CONCEPT FAUNABEHEERPLAN REE 2026 -2032 REE FAUNABEHEEREENHEID ZUID-HOLLAND

image_pdfimage_print
  • Reeënpopulaties in Zuid-Holland zijn sinds 2012 verdrievoudigd, met 2.113 in 2019 en 30.262 in 2025.
  • Groei komt door kolonisatie en groei van gevestigde populaties, wat uitdagingen oplevert voor dierenwelzijn, verkeer en schadepreventie.

ALGEMEEN

Leefgebieden en verspreiding

  • Reeën leven in diverse landschappen zoals bos, duin, uiterwaarden en cultuurlandschap, vooral waar dekking en voedsel afwisselen.
  • Populaties zijn sterk plaatstrouw en verplaatsen zich meestal korte afstanden; in optimale gebieden variëren dichtheden van 0-20 dieren per 100 hectare.

Ecologie en gedrag

  • Reeën zijn herbivoren die vooral in schemering en nacht actief zijn, met territoriaal gedrag dat afhankelijk is van omgeving en seizoen.
  • Ze gebruiken geurmarkeringen voor communicatie en vermijden vaak open of drukke gebieden, vooral bij verstoring.

Voortplanting en populatieontwikkeling

  • Bronst vindt plaats in juli en augustus; kalveren worden in mei-juni geboren, met een overlevingskans van ongeveer 0,4 tot 1,2 kalf per geit.
  • Populatiegroei wordt beperkt door voedselbeschikbaarheid, ziekte, predatie en menselijke invloeden.

Ziekten, parasieten en natuurlijke vijanden

  • Reeën kunnen lijden aan ecto- en endoparasieten, vooral bij hoge dichtheden en slechte conditie.
  • Predatie is vooral relevant voor kalveren; volwassen reeën ondervinden beperkte predatiedruk.

Menselijke invloed en beheer

  • Menselijke activiteiten zoals verkeer en landbouw beïnvloeden gedrag en ruimtegebruik; verstoringen leiden tot vlucht en stress.
  • Beheermaatregelen omvatten afschot, habitatbeheer en het gebruik van middelen zoals geweren en honden, onder strikte regelgeving.
  • De reeënpopulatie in Nederland is sinds 1930 sterk toegenomen van circa 20.000 naar meer dan 100.000 dieren.
  • In Zuid-Holland breidt de populatie zich uit, ook in stedelijke gebieden, met een toenemende trend en goede uitwisseling tussen gebieden.

Monitoring en populatieschatting

  • Voorjaarstellingen worden gebruikt om de populatie te volgen, met een schatting dat 35-50% van de dieren buiten beeld blijft.
  • Alternatieve methoden zoals jaarrondwaarnemingen en detectietechnieken worden toegepast, maar voorjaarstellingen blijven leidend.

Dichtheid, draagkracht en populatiebeheer

  • Maximale ecologische dichtheid ligt tussen 15 en 25 reeën per 100 hectare; in Zuid-Holland is dit lager.
  • Beheer richt zich op het afstemmen van populatiedichtheid op draagkracht, vooral in de nawinter, om voedseltekorten en sterfte te voorkomen.

Effecten van hoge populatiedichtheid

  • Toenemende dichtheid leidt tot voedselconcurrentie, verminderde conditie en verhoogde sterfte onder reeën.
  • Hoge dichtheden verhogen risico op dierenleed, schade aan gewassen, en conflicten met menselijke activiteiten.

Verkeersveiligheid en aanrijdingen

  • Jaarlijks circa 10.000 reeën slachtoffer van verkeer, met een ondergrens van 5-8% van de voorjaarsstand.
  • Aanrijdingen pieken in mei-juni en in schemer, vooral langs wegen met beperkte zichtlijnen en nabij bos.

Schade aan gewassen en natuurlijke vegetatie

  • Hoge populatiedichtheid veroorzaakt vraat op flora, met gevolgen voor bosverjonging en biodiversiteit.
  • Landbouwschade door vraat aan gewassen en jonge bomen neemt toe bij hogere dichtheden.
  • Populatiebeheer via afschot is het meest effectief om aantallen te reguleren en schade te beperken.
  • Lokale afschot is vaak snel aangevuld door dieren uit omliggende gebieden, waardoor gebiedsdekkend beheer noodzakelijk is.

Preventieve en mitigatie maatregelen

  • Rasters en faunapassages verminderen aanrijdingen, maar rasters kunnen leefgebieden versnipperen.
  • Detectiesystemen en weginrichting verbeteren, maar hebben beperkte en kostbare effectiviteit.

Duurzaam beheer en maatschappelijke belangen

  • Beheer richt zich op het in balans houden van populatie, leefgebied en maatschappelijke belangen.
  • Populatiebeheer via afschot wordt afgestemd op draagkracht, met aandacht voor leeftijds- en geslachtsverhouding.

Toekomstige aanpak en regelgeving

  • Beheer wordt aangepast op basis van monitoring, met focus op het voorkomen van dierenleed en verkeersincidenten.
  • Het afschotquotum wordt jaarlijks vastgesteld, met aandacht voor het behoud van genetische variatie en leefgebied.

Beperkingen en samenhang van maatregelen

  • Effecten van maatregelen zoals rasters en detectiesystemen zijn beperkt en kunnen neveneffecten hebben.
  • Populatiebeheer blijft de kernoplossing, ondersteund door gerichte preventieve maatregelen en monitoring.

Telling en organisatie van reeënbeheer

  • Tellingen worden uitgevoerd door regionale WBE’s met vaste routes en in samenwerking met vrijwilligers.
  • Resultaten worden geregistreerd en geëvalueerd in regiobijeenkomsten, met aandacht voor praktische uitvoering en monitoring.

Populatie- en draagkrachtbepaling

  • Maximale draagkracht wordt geschat via regressieanalyse en teltellingen; maatschappelijke draagkracht is 70% van maximale draagkracht.
  • Ongezien deel van de populatie wordt geschat op 20-40%, beïnvloed door landschap en telmethoden.
  • Beheer wordt gebaseerd op voorjaarsstanden, reproductie, valwild en ongeziene dieren, met jaarlijkse evaluatie.
  • Doel is het in stand houden van een gezonde populatie binnen maatschappelijke draagkracht, met adaptieve bijstelling van afschot.

Monitoring en evaluatieproces

  • Jaarlijkse tellingen, valwildregistraties en schadegegevens worden verzameld en besproken in regiobijeenkomsten.
  • Effectiviteit van maatregelen wordt beoordeeld en beheer wordt bijgesteld op basis van trends en knelpunten.

Wet- en regelgeving en verantwoordelijkheden

  • WBE’s krijgen toestemming van de FBE voor beheer en afschot, en moeten rapportages via DORA indienen.
  • Uitvoerders moeten ervaring hebben, wildmerken gebruiken en afschot nauwkeurig registreren.

Beheermaatregelen en afschotverdeling

  • Afschot wordt verdeeld met reewildmerken en volgens regionale afspraken.
  • Valwild wordt snel afgehandeld in samenwerking met politie en wegbeheerders, binnen 48 uur geregistreerd.

Knelpunten en preventieve maatregelen

  • Locaties met verkeersrisico’s en schade worden in kaart gebracht en preventieve maatregelen worden ontwikkeld.
  • Knelpunten worden jaarlijks geëvalueerd en aangepakt om dierenwelzijn en verkeersveiligheid te verbeteren.

Download: concept Faunabeheerplan ree FBE zuid-holland

Download: Reactieformulier Faunabeheerplan REE FBE Zuid-Holland