De Partij voor de Dieren Noord-Brabant heeft tijdens de commissievergadering Ruimte en Milieu van 26 februari scherpe kritiek geuit op de uitvoering van de Flora- en Faunawet in de provincie Noord-Brabant.
Deze wet, in beginsel bedoeld om dieren en natuur te beschermen, wordt volgens de PvdD vooral gebruikt om jacht en 'schadebestrijding' mogelijk te maken.
De beslissing over het bejagen van dieren ligt bij de Faunabeheereenheid (FBE) Noord-Brabant en de provincie. De partij zou dan ook graag zien natuurbeschermers en dierenbeschermers zitting krijgen in de FBE.
De Partij voor de Dieren onderzocht in hoeverre ook natuur- en dierenbeschermers alsmede natuurminnende burgers geraadpleegd worden in de uitvoering van de wet. De conclusie is dat er alleen jagers en grondbezitters zitting hebben in de FBE en dat natuurbeschermers en dierenbeschermers (denk bijvoorbeeld aan een vertegenwoordiging van iemand van de dierenbescherming, de vogelbescherming, zoogdierenvereniging) ontbreken. Het gevolg is volgens de PvdD dat het draagvlak onder grote groepen van de bevolking ontbreekt. Ook wordt er niet nagedacht over diervriendelijkere oplossingen, aldus Partij voor de Dieren statenlid Birgit Verstappen.
In reactie op de inbreng van Verstappen namen alle politieke partijen én de gedeputeerde haar standpunt over dat er een breed draagvlak gecreëerd moet worden. Omdat de Faunabeheereenheid wettelijk vooralsnog niet uitgebreid kan worden met meer leden wordt er nu gekeken naar de mogelijkheden om er een klankbordgroep aan te verbinden. Tevens heeft de gedeputeerde voor ecologie Onno Hoes toegezegd dat er een bijeenkomst wordt georganiseerd over de evaluatie van de Flora- en Faunawet, waarbij alle belanghebbende partijen worden uitgenodigd.
bron: Partij voor de Dieren - Fractie Noord-Brabant, 04/03/10
Commentaar NOJG
FF-wet geeft hierover het navolgende aan in artikel 29
1. Gedeputeerde staten kunnen samenwerkingsverbanden van jachthouders erkennen als faunabeheereenheden ten behoeve van: a. het beheer van diersoorten of b. de bestrijding van schade aangericht door dieren.
2. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld waaraan samenwerkingsverbanden, bedoeld in het eerste lid, dienen te voldoen teneinde voor erkenning in aanmerking te kunnen komen.
3. De regels, bedoeld in het tweede lid, betreffen in ieder geval:
a. de rechtsvorm van de samenwerkingsverbanden;
b. de omvang en begrenzing van het gebied waarover zich de zorg van het samenwerkingsverband kan uitstrekken;
c. de jachtrechten in het gebied, bedoeld onder b.
Besluit Faunabeheer
Artikel 5 1. De binnen het werkgebied van het samenwerkingsverband gelegen gronden waarop de in de faunabeheereenheid samenwerkende jachthouders gerechtigd zijn tot de jacht:
a. hebben een oppervlakte van ten minste 5000 hectare;
b. vormen ten minste 75% van de totale oppervlakte van het werkgebied van het samenwerkingsverband en
c. zijn zo veel mogelijk aaneengesloten.
2. Onverminderd het eerste lid, onderdeel a, is de oppervlakte van de gronden waarop in het eerste lid bedoelde jachthouders gerechtigd zijn tot de jacht groter dan 5000 hectare, indien daartoe uit het oogpunt van duurzaam en effectief beheer van diersoorten aanleiding bestaat.