| In gesprek met ….
2 Maart j.l. kwam er op het secretariaat een mailtje binnen van David van den Brink, de persoonlijk medewerker van Annie Schreijer-Pierik. Hierin liet hij weten dat Annie na de volgende Kamerverkiezingen in juni 2010 de Tweede Kamer gaat verlaten. Haar portefeuille zal worden overgenomen door collega Hein Pieper, eveneens afkomstig uit Overijssel. Vanuit Den Haag werd het idee geopperd om middels het blad Jacht & Beheer afscheid te nemen van het lezerspubliek en tevens haar opvolger te introduceren. De ervaringen van boeren, jagers en wildbeheerders zijn immers van groot belang bij de op handen zijnde nieuwe Integrale Natuurwet. Dit voorstel werd uiteraard positief ontvangen en ik heb David vervolgens gevraagd de genoemde volksvertegenwoordigers alvast wat huiswerk op te geven, waarbij een stukje verleden, heden en toekomst aan de orde zouden komen. Daarna hebben we met Annie een afspraak gemaakt voor een bezoekje bij haar thuis, zodat Hans Spijkerman een passende foto bij deze publicatie kon verzorgen. “ Zaterdag 13 maart is Hein hier in Hengevelde op de boerderij, jullie zijn dan van harte welkom”, was de reactie van Annie. Voor zowel Hans als mij nagenoeg een “ thuiswedstrijd”, omdat we beiden woonachtig zijn op een afstand van maar enkele kilometers van de familie Schreijer. Er volgt een spontane ontmoeting aan de keukentafel en een vlot gesprek in ons eigen Twents dialect. “ Wie proat moar gewoon plat…” Zowel Annie als Hein geven duidelijk hun mening wat betreft jacht en wildbeheer in Nederland, met de nadruk op beheersjacht. “ De Natuur krijgt klappen als er niet meer gejaagd wordt”. Hein Pieper is dan ook van mening dat men in deze materie niet alles moet overlaten aan de Overheid, maar meer aan de mensen op de werkvloer. Een goede communicatie tussen de boer en de burger moet beide partijen weer dichter bij elkaar brengen. Educatieve voorlichting aan de jeugd wordt eveneens als een zeer belangrijke factor genoemd. Binding met de natuur is een verrijking voor de mens! Om de NOJG-leden persoonlijk kennis te laten maken met de nieuwe vertegenwoordiger inzake jachtbelangen en afscheid te kunnen nemen van de scheidend fractiewoordvoerder, heb ik de vrijheid genomen om zowel Annie als Hein uit te nodigen voor de Algemene Ledenvergadering 29 april in de Meern. Dit aanbod werd meteen in de reeds overvolle agenda’s opgenomen.
De gaande en komende CDA-fractiewoordvoerders jacht- en wildbeheer aan het woord. Annie Schreijer-Pierik: In de afgelopen bijna 12 jaar ben ik namens de CDA-fractie fractiewoordvoerder geweest met betrekking tot het beleid voor jacht en wildbeheer. In juni ga ik de Kamer verlaten.
Van huis uit ben ik boerin. Ik ken dus de betekenis en het belang van de jacht en het wildbeheer van nabij, en ik heb het dan ook als een groot voorrecht ervaren zoveel jaren op dit belangrijke dossier het woord te hebben mogen voeren. Dat was zeker niet altijd even gemakkelijk. Jacht en wildbeheer kunnen al sinds het prille ontstaan van de Flora- en faunawet slechts rekenen op een beperkt maatschappelijk draagvlak. Mede daardoor, en door de grote verdeeldheid die dwars door alle partijen heen liep én loopt, is de Flora- en faunawet een broos en vrij ingewikkeld compromis geworden. Het was vaak lastig, maar óók een grote uitdaging om binnen de (terecht) strikte randvoorwaarden van de wet en van de Europese regelgeving (De Vogel en Habitatrichlijn) te blijven werken aan praktische uitvoerbaarheid van de jacht en het wildbeheer in Nederland. Dit alles met respect voor in intrinsieke waarde van plant en dier, en de gunstige instandhouding van de soorten. Op een aantal punten hebben wij als CDA, samen met andere partijen door de jaren heen wel verbeteringen kunnen bereiken. Laat ik de belangrijkste benoemen. Mede door het CDA is populatiebeheer aangewezen als “belang” in artikel 68 (ontheffing) van de Flora- en faunawet (2004/2005). De zwarte kraai en de kauw zijn op de landelijke vrijstellingslijst geplaatst (2004). Schade aan de fauna is als “belang” opgenomen in artikel 65 (vrijstelling) van de Flora- en faunawet. Hierdoor kon de Vos op de landelijke vrijstellingslijst geplaatst worden (2005). Door een motie die ik reeds in het jaar 2002 indiende, zal bij de Nieuwe Integrale Natuurwet die nog ingediend moet worden in de Kamer, het verbod op jacht in natuurgebieden (artikel 46 lid 3 van de Flora- en faunawet) geschrapt worden. De reikwijdte van de landelijke vrijstelling is in 2005 bepaald op Wildbeheereenheid (WBE)-niveau. Dat betekent dat de vrijstelling mag worden gebruikt als er binnen de grenzen van een WBE schade wordt aangericht of kan worden aangericht en mits de grondgebruiker toestemming geeft. De vrijstelling geldt ook om schade in het komende seizoen te voorkomen binnen de grenzen van de WBE. De WBE heeft daarmee ook een officiële wettelijke status in de Flora- en faunawet gekregen, die er voorheen niet was. Behalve deze belangrijkste concrete wijzigingen van de Flora- en faunawet heb ik mij ook steeds ingezet voor vlottere ontheffingverlening, en terugdringing van het grote aantal gevallen waarin een ontheffing moet worden aangevraagd. Mede hierdoor zijn de zogenaamde gedragscodes tot stand gekomen. Concreet betekent dit, dat als volgens een afgesproken gedragscode gewerkt wordt, voor bepaalde maatschappelijke activiteiten (denk bijvoorbeeld aan de bouw, onderhoudswerkzaamheden) géén aparte ontheffing hoeft te worden aangevraagd. Een belangrijk, en helaas na jaren nog steeds volledig actueel knelpunt vormt de wijze waarop in nationale wet- en regelgeving invulling wordt gegeven aan de bovennationale regelgeving op het gebied van flora en fauna. Hierbij moet vooral gedacht worden aan de Vogel- en Habitatrichtlijn (VHR). De wijze waarop de VHR in Nederland toegepast wordt in wetten en regels is helaas nog steeds strikter dan noodzakelijk. Het gevolg is onnodige juridisering van het natuurbeleid, en de moeizame uitvoering van de Natura 2000 ons land. Eind 2004 diende ik reeds een motie in om dit proces te keren. Sindsdien is daar, samen met collega’s van andere fracties, met wisselend succes aan doorgewerkt. Echter, concentratie op de strikte bescherming van het “individuele dier”, in plaats van op soorten, of een méér gebiedsgerichte benadering, én het onvoldoende rekening houden met de natuurlijke dynamiek van de natuur, vormen nog steeds praktische obstakels. Onduidelijkheid over Europeesrechtelijke begrippen als “significante effecten”en het “voorzorgbeginsel” staan de praktische uitvoerbaarheid van het beleid óók in de weg, en – wat zeker even erg is – ondermijnen in toenemende mate het draagvlak voor natuur en bescherming van natuur. Daar moet echt verandering in komen! Het mooie werk dat ik samen met mijn collega’s in 1998 begonnen ben is nog lang niet af. Dan denk ik aan het hier vóór genoemde belangrijke punt, maar ik denk óók aan het verder praktisch uitvoerbaar maken van de Flora- en faunawet – lees: de jacht en het wildbeheer -, waarbij administratieve lasten zeker verder teruggedrongen moeten worden. Ik denk óók aan een aantal resterende knelpunten in de wet en regelgeving. Ik noem even de particuliere schade door roeken die geheel niet vergoed wordt en moeilijk bestreden kan worden, de eveneens moeilijk te bestrijden schade door marters, de lastig te bestrijden exoten zoals de grauwe gans en verwilderde dieren, en het jagen en demonstreren met andere roofvogels dan slechtvalk en havik. Voor deze, en dergelijke zaken moet nog steeds een oplossing komen. De nog in de Kamer in te dienen Integrale Natuurwet, waarin Flora- en faunawet, de Natuurbeschermingswet en de Boswet zullen samengaan, zal op dit punt heel belangrijk worden. De parlementaire behandeling van die wet zal mijn collega Hein Pieper waarschijnlijk voor zijn rekening gaan nemen. Ik ben er van overtuigd dat het Jacht- en wildbeheer dossier bij hem – hij is zelf jager – in heel goede handen zal komen.
Hein Pieper: In 2009 ben ik Kamerlid geworden voor het CDA. In mijn takenpakket nemen Landbouw, jacht en wildbeheer een belangrijke plaats in. Tot de Tweede Kamerverkiezingen van juni, werk ik op deze terreinen nog nauw samen met Annie Schreijer-Pierik. Daarna zal ik de heldere fractielijn die in de loop der jaren is uitgezet dóórzetten: voor jacht- en wildbeheer betekent dit, dat deze belangrijke maatschappelijke activiteiten bij het CDA en bij mij in goede handen zullen blijven. In de volgende kabinetsperiode zal het omvangrijke wetsvoorstel voor een Integrale Natuurwet naar de Kamer komen. De Flora- en faunawet, de Natuurbeschermingswet én de Boswet, zullen in één wet geïntegreerd worden. Het kabinet wil daar veel mee gaan bereiken, de ambities liggen hoog: vereenvoudiging van de wetgeving, betere uitvoerbaarheid, betere handhaafbaarheid, en terugdringing van administratieve lasten. Mijn streven zal zijn het wetsvoorstel precies op deze punten inderdaad heel kritisch te gaan toetsen! Daarbij zal ik mijn oor goed te luisteren leggen bij de ervaringen en wensen van mensen uit de praktijk zoals u, boeren, jagers en wildbeheerders. Mijn aandacht wil ik ook laten uitgaan naar het omstreden vraagstuk van de predatie. Er is onderzoek voorhanden, maar méér aandacht en onderzoek is nodig om de betekenis van predatie, en de noodzaak van bestrijding daarvan voor het faunabeheer goed in beeld te krijgen. In een dichtbevolkt land als Nederland is afgewogen wildbeheer door de mens onontbeerlijk. De natuur aan zijn lot overlaten is géén optie. In ons kleine land zijn autonoom evenwichtige ecosystemen, waar de mens niet in hoeft in te grijpen, niet mogelijk. Beheer is voor mij dan ook onderdeel van goed Rentmeesterschap. Ecologische experimenten zoals de Oosvaardersplassen – waarbij niet beheren de norm is – leveren helaas dan ook weinig méér op dan veel dierenleed. Dat is gewoon onacceptabel. Een ander punt waarvoor ik mij in de Kamer hoop te gaan inzetten is de weidelijke jacht, ik doel hierbij op de ongeschreven ethische regels voor het bedrijven van de jacht. Iedere jager is zijn eigen ambassadeur. Onweidelijk optreden van één persoon, stelt vele jagers in een kwaad daglicht! Goede communicatie, transparantie, en een regelmatige dialoog met “de burger” moeten duidelijk maken dat zorgvuldige jacht en wildbeheer echt wat anders zijn dan “prijsschieten” voor het plezier. Dat brengt mij bij een laatste, en belangrijk aandachtspunt, waarvoor ik mij in de komende kabinetsperiode sterk hoop te maken. In de afgelopen decennia is de kloof tussen “boer” en “burger” sluipend groter geworden. Ik denk aan stedelingen, die zelden of nooit op het platteland komen, ik denk aan kinderen die nooit in hun leven andere kippen hebben gezien, dan de verpakte exemplaren, klaar voor consumptie in de supermarkt. Boer en burger moeten elkaar hervinden, en de meerwaarde gaan ervaren van een hersteld contact. Daar wil ik voor gaan. Voor het bewustzijn en de erkenning voor voedsel en groen als basis voor de kwaliteit van het leven en samen leven. Dat is ook het een thema van het mede door mij geschreven boek: “Waarden van het land. Verhalen over het platteland” (2009). De redactie bedankt jullie hartelijk voor de spontane ontvangst en wenst het CDA veel succes op de verkiezingen 9 juni a.s. Namens de NOJG Jolande en Hans
|