Datum
02-07-2010

Parasitaire besmetting bij Vossen

Startpagina
Nieuwsarchief
In relatie met:
 
 

DRIEBERGEN - Momenteel heerst er onder de vossenpopulatie de ziekte vossenlintworm. Dit betekent dat de vos in de vacht een larve meedraagt. Bij aantroffen van een zieke of gewonde vos kan de larve opwaaien, waarna deze door mensen kan worden ingeademd. Het inademen van deze larve, of de cocon waar de larve in zat, heeft in principe dezelfde werking als asbest. Bij deze larve kun je zeer ziek worden (echinococcose) en na een incubatietijd van maximaal driejaar overlijden. Collega’s die een gewonde of dode vos aan- treffen, mogen deze niet aan- raken, op een afstand van mini- maal vijf meter blijven en vervolgens de dierenambulance waarschuwen. Die zorgt voor assistentie en eventueel advies en of-doorverwijzing. Lees meer over de vossenlintworm op www.keuringsdienstvanwaren.nl.

(Bron: politie Brabam-Zwd-Oost)

Waarschuwing voor vossenlintwormEen vos die poept

Een vos die poeptDe hier afgebeelde waarschuwing voor de vossenlintworm in het korpsblad van de politie in 2002, gaf mij stof tot nadenken.Een vos die poept

Toen ik daags voor de Kerst (2006) over een dijk naar m'n auto liep zag ik dat mijn labrador grote aandacht voor een molshoop had. Uit ervaring wist ik dat de belangstelling waarschijnlijk te danken was aan het feit dat er een vossenkeutel op de molshoop lag. Mijn vermoeden bleek juist. Denkend aan het bijgaande artikeltje besloot ik de keutel mee te nemen om toch eens even te kijken of ik iets kon vinden dat zou duiden op het voorkomen van parasieten. Door wat faeces op te lossen in een bepaalde vloeistof, gaan de eventuele aanwezige eitjes van parasieten naar de oppervlakte waarna deze daar afgehaald kunnen worden. Vervolgens kan dan microscopisch onderzoek gedaan worden. Tot mijn verbazing vond ik inderdaad eitjes, welke sterk leken op die van de beruchte vossenlintworm Echinococcus multilocularis.

Onderzoek

Na de door mij gemaakte microfoto's vergeleken te hebben met die, welke ik via internet kon vinden, vond ik de overeenkomst van de beelden voldoende om serieus rekening te houden met genoemde (voor de mens zeer gevaarlijke en indien hiermee besmet, vaak met dodelijke afloop.) vossenlintworm.

Na overleg met een dierenarts, besloot deze een faecesmonster op te sturen naar een laboratorium. De uitslag van dit onderzoek was dat Taenea-eitjes aangetroffen waren. Hierop werd besloten een faecesmonster op te sturen naar het R.I.V.M. in Bilthoven. Daar  heeft men echter nooit ontkend, noch bevestigd dat dit monster eitjes van de Echinococcus multilocularis bevatte.

Daar determinering niet gedaan kan worden op grond van het uiterlijk van de eitjes alleen rest op dit moment slechts een sterk vermoeden dat het hier de vossenlintworm betreft. In Midden-Nederland dus !Deze lintworm is buitengewoon gevaarlijk voor de mens. De mens kan zich infecteren door het opnemen van eitjes, die besmette vossen, honden en katten met hun ontlasting hebben uitgescheiden. Bij de mens ontwikkelt zich in het lichaam (meestal in de lever) een blaasworm. Het probleem bij deze infectie is dat de blaasworm gestaag blijft doorgroeien in het aangetaste orgaan. Na opname van de lintwormeitjes duurt het 5 tot 15 jaar voor de eerste ziekteverschijnselen zich voordoen. Die verschijnselen zijn weinig specifiek en kunnen bestaan uit buikpijn, kortademigheid en/of geelzucht. Deze ernstige ziekte heet 'alveolaire echinococcose'. Daar behandeling vaak te laat komt en de ziekte ernstige gevolgen kan hebben en zelfs tot de dood kan leiden, is het belangrijk voorzorgsmaatregelen te nemen, die het risico op besmetting zo laag mogelijk houden.

 Voorzorgsmaatregelen

·         Een goede hygiëne (zoals handen wassen voor het eten)

·         Raak geen uitwerpselen van vossen, honden of katten aan met de blote hand.

·         Vossen alleen beetpakken met handschoenen aan. Dit is ook belangrijk in verband met de besmetting op hondsdolheid.

·         Het vervoer van dode vossen moet plaatsvinden in plastic zakken.

·         Braakballen van uilen worden nogal eens gebruikt voor educatieve doeleinden(uitpluizen), maar die kunnen ook besmet zijn met de eitjes van de vossenlintworm.

·         Indien vossen gebruikt worden voor b.v. hondentraining, dienen deze eerst enige tijd op - 80 graden C gebracht te worden om eventuele lintwormeitjes de deactiveren.

Opvallend bericht

 Minister Onkelinx voor rechter voor dodelijke vossenlintworm

Een 56-jarige man uit Hamme trekt donderdag naar de rechtbank om een klacht in te dienen tegen minister van Volksgezondheid Laurette Onkelinx. De Oost-Vlaming vindt dat de minister te weinig doet om de vossenlintworm te bestrijden. Wanneer een mens besmet is met de lintworm, kan dat dodelijk. De man geraakte zelf twee jaar geleden besmet. "Ik geef me nog acht jaar ", klinkt het.

"Zestig procent van de vossen in Vlaanderen heeft de lintworm. In Wallonië is dat 75 %", meent aanklager De Haes. De eitjes van de lintworm zitten op alle plaatsen waar vossen komen: in de tuin, in zandbakken of zelfs in de pels van je hond als die zich in het gras rolt waar de eitjes liggen. "Ik kreeg het door mijn hond te aaien en daarna niet meteen mijn handen te wassen".

De Haes, een jager, klopt al jaren aan bij de overheid om het aantal vossen in ons land binnen de perken te houden en ze te vaccineren. "Maar ze menen dat het me er als jager enkel om gaat om veel vossen af te knallen. Niets is minder waar: dit is een reëel gevaar voor de volksgezondheid en het wordt hoog tijd dat er iets gebeurt".

Het kabinet van Onkelinx kon niet reageren. Volgens het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek (INBO) zijn er veel minder vossen besmet dan De Haes beweert.

bron  Belga                        28/04/2010

 

Verder onderzoek

Na mijn onderzoek in Midden-Nederland werden hierna door mij nog de faeces van 30 vossen uit de provincie Noord- Holland en Utrecht onderzocht.

Bovengenoemde besmetting werd niet meer aangetroffen tot eind 2009, althans toen bleek dat de faeces van een vos uit Nieuwersluis ook een paar lintwormeitjes bevatte. Dit monster wordt nog bewaard voor eventueel nader onderzoek. Overigens bleken bijna alle vossen andere worminfecties te hebben.

De meest voorkomende waren die van spoelwormen (Toxocara canis),haakwormen (Uncinaria stenocephala), en zweepwormen (Trichuris vulpis).

 

Worminfecties

Worminfecties hebben vaak diarree tot gevolg, en kunnen de conditie en de groei van het besmette dier ernstig ondermijnen. Bij jonge dieren kan dat zelfs fataal zijn.

Spoelwormen leven in de darmen. De door hun geproduceerde eitjes verlaten met de ontlasting het lichaam . Na enige tijd ontwikkelen zich in de eitjes larven die vervolgens een nieuwe gastheer kunnen besmetten. De eitjes zijn zeer goed bestand tegen allerlei invloeden . Deze kunnen dan ook buiten het lichaam, b.v. in de grond wel vele maanden overleven.

 

Wanneer een hond larven binnen krijgt, zullen deze via de maag in de darm terecht komen. Daar passeren zij de darmwand en gaan via de bloedvaten o.a. naar de longen. Vervolgens worden zij dan opgehoest, doorgeslikt en komen zo weer in de darm terecht waar dan de ontwikkeling naar volwassen, opnieuw eierleggende wormen plaats vindt.

Puppies worden vaak al voor de geboorte besmet via de placenta van door bij de teef achter gebleven larven .Na de geboorte kan besmetting tevens plaats vinden via de moedermelk.

Kleine kinderen worden soms besmet door in aanraking te komen met zand of aarde waarin eitjes zitten.

Vaak verlopen besmettingen bij mensen zonder klachten. Larven in de longen of de lever

veroorzaken buikpijn of hoesten. Spoelwormen kunnen migratieletsels in de inwendige organen veroorzaken. Zwervende larven die in een oog terecht komen veroorzaken een bekende complicatie , oculaire larva migrans, dat stoornissen van het gezichtsvermogen oplevert.

Haakwormen zijn veel voorkomende parasieten in de dunne darm van honden en katten, vossen en vele andere zoogdieren. Honden worden vaak besmet door het binnen krijgen van de larven van de haakworm via besmette grond of via larven die actief door de huid van de hond heen dringen Puppies kunnen besmet worden via de moedermelk. Volwassen haakwormen leven in de dunne darm van honden waar ze eitjes leggen die via de feces van de hond de omgeving besmetten. Na enige tijd komen de larven uit de eitjes, waarna besmetting van een volgend dier weer kan plaats vinden.

Volwassen wormen hechten zich met haakvormige monddelen aan de darmwand, leven van bloed en weefsel en kunnen zo bloederige diarree en bloedarmoede veroorzaken. De bloedende wonden die zij daarbij maken kunnen vooral voor puppies gevaarlijk zijn.

 

Zweepwormen leven in de dikke darm , zij boren zich in het darmslijmvlies en voeden zich daar met bloed. Volwassen zweepwormen leven in de dikke darm van o.a honden en vossen. leggen daar eitjes die met de ontlasting naar buiten komen. De larve ontwikkelt in het ei, nog voordat dit wordt ingenomen door een nieuwe gastheer. Eenmaal ingenomen larven komen uiteindelijk weer in de dikke darm terecht, waar zij zich dan uiteindelijk weer tot volwassen zweepwormen ontwikkelen. Het duurt ongeveer drie maanden voordat ze eitjes leggen die weer met de faeces uitgescheiden kunnen worden. Hoewel zeldzaam, zijn er enkele gevallen van menselijke besmetting Daar eieren van zweepwormen zeer resistent zijn tegen uitdroging, kunnen zij vele jaren in de bodem blijven leven. Ernstige infecties met symptomen zoals bloederige diarree, uitdroging, en bloedarmoede, kunnen in extreme gevallen dodelijk zijn.

 Massale besmetting veroorzaakt bloedarmoede en vermagering.

 Honden worden vaak besmet met genoemde wormen.In sommige gevallen is,zoals reeds vermeld, besmetting van de mens ook mogelijk, bijvoorbeeld door in aanraking te komen met een besmette vacht waarin met de feces uitgescheiden eitjes zijn blijven kleven. Het is dus alleszins raadzaam voorzichtig met gedode, en bijna altijd met wormen besmette,vossen om te gaan en bij voorkeur handschoenen te dragen als men een vos beet pakt.

Honden die vaak met vossen in aanraking komen dienen uiteraard regelmatig ontwormd te worden. Ook kan men preventief de feces van de hond laten nakijken op het eventueel voorkomen van wormeitjes waarna dan geen of juist wel een wormkuur gegeven moet worden. Dit voorkomt onnodig toedienen van een wormkuur, hetgeen uiteraard beter is voor de hond.

 Ton Richter

E-mail: ton.ri chter@faunabeheer.info
www.wormbesmetting.nl