de boeren hun schade vergoed krijgen.
Tussen 2000 en 2003 werden de overwinterende ganzen in Nederland gastvrij ontvangen. De boeren kregen de geleden schade vergoed door het ministerie van Landbouw. De toenmalige minister van Landbouw besloot in 2005 tot een proef. Zijn voorstel was om op 80.000 hectare de overwinterende ganzen met rust te laten. De boeren konden binnen deze foerageergebieden, een extra vergoeding krijgen. In de rest van Nederland moesten boeren de ganzen verjagen, desnoods met ondersteunend afschot. Achterliggende gedachte was dat daardoor de landbouwschade zou dalen, omdat ganzen voornamelijk op die 80.000 hectare zouden gaan zitten. Vogelbescherming Nederland gaf al direct aan dat het oppervlak aan foerageergebied onvoldoende zou zijn.
De evaluatie toon aan dat dat beleid faalt, stelt Vogelbescherming Nederland . Het aantal ganzen en smienten dat de laatste jaren geschoten wordt neemt onrustbarend toe. Bovendien maken er niet meer ganzen gebruik van de aangewezen foerageergebieden, omdat die blijkbaar vol zijn. De landbouwschade is dan ook niet afgenomen, terwijl de totale kosten zelfs twee keer zo hoog zijn geworden. Bovendien is het beleid zo ingewikkeld geworden, dat controle niet meer mogelijk is.
Nederland is in Europa het belangrijkste gebied voor overwinterende ganzen. Van de meeste soorten overwintert meer dan 50% van de Noordwest-Europese populatie in Nederland en van de kleine rietgans soms zelfs meer dan 90%. Daarom heeft Nederland een internationale verplichting om goed voor de ganzen te zorgen. Wat Vogelbescherming Nederland betreft is daarvoor een nieuw beleid nodig, waarbij de vogels met rust worden gelaten en de boeren hun schade vergoed krijgen.
bron: Vogelbescherming Nederland, 06/10/09
|